Beslissing: 23 september 2024 AP Noord-Holland
Categorie luchtvaartzaak: Onbemande luchtvaart
Formele relaties: -/-
Inhoudsindicatie: Dronevlucht uitgevoerd bij een opleidingslocatie van een Penitentiaire Inrichting in het kader van een opleiding. De locatie valt binnen een CTR en de verdachte voldeed niet aan de registratieverplichting als exploitant
Beslissing OM
in de zaak tegen een exploitant en bestuurder van een drone, hierna de verdachte.
Aanleiding onderzoek
Het onderzoek in deze zaak is gestart naar aanleiding van een melding dat er een drone was gedetecteerd in de omgeving van de opleidingslocatie van Penitentiaire Inrichting (PI) [locatie].
Verdenking strafbaar feit
Overtreding van artikel 7 lid 1 Regeling onbemande luchtvaartuigen (uitvoeren van een vlucht met een drone binnen de [aanduiding] CTR) en art. 14 lid 5 aanhef onder a en ii Verordening 2019/947 (uitvoeren van een vlucht met een drone zonder als exploitant te zijn geregistreerd).
Feiten en omstandigheden
Op grond van het proces-verbaal kan worden vastgesteld dat de verdachte op [datum in het jaar] 2024 gedurende een periode van circa [tijdsspanne van 20 minuten] met een drone (een DJI Mini 2) heeft gevlogen boven de opleidingslocatie [locatie] in [plaats]. De verdachte heeft de drone bestuurd vanaf de nabijgelegen parkeerplaats. Hij vloog daarbij rond de maximaal toegestane hoogte voor de open categorie (120 meter).
De betreffende locatie valt niet binnen een van de (nabijgelegen) verboden zones die zijn vastgesteld voor vluchten met drones in de open categorie, maar wel binnen de [aanduiding] CTR waar dergelijke vluchten evenmin zijn toegestaan. Dit had de verdachte kunnen vaststellen door raadpleging van de GoDrone-veiligheidskaart, die tevens informatie bevat over de geldende regels (waaronder de openingstijden van de CTR; de vlucht werd uitgevoerd toen de CTR open was).
De verdachte was niet alleen de bestuurder van de drone, maar ook de exploitant (eigenaar) daarvan. Hij was verplicht zich als exploitant te registreren, omdat de drone is uitgerust met een sensor die persoonsgegevens kan registeren (een camera). Aan deze registratieverplichting heeft de verdachte niet voldaan.
De reden voor het maken van deze vlucht hield verband met de opleiding van de verdachte voor de functie van [functie]. De verdachte had toestemming gevraagd en gekregen om beelden te maken, maar had niet gevraagd of deze beelden ook met een drone mochten worden gemaakt. De app van zijn drone gaf niet aan dat hij in een no-fly-zone vloog.
Beslissing
Voor de open categorie is het uitvoeren van een vlucht met een drone binnen de [aanduiding] CTR als overtreding strafbaar gesteld. Hoewel de verdachte daarbij niet is geholpen door de app van zijn drone, blijft het zijn eigen verantwoordelijkheid om na te gaan of hij zich in verboden luchtruim bevindt (bijvoorbeeld door raadpleging van de GoDrone-veiligheidskaart). Het uitvoeren van een vlucht met een drone zonder als exploitant te zijn geregistreerd, is eveneens als overtreding strafbaar gesteld.
In de Richtlijn voor strafvordering luchtvaartwet- en regelgeving zijn uitgangspunten opgenomen voor de straftoemeting van luchtvaartovertredingen. Voor een vlucht met een drone binnen een CTR wordt als uitgangspunt een boete van € 250,-- gehanteerd en voor het vliegen met een drone zonder als exploitant te zijn geregistreerd een boete van € 100,--.
Ten aanzien van het vliegen in de CTR heeft het OM de door de verdachte geschetste context meegewogen, evenals het feit dat de vlucht niet heeft geleid tot (potentieel) gevaar.
Alles afwegende is het OM van oordeel dat een boete van € 150,-- voor het vliegen binnen de CTR en een boete van € 100,-- voor het niet registeren als exploitant passend zijn.
Dit is vertaald naar een transactievoorstel van € 250,--, dat door de verdachte is geaccepteerd.