Het Openbaar Ministerie eist een gevangenisstraf van 7 jaar tegen een 40-jarige man uit Vlissingen voor het seksueel misbruiken van een minderjarige jongen en heimelijk filmen van naakte jongens in sportkleedkamers.
Het onderzoek tegen de man, die als leraar werkte op een basisschool, kwam op gang nadat de ouders van het slachtoffer bij de politie aangifte hadden gedaan van seksueel misbruik. Hun zoon is een oud-leerling van de verdachte.
Op in beslag genomen gegevensdragers van de verdachte ontdekte de politie strafbaar materiaal, waaronder een grote hoeveelheid heimelijk gemaakte filmopnames van minderjarige voetballers. Op de tussen 2010 en 2025 vervaardigde beelden waren naakte jongens te zien variërend in de leeftijd tussen 10 en 16 jaar. Naast het eigen gemaakte materiaal vond de recherche ook kinderpornografische beelden die van het internet kwamen.
Geen hulp gezocht
Het Openbaar Ministerie neemt het de verdachte zeer kwalijk dat hij, wetend van zijn eigen pedofiele geaardheid, geen professionele hulp zocht maar binnen zijn werk en daarbuiten de omgang met kinderen opzocht. “Als basisschoolleraar hield hij contact met het slachtoffer toen die naar de middelbare school ging en in de door hem begeerde leeftijdscategorie viel. Vervolgens maakte hij hem tot slachtoffer van zedenfeiten’’, sprak de officier van justitie. “En vanwege zijn seksuele verlangens voor minderjarige jongens maakte hij stiekem beelden in de kleedkamers.”
Misbruik van vertrouwen
De officier noemde het ‘weerzinwekkend’ dat de verdachte misbruik heeft gemaakt van zijn positie. “Kinderen vertrouwen hun leraren, voormalige leraren, voetbaltrainers en –scouts, en moeten dat ook kunnen doen. Hun ouders mogen dat vertrouwen ook hebben. Opvoeding wordt immers niet enkel gegeven door ouders maar ook door andere figuren in de maatschappij, zoals die leraren en trainers.”
Naast de geëiste gevangenisstraf van 7 jaar vordert de officier van justitie een beroepsverbod van tien jaar voor werkzaamheden in relatie tot minderjarigen. Ook wil ze dat de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (gvm) wordt opgelegd. Daarmee kan aan het einde van de detentie worden bekeken of de verdachte nog verder moet worden behandeld.
De rechtbank doet op 2 juni uitspraak.