Beslissing: 30 november 2022 AP Noord-Holland
Categorie luchtvaartzaak: Kleine bemande luchtvaart
Formele relaties: -/-
Inhoudsindicatie: Voorwaardelijk sepot voor herhaaldelijk zweefvlieginstructie geven
Beslissing OM
in de zaak tegen een zweefvlieginstructeur (in opleiding ten tijde van de verdenkingen), hierna de verdachte.
Aanleiding onderzoek
Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een melding van de afdeling toezicht van de ILT op [datum in het jaar] 2022.
Verdenking strafbaar feit
Overtreding 26 Basisverordening (zonder certificaat als instructeur optreden).
Feiten en omstandigheden
Op grond van het onderzoek van de luchtvaartpolitie kan worden vastgesteld dat de verdachte in de periode van [datum in het jaar] 2021 tot en met [datum in het jaar] 2022 herhaaldelijk instructie heeft gegeven voor de zweefvliegclub [club], terwijl hij niet over die bevoegdheid beschikte.
Overwegingen omtrent het bewijs
De verklaring van de verdachte komt erop neer dat de instructeurs die hem hebben opgeleid, hebben gezegd dat hij onder toezicht van een andere instructeur op de grond met leerlingen mocht vliegen. Een man met verdachtes opleiding en ervaring (werkzaam in de grote luchtvaart en al 40 jaar actief met zweefvliegen) had naar het oordeel van de luchtvaartofficier van justitie beter moeten weten. Dat klemt te meer nu de verdachte hiervoor tijdens zijn instructeursexamen op [datum in het jaar] 2021 is gewaarschuwd en dat dit examen onder meer om die reden is stopgezet. Het lag toen op verdachtes weg om zich nogmaals in de regelgeving te verdiepen.
Beslissing
Het voorgaande neemt niet weg dat de luchtvaartofficier van justitie oog heeft voor de context waarin het is gebeurd. Uit het onderzoek blijkt dat de instructeurs en de head of training die de verdachte hebben begeleid, hebben toegegeven dat zij hem hebben verteld dat het was toegestaan. Zij hebben in een brief aan alle clubleden aangegeven dat de verdachte illegaal instructie heeft gegeven, dat zij hem niet goed hebben geïnformeerd en hebben daarvoor alle verantwoordelijkheid genomen.
De luchtvaartofficier van justitie heeft zich voor de vraag gesteld of het bij die stand van zaken opportuun is om het strafrechtelijk onderzoek ook in hun richting uit te breiden. Om een aantal redenen acht zij dit niet opportuun. In de eerste plaats heeft dat te maken met het feit dat de zweefvliegclub onder verscherpt toezicht staat. In de tweede plaats begrijpt de luchtvaartofficier van justitie dat de verdachte inmiddels wel over een instructiebevoegdheid beschikt. In dat licht én in het licht van de capaciteit van de luchtvaartpolitie meent de luchtvaartofficier van justitie – hoe kwalijk zij het gebeuren ook vindt – dat buiten het bestuursrechtelijke optreden moet worden volstaan met een waarschuwing.
De slotsom is dat de luchtvaartofficier van justitie heeft besloten de zaak tegen de verdachte voorwaardelijk te seponeren. Dat wil zeggen dat de verdachte voor de overtredingen niet zal worden gestraft, tenzij hij binnen een proeftijd van 2 jaar opnieuw een strafbaar feit pleegt.