Beslissing: 17 april 2025 AP Noord-Holland

Categorie luchtvaartzaak: Onbemande luchtvaart

Formele relaties: -/-

Inhoudsindicatie: Transactie voor het vliegen met een drone in een verboden havengebied na twee keer eerder te zijn gewaarschuwd

Beslissing OM

in de zaak tegen een exploitant en bestuurder van een drone, hierna de verdachte.

Aanleiding onderzoek

Het onderzoek in deze zaak is gestart nadat de Koninklijke Marechaussee een drone detecteerde in een no-fly-zone.

Verdenking strafbaar feit

Overtreding van art. 4 Regeling zonering onbemande luchtvaartuigen (uitvoeren van een vlucht met een drone in een verboden zone) en art. 14 lid 8 Verordening 2019/947 (niet aanbrengen van exploitantennummer op de drone). 

Feiten en omstandigheden

Op grond van het onderzoek kan worden vastgesteld dat de verdachte op [datum in het jaar] 2024 met een drone heeft gevlogen in de [haven]. Dit gebied is aangewezen als een geografische zone die is verboden voor vluchten in de open categorie, waarin de verdachte vloog. Die dag was het gebied bovendien een Tijdelijk Militair Object vanwege de operatie [operatie]. De verdachte was met zijn drone aan het vliegen om foto’s te maken van sleepboten die er aan het varen waren.

Bij zijn staandehouding verklaarde de verdachte desgevraagd dat hij GoDrone niet had geraadpleegd. Daarna bleek dat hij al twee keer was gewaarschuwd voor het vliegen in de verboden zone van de [haven]. Dat heeft de verdachte in zijn verhoor erkend. De eerste keer dat de hij werd gewaarschuwd was in 2020, de tweede keer in 2021 toen zijn drone een aanvaring had met een cruiseschip. De verdachte wist daarom dat het verboden was. Dat hij desondanks heeft gevlogen met een drone, heeft te maken met zijn hobby om boten te bekijken en vast te leggen.

De desbetreffende drone (een drone van het merk DJI, type Air 3) is eigendom van de verdachte. De verdachte heeft zich als exploitant geregistreerd bij de RDW, maar volgens het proces-verbaal heeft hij het exploitantennummer niet aangebracht op de drone. De verdachte is over dit laatste echter niet bevraagd door de verbalisant en op de foto van de drone in het proces-verbaal is niet te zien of het exploitantennummer wel of niet is aangebracht. Het OM laat deze overtreding daarom buiten beschouwing.

Beslissing

Op grond van het voorgaande kan worden bewezen dat de verdachte in een verboden zone heeft gevlogen met een drone.

In de Richtlijn voor strafvordering luchtvaartwet- en regelgeving zijn uitgangspunten opgenomen voor de straftoemeting van luchtvaartovertredingen. Voor het vliegen in een verboden zone is een boete van € 250,-- als uitgangspunt geformuleerd.

Dit zijn uitgangspunten voor ‘first offenders’. Als zodanig is de verdachte niet aan te merken. De verdachte is immers tot twee keer toe gewaarschuwd en wist dat het verboden was om in dit gebied te vliegen met een drone. Desondanks heeft hij ervoor gekozen te vliegen, waarbij hij zijn passie voor de scheepvaart boven de naleving van de regels heeft gesteld. Dit wordt de verdachte zwaar aangerekend.

Aan de opmerking van de verdachte dat hij zijn drone beter kan verkopen indien hij zich zo in de regelgeving moet verdiepen, wordt geen waarde gehecht. Het vliegen in een havengebied is al sinds jaar en dag verboden. De Rijksoverheid heeft bovendien veel aandacht besteed aan de regels op het gebied van drones. Het is de verantwoordelijkheid van de verdachte om zich in die regels te verdiepen.  

Alles afwegende is het OM van oordeel dat in dit geval een boete van € 750,-- op zijn plaats is voor het vliegen in de verboden zone.

Deze boete is vertaald naar een transactievoorstel van € 750,--. Dit voorstel is door de verdachte geaccepteerd.