Het slachtoffer is op 2 februari vorig jaar in de veronderstelling dat hij met de vrouwelijke verdachte bij haar thuis in Deventer een film zou gaan kijken en wat zou gaan drinken. In plaats daarvan komt hij in een nachtmerrie terecht: eenmaal in de woning treft hij een aantal mannen. Hij is er dus naartoe gelokt, wordt fors mishandeld en wordt bedreigd met een gasalarmpistool, waarmee ook is geschoten. Daar wordt beeld van gemaakt en tot slot belandt het slachtoffer –midden in de winter- in zijn onderbroek op straat.

Het Openbaar Ministerie acht poging zware mishandeling en bedreiging bewezen en eist vandaag tegen de 24-jarige vrouw en twee verdachten van 21 en 24 jaar gevangenisstraffen tot 12 maanden (waarvan in twee gevallen drie maanden en in één geval twee maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die ze al vast hebben gezeten). Een vierde, minderjarige verdachte op zitting werd vandaag achter gesloten deuren behandeld. Het OM eiste tegen deze verdachte een jeugddetentie van 8 maanden met aftrek van de tijd die al in voorarrest is doorgebracht, en daarnaast een gedragsbeïnvloedende maatregel voor de duur van één jaar.


“De beelden die van deze dag zijn gemaakt zijn walgelijk. Het slachtoffer is mishandeld, bedreigd en vernederd en ontzettend bang geweest”, zo motiveert de officier van justitie vandaag de strafeisen voor de rechtbank in Zwolle. “Hij moest in zijn onderbroek op zijn knieën, terwijl er een wapen in zijn mond werd gestopt. En wanneer hij de woning uitvlucht, wordt er met een, zo weten we achteraf, gasalarmpistool geschoten. Alsof wat zich in de woning had afgespeeld nog niet genoeg was.”


Het OM vindt de gepleegde feiten dermate ernstig dat alle vier de verdachten –ze zaten na aanhouding een tijd in voorlopige hechtenis maar zijn in de loop van de tijd vrij gelaten- terug naar de gevangenis zouden moeten. Het OM: “Ruimte voor andere straffen is er wat mij betreft niet. Daarvoor bestaan teveel strafverzwarende omstandigheden, waaronder de voorbedachten rade, het medeplegen en de proceshouding van de verdachten. Deze drie verdachten ontkennen stellig en nemen zo geen verantwoordelijkheid.”

De officier van justitie ging tijdens de zitting ook in op het verschijnsel vernederingsfilmpjes, zoals in deze zaak zijn gemaakt: “Dit doet mij heel erg denken aan wat er eind vorig jaar in Beverwijk en Heemskerk gaande was: groepen jongeren die het bijna als een sport zagen wie het meest gruwelijke geweld wist te bedenken en toe te passen op jongens met wie ze ruzie hadden. Ook daar werden jongeren mishandeld en vernederd en werd het gefilmd, zodat vrienden konden zien hoe stoer ze wel niet waren geweest.”