De officieren van justitie hebben op dinsdag 30 juni 2 weken hechtenis en vernietiging van de eerder opgelegde strafbeschikking en 6 weken gevangenisstraf geëist tegen een 33-jarige man uit Marburg in Duitsland. Hij was op 25 juli 2020 de bestuurder van een auto die een verkeersongeval veroorzaakte in Zuiderwoude waarbij de 14-jarige Tamar uit Marken om het leven kwam.
De man wordt verdacht van twee strafbare feiten. Als eerste dat hij als bestuurder van de auto was afgeleid doordat hij op de telefoonnavigatie van zijn bijrijder keek en daardoor onvoldoende op de weg voor zich lette. Hierdoor is er een verkeersongeval ontstaan en is Tamar overleden.
Het tweede feit waar hij van wordt verdacht is het verlaten van de plaats van een ongeval terwijl hij moest vermoeden dat iemand was overleden, letsel of schade had opgelopen, of dat iemand in hulpeloze toestand werd achtergelaten.
Wat er die nacht gebeurde
Helaas is uit het uitgebreide onderzoek niet naar voren gekomen wat er precies is gebeurd die nacht met Tamar. Niet alle vragen kunnen worden beantwoord.
Tamar ging op zaterdag 25 juli 2020 omstreeks 01.00 uur in de nacht boos van huis weg. Haar ouders gingen haar zoeken, maar konden haar niet vinden en schakelden de politie in. Tamar werd uiteindelijk om 03.43 uur door twee agenten gevonden in de berm van de Waterlandse Zeedijk in Zuiderwoude, bij Marken.
Na haar vondst werd meteen een groot onderzoek gestart. Uit pathologisch onderzoek bleek dat het meisje was aangereden door een voertuig en daardoor is komen te overlijden.
Uit het onderzoek kwam naar voren dat de auto van de verdachte om circa 03.04 uur een verkeerslus passeert, die zich op één kilometer van de plaats van het ongeval bevindt. Vervolgens is de auto op camerabeelden te zien om 03.09 uur, als hij een parkeerplaats oprijdt. Ergens in de tijd daartussen is Tamar aangereden. De politie begon een zoektocht, en zette daarbij onder andere opsporingsberichtgeving in, naar de auto en vond die na een tip van een familielid van Tamar.
Verklaringen verdachte en inzittenden
De inzittenden van de auto werden opgespoord en gehoord. Twee van hen zaten achterin en verklaarden dat zij sliepen. Eén van hen zegt dat hij even wakker werd omdat ze door een kuil reden of ergens overheen reden.
De verdachte verklaarde dat hij voelde dat hij over iets heen was gereden, dat dit een geluid gaf en dat hij niet kon zien wat het was. Hij gaf ook aan dat hij op dat moment op de navigatie van de telefoon keek die de bijrijder vasthield. Verder verklaarde hij dat hij het slachtoffer niet heeft verplaatst of aangeraakt.
Hoe kwam Tamar op weg terecht
Hoe en wanneer Tamar op de weg is beland, kan op basis van de getuigen of camerabeelden niet worden vastgesteld. De officieren van justitie gaven aan dat het moeilijk te begrijpen is waarom zij zich op de weg bevond. Het gaat om een N-weg, waar je niet mag lopen. Het fietspad dat ook als voetpad wordt gebruikt ligt bovenop de dijk, die zich naast de weg bevindt.
Er is ook onderzoek gedaan naar de houding van Tamar op de weg op het moment dat zij werd overreden. Was dat staand, gehurkt of liggend? Volgens het Openbaar Ministerie zijn er op basis van de rapporten van deskundigen meer aanwijzingen dat Tamar op de weg lag toen ze werd aangereden, dan voor de scenario’s dat zij gehurkt of staand is overreden. Dit blijkt uit de schade aan de auto (bijvoorbeeld geen schade aan de voorruit) en de verwondingen van Tamar.
Hoe kwam Tamar op de plek terecht waar zij werd gevonden?
Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat Tamar op een andere plek lag dan waar zij als gevolg van de aanrijding zou moeten zijn terechtgekomen. Onderzocht is of zij voor een tweede keer door een andere auto is overreden, of zij verplaatst kan zijn door anderen, (zoals de verdachte) of dat zij zichzelf heeft verplaatst. Het eerste scenario past niet bij het sporenbeeld. Als de verdachte met de inzittenden het lichaam zou hebben verplaatst, dan moet dit gebeurd zijn in 40 seconden tot maximaal 1 minuut en 40 seconden, krap maar niet onmogelijk. Er zijn echter geen sporen van de verdachte of andere inzittenden op Tamar aangetroffen op plekken waar je dat bij verslepen zou verwachten (zoals de enkels, onder de oksels en polsen) en ook in de auto zijn geen DNA-sporen van Tamar aangetroffen.
Dan het laatste scenario: Tamar heeft zichzelf verplaatst. Het OM gaat er op basis van letseldateringsonderzoek en de bevindingen van de pathologen wel vanuit dat Tamar zichzelf verplaatst zou kunnen hebben. Volgens de eerste patholoog blijkt uit het letsel dat Tamar nog minimaal meerdere tot enkele tientallen minuten heeft geleefd. Volgens een andere patholoog, waren de verwondingen ernstig maar deze hoefden niet gelijk tot handelingsonbekwaamheid of tot de dood hebben geleid.
De onbevredigende conclusie is dat het OM niet kan vaststellen hoe Tamar in de eindpositie is terechtgekomen. ‘Wij kunnen geen onderscheid maken tussen het scenario dat zij zichzelf verplaatst heeft ten opzichte van dat een ander dat gedaan heeft’. De verdachte zegt dat hij Tamar niet heeft verplaatst en er is geen bewijs dat dit tegenspreekt.
Uit het onderzoek is gebleken dat de verdachte circa 50 kilometer per uur reed, voor en na het ongeval. Hij mocht op die weg 80 kilometer per uur rijden dus hij heeft niet te hard gereden.
Uit onderzoek is ook gebleken dat als hij op de weg had gelet, hij Tamar vier seconden voor het ongeval had kunnen zien liggen. Genoeg tijd om haar te ontwijken of te stoppen.
Volgens het OM kan worden bewezen dat de verdachte onvoldoende voor zich heeft gekeken en dat hij is doorgereden bij een aanrijding waarvan hij moest vermoeden dat er letsel en schade bij een ander was ontstaan en dat hij iemand in hulpeloze toestand achterliet.
Ernst van de feiten
De officieren van justitie benoemden in de rechtszaal dat Tamar’s meest kostbare bezit – haar leven - haar is ontnomen. Het gemis van de nabestaanden is enorm.
Zij zeiden ook dat de verdachte het ongeluk nooit heeft gewild en ook nooit heeft gewild dat Tamar zou komen te overlijden. De dood van Tamar is het gevolg van zijn onoplettendheid, dat rekent het OM hem aan. Doordat hij de plaats van het ongeval verliet en niet naging wat er was gebeurd, onthield hij Tamar van hulp. Door zijn toedoen is zij in een donkere nacht op een verlaten plek in haar eentje overleden. Het OM houdt bij de formulering van de strafeisen rekening met het feit dat verdachte een blanco strafblad heeft en met de overschrijding van de redelijke termijn.
Het eerste feit waar de 33-jarige man van wordt verdacht is een overtreding en het tweede feit een misdrijf. Volgens de wet moeten er dan twee aparte strafeisen worden geformuleerd. Al met al komt het Openbaar Ministerie tot de volgende strafeisen. Voor feit 1 twee weken hechtenis plus vernietiging van eerder opgelegde strafbeschikking en voor feit 2 6 weken gevangenisstraf onvoorwaardelijk.
Ook vroegen de officieren van justitie om de schadevergoeding van de nabestaanden van ruim €48.000,- toe te wijzen.
De rechtbank doet over twee weken uitspraak.