Beslissing: 17 april 2025 AP Noord-Holland
Categorie luchtvaartzaak: Onbemande luchtvaart
Formele relaties: -/-
Inhoudsindicatie: Transactie voor het vliegen in een havengebied, buiten de daglichtperiode en zonder registratie als exploitant
Beslissing OM
in de zaak tegen een exploitant en bestuurder van een drone, hierna de verdachte.
Aanleiding onderzoek
Het onderzoek in deze zaak is gestart naar aanleiding van een melding van de Douane.
Verdenking strafbaar feit
Overtreding van art. 4 Regeling zonering onbemande luchtvaartuigen (uitvoeren van een vlucht met een drone in een verboden zone), art. 18 lid 1 Besluit luchtverkeer 2014 (uitvoeren van een vlucht buiten de daglichtperiode) en art. 14 lid 5 en 8 Verordening 2019/947 (niet registreren als exploitant van de drone en niet aanbrengen van exploitantennummer op de drone).
Feiten en omstandigheden
Op grond van het onderzoek kan worden vastgesteld dat de verdachte op [datum in het jaar] 2024, omstreeks 21.05 uur, in het havengebied van [plaats] met een drone heeft gevlogen om schepen te filmen. Dit gebied betreft een geografische zone die verboden is voor vluchten in de open categorie. De daglichtperiode lag die dag tussen 07.26 uur en 19.37 uur.
De desbetreffende drone (een drone van het merk DJI, type Mini 3 Pro) is eigendom van de verdachte. De verdachte heeft zich niet als exploitant geregistreerd bij de RDW en heeft evenmin het exploitantennummer op de drone aangebracht.
De verdachte heeft verklaard dat hij er niet van op de hoogte was dat hij zich moest registreren als exploitant en evenmin dat het niet is toegestaan om in dit gebied of buiten de daglichtperiode te vliegen.
Beslissing
Op grond van het voorgaande kan worden bewezen dat de verdachte vier overtredingen heeft gepleegd: (1) het vliegen met een drone in een verboden zone, (2) buiten de daglichtperiode, (3) zonder als exploitant te zijn geregistreerd en (4) zonder het exploitantennummer op de drone te hebben aangebracht.
In de Richtlijn voor strafvordering luchtvaartwet- en regelgeving zijn uitgangspunten opgenomen voor de straftoemeting van luchtvaartovertredingen. Voor de eerste twee overtredingen is telkens een boete van € 250,-- als uitgangspunt geformuleerd, voor de laatste twee een boete van € 100,--.
De overtreding van het niet aanbrengen van het exploitantennummer wordt buiten beschouwing gelaten, omdat deze ligt besloten in het niet registreren als exploitant. Bovendien leert navraag bij de luchtvaartpolitie dat de verdachte zich kort na zijn verhoor alsnog als exploitant heeft ingeschreven bij de RDW en de luchtvaartofficier van justitie gaat ervan uit dat hij het exploitantennummer inmiddels eveneens op de drone heeft aangebracht.
Voor het overige bestaat geen aanleiding om van de uitgangspunten af te wijken. In totaal is daarom naar haar oordeel een boete van € 600,-- op zijn plaats (een boete van € 250,-- voor het vliegen in een verboden zone, een boete van € 250,-- voor het vliegen buiten de daglichtperiode en een boete van € 100,-- voor het vliegen zonder als exploitant te zijn geregistreerd).
Deze boete is vertaald naar een transactievoorstel van € 600,--. Dit voorstel heeft de verdachte geaccepteerd.