Collaboration with Justice in the Netherlands, Germany, Italy and Canada A comparative study on the provision of undertakings to offenders who are willing to give evidence in the prosecution of others – 2017

Een van de meer verstrekkende onderzoeksmethoden binnen het strafproces is het instrument van afspraken met getuigen, het instrument waarbij toezeggingen worden gedaan aan potentiële getuigen die zelf ook van een of meer strafbare feiten worden verdacht dan wel daarvoor zijn veroordeeld, teneinde hen over te halen om met justitie samen te werken door als getuige een (belastende) verklaring af te leggen in andermans strafzaak. Hoewel dit instrument doorgaans wordt beschouwd als een bruikbaar middel om door te dringen tot de hogere regionen van een criminele organisatie, is het ook een tot op zekere hoogte controversieel instrument, nu het inhoudt dat bepaalde voordelen worden toegezegd aan personen die zelf ook worden verdacht van of schuldig zijn bevonden aan een of meer strafbare feiten. Hierdoor ontstaan niet alleen risico’s voor de betrouwbaarheid van de afgelegde verklaringen, maar ook voor de integriteit van de procedure en voor de strafrechtspleging als geheel. Dit onderzoek beoogt inzicht te bieden in de regelingen voor het doen van toezeggingen aan getuigen in ruil voor verklaringen in diverse landen – Nederland, Duitsland, Italië en Canada – , met de meer specifieke bedoeling om uit de onderlinge vergelijking vervolgens lessen te kunnen trekken voor de Nederlandse regeling.

Nederland kent sinds 2006 een wettelijke regeling voor het doen van toezeggingen aan getuigen ten behoeve van de opsporing en vervolging van strafbare feiten.

In juli 2013 stuurde de toenmalige Minister van Veiligheid en Justitie een brief aan de Tweede Kamer waarin hij aangeeft het in het kader van de effectieve bestrijding van georganiseerde criminaliteit noodzakelijk te achten ‘de mogelijkheden uit te breiden voor het werken met burgers die zelf actief zijn – of zijn geweest – in de groepering waarnaar onderzoek wordt gedaan, of die in nauwe relatie staan tot leden van die groepering’. Het thans geldende strikte wettelijke kader van toezeggingen aan getuigen wordt als te beperkend ervaren, aldus de minister. Om die reden kondigde hij aan een wetsvoorstel voor te bereiden ‘dat ziet op een verruiming van de onderhandelingsmogelijkheden van het OM, om in uitzonderingsgevallen meer te kunnen toezeggen dan nu mogelijk is’. Bij wijze van voorbeeld noemt de minister het toezeggen van meer dan de helft aan strafvermindering (hetgeen het huidige maximum is) – zonder dat dit zou neerkomen op het toezeggen van volledige strafrechtelijke immuniteit – of het doen van een financiële tegemoetkoming (hetgeen op dit moment niet is toegestaan). Ook geeft de minister aan het instrument van toezeggingen aan getuigen te willen inzetten bij meer delicten dan thans mogelijk is op grond van de wettelijke regeling.

Het meer specifieke doel van dit onderzoek is dan ook gelegen in het trekken van lessen uit de rechtsvergelijking voor Nederland, teneinde zodoende bij te dragen aan beantwoording van de vraag of de bestaande wettelijke regeling al dan niet zou moeten worden aangepast. Gezien het feit dat het door de minister in 2013 in het vooruitzicht gestelde wetsvoorstel de reikwijdte van het instrument van toezeggingen aan getuigen beoogt te verruimen, lag het bij de selectie van landen voor de rechtsvergelijking het meest voor de hand te kiezen voor landen waar de mogelijkheden tot het doen van toezeggingen aan getuigen op het eerste gezicht ruimer leken. Dit is het geval in Duitsland, Italie en Canada.