Ieder kind heeft recht op onderwijs. Dit volgt onder meer uit artikel 28 van het Internationaal Verdrag Inzake de Rechten van het Kind. Onderwijs stelt kinderen in staat zich zo goed mogelijk te ontwikkelen ter voorbereiding op een verantwoord leven in de samenleving. Schoolverzuim kan een signaal zijn voor achterliggende problematiek bij jongeren. Bovendien kan het een risicofactor zijn voor het voortijdig verlaten van de school en het afglijden in de criminaliteit.
Om ervoor te zorgen dat kinderen naar school gaan staat een integrale aanpak voorop. Samenwerking tussen scholen, ouders, betrokken instanties en jongeren kan voorkomen dat leerplichtige jongeren – te - lang verzuimen, met problemen rondlopen of zonder startkwalificatie de school verlaten. Het halen van een startkwalificatie is in het belang van de jongeren zelf en in het belang van onze samenleving.
Naast deze integrale aanpak kan schoolverzuim op basis van de Leerplichtwet leiden tot strafrechtelijk optreden tegen zowel de ouders als hun minderjarige kind. Bij een niet naar schoolgaand kind jonger dan 12 jaar kunnen de ouders zich bij de officier moeten verantwoorden. Ouders kunnen bovendien een procesverbaal krijgen wanneer ze hun kind onder schooltijd meenemen op vakantie.
Aanpak
Bij de aanpak van schoolverzuim is het belangrijk dat snel stappen worden gezet om (langdurige) schooluitval te voorkomen. Een eenduidige aanpak en duidelijkheid over wie wat doet in welke fase helpt daarbij. Deze aanpak is beschreven in de Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS). De MAS is samen met het werkveld in 2017 ontwikkeld door Halt, het Openbaar Ministerie, de Raad voor de Kinderbescherming en Ingrado om (langdurig) schooluitval te voorkomen.
De MAS beschrijft in een stappenplan vier routes bij meldingen van ongeoorloofd verzuim:
- vrijwillige jeugdhulp
- HALT-interventie
- dwang in civielrechtelijk- of in
- strafrechtelijk kader.
Bij verzuim met achterliggende problematiek staat de inzet van jeugdhulp voorop en wordt het strafrecht terughoudend ingezet. Dit sluit aan bij de visie van het VN Kinderrechtencomité dat al eerder heeft aangegeven dat het onwenselijk is om probleemgedrag als spijbelen, wat vaak het resultaat is van psychologische en/of sociaaleconomische problemen, strafbaar te stellen.
Vrijstelling vanwege richtingsbezwaren
In sommige gevallen kan er vrijstelling gevraagd worden van de leerplichtwet. Bijvoorbeeld vanwege ziekte of ‘richtingsbedenking’. Dit laatste betekent dat er volgens de ouders geen scholen in de nabije omgeving zijn, die aansluiten bij hun geloofsovertuiging of levensopvatting (artikel 5b van de leerplichtwet). Het aanvragen van deze vrijstelling, wordt beoordeeld door de leerplichtambtenaar van de gemeente.
In 2025 heeft het OM tijdelijk deze zaken niet meer vervolgd, omdat er te weinig juridische houvast was om deze zaken te vervolgen. De Hoge Raad heeft in een arrest van 21 april 2026 het toetsingskader voor beroepen wegens richtingsbezwaren verduidelijkt en aangescherpt. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan nog met succes een beroep op artikel 5b van de Leerplichtwet worden gedaan.
Samen met Ingrado (de beroepsvereniging voor leerplichtambtenaren), de VNG en het ministerie van OCW heeft het OM een handreiking opgesteld, waarin staat dat alle nieuwe beroepen op vrijstelling wordt getoetst op basis van de uitspraak van de Hoge Raad. Dit betekent dat deze vrijwel in alle gevallen zullen worden afgewezen door de leerplichtambtenaar. Als ouders desondanks kinderen niet inschrijven voor een school, maakt de leerplichtambtenaar een proces-verbaal op zal het OM deze zaken vervolgen. Voor al langer lopende vrijstellingen geldt in het schooljaar 2026-2027 een overgangsregeling.
Lees meer op www.ingrado.nl
