Beslissing: 29 april 2025 AP Noord-Holland
Categorie luchtvaartzaak: Onbemande luchtvaart
Formele relaties: ELOM:2025:026; ELOM:2025:033
Inhoudsindicatie: Geen betrokkenheid bij dronevlucht. Achteraf ten onrechte als verdachte aangemerkt.
Beslissing OM
in de zaak tegen een betrokkene bij een dronevlucht, hierna de verdachte [A].
Aanleiding onderzoek
Het onderzoek in deze zaak is gestart nadat een hoofdagent een drone bij het politiebureau zag vliegen.
Verdenking strafbaar feit
Overtreding van art. 7 lid 1 Regeling onbemande luchtvaartuigen (vliegen met een drone in de open categorie in de [aanduiding] CTR) en art. 3 lid 1 aanhef onder x Regeling zonering onbemande luchtvaartuigen (vliegen met een drone in de open categorie in een verboden zone rondom [ziekenhuis]).
Feiten en omstandigheden
Op grond van het onderzoek kan worden vastgesteld dat op [datum in het jaar] 2024 met een drone is gevlogen boven de binnenplaats van het politiebureau aan [adres] te [plaats] en boven de parkeerplaats van een nabijgelegen beslaghuis. Nadat de drone richting het toegangshek van het beslaghuis vloog, werd kennelijk een politieagent gezien (deze liep op dat moment in de richting van de drone). De drone draaide om en vloog een woonwijk in. De politieagent is direct ter plaatse gegaan en heeft daar wegrijdende auto staande gehouden. De verdachte [A] bevond zich samen met twee anderen in deze auto. In de auto waren twee drones aanwezig. Met een van de drones was de vlucht uitgevoerd.
Uit het onderzoek komt naar voren dat de verdachte [A] niet met de drone heeft gevlogen. Sterker nog, [A] heeft verklaard boos te zijn geworden op het idee van [B] en [C] om met een drone te kijken of een in beslag genomen auto nog bij het beslaghuis stond. [A] heeft zich dan ook afzijdig gehouden.
Beslissing
Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van het OM dat [A] ten onrechte als verdachte is aangemerkt. De zaak is daarom geseponeerd.