Beslissing: 3 maart 2025 AP Noord-Holland
Categorie luchtvaartzaak: Kleine bemande luchtvaart
Formele relaties: -/-
Inhoudsindicatie: Sepot wegens ontbreken van strafbaarheid. In een stressvolle noodsituatie heeft de verdachte intuïtieve beslissingen genomen met een gefixeerd doel: veilig landen.
Beslissing OM
in de zaak tegen een gezagvoerder van een eenmotorig vliegtuig, hierna de verdachte.
Aanleiding onderzoek
Het onderzoek in deze zaak is gestart naar aanleiding van een melding van een luchtvaartongeval.
Verdenking strafbaar feit
Overtreding 5.3 van de Wet luchtvaart (zodanig deelnemen aan luchtverkeer dat daardoor personen of zaken in gevaar worden of kunnen worden gebracht).
Feiten en omstandigheden
Uit het onderzoek van de luchtvaartpolitie komt naar voren dat de verdachte op [datum in het jaar] 2024 als gezagvoerder van een eenmotorig vliegtuig (een amateurbouwluchtvaartuig in de zin van bijlage I van de Basisverordening en voorzien van registratienummer PH-[XXX]) een vlucht met een passagier heeft uitgevoerd van vliegveld [vliegveld 1] naar vliegveld [vliegveld 2].
Tijdens deze vlucht trad een ernstige motorstoring op. Dit heeft de verdachte omstreeks 11.56 uur lokale tijd via de radio gemeld aan de luchtverkeersleiding. De verdachte voegde daaraan toe dat hij hoogte hield, dat het nog ongeveer negen minuten naar [vliegveld 2] was en dat hij hoopte dit te halen. De luchtverkeersleiding heeft daarop de havendienst van vliegveld [vliegveld 2] geïnformeerd.
Uit de radarbeelden en de beelden van een camera die aan de staart van het vliegtuig was bevestigd, kan worden opgemaakt dat het vliegtuig op gebruikelijke manier is ingevoegd voor het luchtverkeerscircuit van baan [nummer] van vliegveld [vliegveld 2]. Het vliegtuig kwam hoger uit op het eindnaderingsbeen (final). Met een slippende vliegbeweging heeft de verdachte op dat moment kennelijk hoogte willen verliezen en, toen dat onvoldoende lukte, een doorstart gemaakt. Op ongeveer tweederde van de baan werd een bocht naar links gemaakt van 180 graden. Het vliegtuig rolde daarbij niet volledig terug naar de horizontale positie, maar hield een helling naar links aan. Het vliegtuig vloog daardoor dichter bij de baan dan gebruikelijk. Op ongeveer 100 meter voor het begin van de baan werd de linkerbocht verder ingedraaid. Aan het geluid is mogelijk te horen dat de motor in toerental terugviel, met vermogensverlies tot gevolg. De helling naar links werd steiler en bereikte een punt waarop het vliegtuig dreigde weg te zakken in een overtrokken toestand. Vervolgens is een corrigerende stuurbeweging naar rechts gemaakt (het rechter rolroer maakte een opwaartse beweging en het linker rolroer naar beneden).[1] Enkele tientallen meters boven de grond draaide het vliegtuig scherp naar rechts en kwam het in horizontale positie. De rechtervleugel raakte als eerste de grond, waarna het gehele vliegtuig met hoge snelheid de grond raakte en nog enkele tientallen meters doorschoof tot het tot stilstand kwam. Volgens de radarbeelden gebeurde dat omstreeks 12.09 uur.
De verdachte heeft tegenover de luchtvaartpolitie onder meer verklaard dat hij na de motorstoring, hoewel hem is aangeleerd om in een dergelijke situatie een voorzorgslanding te maken, heeft besloten door te vliegen omdat het vliegtuig bleef vliegen en hij ervan overtuigd was dat de afstand tot het vliegveld nog te overbruggen was. Daarbij speelde volgens de verdachte mee dat hij nadacht over de mogelijke gevolgen van een landing op vreemd terrein, ook voor de landeigenaar. De verdachte maakte gebruik van zijn eerdere ervaring als zweef- en deltavlieger, waarbij hij had geleerd dat ‘hoog vliegen, veilig vliegen is’. Om die reden kwam hij naar eigen zeggen te hoog aan bij [vliegveld 2]. Omdat hij te hoog zat en met een slippende beweging onvoldoende hoogte verloor, heeft hij de doorstart gemaakt. Wetende dat een noodsituatie was uitgeroepen en dat er geen ander verkeer op de baan was, heeft de verdachte besloten af te wijken van de normale procedure voor een doorstart. De doorstart werd uitgevoerd in een zogenoemde ‘eivorm’, waarbij de laatste bocht tamelijk steil was en de motor opnieuw haperde. Toen het vliegtuig over de linkervleugel begon weg te zakken, heeft de verdachte zijn passagier gevraagd zich vast te houden en vervolgens de vleugels recht gelegd en de neus iets opgetrokken.
Beslissing
De verdenking van art. 5.3 Wet luchtvaart, waarover de verdachte op 19 augustus 2024 als verdachte is gehoord, is destijds in beeld gekomen vanwege de wijze waarop hij de doorstart heeft ingezet. Daarbij is nadrukkelijk onderkend dat sprake was van een noodsituatie. Indien het noodzakelijk is in het belang van de veiligheid, mag een gezagvoerder afwijken van regels (zie art. 5.7 lid 2 Wet luchtvaart en SERA.2010 onder a Verordening 923/2012). Daarvan blijkt in dit geval sprake te zijn geweest. Uit de vastgestelde feiten en omstandigheden volgt dat de verdachte in een stressvolle situatie snelle, intuïtieve beslissingen heeft moeten nemen met een gefixeerd doel: veilig landen. Naar het oordeel van de luchtvaartofficier van justitie is daarom geen sprake geweest van strafbaar handelen. Sterker nog, toen het vliegtuig in een overtrokken toestand dreigde te raken, heeft de verdachte dit knap weten te herstellen.
Hoewel de sepotbeslissing reeds wordt gedragen door het ontbreken van strafbaarheid, merkt de luchtvaartofficier van justitie ten overvloede op dat ook andere omstandigheden aanleiding zouden hebben gegeven om van vervolging af te zien. Zo neemt zijn passagier, die net als de verdachte zelf ernstige verwondingen heeft opgelopen, hem het voorval niet kwalijk. Daarnaast betekent het ongeval voor de verdachte het verlies van een zelfgebouwd vliegtuig. De passagier heeft tegenover de luchtvaartpolitie verklaard dat hij weliswaar geen piloot is, maar dat zijn indruk is dat de verdachte alles heeft gedaan om veilig te landen. Naar het oordeel van de luchtvaartofficier van justitie is dat een terechte indruk.
[1] Het vliegtuig is voorzien van zogenoemde 'flaperons' die zowel de functie van een rolroer als welvingsklep vervullen. Hierdoor is het lastiger om te beoordelen hoe groot de stuurbeweging is geweest.