Een hardleerse verdachte hoorde vandaag in de rechtbank in Zwolle drie jaar cel tegen zich eisen, waarvan een half jaar voorwaardelijk. Het Openbaar Ministerie (OM) verdenkt de 46-jarige man uit Zwolle van achttien strafbare feiten. Het gaat voornamelijk om diefstallen, waaronder koperdiefstal op het spoor. Koperdiefstal op het spoor zorgt niet alleen voor veel overlast, maar brengt ook grote veiligheidsrisico’s met zich mee. “Het gaat om de veiligheid van treinreizigers en spoorwegpersoneel”, legt de officier van justitie uit. “En om de mogelijkheid van een ongeval met zeer ernstige gevolgen.”
De verdachte zou op 30 november 2025 negen kabels langs het spoor hebben doorgeknipt. Het treinverkeer in en rond Zwolle werd op 30 november en 1 december 2025 ernstig ontregeld. “Grote aantallen reizigers werden hierdoor getroffen”, stelt de officier van justitie. “Maar de ernst van dit feit zit vooral in het gevaar dat is veroorzaakt.”
Risico op een botsing
Na het doorknippen van de kabels konden treindienstleiders niet meer zien waar de treinen in het getroffen gebied zich bevonden. Om een botsing tussen treinen te voorkomen, werd direct een noodprocedure gestart. Alle treinen moesten onmiddellijk een noodstop maken. Het doorknippen van de kabels is daarom op de tenlastelegging opgenomen als poging tot diefstal, vernieling en het veroorzaken van gevaar op het spoor (artikel 164 Sr).
Volgens het OM was het niet de bedoeling van de verdachte om het treinverkeer te ontregelen. Hij moet zich echter wel bewust zijn geweest van het risico dat hij de veiligheid van het treinverkeer in gevaar bracht. “Hij heeft zich door dat risico niet laten weerhouden”, aldus de officier van justitie. “Het koper moest worden meegenomen, ongeacht de mogelijke gevolgen voor de veiligheid op het spoor.”
Brons gestolen van Indiëmonument
Daarnaast wordt de man verdacht van het stelen van brons van het Indiëmonument in Zwolle. “Ook bij deze diefstal gaat het om meer dan het wegnemen van goederen of het veroorzaken van materiële schade”, vertelt de officier van justitie. “Het is een plaats van herinnering en herdenking. De werkelijke waarde van zo’n monument laat zich niet uitdrukken in de prijs van het metaal.”
De overige verdenkingen betreffen onder andere dertien diefstallen en pogingen daartoe. Zo is er op verschillende momenten in 2025 ingebroken bij verenigingen, bedrijven en kerken. De buit bestaat uit etenswaren, contant geld, apparatuur, een postpakket en een fiets. Daarnaast is de verdachte twee keer betrapt op het rijden zonder geldig rijbewijs.
Hoewel de feiten uiteenlopen, ziet de officier van justitie toch een patroon. “Of het nu gaat om een paar euro aan kleingeld, spullen uit een kerk, brons van een herdenkingsmonument of koper van het spoor: telkens staat het eigen belang van de verdachte voorop en worden de gevolgen bij anderen neergelegd.”
Substantiële celstraf
Bij het bepalen van de strafeis houdt het OM rekening met de ernst van de feiten en met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij valt op dat de verdachte heel hardleers is. De man heeft al een lang strafblad en staat nu opnieuw terecht voor een groot aantal strafbare feiten. In afwachting van deze strafzaak zijn er zelfs drie nieuwe verdenkingen bijgekomen.
In de visie van het OM is de tijd van waarschuwen en begeleiden dan ook voorbij. “Een substantiële onvoorwaardelijke gevangenisstraf is passend en geboden”, volgens de officier van justitie. “Niet alleen om de verdachte de ernst van zijn handelen duidelijk te maken, maar ook om recht te doen aan de slachtoffers en onze maatschappij.”
Alles meewegende eist het OM een gevangenisstraf van drie jaar, waarvan een half jaar voorwaardelijk. Daarbij eist het OM een extra lange proeftijd van drie jaar. Met het voorwaardelijke deel van de straf heeft de verdachte gedurende die periode een stok achter de deur om te voorkomen dat hij opnieuw strafbare feiten pleegt.
De rechtbank doet op 3 november uitspraak.