Beslissing: 24 november 2022 AP Noord-Holland

Categorie luchtvaartzaak: Kleine bemande luchtvaart

Formele relaties: -/-

Inhoudsindicatie: Dagvaarding na weigering transactievoorstel voor slepen banner met MLA.

Beslissing OM

in de zaak tegen een gezagvoerder van een Micro Light Aeroplane (MLA), hierna de verdachte.

Aanleiding onderzoek

Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een melding van de afdeling toezicht van de ILT.

Verdenking strafbaar feit

Overtreding van art. 2.1 lid 1 Wet luchtvaart (een luchtvaartuig bedienen zonder geldig bewijs van luchtwaardigheid) en art. 46 lid 1 aanhef onder a Regeling nationale veiligheidsvoorschriften luchtvaartuigen (luchtwerk verrichten met een MLA).

Feiten en omstandigheden

Op grond van het onderzoek kan worden vastgesteld dat de verdachte op [datum in het jaar] 2021 zonder daartoe bevoegd te zijn als gezagvoerder van een MLA een banner heeft gesleept en daarmee ook luchtwerk heeft verricht. De banner was een reclamebanner en deze werd voortgesleept met het oog op de herindelingsverkiezingen. Een dag eerder maakte de verdachte eenzelfde vlucht, waarvan hij een video op YouTube heeft geplaatst en waarover vervolgens is getweet.

De vlucht van [datum in het jaar] 2021, waarop het onderzoek van de luchtvaartpolitie zich heeft gefocust, duurde bijna vijf uur. Omstreeks 10:36 uur werd gestart in [plaats 1]; daarna heeft de verdachte met de MLA gevlogen over de steden [plaats 2], [plaats 3], [plaats 4], [plaats 5], [plaats 6], [plaats 7], [plaats 8], [plaats 9], [plaats 10] en [plaats 11] om vervolgens via [meer] en [plaats 12] terug te keren naar [plaats 1]; daar landde de verdachte omstreeks 15:43 uur. 

Overweging omtrent het bewijs

Uit een interview dat de verdachte aan het NH Nieuws heeft gegeven, kan worden afgeleid dat hij wist dat het slepen van een banner met een MLA verboden was. Uit zijn mond is opgetekend dat dit in Nederland nog niet wordt toegestaan. Noch tegenover de luchtvaartpolitie, noch tegenover de luchtvaartofficier van justitie is hij hierop teruggekomen. De verdachte heeft zich, mede op advies van zijn juridisch adviseur, beroepen op zijn zwijgrecht. Dat recht heeft hij. Het betekent echter wel dat er geen reden is om aan te nemen dat de verdachte onjuist is geciteerd in het interview. Als dat zo was geweest, had het immers in de rede gelegen om zich hierover uit te spreken. De luchtvaartofficier van justitie concludeert dan ook dat de verdachte wist dat het niet was toegestaan om een banner met een MLA te slepen.

Beslissing

Bij een zaak als deze past volgens de Richtlijn voor strafvordering luchtvaartwetgeving in beginsel een ontzegging van de vliegbevoegdheid. Bij het bedienen van een luchtvaartuig zonder geldig bewijs van bevoegdheid (langer dan 1 jaar geldig) is het uitgangspunt om de betrokkene te dagvaarden in verband met een te vorderen vliegontzegging.

De verdachte heeft weliswaar een bewijs van bevoegdheid voor het vliegen met een MLA, maar niet om daarmee een banner te slepen. Er is daarom geen sprake van de situatie dat het bewijs van bevoegdheid is verlopen. De verdachte had überhaupt geen bevoegdheid om het luchtvaartuig op deze manier te bedienen. Hoewel dit een zeer specifieke situatie is, geeft het wel goed weer welk belang er wordt gehecht aan het verbod om te vliegen zonder geldig bewijs van bevoegdheid. Dat verbod heeft de verdachte bewust overtreden voor een persoonlijk doel, namelijk het voeren van een campagne.

Daar komt bij dat de verdachte hiermee ook een andere overtreding heeft gepleegd, namelijk het verrichten van luchtwerk met een MLA. Dat verbod is begin 2021 in het nieuws geweest vanwege de strafzaken over vluchten die werden gemaakt in het kader van het tv-programma ‘het perfecte plaatje’. Het luchtwerk in die zaken bestond uit het maken van foto’s; dat was het doel van de vluchten. In verdachtes geval bestaat het luchtwerk uit het voeren van campagne. Dat hangt nauw samen met het maken van reclame, dat expliciet in de definitie van luchtwerk is opgenomen.

Op zichzelf zijn dat argumenten om de zaak voor de rechter te brengen en een vliegontzegging te vorderen. Daarvan heeft de luchtvaartofficier van justitie afgezien, vooral omdat zij het idee heeft gekregen dat verdachte deze overtredingen niet nogmaals zal plegen. De overtredingen heeft de verdachte zo’n 11 maanden geleden gepleegd en sindsdien heeft hij zulke vluchten niet meer gemaakt. Bovendien is hij niet meer politiek actief, zodat hij wellicht ook minder geneigd zal zijn om op deze manier campagne te voeren.

De luchtvaartofficier van justitie heeft verder uit hetgeen de juridisch adviseur en de verdachte naar voren hebben gebracht begrepen dat geen sprake is van gevaar voor herhaling. Duidelijk werd gemaakt dat de vliegveiligheid voor de verdachte heel belangrijk is en dat onveilige situaties in de toekomst niet zullen voorkomen.

Dat neemt niet weg dat sprake is van ernstige overtredingen. Het feit dat de verdachte deze overtredingen bewust heeft gepleegd met een persoonlijk motief, kan wat de luchtvaartofficier van justitie betreft niet onbestraft blijven. De normen moeten worden bevestigd, zodanig dat wordt voorkomen dat zulk gedrag nogmaals voorkomt. Alles afwegende, is de luchtvaartofficier van justitie van oordeel dat voor het vliegen zonder een geldig bewijs van bevoegdheid een geldboete van € 1.500,-- passend en geboden is, en voor het verrichten van luchtwerk een geldboete van € 1.000,--. Dit heeft de luchtvaartofficier van justitie in de vorm van een transactie aangeboden.

De juridisch adviseur heeft dezelfde dag laten weten dat de verdachte dit voorstel afwijst. Gelet daarop is besloten de verdachte te dagvaarden voor de eerstvolgende luchtvaartzitting.

Luchtvaartzitting 5 april 2023

De verdachte is ter zitting verschenen. De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 1.500,-- subsidiair 25 dagen vervangende hechtenis voor het vliegen zonder geldig bewijs van bevoegdheid en een geldboete van € 1.000 subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis voor het verrichten van luchtwerk.

De verdachte is voor beide feiten veroordeeld. Voor ieder feit werd een geldboete van € 1.000,--, subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis, opgelegd. De rechter week ten aanzien van het eerste feit van de eis af, omdat de ongeldigheid van zijn brevet zag op het slepen van een banner met een MLA en niet op het besturen van een MLA in algemene zin. In dat verband hechtte de rechter bovendien gewicht toe aan het feit dat de verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen.