Het Openbaar Ministerie Oost-Nederland is een transactie overeengekomen met een veilinghuis uit Oost-Nederland en de eigenaar van dat veilinghuis, wegens valsheid in geschrifte. Het veilinghuis betaalt middels de transactie 50.000 euro aan de Staat, de eigenaar zal een werkstraf van 120 uur verrichten. Zowel bedrijf als eigenaar worden zo niet verder strafrechtelijk vervolgd en hoeven zich niet voor een rechter te verantwoorden.

In 2022 werden door de politie Oost-Nederland en team kunstcriminaliteit van de Nationale Politie 20 voorwerpen bij een veilinghuis in Oost-Nederland in beslag genomen. Het betroffen archeologische voorwerpen uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Het vermoeden was dat deze voorwerpen op illegale wijze in de handel terecht waren gekomen. Van geen van de objecten is gebleken dat zij waren gestolen of gesmokkeld.

Uit onderzoek bleek dat 4 voorwerpen waarschijnlijk waren nagemaakt en/of gekopieerd. Naar de voorwerpen die wél authentiek bleken te zijn, is onderzoek gedaan naar de manier waarop ze op de markt (en dus in de catalogus van het veilinghuis) terecht zijn gekomen; met name of kon worden vastgesteld of dit op een legale wijze is gebeurd én in hoeverre de hierover verschafte informatie in de catalogus - de zogenaamde ‘provenance’-, waarheidsgetrouw is. De veilinghouder van het veilinghuis is verantwoordelijk voor die herkomstdocumentatie in een dergelijke catalogus.

Er werden valsheden aangetroffen in de ‘provenance’ van twaalf voorwerpen. Hierin stond omschreven dat objecten afkomstig zouden zijn uit een verzameling afkomstig van een met naam genoemde -inmiddels overleden- dame. Uit onderzoek kon worden vastgesteld dat deze vrouw volledig verzonnen was.

Niet is komen vast te staan hoe groot de rol van het veilinghuis ten aanzien van het verschaffen van deze provenance is geweest. Vast staat dat een veilinghuis in zijn algemeenheid enig onderzoek dient te doen naar het waarheidsgehalte van een dergelijke provenance. Het strafrechtelijke verwijt richting veilinghuis en eigenaar luidt valsheid in geschrifte. Het Openbaar Ministerie Oost-Nederland heeft vervolgens gehoor gegeven aan het verzoek van de verdediging om, onder bepaalde voorwaarden, de zaak niet op een strafrechtzitting, maar via een transactie af te doen.

Via dit persbericht wil het OM een duidelijk signaal afgeven dat de kunst- en antiquiteitenbranche waakzaam en zorgvuldig dient te zijn ten aanzien van de legale herkomst van op de markt gebrachte voorwerpen en de juistheid van de bijgeleverde ‘provenance’. Het OM en politie maken zich namelijk zorgen om de integriteit binnen deze branche.

Het OM gaat deskundigen raadplegen en instanties betrekken om vast te stellen waar de inbeslaggenomen voorwerpen uiteindelijk het beste kunnen worden ondergebracht. Daarbij worden onder meer het Allard Pierson museum, het Ministerie van OCW en het Ministerie van Buitenlandse Zaken betrokken.

Q&A

Waarom werden deze voorwerpen in beslag genomen?

Van de voorwerpen die in beslag waren genomen bestond het vermoeden dat ze illegaal in de handel terecht waren gekomen.

Waaruit bleek dat deze voorwerpen illegaal waren?

De herkomst van deze voorwerpen was zeer twijfelachtig, het vermoeden bestond dat de verstrekte informatie over de herkomst vals of vervalst was.

Wie waren de eigenaren van deze voorwerpen?

De eigenaren danwel inbrengers op deze veiling waren handelaren dan wel particulieren afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk.

Hoe is aangetoond dat de herkomst van deze voorwerpen illegaal was?

Door een gespecialiseerd rechercheteam is onderzoek gedaan naar de mogelijke herkomst en naar de verstrekte informatie over de herkomst. Ten aanzien van de authenticiteit van de voorwerpen en de vraag met betrekking tot de daadwerkelijke herkomst zijn deskundigen ingeschakeld.

De rechter-commissaris van de rechtbank heeft op verzoek van de officier van justitie een deskundige benoemd. Het deskundigenonderzoek werd vervolgens door verschillende experts van het Allard Pierson museum in Amsterdam uitgevoerd, dat omdat de voorwerpen qua aard, datering en geografische herkomst een grote verscheidenheid vertoonden.

Wat waren de bevindingen van deskundigen?

Ze concludeerden ten aanzien van vier voorwerpen dat ze waarschijnlijk waren gekopieerd of nagemaakt.

Ten aanzien van andere voorwerpen die wel authentiek bleken te zijn, is onderzocht op welke wijze deze voorwerpen op de markt zijn gebracht. Er is gekeken of kon worden vastgesteld of dit op een legale wijze is gebeurd én in hoeverre de hierover verschafte informatie door de inbrenger danwel door de veiling (de zogenaamde ‘provenance’) waarheidsgetrouw is.

Ook wanneer een voorwerp authentiek is, is de informatie uit de ‘provenance’ cruciaal voor een juridisch geldige eigendomsverkrijging; en daarmee ook voor de –legale- verkoopbaarheid.

Wat wordt de verdachte verweten?

Verdachte wordt verweten valsheid in geschrifte te hebben gepleegd. Onder andere door onvoldoende onderzoek te doen naar de door de inbrenger opgegeven provenance.

De veilinghouder van het veilinghuis is verantwoordelijk voor de catalogus. In de catalogus is over twaalf objecten informatie vermeld die niet uit de herkomstdocumentatie (de zogenaamde ‘provenance’) kon worden afgeleid. Die informatie kon ook niet op een andere manier door de veilinghouder worden onderbouwd.

Bovendien werden valsheden aangetroffen in de ‘provenance’ zelf. Hierin staat omschreven dat objecten afkomstig zouden zijn uit een verzameling afkomstig van een met naam genoemde –inmiddels overleden - dame, met vermelding van personalia, foto en nadere persoonlijke bijzonderheden. Uit onderzoek kon worden vastgesteld dat voornoemde persoon volledig gefingeerd is en nooit heeft bestaan. Van geen van de objecten is gebleken dat ze gestolen zijn of van smokkel afkomstig waren.

Wat voor straf heeft de veilinghouder gekregen?

Verdachte erkent hetgeen hem verweten wordt. Hoewel de zaak gereed was om te worden gedagvaard en op zitting te worden behandeld, heeft het OM in dit specifieke geval gehoor willen geven aan het verzoek van de verdediging om de zaak - onder bepaalde voorwaarden- buiten de zitting om af te doen.

Eén van die afspraken tussen OM en verdediging is dat, alhoewel de zaak niet op een openbare zitting wordt behandeld, er ruchtbaarheid door het OM aan de zaak wordt gegeven, om zo een signaal af te kunnen geven richting de wereld van de kunst- en antiquiteitenhandel.

De transactie houdt in dat het veilingbedrijf een boete dient te betalen van 50.000 euro aan de Staat der Nederlanden en dat de eigenaar van het bedrijf een taakstraf dient uit te voeren voor de duur van 120 uur. Daarnaast is afgesproken een persbericht te doen uitgaan en deze vraag- en antwoordlijst.

Het OM vindt het – als gezegd - belangrijk een signaal af te geven. Op basis van verklaringen van verdachte en ervaring van de politie (de Nationale Politie afdeling Kunst criminaliteit en eenheid Oost-Nederland) in andere onderzoeken is gebleken dat in de internationale kunstwereld met regelmaat onvoldoende zorgvuldig wordt omgegaan met herkomstinformatie.

Dit doet afbreuk aan de integriteit van veilinghuizen en de handel in kunst- en antiquiteitvoorwerpen in zijn algemeen.

Voorts is het doel van opsporing en vervolging van dit soort feiten: het tegengaan van roof van archeologische voorwerpen vanuit archeologische vindplaatsen en uit musea in oorlogsgebieden, het witwassen van de criminele opbrengsten uit verkoop daarvan en financiering van andere criminaliteit met die opbrengsten.