Beslissing: 25 maart 2025 AP Noord-Holland

Categorie luchtvaartzaak: Onbemande luchtvaart

Formele relaties: -/-

Inhoudsindicatie: Binnen anderhalve maand opnieuw drone-overtredingen in verboden havengebied. Recidive leidt tot verhoogd transactievoorstel.   

Beslissing OM

in de zaak tegen de exploitant en bestuurder van een drone, hierna de verdachte.

Aanleiding onderzoek

Deze zaak ziet op twee onderzoeken die zijn ingesteld naar aanleiding van het detecteren van een drone in een verboden zone.    

Verdenking strafbaar feit

Overtreding van art. 4 Regeling zonering onbemande luchtvaartuigen (uitvoeren van een vlucht in de open categorie in verboden havengebied), art. 18 lid 1 Besluit luchtverkeer 2014 (uitvoeren van een vlucht buiten de daglichtperiode) en art. 14 lid 8 Verordening 2019/947 (niet aanbrengen van het exploitantennummer op de drone).

Feiten en omstandigheden

Op grond van het onderzoek kan worden vastgesteld dat de verdachte op [datum 1 in het jaar] 2024 omstreeks 20.55 uur in [plaats 1] met een drone heeft gevlogen in een zone die verboden is voor de open categorie. Volgens het detectiesysteem werd een maximumhoogte van 112 meter bereikt. De daglichtperiode lag die dag tussen 07.13 uur en 19.50 uur.

De drone betrof een DJI Mavic 3 Pro (klasse C2, gewicht 958 gram). De verdachte stond als exploitant geregistreerd, maar het exploitantennummer was niet op de drone aangebracht.

Nadat de verdachte aanvankelijk had ontkend met de drone te hebben gevlogen, heeft hij dit later tegenover de Koninklijke Marechaussee erkend. De verdachte heeft toen verklaard dat zijn doel was om het binnenkomen van een schip te filmen. Hij heeft dat aanvankelijk met een vaste camera gedaan en vervolgens ook met zijn drone. Hij verklaarde te hebben geweten dat er verboden zones bij de havens waren. Daarnaast was hij ervan op de hoogte dat het niet toegestaan is om buiten de daglichtperiode te vliegen, maar stelde dat hij niet wist dat dit strafbaar was. 

Op [datum 2, anderhalve maand later] heeft de Koninklijke Marechaussee vastgesteld dat de verdachte omstreeks 10.14 uur opnieuw in verboden havengebied met een drone heeft gevlogen. Ditmaal vond de vlucht plaats in [plaats 2]. Volgens het detectiesysteem werd toen een maximale hoogte van 50 meter bereikt.

Bij deze vlucht is dezelfde drone gebruikt. Het exploitantennummer was ook toen niet aangebracht op de drone. In de tussentijd had de verdachte de drone op naam van zijn fotobedrijf gezet. De verdachte heeft verklaard dat hij wist dat het een verboden zone was, maar dat hij voor deze vlucht toestemming had gekregen van [haven]. Hij heeft daarbij niet gecontroleerd of deze vlucht was toegestaan via de GoDrone-app. Hij verklaarde daar te hebben gevlogen om een opdracht van een klant uit te voeren.

Overwegingen omtrent het bewijs

Voor zover de verdachte zich beroept op de vermeende toestemming die door [haven] is gegeven, overweegt de luchtvaartofficier van justitie dat deze toestemming het verbod om in een aangewezen zone te vliegen niet opheft. Dat verbod geldt onverkort, ongeacht eventuele toestemming van betrokken partijen. De verdachte moet als dronevlieger met deze regelgeving bekend worden geacht, zeker na het eerdere voorval.

Daarnaast hecht de luchtvaartofficier van justitie geen geloof aan de verklaring van de verdachte dat hij het exploitantennummer had aangebracht, maar dat dit telkens van de drone afvalt zonder dat hij dit heeft opgemerkt. De verdachte dient zich voorafgaand aan en tijdens iedere dronevlucht ervan te vergewissen dat hij aan alle regels voldoet. Daaronder valt ook dat hij de drone voorafgaand aan iedere vlucht controleert. Dit is de verantwoordelijkheid van de verdachte.

Beslissing

Uit de vastgestelde feiten en omstandigheden komt naar voren dat de verdachte tweemaal in een verboden zone heeft gevlogen met een drone waarop het exploitantennummer niet was aangebracht. Eén van deze vluchten vond bovendien plaats buiten de daglichtperiode.

In de Richtlijn voor strafvordering luchtvaartwet- en regelgeving zijn uitgangspunten opgenomen voor de straftoemeting van luchtvaartovertredingen. Voor zowel het vliegen in verboden zone, als het vliegen buiten de daglichtperiode wordt als uitgangspunt een boete van € 250,-- gehanteerd. Voor het vliegen met een drone zonder dat een exploitantennummer is aangebracht, geldt € 100,-- als uitgangspunt.

Dit zijn uitgangspunten voor first offenders. Bij het eerste voorval was de verdachte een first offender. Voor de drie overtredingen die de verdachte op die dag heeft gepleegd (vliegen in een verboden zone, vliegen buiten de daglichtperiode en vliegen zonder exploitantennummer) geldt daarom in totaal een boete van € 600,-- als uitgangspunt.

Bij het tweede voorval was de verdachte geen first offender meer. De verdachte was na het eerste voorval uitdrukkelijk gewaarschuwd. Desondanks heeft hij opnieuw gevlogen in een verboden zone en zonder exploitantennummer op de drone. Voor deze feiten acht de luchtvaartofficier van justitie een verdubbeling van de uitgangspunten op zijn plaats, wat leidt tot een bedrag van in totaal € 700,--.

De luchtvaartofficier van justitie ziet geen redenen om deze uitgangspunten naar beneden bij te stellen. Zij is dan ook van oordeel dat een totale boete van € 1.300,-- passend is.

Deze boete is verwerkt in een transactievoorstel van € 1.300,--. De verdachte heeft dit voorstel geaccepteerd.