Het Openbaar Ministerie Oost-Nederland eist een gevangenisstraf van 10 jaar en tbs met dwangverpleging tegen een nu 26-jarige verdachte uit de gemeente Oude IJsselstreek. Hij is degene die in de nacht van 22 op 23 juni 2024 in Hoog-Keppel een jonge vrouw in haar eigen woning met een fors aantal messteken om het leven bracht. “De verdachte heeft zo de vader, zus, andere familieleden en een hele grote groep vrienden en vriendinnen van het slachtoffer onherstelbaar leed aan gedaan.”
Dat het de verdachte is geweest die de vrouw om het leven heeft gebracht, stond vandaag tijdens de inhoudelijke behandeling van de rechtszaak in Zutphen eigenlijk niet ter discussie. Hij wordt momenten na de steekpartij in de woning aangehouden, er is geen enkele aanwijzing voor betrokkenheid van iemand anders en hij legt anderhalve maand later een bekennende verklaring af.
De belangrijkste vraag waarover de rechtbank zich moet buigen is in hoeverre het de verdachte is toe te rekenen dat hij zijn slachtoffer om het leven bracht. De verdachte is daarvoor meermaals uitgebreid psychiatrisch en psychologisch onderzocht. In de ogen van het Openbaar Ministerie is het handelen van verdachte niet volledig en alleen door een (psychische) stoornis beïnvloed. Op basis van het dossier komt het OM tot de conclusie dat verdachte hooguit verminderd toerekeningsvatbaar was, en dat naast een tbs-maatregel een lange gevangenisstraf daarom passend is.
Daarmee gaat het OM op een aantal punten in tegen de adviezen van de psychiatrische onderzoekers. De officier van justitie stond hier vandaag tijdens de motivering van de strafeis uitgebreid en nadrukkelijk bij stil.
Heldere beslismomenten
Enkele minuten voorafgaand aan het doodsteken van zijn slachtoffer heeft verdachte in de ogen van het OM een aantal heldere beslismomenten gehad. Op de avond van het misdrijf belt de vrouw rond 01:45 uur een eerste keer met de meldkamer van de politie. Ze vertelt dat haar bezoek –de verdachte- mogelijk in een psychose zou zitten, dat hij zich niet goed voelde en dat hij zichzelf wilde doden.
Eenmaal ter plaatse schat de politie de situatie in en gaat met beiden in gesprek. In goed overleg wordt besloten om de vader van verdachte te contacteren, zodat de vader zijn zoon kan ophalen bij de vrouw. De agenten zien op dat moment geen aanleiding om te denken dat sprake is van een psychose. De officier van justitie daarover: “Verdachte realiseerde zich tijdens dit onderhoud dat hij een gevaar voor zichzelf en voor anderen kon zijn en maakte de keuze om weg te gaan. Hij maakte de keuze om zijn vader te bellen en hem te vertellen dat de politie er was. Hij verklaart zelf dat hij rustig in zijn hoofd is.”
Die momenten van keuzevrijheid acht het OM van groot belang in de conclusie dat verdachte enige, zelfs behoorlijke keuzevrijheid in zijn eigen handelen had.
Geen aanwijzingen voor psychose in aanloop naar doodslag
De omstandigheden maken dat verdachte over voldoende capaciteiten beschikte om de betekenis van zijn gedragingen in ieder geval in enige mate te beseffen. De officier van justitie: “Ook de diverse artsen en praktijkondersteuners die verdachte in de dagen voorafgaand aan de dood van het slachtoffer heeft bezocht hebben geen enkele aanwijzing voor het bestaan van een psychose gezien.” De verschillende verhalen die verdachte uiteindelijk ten berde brengt, zijn wat het OM betreft vage verklaringen en tonen niet aan dat hij in een volledige psychose verkeerde.
Het loopt uiteindelijk gruwelijk mis. De vrouw belt, slechts 8 minuten nadat de agenten de woning hebben verlaten, nog een tweede keer 112, ditmaal in paniek. Daarop gaat de politie wederom ter plaatse. De vrouw is dan al overleden aan haar verwondingen. De verdachte heeft zich opgesloten in de badkamer, maar reageert adequaat op aanwijzingen en bevelen van de politie. Zijn reactie als hem zijn rechten worden voorgehouden: ‘Dat begrijp ik.’
Ook dit is volgens het OM een aanwijzing dat verdachte nog beschikte over enige realiteitszin, waardoor een beroep op volledige ontoerekeningsvatbaarheid niet kan slagen. Dat de mentale toestand van verdachte waarschijnlijk is verslechterd door dagelijks te blowen, staat wat het OM betreft ook straffeloosheid in de weg.
Jarenlang verliefd op slachtoffer
Het slachtoffer en verdachte kenden elkaar van de middelbare school en omdat hij een moeilijke tijd doormaakte, bood de vrouw hulp en onderdak aan. Hij is dan al jarenlang verliefd op haar. Wanneer hem die fatale nacht is verzocht te vertrekken, reageert verdachte vrijwel meteen met de dodelijke geweldsexplosie.
Volgens het OM is het onder andere die afwijzing -het niet kunnen verkroppen van een niet beantwoorde verliefdheid op haar- dat hij is overgegaan op het ombrengen van de vrouw. De officier van justitie: “Het kan haast niet anders dan dat die afwijzing door de vrouw de trigger voor verdachte was en een rol speelde bij het zeer agressieve door verdachte op de slachtoffer uitgeoefende dodelijke geweld.”