De agenten die bij een aanhouding bij het Bollendak naast Utrecht Centraal geweld gebruikten, hebben daarin niet onrechtmatig gehandeld. Dat heeft het Openbaar Ministerie (OM) na onderzoek geconcludeerd. Er wordt geen verder strafrechtelijk onderzoek naar de agenten ingesteld.
Op 26 januari 2026 vindt er bij het Utrechtse Bollendak een aanhouding van een vrouw plaats. De aanleiding is een woordenwisseling waar de agent twee vrouwen op aanspreekt. Hij wordt daarna meermaals beledigd door één van hen. Als hij deze vrouw daarvoor aan wil houden, wordt hij belemmerd en lastiggevallen door verschillende omstanders.
Er ontstaat een chaotische en grimmige situatie waarbij de agent de aangehouden vrouw naar buiten probeert te loodsen, maar hierbij wordt gehinderd. Bij het afweren van de omstanders gebruikt hij zijn wapenstok. Ook maakt hij op enig moment een trappende beweging, waarbij hij de andere vrouw raakt. Inmiddels zijn andere agenten ter plaatse en worden ook twee andere omstanders aangehouden. Hierbij gebruiken zij onder andere wapenstokken en pepperspray.
Vooraf gewaarschuwd voor geweld
Het OM beoordeelt of de bepalingen van de ambtsinstructie zijn nageleefd en of de mate van geweld in verhouding stond met de situatie. Het OM vindt dat dat hier het geval was. De omstanders zijn meermaals gevorderd weg te gaan, maar luisterden hier niet naar. Ook is door meerdere politieagenten vooraf gewaarschuwd voor geweld. Tot slot kan worden vastgesteld dat twee personen zich (fors) tegen hun aanhouding hebben verzet.
Het Bollendak-incident kreeg bekendheid nadat filmpjes van de trap rondgingen in de media en op internet. De trap die de agent maakt, was volgens het OM als zodanig proportioneel en noodzakelijk. Gezien de situatie moest de agent ruimte creëren voor de afhandeling van de aanhouding. Dat hij daarbij heeft gekozen voor het geven van een afhoudtrap, die bedoeld is als defensieve reactie om noodzakelijke afstand en ruimte te creëren, is niet onrechtmatig. Zelfs als er op dat moment ook andere mogelijkheden te bedenken waren.
Volgens twee aangevers was de aanleiding van het incident een racistische opmerking van de agent. Het OM heeft hier echter na zorgvuldig bestuderen van de beelden en verklaringen van omstanders geen bewijs voor gevonden.
Als de aangevers het niet eens zijn met de beslissing, kunnen zij een zogenoemde artikel 12-klacht indienen bij het gerechtshof.