Het Openbaar Ministerie Oost-Nederland eist een gevangenisstraf van 18 jaar tegen een 38-jarige man voor het vastbinden en om het leven brengen van een vrouw. Een 25-jarige man zou het slachtoffer kort daarvoor ook hebben mishandeld. Tegen hem eist het OM 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 voorwaardelijk.
Het geweld met dodelijke afloop vond plaats op 27 maart 2025 in de woning van de 38-jarige verdachte in Enschede. Een dag later wordt het overleden slachtoffer gevonden, vastgebonden, met plastic voor haar mond en met letsel op haar lichaam.
Het laatste levensteken van het slachtoffer wordt door camerabeelden geregistreerd rond half 10 in de avond op 27 maart. Ze is dan op weg naar de woning van verdachte. Het OM: “Ze is te zien terwijl ze net pogingen heeft gedaan een door haar gestolen fiets te verkopen, vermoedelijk om drugsgebruik te kunnen financieren; ze rekent net een bolletje coke af. Tekenen van een verdrietig stemmend leven.”
Wat volgens het OM vervolgens blijkt uit onder meer camerabeelden, telefoongegevens, getuigenverklaringen en dna-sporen, is dat het de 38-jarige verdachte moet zijn geweest die het slachtoffer die avond in zijn huis vastbindt, haar mond en hoofd bedekt en haar vervolgens mishandelt tot de dood erop volgt.
De officier van justitie stond tijdens de motivering van de strafeisen in de rechtbank in Almelo stil bij de gruwelijke manier waarop het slachtoffer aan haar einde moet zijn gekomen: “In de resultaten van de sectie ligt besloten dat ze meervoudig is mishandeld. In de verklaring van een getuige ligt besloten dat ze om haar leven heeft gesmeekt en in hulpeloze toestand werd getrapt. Gezien het vastbinden en knevelen kan het niet anders zijn dan dat ze wanhoop heeft gekend toen ze daar lag, happend naar adem, machteloos omdat ze zich niet kon verroeren, vermoedelijk zich realiserend dat haar einde nabij was.”
Op basis van het onderzoek concludeert het OM dat het geweld tegen de vrouw begint nadat de 25-jarige verdachte (eveneens uit Enschede) ontdekt dat zijn fiets is gestolen. Hij houdt het slachtoffer hier verantwoordelijk voor. Volgens het OM wordt deze verdachte agressief en mishandelt hij het slachtoffer door haar meerdere keren hard te slaan. Het OM acht bewezen dat de verdachte daarmee schuldig is aan poging zware mishandeling.
Samen met een derde persoon verlaat deze verdachte de woning om de fiets te zoeken, en het moet in die periode zijn geweest dat het slachtoffer wordt vastgebonden en verder wordt mishandeld door de 38-jarige verdachte. Ergens voor 22.17 in de avond overlijdt ze.
Het OM komt tot de conclusie dat er sprake is van voorbedachte raad, dus moord: “De handelingen, inclusief het vastbinden en het laten liggen van de vrouw, moeten enige tijd hebben geduurd. In deze periode heeft verdachte zich op zijn handelen en de gevolgen kunnen beraden. Met zijn handelen heeft hij Sarah van haar grootste goed, haar leven, beroofd. En al was dat een leven dat niet gemakkelijk was, ergens aan de horizon gloorde verbetering en een kans op of wens voor geluk. Dat heeft verdachte haar ontnomen. Met zijn gedragingen heeft verdachte enorm verdriet veroorzaakt bij de nabestaanden, haar ouders, kinderen en broers voorop.”