In de rechtszaal

In de rechtszaal klaagt de officier van justitie een verdachte aan namens de samenleving. Hij vertelt tijdens de zitting waarvoor de verdachte terecht moet staan. Daarna neemt de rechter de tijd om de verdachte te ondervragen over de zaak. Ook de officier van justitie en de advocaat van de verdachte krijgen de gelegenheid vragen te stellen. Dan houdt de officier zijn requisitoir: hij vertelt de rechter wat hij van de zaak vindt en eist een straf. Een ­advocaat verdedigt daarop de verdachte in een pleidooi. De verdachte zelf heeft het laatste woord.

In de strafeis houdt de officier van justitie rekening met de belangen van alle partijen. De belangen van de verdachte, die recht heeft op een passende straf en aandacht voor persoonlijke omstandigheden. De belangen van slachtoffers en nabestaanden, die genoegdoening willen en vergoeding van eventuele schade. En de belangen van de samenleving als geheel: veiligheid, vertrouwen en rechtvaardigheid.

In veel strafzaken speelt psychische, emotionele en verstandelijke problematiek. De officier van justitie laat zich in zulke gevallen adviseren door bijvoorbeeld de reclassering, kinderbescherming of een zorginstelling.

Met alle verschillende belangen in het achterhoofd komt de officier van justitie tot een eis die hij passend en rechtvaardig vindt.

Als de officier van justitie in de rechtszaal het woord voert, staat hij altijd. De rechter, die recht tegenover de ­verdachte zit, blijft altijd zitten. Om die reden worden leden van het OM ook wel de staande magistratuur genoemd. De rechters vormen de zittende magistratuur.