Beslissing: 4 december 2024 AP Noord-Holland

Categorie luchtvaartzaak: Onbemande luchtvaart

Formele relaties: -/-

Inhoudsindicatie: Verdachte verkeerde in de veronderstelling dat een vlucht mogelijk was met een door LVNL goedgekeurd vliegplan. Na afwijzing daarvan is bij de ILT een ontheffing aangevraagd met gebruikmaking van een eerder bij LVNL ingediend vliegplan, dat was gebaseerd op een voorbeeld van een andere exploitant. Het vergunningsnummer van die exploitant is daarbij per abuis niet aangepast. De vlucht is uiteindelijk niet uitgevoerd wegens het uitblijven van een reactie van de ILT. Van opzet is geen sprake; daarom is geen sprake van valsheid in geschrift.

Beslissing OM

in de zaak tegen een medewerker van [rechtspersoon A], hierna de verdachte.

Aanleiding onderzoek

Het onderzoek in deze zaak is gestart naar aanleiding van een melding van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) van een vermoeden van valsheid in geschrifte gepleegd door het bedrijf [rechtspersoon A].

Verdenking strafbaar feit

Overtreding van art. 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht (valsheid in geschrift) en art. 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht (opzettelijk gebruik maken van een vervalst geschrift).

Feiten en omstandigheden

Uit het onderzoek van de luchtvaartpolitie is naar voren gekomen dat de verdachte op [datum in het jaar] 2024 uit hoofde van zijn functie bij [rechtspersoon A] (een bedrijf dat zich heeft gespecialiseerd in de technische productie van evenementen, festivals en televisieproducties) per e-mail contact heeft opgenomen met de ILT om een ontheffing aan te vragen voor een vlucht met een drone op [datum] bij de [locatie]. Dit gebeurde nadat het door hem op [datum] te Breda opgemaakte en vervolgens bij LVNL ingediende vliegplan was afgekeurd.

Het doel van de vlucht was het maken van 360-graden-foto’s van de opbouw van het festivalterrein, die bij volgende edities als referentie kunnen worden gebruikt. De verdachte omschreef in zijn e-mail aan de ILT de voorgenomen vlucht (opstijgen op maximaal tien posities tot een hoogte van maximaal 100 meter, waarna direct zou worden geland). Tevens zond hij het eerder ingediende vluchtplan en een bijbehorende risicoanalyse mee.

De ILT constateerde dat in het vliegplan als exploitant (operator) het nummer ‘NLD-[nummer]’ was vermeld en dat dit nummer was gekoppeld aan een vergunning van het bedrijf [rechtspersoon B], dat geen samenwerking lijkt te hebben met [rechtspersoon A]. Vastgesteld werd dat noch [rechtspersoon A] noch de verdachte over een vergunning voor het vliegen met een drone in de specifieke categorie beschikte.

Daarnaast viel de ILT op dat in het vliegplan meerdere lettertypen werden gebruikt, dat de opgegeven snelheid van de drone niet juist was, dat er bij de daglichtperiode werd gerefereerd aan een onjuiste datum en dat de opgegeven coördinaten niet correct waren. Dit wekte bij de ILT de indruk dat een vliegplan van [rechtspersoon B] was bewerkt en dat [rechtspersoon A] onder het vergunningsnummer van [rechtspersoon B] had geprobeerd te vliegen.

De verdachte is op 22 augustus 2024 door de luchtvaartpolitie als verdachte gehoord. Tijdens dit verhoor bleek dat hij eigenaar is van de in het vliegplan genoemde drone (DJI Mavic R2), dat hij als exploitant van de drone is geregistreerd en dat hij beschikt over een vliegbewijs. De verdachte werkt bij [rechtspersoon A] ter ondersteuning van het marketingteam.

Het OM begrijpt dat vanuit deze rol het idee is ontstaan om met een drone beelden te maken van een festivalterrein waarvoor [rechtspersoon A] werkzaamheden verrichtte. De verdachte verklaarde dat inzicht in de opbouw van het terrein nuttig werd geacht voor toekomstige verbeteringen. Een collega van de verdachte (de productiemanager) had contact gehad met [rechtspersoon B] en ontving daarbij een voorbeeld van een vliegplan. Dat vliegplan is vervolgens door de verdachte en zijn collega aangepast aan de voorgenomen vlucht. Het exploitantennummer ‘NLD-[nummer]’ is daarbij niet aangepast. De verdachte verklaarde dat hij niet wist dat dit nummer toebehoorde aan een exploitant. Hij verklaarde tevens dat hij geen vlucht heeft uitgevoerd, omdat geen reactie werd ontvangen van de ILT. Uiteindelijk is ervoor gekozen om met een 360-gradencamera te voet over het terrein te lopen om de gewenste beelden te verkrijgen.

Beslissing

Naar het oordeel van het OM kan niet worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift in de zin van art. 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht en evenmin aan het opzettelijk gebruik maken van een vervalst geschrift in de zin van art. 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht.

Het vals opmaken van een geschrift veronderstelt een opzettelijke handeling, al dan niet in voorwaardelijke zin. Daarvan is in dit geval geen sprake geweest. Weliswaar correspondeert het exploitantennummer niet met de exploitant, maar het onderzoek wijst uit dat noch de verdachte noch zijn collega het betreffende nummer heeft opgenomen om de identiteit van de exploitant te verhullen of voor te doen dat er voor de operatie een vergunning bestond. Uit de e-mail van de verdachte aan de ILT, het bijgevoegde vliegplan en zijn verklaring tegenover de luchtvaartpolitie blijkt juist het tegendeel.

Door een gebrekkige kennis van de regelgeving meende de verdachte dat ook in de open categorie een ontheffing kon worden verkregen voor het vliegen in de Schiphol CTR. Daarnaast meende hij, mede op basis van informatie van een collega, dat een dergelijke ontheffing kon worden verkregen door het indienen van een vliegplan bij LVNL. Het als voorbeeld ontvangen vliegplan is daarom bewerkt en opnieuw ingediend.

Toen dat vliegplan werd afgewezen, heeft de verdachte contact opgenomen met de ILT om te vragen of langs die weg een ontheffing kon worden verkregen. Vanwege het uitblijven van een reactie, is uiteindelijk besloten de vlucht niet uit te voeren. Dit bevestigt naar het oordeel van het OM dat geen sprake is geweest van een verkeerde intentie.

De zaak is daarom geseponeerd.