Let op!
- 26-08-2025
- 09:00
- Gerechtshof Den Bosch
Een Vlissinger staat in hoger beroep terecht voor de moord op de Vlissingse drugsdealer Joost van der Linden. Het slachtoffer werd ergens tussen 6 en 11 oktober 2010 in Vlissingen om het leven gebracht. Het slachtoffer werd gewurgd met een usb-kabel en geslagen.
Volgens de vriendin van B. had het slachtoffer drugs bij haar afgeleverd en probeerde hij haar aan te randen. De vriendin legde een bekennende verklaring af, maar werd in hoger beroep vrijgesproken.
B. kreeg in 2011 vijf maanden cel opgelegd voor het helpen van zijn vriendin met het wegwerken van sporen van het misdrijf. De ouders van Joost van der Linden startten een art. 12 procedure, waardoor B. vervolgens alsnog werd vervolgd voor het doden van Van der Linden.
De rechtbank in Middelburg legde de verdachte op 1 maart 2021 een gevangenisstraf van negen jaar op. Het OM had tijdens die rechtszaak vrijspraak geëist om gebrek aan bewijs. Het OM ging desondanks niet in hoger beroep, de verdachte deed dat wel.
Aanvankelijk was zijn vriendin hoofdverdachte in deze zaak. Na te zijn vrijgesproken door de rechtbank in Middelburg, veroordeelde het Hof haar tot acht jaar cel. Uiteindelijk werd ze in Den Haag vrijgesproken van moord. Hoewel het OM haar bleef zien als hoofdverdachte, kan ze niet meer vervolgd worden voor moord.
De man werd eerder tot vijf maanden cel veroordeeld omdat hij de toenmalige hoofdverdachte, zijn vriendin, zou hebben geholpen met het laten verdwijnen van het lichaam. De familie van het slachtoffer begon een artikel 12-procedure omdat het OM besloot niet tot vervolging van de man over te gaan. De rechter verplichtte het OM daarna weer tot vervolging.