Nog altijd komen er jaarlijks honderden meldingen binnen van bedreiging van landelijke politici. In 2025 waren er 493 meldingen, waarvan er 356 als strafbaar zijn beoordeeld door het OM. Dat is vergelijkbaar met andere jaren. Vandaag stonden vier verdachten voor de rechter.
Op een speciale themazitting waren vandaag vier verdachten gedagvaard. Een man van 61 jaar uit Menen (België) schreef in een tweet dat Kamerlid Sjoerdsma 'op bijltjesdag' kaal geschoren zou worden. Hij noemde hem een nazi-collaborateur en plaatste er een videofragment bij uit een speelfilm over de Tweede Wereldoorlog waarin een Duitse soldaat wordt doodgeslagen.
Een 50-jarige man uit Delft reageerde op een instagram-filmpje van Kamerlid Paternotte met de tekst "Een kogel in dat voorhoofd aub". En toen een politieke partij een fragment uit een Kamerdebat op X plaatste, reageerde een 42-jarige man uit Volendam daarop dat het tijd werd dat ze Kamerlid Van Baarle (een van de sprekers in het fragment) zouden "achtervolgen en in elkaar timmeren".
De vierde verdachte betrof een 61-jarige man uit Zevenhuizen, die een brief van de overheid (om gratis coronazelftesten te aan te vragen) retour stuurde met verschillende teksten op de envelop. Hij schreef onder meer "Bakje wit poeder voor [toenmalig minister] Hugo". Hij noemde De Jonge en Rutte moordenaars en wilde hen voor het Neurenberg tribunaal zien. In de envelop was een bakje met, wat later bleek, onschuldig wit poeder gedaan.
Strafeisen en vonnissen
Het Openbaar Ministerie eiste tegen de man uit Menen een geldboete van 750 euro. De politierechter deed meteen uitspraak en veroordeeld de man tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van een week. De man uit Delft werd bij verstek veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur en een maand voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals de officier van justitie ook had geëist. En ook de man uit Volendam werd conform de eis van het Openbaar Ministerie veroordeeld, tot een taakstraf van 120 uur en twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf.
De verdachte uit Zevenhuizen, die de brief met het bakje wit poeder verstuurde, hoorde een taakstraf van 60 uur tegen zich eisen. De rechter veroordeelde hem tot een taakstraf van 30 uur.
Afdoening Openbaar Ministerie
Afgelopen week was voor het eerst ook een OM-Hoor themadag over bedreigde politici. Op een OM-Hoorgesprek bespreekt een officier van justitie de zaak met de verdachte en diens advocaat, benadrukt waarom het handelen van de verdachte kwalijk is geweest en legt de officier een straf op. Het gaat om zaken waarin maximaal 180 uur taakstraf kan worden opgelegd. Als een verdachte het niet eens is met de straf, wordt zijn zaak alsnog aan een rechter voorgelegd.
Voor de OM-Hoorgesprekken op 11 februari werden zes verdachten opgeroepen. Een man van 63 uit Ridderkerk kreeg een strafbeschikking van 1.000 euro opgelegd, een man van 25 uit Hendrik-Ido-Ambacht en een man van 79 uit Utrecht kregen beiden een strafbeschikking van 500 euro opgelegd. In de zaken van een 75-jarige Hagenaar, een 78-jarige Rotterdammer en een 38-jarige vrouw uit Spijkenisse is een voorwaardelijk sepot opgelegd. Dit betekent dat de verdachten nu geen straf krijgen, zo lang ze binnen hun proeftijd niet opnieuw een strafbaar feit plegen.
Meer zaken zelf afdoen
Het Openbaar Ministerie heeft afgelopen jaar voor het eerst bij een aanzienlijk aantal zaken besloten tot een OM-Hoorgesprek. Op die manier kunnen meer verdachten sneller ter verantwoording worden geroepen en blijft zittingsruimte bij de rechtbank vrij voor de meer complexe zaken. Zowel vandaag als op 17 maart is er een themazitting bij de rechtbank Den Haag.
In totaal is afgelopen jaar in 21 zaken besloten om de verdachte op te roepen voor een OM-Hoorgesprek. In 39 zaken is de verdachte gedagvaard voor een openbare zitting bij de rechtbank. Er zijn twee berispende gesprekken gevoerd met minderjarige verdachten, en één zaak is geseponeerd vanwege onvoldoende bewijs. Tachtig zaken waarvan in 2025 melding is gedaan zijn nog in behandeling.
Team Bedreigde Politici
Het Team Bedreigde Politici van de politie-eenheid Den Haag neemt meldingen op van politici die actief zijn in de landelijke politiek. Jaarlijks worden daar honderden meldingen gedaan - het ene jaar zijn het er meer, het andere jaar minder. Het Openbaar Ministerie in Den Haag beoordeelt de meldingen en kijkt welke als strafbaar kunnen worden beoordeeld.
Het team probeert vervolgens bij die zaken een verdachte op te sporen. Bij online bedreigingen levert dat soms problemen op, vooral wanneer bedreigingen worden geuit vanuit een buitenland waarmee Nederland geen rechtshulprelatie heeft. Die verdachten kunnen meestal niet worden opgespoord en vervolgd. Mede om die reden werden in 2025 ruim tweehonderd zaken niet verder in behandeling genomen.
Politici moeten hun werk ongehinderd kunnen doen. Dat werk vormt de basis van onze democratie. Een bedreiging aan het adres van een politicus, kan ervoor zorgen dat die zich minder vrij voelt zijn of haar standpunten te uiten. Dat leidt tot een zorgwekkende afvlakking van het politieke debat. Daarom zet het Openbaar Ministerie zich samen met het Team Bedreigde Politici in voor opsporing en vervolging van verdachten.
De afgelopen tien jaar
2015 200 meldingen 92 beoordeeld als strafbaar
2016 239 meldingen 65 beoordeeld als strafbaar
2017 331 meldingen 90 beoordeeld als strafbaar
2018 620 meldingen 362 beoordeeld als strafbaar
2019 393 meldingen 206 beoordeeld als strafbaar
2020 600 meldingen 274 beoordeeld als strafbaar
2021 588 meldingen 370 beoordeeld als strafbaar
2022 1.125 meldingen 889 beoordeeld als strafbaar
2023 753 meldingen 578 beoordeeld als strafbaar
2024 363 meldingen 235 beoordeeld als strafbaar
2025 493 meldingen 356 beoordeeld als strafbaar