Beslissing: 23 september AP Noord-Holland
Categorie luchtvaartzaak: Onbemande luchtvaart
Formele relaties: -/-
Inhoudsindicatie: Vlucht met een drone boven een bijeenkomst van mensen, waardoor sprake is van vliegen in de specifieke categorie zonder vergunning. Afdoening door middel van een transactie.
Beslissing OM
in de zaak tegen een exploitant en bestuurder van een drone, hierna de verdachte.
Aanleiding onderzoek
Het onderzoek in deze zaak is gestart nadat een politieambtenaar een drone zag vliegen boven een bijeenkomst van mensen tijdens de demonstratie [naam demonstratie].
Verdenking strafbaar feit
Overtreding van art. 5 lid 1 Verordening 2019/947 (vlucht uitvoeren met een drone in de specifieke categorie zonder vergunning).
Feiten en omstandigheden
Op grond van het proces-verbaal kan worden vastgesteld dat de verdachte op [datum in het jaar] 2023 een vlucht heeft uitgevoerd met een drone (een DJI mini 3 Pro) boven [locatie] in [plaats], waar zich op dat moment een bijeenkomst van mensen bevond. De verdachte voerde deze vlucht uit ten behoeve van het maken van een documentaire. In dat kader volgde hij met de drone een persoon die deelnam aan de demonstratie van [organisatie]. De verdachte verklaarde daarbij de aanwezige mensen te hebben gefilmd en minimaal op een hoogte van 15 meter te hebben gevlogen.
Overwegingen omtrent het bewijs
Tegenover de politie heeft de verdachte verklaard dat hij de drone had geregistreerd, dat hij daarmee zonder vliegbewijs mocht vliegen, dat hij geen waarschuwing van de drone had gekregen dat hij zich in een verboden zone bevond en dat hij met deze drone boven een mensenmenigte mocht vliegen omdat de drone 249 gram weegt.
Met deze verklaring heeft de verdachte er blijk van gegeven niet volledig op de hoogte te zijn van de geldende dronewet- en regelgeving. Het is juist dat voor het vliegen met een drone van 249 gram in de open categorie geen vliegbewijs is vereist. Het vliegen in die categorie is echter op grond van art. 4 lid 1 van Verordening 2019/947 aan voorwaarden verbonden. Een van die voorwaarden is dat de drone op een veilige afstand van mensen blijft en niet boven een bijeenkomst van mensen vliegt. Aan die voorwaarde heeft de verdachte niet voldaan. Daarom valt de vlucht in de specifieke categorie, waarvoor op grond van art. 5 lid 1 Verordening 2019/947 een vergunning is vereist. Die vergunning had de verdachte niet. Het niet naleven van dit voorschrift is als overtreding strafbaar gesteld.
Ten overvloede wijst het OM erop dat de vlucht in dit geval ook niet was toegestaan, indien de verdachte wel aan alle voorwaarden van de open categorie had voldaan. De locatie waar de verdachte vloog, valt namelijk binnen de Rotterdam CTR. Als exploitant en piloot op afstand mag de verdachte niet uitsluitend afgaan op de informatie die de drone of bijbehorende app verstrekt. Het is zijn eigen verantwoordelijkheid om na te gaan of hij op de betreffende locatie mag vliegen, bijvoorbeeld door raadpleging van de GoDrone-veiligheidskaart. Daaruit blijkt dat de locatie binnen de Rotterdam CTR is gelegen.
Beslissing
In de Richtlijn voor strafvordering luchtvaartwet- en regelgeving zijn uitgangspunten opgenomen voor de straftoemeting van luchtvaartovertredingen. Voor vliegen met drone in de specifieke categorie zonder vergunning wordt als uitgangspunt een boete van € 250,-- gehanteerd. Daarbij is opgemerkt dat maatwerk is geboden vanwege de variëteit aan mogelijke omstandigheden. Zo kan een vlucht in de specifieke categorie worden ingedeeld omdat de drone niet voortdurend in het zicht is gehouden, maar ook omdat hoger is gevlogen dan 120 meter of – zoals in dit geval – boven een bijeenkomst van mensen is gevlogen.
Gelet op beslissingen in vergelijkbare zaken en de omstandigheden van dit geval is het OM van oordeel dat een geldboete van € 350,-- passend is. Deze boete is vertaald naar een transactievoorstel van € 350,--. Dit voorstel is door de verdachte geaccepteerd.