Het Openbaar Ministerie Oost-Nederland eist een gevangenisstraf van 5,5 jaar tegen een 44-jarige verdachte uit Winterswijk voor het witwassen van ruim zeven miljoen euro. Hij wordt door het OM gezien als degene die van de vier verdachten in deze strafzaak een leidende en bepalende rol had in grootschalige witwaspraktijken, in de periode tussen september 2019 en februari 2021. De officier van justitie vandaag tijdens de rechtszaak: “Witwassen faciliteert, vergemakkelijkt en bewerkstelligt dat andere vormen van criminaliteit in stand blijven en ondermijnt in sterke mate het maatschappelijk economische verkeer.”

In die periode van bijna anderhalf jaar komen overboekingen van veelal honderdduizenden euro’s per keer vanuit het buitenland binnen op rekeningen van een aantal bedrijven, die voor een deel gevestigd zijn in een bedrijfsverzamelgebouw in Duiven. Telkens heeft één van de vier verdachten -die deze week in het strafrechtelijke onderzoek Dwerguil terecht staan- betrokkenheid bij één of meer van deze ondernemingen, bijvoorbeeld als enige bestuurder of directeur danwel als degene die feitelijk de beschikking had over de onderneming(en) en de rekening(en).

Van die ruim 7 miljoen euro dat op deze manier binnen komt is vervolgens bijna 5,8 miljoen euro aan goud gekocht. En waar de inkomende geldbedragen eerst worden omgezet in goud of edelmetalen, wordt vanaf januari 2021 het geld omgezet in cryptovaluta. Een derde deel, ruim 278.000, is tussen december 2019 en december 2020 contant opgenomen.

“Het kan niet anders dan dat dit geld uit enig misdrijf afkomstig is”, aldus de officier van justitie tijdens de motivering van de strafeisen tegen drie van de vier verdachten. Tijdens de zitting liep het OM een aantal aanwijzingen voor witwassen af, die ‘witwasindicatoren’ worden genoemd. Zo zijn de overboekingen niet te verklaren, passen de transacties niet bij de aard van de ondernemingen waarnaartoe ze zijn verstuurd, en is er ten aanzien van verdachten geen aantoonbare economische activiteit bekend met de landen van waaruit de transacties zijn verricht.

Voor zijn werkzaamheden ontving de verdachte uit Winterswijk 5% van de totale geldstroom, zo blijkt uit onderschepte chats. Op deze manier zou verdachte dus ruim 358.000 euro uitgekeerd gekregen hebben. Het OM: “Hij hield zich bezig met het aansturen, instrueren en informeren van zijn medeverdachten. Hij deed bestellingen van goud en edelmetalen. Hij regelde en betaalde auto’s die gebruikt werden om goud op te halen. Hij zette een groot deel van het geld van de rekeningen om in crypto.”

Terwijl de verdachte uit Winterswijk en zijn echtgenote beiden een uitkering ontvingen, leidden ze wel een luxeleven. Er waren, zo maakt het OM op uit het dossier, tussen 2019 tot 2022 meermalen reizen naar onder meer Turkije en Spanje. Ook is gebleken van een zeer luxe hotelverblijf in Turkije en het aantreffen van een duur horloge bij de doorzoeking.

Zijn twee medeverdachten  (een 78-jarige verdachte uit Haaksbergen en een 29-jarige verdachte uit Nijmegen) hoorden vandaag voor hun rol in het geheel allebei een gevangenisstraf van 30 maanden tegen zich geëist, als ook een beroepsverbod van 5 jaar. Afgelopen maandag eiste het OM in deze strafzaak een gevangenisstraf van 38 maanden en een beroepsverbod van 5 jaar -als bestuurder van een rechtspersoon op te treden- tegen de vierde verdachte, een 51-jarige man uit Almelo.

De afdeling Financieel-economische criminaliteit (FinEC) van de politie Oost-Nederland deed ruim anderhalf jaar onderzoek naar de witwaspraktijken. De vier verdachten die in deze zaak worden vervolgd, worden niet voor het zogeheten gronddelict vervolgd. Vanuit het buitenland is informatie met het OM gedeeld dat er mogelijk sprake is van geld dat door fraude en/of oplichting is gekomen, geld dat vervolgens naar Nederland werd overgemaakt. Dat staat echter niet op de tenlastelegging van deze vier verdachten.

In alle zaken heeft het OM verzocht om publicatie van het vonnis (ongeanonimiseerd) op de site van Rechtspraak.nl. 

Voor alle vier verdachten geldt dat het OM aan de rechtbank onmiddellijke gevangenneming vraagt bij de einduitspraak, in het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt.