Het Openbaar Ministerie eist 3,5 jaar gevangenisstraf tegen een 39-jarige Rotterdammer en 3 jaar, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, tegen een 28-jarige Rotterdammer. Zij worden ervan verdacht samen 23 kilo cocaïne te hebben ingevoerd. De verdachten, die voor werkzaamheden waren gedetacheerd bij een terminal in de Waalhaven, konden worden aangehouden dankzij ‘een knap staaltje opsporingswerk en een mooie internationale samenwerking’, aldus de officier van justitie tijdens de zitting.
Internationale samenwerking
Het onderzoek van het HARC-team begon bij de Douane in Sint Maarten. Tijdens een controle vonden zij in april dit jaar, op een schip dat uit Curaçao vertrok en via Sint Maarten onder andere naar de haven van Rotterdam zou varen, een sporttas met twintig pakketten in een lege container. Er werden monsters genomen en uit Forensisch Onderzoek bleek dat het ging om cocaïne. Vervolgens werd het Team Bijzondere Bijstand van de Douane in Rotterdam ingeseind. De lege container had namelijk een terminal in de Rotterdamse Waalhaven als eindbestemming.
Toen de container begin mei in de haven van Rotterdam aankwam, kon het HARC-team aan de slag. Team Bijzondere Bijstand wisselde de sporttas om voor een tas met dummypakketten. Kort daarna werd de container gelost bij de terminal.
Het onderzoeksteam zag de tas in beweging komen. De verdachten, beiden bij de desbetreffende terminal gedetacheerd voor werkzaamheden, zouden de container hebben geopend om de tas te pakken. Zij zijn vervolgens in hun auto’s gestapt en parkeerden bij een woning in de Agniesebuurt in Rotterdam. Kort daarna vertrokken ze uit de woning, maar lieten hun auto’s achter. Toen bleek dat de verdachten niet terugkwamen, werden de voertuigen doorzocht. Daarin werden twee tassen met dummypakketten aangetroffen.
Strafeis
Volgens het OM is er voldoende bewijs dat deze verdachten schuldig hebben gemaakt aan het medeplegen van de invoer van 23 kilo cocaïne. Een deel van hun handelingen is zichtbaar op camerabeelden. Zo is te zien dat zij het terrein van de terminal verlieten met twee sporttassen. In de auto waarin ze reden, zijn de tassen uiteindelijk aangetroffen met de dummy’s erin. Uit informatie op de telefoon van één van de twee verdachten blijkt ook dat hij heel goed bekend was met de werkwijze: “Uit chats die in zijn telefoon zijn aangetroffen bleek dat verdachte precies wist hoe het werkt met het in een lege container achter de deur plaatsen van tassen met cocaïneblokken, en het uithalen daarvan.”
Bovendien hebben de verdachten zich uit angst voor represailles vanuit het criminele netwerk zelf gemeld op het politiebureau. “Er werd op hen gejaagd. Ze wilden dat politie en OM de drugsvangst naar buiten zouden brengen, dat de auto’s met daarin de tassen in beslag waren genomen. Ze waren bang en vreesden voor hun leven, want deze hoeveelheid cocaïne vertegenwoordigt een aanzienlijke waarde”, zegt de officier van justitie op zitting
Volgens het OM is daarnaast strafverzwarend dat de verdachten werkzaam waren in de haven en hun positie hebben misbruikt. Zij hebben zowel het vertrouwen van hun werkgever geschaad als het vertrouwen in het Rotterdamse havenbedrijf, waaronder de mensen die dagelijks naar eer en geweten in de haven werken. De ondermijnende werking hiervan – midden op de werkvloer - is enorm.
Alles afwegende komt het OM bij de 39-jarige Rotterdammer tot een hogere strafeis, omdat onder andere uit berichten op zijn telefoon blijkt dat hij een meer sturende rol had en maar al te goed wist waar hij zich mee bezighield. Daarnaast liep hij nog in een proeftijd van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf.