Het Openbaar Ministerie in Rotterdam heeft besloten de politieambtenaar die betrokken was bij een dodelijk schietincident in Capelle aan den IJssel op 21 september 2025, niet te vervolgen. Op basis van de onderzoeksresultaten van de Rijksrecherche oordeelt het OM dat het schieten door de agent gerechtvaardigd was en dat hij volgens het OM handelde in overeenstemming met de Ambtsinstructie voor Politie en de Politiewet.
Schietincident
Rond 16.00 uur ’s middags op 21 september 2025 kreeg de politie een melding binnen dat een minderjarige jongen door een groepje jongeren van zijn fatbike was beroofd op het Wisselspoor. Bij de beroving zou een vuurwapen zijn gebruikt. Van twee verdachten werd een signalement verstrekt. Twee politieambtenaren reden in de buurt en gingen op de melding af. Bij de McDonalds aan de Hoofdweg in Capelle aan den IJssel zagen de agenten een aantal personen staan, waarvan twee jongens voldeden aan het signalement. De agenten startten met een BTGP, benaderingstechniek gevaarlijke personen. Eén van de verdachten, degene die volgens de melding het vuurwapen gebruikt zou hebben, vluchtte het terras van de McDonalds op. De politieambtenaar die achter hem aanrende heeft eerst twee waarschuwingsschoten gelost, daarna gericht op de benen geschoten en uiteindelijk gericht op de romp. Hierna is meteen een poging gedaan om de verdachte, die 15 jaar bleek, te reanimeren, maar dat mocht niet baten.
Onderzoek
De Rijksrecherche heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de toedracht van het incident. Er is met de agent gesproken, getuigen – die op dat moment van de dag aanwezig waren op de plek van het incident – zijn gehoord en bewakingsbeelden zijn geanalyseerd. Ook is er op basis van de bewakingsbeelden en de bevindingen vanuit het Forensisch Onderzoek een reconstructie gemaakt. Zo is bepaald welk schot welke impact heeft gehad.
Uit het onderzoek blijkt dat de politieambtenaar kort na de melding aan het Operationeel Centrum doorgeeft dat hij en zijn collega de verdachten hebben gezien bij de McDonalds. De politiebus rijdt even na 16.00 uur het terrein op. Eén van de verdachten staat achter een auto en is bezig met een voorwerp bij zijn zakken en broeksband. Als hij de politiebus ziet, houdt hij dat voorwerp achter zijn rug en geeft het over naar zijn andere hand. Dit voorwerp is het later aangetroffen vuurwapen. De agenten stappen uit en handelen volgens de BTGP, benaderingstechniek gevaarlijke personen. Het latere slachtoffer rent met het vuurwapen in zijn hand weg richting het terras. De politieambtenaar die hem achtervolgt waarschuwt meermaals mondeling en lost eerst twee waarschuwingsschoten. Nadat verdachte blijft doorrennen, vuurt hij twee keer gericht op de benen. Als verdachte bij een hekje komt, draait hij richting de politieambtenaar. In de beweging die verdachte maakt wordt zijn rechterhand, met daarin het vuurwapen, zichtbaar en komt omhoog. Op dat moment schiet de agent nog twee keer. Verdachte valt naar achteren en de politieambtenaar begint met de reanimatie. Van de vier gerichte schoten raakt één schot het slachtoffer in de benen en één schot in de borst. Uit de reconstructie is gebleken dat het dodelijke schot in de borst het laatste schot is geweest.
Het vuurwapen dat bij het slachtoffer wordt aangetroffen blijkt een omgebouwd gaspistool, geschikt om scherpe munitie van het kaliber 7.65 mm te verschieten. Het patroonmagazijn was in het vuurwapen geplaatst en de hamer van het vuurwapen bevond zich in de achterste stand. Dat betekent dat het wapen klaar was voor gebruik.
Conclusie
De conclusie die het OM trekt op basis van de onderzoeksresultaten van de Rijksrecherche is dat de agent zich aan de interne richtlijnen heeft gehouden. De verdachte vluchtte een terras met mensen op, volgde de aanwijzingen van de politieambtenaar niet op en had een vuurwapen in handen dat klaar was voor gebruik. Uiteindelijk hief hij het wapen, in zijn bewegingen over het hekje, ook op richting de agent.
Op grond van de Ambtsinstructie is het toegestaan om in bepaalde gevallen een vuurwapen te gebruiken. De gerichte schoten op de benen waren in dit geval gerechtvaardigd ter aanhouding van een vuurwapengevaarlijke verdachte. Het schot in de borst was gerechtvaardigd om direct gevaar voor het leven van personen of het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel af te wenden.
De nabestaanden en de betrokken agent zijn over de uitkomsten van het onderzoek en de beslissing van het Openbaar Ministerie geïnformeerd.
Zaak beroving
Het OM doet ook nog onderzoek naar de beroving die aan dit incident vooraf ging. De twee minderjarige verdachten in dit onderzoek staan 3 juli en 1 oktober voor de Jeugd Meervoudige Kamer. Deze zittingen zullen achter gesloten deuren plaatsvinden.