Bij een geldautomaat wordt het slachtoffer beroofd en uit het niets gestoken

Het Openbaar Ministerie eiste maandag 4 jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging voor een straatroof waarbij de verdachte meermalen op het slachtoffer heeft ingestoken.

pinnen
Beeld: Mediatheek Rijksoverheid

Op 4 januari 2020 vertrekt de verdachte op zijn fiets van huis met een mes bij zich. Op dezelfde dag is het slachtoffer bij een geldautomaat om te pinnen. Hij treft daar de verdachte op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Het slachtoffer wordt beroofd en gestoken en houdt hieraan zwaar lichamelijk letsel over waar hij zijn leven lang aan zal worden herinnerd. 

Afpersing met grof geweld 

De verdachte probeert het slachtoffer onder bedreiging zijn geld af te pakken. Onmiddellijk hierna wordt het slachtoffer meermalen door de verdachte gestoken in zijn bovenlichaam. Zelfs als het slachtoffer probeert te ontsnappen, wordt hij door de verdachte tegengehouden. 

Het is een wonder dat het slachtoffer de straatroof heeft overleefd. Het had een ieder die op dat moment bij de geldautomaat stond kunnen overkomen. De willekeur en het grove geweld dat verdachte heeft gebruikt tegen een onschuldige en toevallig aanwezige bij de geldautomaat, vraagt om een zware straf, aldus de officier van justitie. 

DNA op handschoenen 

De verdachte ontkent de feiten in eerste instantie. Later past hij zijn verklaring aan en zegt dat hij het zich niet kan herinneren, omdat hij in een psychose zat. De officier geeft aan dat het duidelijk is dat de verdachte de straatroof heeft begaan en dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is. Verdachte wordt op de camerabeelden door diverse personen (bekenden en onbekend gebleven personen) herkend. De kleding die verdachte aan had tijdens de straatroof komt overeen met de kleding die bij hem thuis is aangetroffen, een huis (slaapkamer) waar alleen hij toegang toe heeft. Ook de fiets van de dader op de beelden komt op veel unieke punten overeen met de fiets van verdachte. Tenslotte wordt het DNA van het slachtoffer aangetroffen op de handschoenen van verdachte. De officier is van oordeel dat het hier gaat om een poging doodslag. 

De psychiater heeft gerapporteerd dat het aannemelijk is dat de verdachte tijdens het begaan van de straatroof psychotisch was, aangezien verdachte bijna continu psychotisch is. De psycholoog geeft aan dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is. Gelet op de ernstige en psychiatrische problematiek van verdachte is een behandeling aangewezen. De officier van justitie is van oordeel dat er een zeer groot herhalingsgevaar is en de samenleving tegen de verdachte moet worden beschermd. De officier van justitie vraagt de rechtbank om oplegging van een gevangenis straf van 4 jaar en tbs met dwangverpleging. De rechtbank doet over twee weken uitspraak.