Beslissing: 30 september 2022 AP Noord-Holland

Categorie luchtvaartzaak: Kleine bemande luchtvaart

Formele relaties: -/-

Inhoudsindicatie: Sepot voor laagvliegen vanwege context gebeuren.

Beslissing OM

in de zaak tegen een gezagvoerder van een eenmotorig propellervliegtuig, hierna de verdachte.

Aanleiding onderzoek

Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een melding van de afdeling toezicht van de ILT.

Verdenking strafbaar feit

Overtreding voorschrift SERA.5005 onder f aanhef en onder 2 Uitvoeringsverordening 923/2012 (tijdens een VFR-vlucht vliegen op een hoogte van minder dan 500 voet).

Feiten en omstandigheden

Op grond van het onderzoek kan worden vastgesteld dat de aanvraag voor een ontheffing om op [datum in het jaar] 2021 in [plaats] beneden de minimumhoogte van 500 voet te vliegen, zodat rozenblaadjes konden worden gestrooid bij de onthulling van een monument, is afgewezen. Uit filmbeelden van de onthulling van het monument bleek dat de vlucht wel beneden de minimumhoogte werd uitgevoerd.

De verdachte was op [datum in het jaar] 2021 de gezagvoerder van het luchtvaartuig waarmee de vlucht werd uitgevoerd. Ter discussie staat evenmin dat er beneden de minimum vlieghoogte is gevlogen. Dit is bewust gedaan – op verzoek van de [organisatie] – om rozenblaadjes te kunnen strooien bij de onthulling van een vliegtuigmonument in [plaats]. Uit onderzoek is naar voren gekomen dat de verdachte er van te voren op heeft gewezen dat een ontheffing moest worden aangevraagd om lager te mogen vliegen. De verdachte heeft daarna bovendien de bevestiging gehad dat de ontheffing is afgegeven. Dit is bevestigd door de getuige [A], die namens de [organisatie] hierover met de verdachte contact heeft gehad. Uit zijn verklaring komt verder naar voren dat degene die de ontheffing bij de ILT had aangevraagd, als gevolg van Corona in het ziekenhuis was opgenomen. Getuige [A] had de brief van de ILT wel gezien, maar was er – uiteraard ten onrechte – van uitgegaan dat de toestemming van de gemeente maatgevend was.

Beslissing

Strikt genomen had de verdachte als gezagvoerder moeten nagaan of de ontheffing daadwerkelijk was verleend en heeft hij, door dat niet te doen, een overtreding gepleegd. De luchtvaartofficier van justitie kan zich echter voorstellen dat de verdachte in de gegeven omstandigheden is afgegaan op de informatie die aan hem is verstrekt. Uit het onderzoek leidt de luchtvaartofficier van justitie af dat de verdachte te goeder trouw heeft gehandeld. Zij gaat ervan uit dat de verdachte bij een vergelijkbare situatie in de toekomst wel controleert of de ontheffing is verleend; daarvoor hoeft geen straf te worden opgelegd. Daar komt bij – en dat is niet onbelangrijk – dat de luchtvaartpolitie in het onderzoek heeft vastgesteld dat de vluchten door de verdachte op een veilige manier zijn uitgevoerd. Gelet op het voorgaande is de zaak geseponeerd.