Beslissing: 27 februari 2025 AP Noord-Holland
Categorie luchtvaartzaak: Onbemande luchtvaart
Formele relaties: -/-
Inhoudsindicatie: Vlucht met geleende drone in de nacht bij het gebouw van de Tweede Kamer, in een verboden zone en in strijd met de voorwaarden voor de open categorie. Verdenking van voorbereiding van een terroristisch misdrijf, waarvoor de verdachte acht dagen in voorlopige hechtenis heeft verbleven, blijkt na onderzoek ongegrond. Gelet op de impact daarvan zijn de luchtvaartovertredingen geseponeerd.
Beslissing OM
in de zaak tegen een bestuurder van een drone, hierna de verdachte.
Aanleiding onderzoek
Het onderzoek in deze zaak is gestart nadat door de politie, die op dat moment belast was met het bewaken en beveiligen van politiekgevoelige objecten, een voertuig was waargenomen dat stilstond met ingeschakelde gevarenlichten.
Verdenking strafbaar feit
Overtreding van art. 8 lid 1 juncto UAS.OPEN.060 lid 1 onder b bijlage I Verordening 2019/947 (niet naleven van de voorwaarden van de open categorie door de piloot op afstand), art. 5 aanhef onder b Regeling beperking of verbod uitoefening burgerluchtverkeer in bepaalde gebieden 2018 (vluchtuitvoering in verboden gebied voor burgerluchtvaart) en art. 18 lid 1 Besluit luchtverkeer 2014 (vluchtuitvoering buiten de daglichtperiode).
Feiten en omstandigheden
Op grond van het onderzoek stelt het OM vast dat de verdachte op [datum in het jaar] 2024, omstreeks 00.40 uur, vanaf [straat] in Den Haag met een drone heeft gevlogen. Hij bevond zich op dat moment naast het voertuig dat de politie was opgevallen en waarvan hij de bestuurder was. De verdachte verklaarde dat hij met een drone aan het vliegen was en haalde de drone vervolgens naar beneden. Hij vertelde dat aan het oefenen was met vliegen en liet de politie zien welke beelden hij had gemaakt.
De drone betreft een DJI Mini 4 (249 gram). De exploitant van de drone is een vriend van de verdachte, die zich als zodanig bij de RDW heeft geregistreerd. Uit de verklaring van de verdachte en zijn vriend begrijpt het OM dat de drone [een week eerder] aan de verdachte is uitgeleend, nadat instructies over het gebruik waren gegeven. De verdachte wilde de drone huren voor een vakantie in [land] en wilde voorafgaand daaraan oefenen met vliegen. In [die week] heeft de verdachte 16 vluchten gemaakt.
De vlucht in de nacht van [datum in het jaar] 2024 vond plaats in een no-fly-zone (aangeduid als EHP 26). De daglichtperiode was op dat moment ruimschoots voorbij. Bovendien bereikte de verdachte met de drone een hoogte van 300 meter, terwijl voor de open categorie geldt dat er niet hoger dan 120 meter mag worden gevlogen.
De door de verdachte gebruikte droneapp genereerde bij aanvang van de vlucht de melding dat het ‘beoogd vluchtgebied een uitgebreide waarschuwingszone’ betrof. Bij het overschrijden van de maximale vlieghoogte verscheen de melding ‘vluchthoogte overschrijdt 120 m’, met de waarschuwing dat dit ‘in strijd kan zijn met plaatselijke wet- en regelgeving’.
De verdachte heeft verklaard dat hij niet op de hoogte was van de geldende wet- en regelgeving. Dat uit onderzoek aan de drone bleek dat het ‘homepoint’ tweemaal was aangepast naar het dak van het tijdelijke gebouw van de Tweede Kamer, verklaarde hij doordat hij zich naast dat gebouw had bevonden en de drone de locatie niet goed zou hebben gedetecteerd.
Uit de vluchtgegevens volgt dat de drone boven het gebouw van de Tweede Kamer heeft gevlogen. Tijdens de vlucht zijn tien foto’s gemaakt van verlichte straten. Op één van deze foto’s is een deel van het gebouw zichtbaar.
Beslissing
Op grond van het voorgaande acht het OM bewezen dat sprake is geweest van drie overtredingen: het niet voldoen aan een voorwaarde van de open categorie, het vliegen in een verboden gebied en het vliegen buiten de daglichtperiode.
In luchtvaartrechtelijke zin betreft dit vrij ernstige overtredingen, maar ze verbleken bij de verdenking die op een gegeven moment ook naar voren kwam: voorbereiding van een terroristisch misdrijf. Na uitgebreid onderzoek is door het parket Den Haag geconcludeerd dat daarvoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bestaat.
De Richtlijn voor strafvordering luchtvaartwet- en regelgeving hanteert voor elk van de luchtvaartovertredingen als uitgangspunt een boete van € 250,--. Bij de overtreding van het niet voldoen aan de voorwaarden van de open categorie is opgemerkt dat daarbij maatwerk is geboden vanwege de variëteit. In dit geval is de maximale vlieghoogte ruim twee keer overschreden: in plaats van de toegestane 120 meter is een hoogte van 300 meter bereikt.
In beginsel acht het OM een totale boete van € 1.000,-- passend. In dit specifieke geval wijkt het OM daarvan af, omdat de verdachte door het feit en de gevolgen daarvan aanzienlijk is getroffen. In het kader van de verdenking van het voorbereiden van een terroristisch misdrijf heeft de verdachte acht dagen in voorlopige hechtenis verbleven, hetgeen begrijpelijkerwijs een diepe indruk op hem heeft gemaakt.
Het OM acht het gelet hierop niet opportuun om de verdachte voor de luchtvaartovertredingen te bestraffen of te vervolgen. De zaak ter zake van deze overtredingen is daarom geseponeerd.