Het Openbaar Ministerie (OM) eist gevangenisstraffen tot 14 maanden cel tegen vier verdachten in de leeftijd van 38 tot 62 jaar, uit Zevenhuizen, Vlaardingen, Zwartsluis en Hellevoetsluis. Ze worden verdacht van poging tot grootschalige fraude met olieopslag op het haventerrein. Volgens het OM hebben de verdachten bewust, planmatig en gedurende langere tijd oliehandelaren proberen op te lichten.

 

De zaak kwam aan het rollen toen de verdachten probeerden een koper te overtuigen om 2 miljoen barrels ruwe olie aan te schaffen ter waarde van ongeveer van 150 miljoen euro, terwijl die olie in werkelijkheid helemaal niet bestond. Het handelsbedrijf vertrouwde het niet, en in juli 2021 deed het aangifte bij de politie. Uiteindelijk werd er geen betaling gedaan, waardoor de focus in deze strafzaak ligt op poging tot oplichting.

Valse documenten en bedrijfskleding

De verdachten gingen in deze zaak te werk met nagemaakte documenten waarin stond dat er 2 miljoen barrels olie beschikbaar waren bij een grote oliemaatschappij. Ze maakten gebruik van valse namen en bedrijfskleding, en deden zich voor als bevoegde inspecteurs die monsters namen uit opslagtanks. Zonder toestemming voerden verdachten op het haventerrein onjuiste metingen en samplings uit. Deze bevindingen werden opgenomen in een rapport en naar oliekopers gestuurd, met de mededeling dat de olie beschikbaar was voor verkoop. Als er vervolgens vragen kwamen, reageerden de verdachten agressief en beweerden dat alles volgens de regels was gedaan. Ze gaven telefonisch uitleg en stuurden zelfs een video om de misleiding te versterken.

Gedisciplineerd en goed voorbereid

Het OM ziet dit als een opzettelijke poging tot oplichting en valsheid in geschrifte, met een concreet plan voor financieel gewin door misleiding. De verdachten handelden niet impulsief, maar gedisciplineerd en voorbereid. Volgens het OM had de poging oplichting, met een waarde van 300 miljoen dollar, kunnen slagen als de potentiële koper minder alert was geweest. Er is daarom juridisch gezien sprake van een deugdelijke poging. Daarmee kan de poging als strafbaar worden gekwalificeerd. In totaal zijn 7 valse rapporten opgemaakt en is voor deze rapporten sprake van valsheid in geschrift. Het gaat in deze rapporten omgerekend om een totaalwaarde aan olie van 975 miljoen dollar.
Fraude zoals waar deze verdachten zich langere tijd mee bezighielden schaden het vertrouwen in de logistieke olieketen en het vertrouwen in onder andere Shell en de Haven van Rotterdam. De officier van justitie: “Handel bestaat bij de gratie van betrouwbaarheid. We kunnen zeggen dat het hier gaat om een marktmanipulatie met mogelijk honderdduizenden dollars aan schade tot gevolg, en natuurlijk reputatieschade voor Nederlandse handels- en haveninstellingen. Dit vraagt om een duidelijke strafrechtelijke reactie.”

Verschillende rollen

De officier van justitie houdt in haar strafreis rekening met de verschillende rollen die de verdachten hadden. De verdachte van 62 jaar uit Vlaardingen en de 54-jarige uit Zwartsluis hadden volgens het OM de grootste bewijsbare rol. Naast de strafeis van 14 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk vordert de officier van justitie hen ook ruim 145.000 euro terug aan illegaal verkregen inkomsten voor het opstellen van valse rapporten en wordt er een beroepsverbod geëist.

Voor de mannen van 38 jaar uit Zevenhuizen en van 50 jaar uit Hellevoetssluis kan volgens de officier van justitie alleen medeplichtigheid aan valsheid in geschrift worden bewezen. Het OM eist voor hen taakstraffen van 240 uur en 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand.