Op 30 juli 2024 overleed een 6-jarig jongetje in het ziekenhuis aan de gevolgen van verdrinking. Ruim een week eerder was hij onder water geraakt in een recreatieplas in Oldebroek. Hij kon niet zwemmen en droeg geen zwembandjes. Een 31-jarige vrouw uit de gemeente Heerde, die op dat moment verantwoordelijk was voor het jongetje, stond vandaag voor de rechter in Zutphen. Het Openbaar Ministerie eiste een taakstraf van 180 uur tegen haar.

De officier van justitie: ”Een afschuwelijke uitkomst van wat een leuk uitje met een vriendje en familie van dat vriendje had moeten zijn. Een uitkomst die niemand, maar dan ook echt niemand heeft gewild. Ook verdachte niet. De vraag die de rechtbank nu moet beantwoorden is of verdachte met haar optreden op die dag, verantwoordelijk is voor de verdrinking.”

De 31-jarige vrouw ging op 22 juli als enige volwassene met vier kinderen in de leeftijd van zes en zeven jaar naar de recreatieplas van Landal Greenparks in ’t Loo Oldebroek. De kinderen waren in het water, in het gedeelte dat een met een drijvende ballenlijn is afgezet met - volgens het informatiebord - maximale waterdiepte van 60 cm. Dit is buiten het gedeelte waar toezicht is vanuit het aquapark. Het 6-jarige slachtoffer raakte onder water en was enige tijd zoek. Toen hij gevonden werd, buiten de ballenlijn, was hij buiten bewustzijn. Een poging om te reanimeren baatte niet.

Het is algemeen bekend dat kinderen die niet kunnen zwemmen, zwembandjes nodig hebben. Het slachtoffertje kon niet zwemmen. Of de verdachte dat ook wist, daarover is discussie ontstaan in de loop van het onderzoek. Uit het gesprek dat een medewerkster van het recreatiepark op de dag van het tragische incident voerde met 112 zou blijken dat verdachte het wist. Ook in het eerste gesprek met de politie zou verdachte duidelijk gezegd hebben dat het slachtoffertje geen diploma had. Zij stelde haar verklaring later bij. Volgens haar latere verklaring duidde niks erop dat het jongetje bandjes nodig had. De moeder van het slachtoffer verklaarde dat zij voorafgaand aan het uitje naar de recreatieplas wel heeft gezegd dat haar zoontje geen zwemdiploma had en zwembandjes om moest.

Het OM concludeert op grond van verschillende objectieve bronnen dat verdachte wel degelijk op de hoogte was van het feit dat het kind nog niet kon zwemmen. Bovendien ontstaat door getuigenverklaringen het beeld dat verdachte bij de handdoek met twee andere kinderen was toen het jongetje zoekraakte. Het OM is van oordeel dat die afstand, van ongeveer 40 meter, te groot was om zicht op de kinderen te houden. Zeker als het gaat om natuurwater waarvan bekend is dat het troebel is en moeilijk om doorheen te kijken.

De officier: “Gelet op alle omstandigheden acht ik dood door schuld bewezen. Het gaat hier om een feit met een buitengewoon ernstig gevolg. Vanwege de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een blanco strafblad en de zorg die zij draagt voor een zeven jaar oud kind, lijkt een gevangenisstraf mij niet passend. Wel acht ik een forse taakstraf nodig om daarmee een stevig signaal af te geven dat het handelen en nalaten van verdachte echt niet kan.”

De officier eiste ook toewijzing van de vorderingen van de 20.000 euro voor zowel de vader als de moeder. Hierbij gaat het om affectieschade, ook wel smartengeld genoemd.