Beslissing: 15 mei 2025 AP Noord-Holland

Categorie luchtvaartzaak: Onbemande luchtvaart

Formele relaties: -/-

Inhoudsindicatie: Transactie voor vliegen met drone in verboden zone en tijdelijk gebied met beperkingen.

Beslissing OM

in de zaak tegen een exploitant en bestuurder van een drone, hierna de verdachte.

Aanleiding onderzoek

Het onderzoek in deze zaak is gestart na een detectie van een drone door de Koninklijke Marechaussee (hierna: KMar).

Verdenking strafbaar feit

Overtreding van 9 Besluit luchtverkeer 2014 (vliegen in een tijdelijk gebied met beperkingen) en art. 6 lid 2 aanhef onder a Regeling onbemande luchtvaartuigen (binnen een afstand van 25 meter een vlucht uitvoeren met een drone in de subcategorie A1 of A2).

Feiten en omstandigheden

Op grond van het onderzoek kan worden vastgesteld dat de verdachte op [datum in het jaar] 2024 bij het treinstation te [plaats] met een drone heeft gevlogen. Deze drone was gedetecteerd op een hoogte van 92,60 meter in de tijdelijke no-fly-zone. Op hetzelfde moment waren er vliegtuigen [in het kader van een herdenking] aan het vliegen; deze vliegtuigen vlogen op 300 meter hoogte over de oostzijde van [plaats] heen. Tegenover de KMar verklaarde de verdachte dat hij met de drone aan het vliegen was om deze vliegtuigen te kunnen spotten.

De drone betrof een DJI Mini 2 (249 gram). De vlucht valt binnen de open categorie. De verdachte vloog echter binnen een verboden zone en bovendien binnen 25 meter van een spoorlijn, wat eveneens verboden is.

In het verhoor van de verdachte op 4 maart 2025 verklaarde hij dat hij in eerste instantie niet op het station wilde gaan staan met de drone, maar de uitgang was geblokkeerd met mensen. Toen hij zijn trein had gemist, is hij naar het uiteinde van het perron gegaan om de niet in de nabijheid van anderen te staan. De verdachte heeft de drone daar verticaal laten opstijgen om te kijken of hij een foto kon maken. Toen de vliegtuigen dichterbij kwamen, heeft hij de drone direct laten landen.

Beslissing

In de Richtlijn voor strafvordering luchtvaartwet- en regelgeving zijn uitgangspunten opgenomen voor de straftoemeting. Voor het vliegen met een drone in verboden zone is een boete van € 250,-- als uitgangspunt geformuleerd. Hetzelfde uitgangspunt is opgenomen voor het vliegen in de directe nabijheid van een spoorlijn.

De luchtvaartofficier van justitie heeft de indruk gekregen dat de verdachte in een opwelling is gaan vliegen met een drone en zichzelf direct heeft gecorrigeerd toen de vliegtuigen dichterbij kwamen. Dat neemt niet weg dat de verdachte had kunnen en moeten bedenken dat een dergelijke vlucht niet was toegestaan. Daar komt bij dat het op die locatie, gelet op de nabijheid van de spoorlijn, in het geheel niet is toegestaan om met een drone te vliegen. 

Na afweging van alle omstandigheden acht de luchtvaartofficier van justitie een boete van € 300,-- passend.

Deze boete is vertaald naar een transactievoorstel van € 300,--. Dit voorstel heeft de verdachte geaccepteerd.