De officier van justitie heeft vandaag celstraffen geëist tegen twee jonge mannen die ervan verdacht worden op 28 december 2018 een auto in brand te hebben gestoken in de Bevinlaan in de Utrechtse wijk Kanaleneiland. De twee konden worden aangehouden dankzij extra surveillance van de politie en de inzet van een drone.

In de maanden november en december vonden er geregeld autobranden plaats in Utrecht, met name in de wijken Overvecht en Kanaleneiland. De opsporing van dit soort feiten is niet makkelijk en om die reden was er gedurende die tijd extra inzet door de politie. Toen de auto op de Bevinlaan om ongeveer kwart over elf ’s avonds in brand was gestoken en de twee verdachten er vandoor gingen op een witte scooter, slaagde de politie erin de verdachten te volgen met camerabeelden, warmtebeelden en voertuigen. Het tweetal werd uiteindelijk aangehouden bij een coffeeshop op de Croeselaan.

Op de zitting vandaag verklaarden de twee 22-jarige verdachten dat ze niets met de autobrand te maken hadden. De officier van justitie vond bewezen dat de twee de Volkswagen Polo op de Bevinlaan in brand hadden gestoken. Direct na de brand meldde een agent die ooggetuige was van de brandstichting, het signalement van de scooter en de twee mannen. Vanaf dat moment is de scooter met de vluchtende mannen steeds in het oog gehouden. Zodoende vond de officier dat er sprake was van een heterdaad situatie. Hij sprak van ernstige strafbare feiten die voor veel maatschappelijke onrust zorgden. Ook is het zo dat de straffen voor het stichten van autobranden zwaarder worden.

Tegen de verdachte die verantwoordelijk wordt gehouden voor het daadwerkelijk in brand steken van de auto eiste hij een gevangenisstraf van negen maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk. Als voorwaarden eiste hij een meldplicht, ambulante behandeling en meewerken aan begeleiding. Ook moet deze verdachte nog een straf van twee weken uitzitten die zijn opgelegd als voorwaardelijk van een eerder opgelegde straf. Tegen de andere verdachte, die de scooter bestuurde en daarmee medeplichtig is, eiste hij volgens het adolescentenstrafrecht 150 dagen jeugddetentie waarvan 85 dagen voorwaardelijk. Als bijzondere voorwaarden eiste hij een meldplicht, een contactverbod met de medeverdachte, een locatieverbod, elektronische detentie, meewerken aan schuldhulpverlening en aan een behandeling. Ook kan de vordering van de benadeelde partij worden toegewezen.

In tegenstelling tot voorgaande jaren heeft de politie een aantal brandstichtingen van auto’s weten op te sporen. Vrijdag 5 april staan er twee verdachten op zitting voor zestien brandstichtingen van auto’s in Utrecht en Nieuwegein. Ook op 11 en 12 april en 14 juni worden bij de rechtbank Midden-Nederland zaken behandeld van brandstichtingen van auto’s.