Beslissing: 4 juni 2024 AP Noord-Holland
Categorie luchtvaartzaak: Onbemande luchtvaart
Formele relaties: -/-
Inhoudsindicatie: Dronevlucht in havengebied bereikt hoogte van 500 meter en valt daardoor in de specifieke categorie, waarvoor geen vergunning was verleend. Verdachte was niet geregistreerd als exploitant en uit het onderzoek bleek sprake van eerdere overtredingen. Afdoening door middel van een transactie van € 1.350,--.
Beslissing OM
in de zaak tegen een exploitant en bestuurder van een drone, hierna de verdachte.
Aanleiding onderzoek
Het onderzoek in deze zaak is gestart nadat de Koninklijke Marechaussee (hierna: KMar) op [datum in het jaar] 2023 een drone had gedetecteerd binnen een no-fly zone van een tijdelijk militair object in [plaats]. Het Tijdelijk Gebied met Beperkingen was als Notam (Notice to airmen) gepubliceerd en verwerkt in de GoDrone-veiligheidskaart.
Verdenking strafbaar feit
Overtreding van art. 5 lid 1 van Verordening 2019/947 (uitvoeren van een vlucht met een drone in de specifieke categorie zonder vergunning) en art. 14 lid 5 Verordening 2019/947 (uitvoeren van een vlucht met een drone zonder als exploitant te zijn geregistreerd).
Feiten en omstandigheden
De KMar constateerde op [datum in het jaar] 2023 dat de piloot op afstand volgens het detectiesysteem omstreeks [tijdstip in de middag] ter hoogte van [adres] te [plaats] stond. Dit betreft het terrein van het bedrijf [bedrijf]. De KMar stelde vast dat de drone boven dit terrein vloog en dat tijdens deze vlucht een hoogte van 500,4 meter werd bereikt. De KMar is daarop ter plaatse gegaan en heeft toen de verdachte aangetroffen.
De verdachte heeft verklaard dat hij degene was die met de drone heeft gevlogen. De drone (een drone van het merk DJI, type Mavic Pro) was zijn eigendom. Hij bleek zich echter niet als exploitant te hebben geregistreerd. Hij verklaarde de drone al vijf jaar hobbymatig te gebruiken om zo nu en dan een foto te maken. Naar eigen zeggen gebruikte hij de drone hooguit enkele keren per jaar.
Deze vlucht voerde hij uit in opdracht van zijn werkgever [bedrijf] ten behoeve van het maken van opnames van het terrein. De opdracht had hij gekregen van de operationeel manager. De verdachte verklaarde dat hij al vaker dergelijke opnames had gemaakt; die opnames werden gebruikt voor de indeling van goederen op het terrein.
Bij deze vlucht had de verdachte niet op de vlieghoogte gelet. Hij verklaarde niet te weten dat hij tot een hoogte van meer dan 500 meter was gevlogen. Hij was er evenmin van op de hoogte dat in de open categorie niet hoger dan 120 meter mag worden gevlogen en dat bij overschrijding daarvan sprake is van een vlucht in de specifieke categorie, waarvoor een vergunning is vereist. Over een dergelijke vergunning beschikte hij niet. Het terrein van zijn werkgever bevindt zich bovendien in havengebied, waar het vliegen in de open categorie eveneens verboden is.
De verdachte verklaarde evenmin te weten dat hij zich had moeten registreren als exploitant, laat staan dat hij vervolgens het exploitantennummer op de drone moet aanbrengen.
De operationeel directeur van [bedrijf] heeft in een schriftelijke verklaring aangegeven niet te hebben geweten dat het vliegen met een drone boven een havengebied niet is toegestaan. Hij was er evenmin van op de hoogte dat het betreffende gebied op [datum in het jaar] 2023 was aangewezen als Tijdelijk Gebied met Beperkingen. De gemaakte foto’s werden gebruikt om personeel te instrueren over de belading van schepen en vrachtwagens. Hij gaf daarbij aan te onderzoeken welke andere mogelijkheden daarvoor beschikbaar zijn.
Beslissing
Uit de feiten en omstandigheden volgen twee overtredingen, namelijk het vliegen in de specifieke categorie zonder vergunning en het niet voldoen aan de registratieverplichting.
In de Richtlijn voor strafvordering luchtvaartwet- en regelgeving zijn uitgangspunten opgenomen voor de straftoemeting van luchtvaartovertredingen. Voor het vliegen in de specifieke categorie zonder vergunning wordt als uitgangspunt een boete van € 250,-- gehanteerd en voor het niet registreren een boete van € 100,--. Bij het eerste uitgangspunt is opgemerkt dat maatwerk is geboden vanwege de variëteit aan mogelijke omstandigheden. Zo kan een vlucht in de specifieke categorie worden ingedeeld omdat de drone niet voortdurend in het zicht is gehouden, maar ook omdat hoger is gevlogen dan 120 meter. In dit geval is het laatste het geval. In een andere strafzaak, waarbij iemand in een opwelling op een hoogte van 230 meter had gevlogen vanwege een aantal rondvliegende vliegtuigen), werd een geldboete van € 1.000,-- als uitgangspunt genomen.
In deze zaak weegt het OM enerzijds mee dat tijdens de vlucht geen ander vliegverkeer aanwezig was, dat de verdachte de vlucht uitvoerde in opdracht van zijn werkgever en dat uit het onderzoek geen financieel motief is gebleken. Anderzijds weegt het OM mee dat de verdachte meer dan vier keer zo hoog heeft gevlogen dan was toegestaan en dat dit niet zijn eerste overtreding was. Op de sd-kaart van de drone stonden namelijk beelden van meerdere eerdere vluchten in de periode van [zeven maanden in] 2023. Naast de vlucht op [datum] waren er beelden van zes andere vluchten vanaf het terrein van zijn werkgever. Daarnaast waren er beelden van twee vluchten in de nabijheid van horecagelegenheid [naam] in [plaats], gelegen in een Natura 2000-gebied. Bij een van die vluchten vloog de verdachte over [natuurgebied] en over een fietser heen op geringe hoogte. Bij de andere vlucht vloog hij over mensen op een terras heen.
Gelet op de richtlijn, beslissingen in vergelijkbare zaken en de omstandigheden van dit geval is het OM van oordeel dat een geldboete van € 1.250,-- voor het vliegen in de specifieke categorie zonder vergunning passend is. Daarnaast ziet het OM geen aanleiding af te wijken van het uitgangspunt van € 100,-- voor het niet voldoen aan de registratieverplichting.
Deze boetes zijn vertaald naar een transactievoorstel van in totaal € 1.350,--. Dit voorstel heeft de verdachte geaccepteerd.