Het Openbaar Ministerie Oost-Nederland tekent hoger beroep aan tegen het vonnis inzake de 58-jarige Arnhemmer die vandaag veroordeeld is voor het veroorzaken van de stadsbrand in Arnhem op 6 maart vorig jaar. Het OM kan zich niet vinden in de hoogte van de opgelegde straf.

Het OM vindt dat voldoende moet meewegen dat een aantal slachtoffers zeer zwaar (psychisch) getroffen is. Net als in het vonnis van de rechtbank is opgenomen, gaat het OM niet uit van een gerichte aanslag. Echter is wel sprake van opzettelijke brandstichting met gevaar voor mensenlevens waarbij (veel) doden hadden kunnen vallen. De brandstichting vond midden in de nacht plaats, op een moment dat veel mensen lagen te slapen. In de binnenstad van Arnhem, die zoals bekend uit vele oude dicht bij elkaar staande panden bestond.

De Arnhemmer had dit kunnen weten, heeft desondanks het karton aangestoken en is weggelopen op het moment dat dat karton begon te gloeien.

Dat, in combinatie met de verwoestende gevolgen voor de stad Arnhem, moet in de ogen van het OM meer gewicht in de schaal leggen. Het betreft een zaak in de buitencategorie die zich moeilijk laat vergelijken met andere zaken uit het verleden.

“Met het opleggen van een langere gevangenisstraf worden de verschillende strafdoelen, maar in het bijzonder het strafdoel vergelding, gediend”, aldus de officier van justitie op 1 april tijdens de motivering van de strafeis.

De eis van het OM begin deze maand was een gevangenisstraf van 10 jaar, de rechtbank Gelderland legde vandaag een straf van 4 jaar op, inclusief een gebiedsverbod van 5 jaar.