Beslissing: 16 oktober 2025 AP Noord-Holland

Categorie luchtvaartzaak: Onbemande luchtvaart

Formele relaties: -/-

Inhoudsindicatie: Dronevlucht boven mensenmenigte, tot 269 meter hoogte en zonder voortdurend zicht op de drone. Vlucht valt daardoor niet in de open maar in de specifieke categorie. Geen exploitatievergunning en niet als exploitant geregistreerd. Transactie € 600,--.

Beslissing OM

in de zaak tegen een exploitant en bestuurder van een drone, hierna de verdachte.

Aanleiding onderzoek

Het onderzoek in deze zaak is gestart naar aanleiding van dronedetectie.

Verdenking strafbaar feit

Overtreding van art. 5 lid 1 Uitvoeringsverordening 2019/947 (het uitvoeren van een vlucht met een drone in de specifieke categorie zonder de vereiste vergunning)[1] en art. 14 lid 5 en 8 Verordening 2019/947 (respectievelijk het uitvoeren van een vlucht met een drone zonder als exploitant te zijn geregistreerd en het niet aanbrengen van het exploitantennummer op de drone).[2]

Feiten en omstandigheden

Op [datum] 2025 vond het evenement [evenement] plaats. Op grond van het onderzoek kan worden vastgesteld dat de verdachte tijdens dat evenement met een drone heeft gevlogen. Het betrof een drone van het merk DJI, type Mavic Air 2.

Deze drone is door het detectiesysteem van de politie omstreeks 10.53 uur gedetecteerd. De drone vloog op dat moment op een hoogte van 269 meter. Omstreeks 10.58 uur vloog de drone op een hoogte van 41 meter en omstreeks 11.00 uur op een hoogte van 2 meter. Gezien de afstand tussen de positie van de drone en de positie van de verdachte, alsmede de aanwezigheid van tussenliggende gebouwen, heeft de verdachte de drone niet voortdurend in het zicht gehad.

De drone vloog boven een grote mensenmenigte, boven een spoorlijn en boven de autosnelweg Rijksweg A10, die op dat moment in gebruik was als evenemententerrein. Gelet op het type drone werd bovendien te dicht bij gebouwen gevlogen.[3] 

De vlucht voldeed daarmee niet aan alle voorwaarden voor de open categorie, zoals omschreven in art. 4 lid 1 Uitvoeringsverordening 2019/947. De drone is niet op een veilige afstand van mensen gehouden en er is boven een bijeenkomst van mensen gevlogen. Bovendien heeft de verdachte hoger gevlogen dan de toegestane 120 meter en heeft hij de drone niet voortdurend in het zicht gehouden. De vlucht viel daarom in de specifieke categorie, waarvoor de verdachte op grond van art. 5 lid 1 een exploitatievergunning moest hebben. Over zo’n vergunning beschikte hij niet.

Uit het register van de RDW blijkt dat de verdachte zich evenmin als exploitant van de drone had geregistreerd.

De verdachte heeft tegenover de politie verklaard dat hij ervan was uitgegaan dat het toegestaan was om daar te vliegen. Hij had een vliegbewijs voor de drone behaald, de drone-app had geen melding gegeven en hij had op een website gelezen dat het gecontroleerde luchtruim verkleind zou worden. Hij dacht daarom dat deze aanpassing al was ingegaan. Hij meende rekening te hebben gehouden met de aanwezige mensenmenigte, maar erkende dat hij de drone niet voortdurend in het zicht had gehad. Verder verklaarde hij dat hij de drone ongeveer zes jaar in bezit heeft, zich niet als exploitant heeft geregistreerd en met de drone voornamelijk op vakanties vliegt.

Beslissing

Op grond van het voorgaande kunnen naar het oordeel van het OM twee overtredingen worden vastgesteld: het vliegen in de specifieke categorie zonder exploitatievergunning en het niet geregistreerd zijn als exploitant.[4]

De Richtlijn voor strafvordering voor luchtvaartwet- en regelgeving neemt een boete van € 250,-- als uitgangspunt voor het uitvoeren van een vlucht in de specifieke categorie. Daarbij is opgemerkt dat maatwerk is geboden vanwege de verschillende voorwaarden die kunnen zijn overtreden. Deze zaak geeft aanleiding tot dergelijk maatwerk. De verdachte heeft tot een hoogte van 269 meter gevlogen, boven een bijeenkomst van mensen en zonder de drone voortdurend in het zicht te houden. Deze gedragingen kunnen gevaar voor personen en het overige verkeer met zich meebrengen.

Voor het niet voldoen aan de registratieverplichting geldt een boete van € 100,-- als uitgangspunt.

Het OM acht het zorgelijk dat de verdachte de drone al ongeveer zes jaar in bezit heeft en daarmee ook op vakanties vliegt, maar zich niet als exploitant had geregistreerd. Daarnaast blijkt uit de wijze waarop de vlucht is uitgevoerd dat hij zich onvoldoende op de hoogte had gesteld van de voorwaarden waaronder in de open categorie mag worden gevlogen.

Alles afwegende acht het OM een boete van € 500,-- passend voor het vliegen in de specifieke categorie zonder exploitatievergunning en een boete van € 100,-- voor het niet geregistreerd zijn als exploitant. Bij het bepalen van de hoogte van de geldboete heeft het OM in matigende zin rekening gehouden met de beperkte draagkracht van de verdachte, waarover hij heeft verklaard.

Het OM heeft deze boetes vertaald in een transactievoorstel van in totaal € 600,--. De verdachte heeft dit voorstel geaccepteerd.

[1] Als de vlucht zou hebben voldaan aan de voorwaarden voor de open categorie, zou in plaats van deze verdenking een verdenking bestaan van overtreding van art. 6 lid 1 Regeling onbemande luchtvaartuigen (het uitvoeren van een vlucht met een drone boven of in de nabijheid van een spoorlijn) en art. 7 lid 1 Regeling onbemande luchtvaartuigen (het uitvoeren van een vlucht met een drone in de Schiphol CTR).

[2] De door de politie genoemde verdenking van art. 8 lid 2 Uitvoeringsverordening 2019/947 juncto UAS.SPEC.060 lid 1 onder b (het uitvoeren van een vlucht met een drone zonder te beschikken over een bewijs van passende vaardigheden voor de specifieke categorie) vloeit rechtstreeks voort uit de verdenking van art. 5 lid 1 Uitvoeringsverordening 2019/947. Omdat het de intentie van de verdachte was om in de open categorie te vliegen en hij daarvoor een vliegbewijs heeft, heeft het OM deze verdenking laten rusten. 

[3] Dit type drone heeft geen Cx-label. Met ingang van 1 januari 2024 is een dergelijk Cx-label verplicht, ook voor drones die eerder zijn aangeschaft. Zonder zo’n Cx-label valt een drone zoals deze vanwege zijn gewicht automatisch in subcategorie A3. Een van de voorwaarden voor het vliegen in die subcategorie is dat minstens een horizontale afstand van 150 meter tot woon-, handels-, industrie- of recreatiezones in acht wordt genomen. Zie UAS.OPEN.040 lid 2 Uitvoeringsverordening 2019/947.

[4] Het niet aanbrengen van het exploitantennummer op de drone vloeit rechtstreeks voort uit het niet voldoen aan de registratieverplichting. Het OM heeft deze verdenking daarom laten rusten.