Beslissing: 4 oktober 2022 AP Noord-Holland

Categorie luchtvaartzaak: Kleine bemande luchtvaart

Formele relaties: -/-

Inhoudsindicatie: Sepot bij gebrek aan bewijs

Beslissing OM

in de zaak tegen een eigenaar van een onderhoudsbedrijf, hierna de verdachte.

Aanleiding onderzoek

Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een melding van een ongeval.

Verdenking strafbaar feit

Overtreding art. 169 Wetboek van Strafrecht.

Feiten en omstandigheden

grond van het onderzoek van de luchtvaartpolitie kan worden vastgesteld dat op [datum in het jaar] 2021 een ongeval heeft plaatsgevonden met een eenmotorig propellervliegtuig. Uit het onderzoek blijkt dat de linkerrolroer van dit vliegtuig is losgekomen.

De verdachte zou hieraan werkzaamheden hebben verricht nadat de eigenaar hem had  gevraagd de stuurknuppel te centreren. De eigenaar is ervan overtuigd dat deze werkzaamheden hebben plaatsgevonden en datzelfde geldt voor een getuige. De verdachte heeft echter laten weten de werkzaamheden niet te hebben verricht. Zijn verklaring is dat de eigenaar hem voorafgaand aan de 100-uurs inspectie wel heeft gevraagd om de stuurstick te bekijken omdat deze tijdens het vliegen uit het midden zou staan, maar dat hij ernaar heeft gekeken en toen niet heeft geconstateerd dat de stuurstick uit het midden stond. Hij heeft de kist daarom doorgesmeerd en de stuurstick (nogmaals) heen en weer gedaan. Daarbij constateerde hij opnieuw niet dat de stuurstick uit het midden stond. Hij heeft naar zijn zeggen verder niets met de stuurstick gedaan. 

Beslissing

Bij deze verklaring van de verdachte zijn vraagtekens te zetten – zoals de eigenaar en de getuige lijken te doen –, maar de vraag is of het tegendeel kan worden bewezen en of dat vervolgens voldoende is om vast te kunnen stellen dat de werkzaamheden zodanig zijn uitgevoerd dat sprake is van schuld aan het ongeval.

Naar het oordeel van de luchtvaartofficier van justitie moet die vraag ontkennend worden beantwoord. Haar conclusie is dat het bewijs tekortschiet om te kunnen vaststellen dat de verdachte art. 169 Wetboek van Strafrecht heeft overtreden. De strafzaak is om die reden geseponeerd.