Instructie handelwijze bij bijtincidenten door honden (2024I004)

Publicatiegegevens
Van: College van procureurs-generaal
Aan: hoofden van de OM-onderdelen
Registratienr.: 2024I004
Datum inwerkingtreding: 01-04-2024
Vervallen: -
Relevante beleidsregles OM: Instructie inbeslagneming (2024I001)
Wetsbepalingen: artt. 116, 117 en 552a Sv, artt. 36a e.v. Sr, art. 10 lid 2 Besluit inbeslaggenomen voorwerpen
Bijlage(n): 1

SAMENVATTING

De Instructie inbeslagneming geeft algemene regels over de efficiënte en rechtmatige afwikkeling van beslag. De onderhavige instructie geeft in aanvulling daarop enkele bijkomende instructies voor de handelwijze bij inbeslagneming van honden na een bijtincident, de bewaring tijdens het beslag, het riskassessment, het tegenonderzoek en de beslissing over de afdoening van het beslag op de hond.

  1. inleiding

Na een bijtincident kan de inbeslagneming volgen van de hond die heeft gebeten. Bij een (eerste) bijtincident is inbeslagneming niet in alle gevallen nodig. De ernst van het bijtincident, de wijze waarop het bijtincident is ontstaan en de invloed van de eigenaar daarop zijn bepalend voor de noodzaak om de hond in beslag te nemen.

Deze instructie schrijft voor hoe te handelen op basis van wettelijke bepalingen waarin juridische begrippen worden gebruikt. De begrippen onttrekken aan het verkeer en vernietigen van beslag (bedoeld wordt: laten inslapen) respectievelijk verbeurdverklaring en vervreemding (bedoeld wordt: de herplaatsing bij een ander dan de beslagene) worden gebruikt in het juridische discours over beslagbeslissingen en doen niet af aan de intrinsieke waarde die aan elk dier als levend wezen toekomt en die losstaat van de waarde die de mens daaraan toekent.

  1. BESLAG OP LEVENDE DIEREN

In de artikelen 116 en 117 Sv is het kader opgenomen waarbinnen de officier van justitie beslist over het voortduren en afdoen van het beslag. Ten aanzien van levende dieren schrijft artikel 10 lid 2 van het Besluit inbeslaggenomen voorwerpen voor dat de bewaarder zo spoedig mogelijk overlegt met het openbaar ministerie over hetzij een passende wijze van bewaring hetzij een geschikte machtiging tot het prijsgeven of vervreemding om niet of om baat. In het geval dat de onttrekking aan het verkeer zal worden gevorderd geeft het openbaar ministerie op grond van artikel 10 lid 2 van het Besluit de opdracht om de hond te laten inslapen.

Hiermee is een bijzondere wettelijke regeling getroffen ten aanzien van inbeslaggenomen levende dieren omdat deze naar hun aard niet geschikt zijn voor langdurige bewaring; de borging van het dierenwelzijn kan bij langdurige bewaring niet worden gegarandeerd. Daarnaast spelen de hoge kosten van langdurig opslag een rol en het gebrek aan voldoende geschikte opvangcapaciteit. Indien duidelijk is dat teruggave aan de beslagene of de redelijkerwijs rechthebbende niet aan de orde kan zijn – bijvoorbeeld naar aanleiding van een riskassessment –, neemt de officier van justitie dan ook zo spoedig mogelijk een beslissing over de bestemming van het dier. Een zitting wordt niet afgewacht.

Een gevaarlijke hond

Een inbeslaggenomen hond die bij een bijtincident betrokken is geweest wordt in beginsel getest middels het zogenaamde riskassessment. Wanneer door de beslagene schriftelijk afstand is gedaan en een verklaring van toebehoren gegeven is, kan op grond van artikel 116 lid 2 en onder c Sv besloten worden over de afdoening van het beslag; een riskassessment is dan niet in alle gevallen strikt noodzakelijk. Bijvoorbeeld wanneer besloten wordt de hond te laten inslapen omdat herplaatsen evident niet aan de orde is. Als afstand is gedaan en afgezien wordt van een riskassessment en wordt besloten tot herplaatsing, vraagt de opslaghouder zelf een riskassessment aan voor een advies over herplaatsing. Om te verzekeren dat de opslaghouder op de hoogte is van eventueel gevaar, geeft het OM aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland kennis van de betrokkenheid van de hond bij een bijtincident.

Het riskassessment wordt uitgevoerd door het riskassessmentteam van de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. Het OM vergoedt daarvan de kosten.

Hoewel snelheid geboden is, worden inbeslaggenomen honden pas één maand na inbeslagname getest. Eerder testen levert geen representatieve uitslag op aangezien de honden eerst moeten wennen aan de omgeving bij de opslaghouder. Mede op grond van de testuitslag wordt een beslissing genomen over de afdoening van het beslag. Vanwege de wetenschappelijk erkende methode van testen van het riskassessmentteam volgt het OM in beginsel het advies uit het riskassessment. [1]

Indien uit de riskassessment blijkt dat sprake is van een gevaarlijk dier of onvoldoende risicobeheersing door de verzorger, is teruggave zonder voldoende garanties op veiligheid van de maatschappij aan de rechthebbende veelal uitgesloten. [2]

Herplaatsen is niet altijd mogelijk: herplaatsende instanties kunnen en willen een bijtrisico en/of veiligheidsvoorwaarden veelal niet overdragen op adoptanten. Er zijn minder bereidwillige en kundige adoptanten beschikbaar dan het aanbod van honden die hen nodig hebben en er zijn onvoldoende dierenwelzijnsvriendelijke permanente opvangplekken beschikbaar. Daarnaast is de vraag of de veiligheidsvoorwaarden door de (nieuwe) eigenaar een dierenleven lang in acht zullen worden genomen. Dit maakt dat een beslissing tot herplaatsing niet in alle gevallen daadwerkelijk geëffectueerd kan worden. Bij herplaatsing wordt een samenvatting van het riskassessment – als dat is uitgevoerd – aan de nieuwe eigenaar verstrekt. Deze samenvatting bevat geen informatie waaruit de identiteit van de vorige eigenaar valt af te leiden.

Als alle overwogen alternatieven niet aan de orde kunnen zijn en de onttrekking aan het verkeer zal worden gevorderd, geeft het OM de opdracht om de hond te laten inslapen. Daarbij geldt het uitgangspunt dat van het afwachten van een (veelal nog niet bekende) zittingsdatum wordt afgezien vanwege het hiervoor genoemde wettelijke kader en uit dierenwelzijnsoverwegingen. Ondanks dat het gaat om een zeer ingrijpende beslissing omtrent een levend dier, die onomkeerbaar is, is het in die gevallen noodzakelijk de hond te laten inslapen.

Tegenonderzoek

Regelmatig wordt aan de officier van justitie een verzoek gedaan tot tegenonderzoek. Dat kan ook aan de rechter-commissaris verzocht worden op grond van artikel 182 Sv. Het uitgangspunt is om kritisch te zijn ten aanzien van dergelijke verzoeken. De tijd die nodig is voor tegenonderzoek staat op gespannen voet met het wettelijk kader dat bij het beslag van levende dieren spoedige behandeling voorschrijft. Daarnaast is het niet in alle gevallen wenselijk het beslag (tijdelijk) op te heffen om de hond buiten de opvanglocatie te laten testen of om daartoe (tijdelijk) een andere bewaarder aan te wijzen. Het uitvoeren van een tegenonderzoek in de opvanglocatie zelf, is vaak niet mogelijk zonder de verblijfplaats van de hond bekend te maken hetgeen onwenselijk is vanwege de privacy en veiligheid van de opslaghouder.

Als wordt overwogen om in te stemmen met een verzoek tot tegenonderzoek dan is het volgende van belang. In zijn algemeenheid is niet aan te geven of het tegenonderzoek zorgvuldig wordt uitgevoerd en of de uitkomsten voldoende redenen geven om af te zien van het opvolgen van het advies van het riskassessmentteam. Er is immers een veelheid van professionals die onderzoek (kunnen) doen naar het gedrag van honden.

Als maatstaf voor de beoordeling  van een onderbouwd verzoek tot het uitvoeren van een dergelijk tegenonderzoek kan het behulpzaam zijn kennis te nemen van de standaarden die het riskassessmentteam bij het riskassessment in acht neemt. De door deze onafhankelijke instantie gehanteerde methode is gebaseerd op een door de Universiteit Utrecht opgestelde systematiek die wetenschappelijk is erkend. Het gaat om het volgende:

- De onderzoeker heeft aantoonbare expertise en ervaring gebaseerd op wetenschappelijke kennis;

- De methodiek van risicoanalyse bij het bepalen van hondenbijtrisico is vastgesteld en toegepast door een multidisciplinair team, waaronder gediplomeerd gedragsbiologen, hondengedragstherapeuten en hondengedragsbeoordelaars met wetenschappelijke kennis en een dierenarts;

- Het riskassessment is gebaseerd op verschillende bronnen. [3]

- De onderzoeker heeft geen belang bij een bepaalde uitkomst.

- De onderzoeker heeft geen contact met de eigenaar zodat beïnvloeding door (bij) de eigenaar (betrokken partijen) is uitgesloten.

Kosten tegenonderzoek

De kosten van een tegenonderzoek zijn voor rekening van de verzoeker.

Aankondigingsbrief bij het besluit de hond te herplaatsen of te laten inslapen

Als teruggave aan de beslagene dan wel aan de rechthebbende is uitgesloten, dan wordt besloten tot herplaatsing of tot het geven van de opdracht de hond te laten inslapen. Omdat het hier om een ingrijpende beslissing gaat, is een zorgvuldige afweging van alle belangen geboden.

Het is daarom goede praktijk om een kennisgeving [4] te doen uitgaan naar de beslagene, behoudens in het geval van teruggave aan hem. Een wettelijke verplichting daartoe bestaat niet, maar deze standaardwerkwijze wijst de beslagene op de mogelijkheid om een klaagschrift in te dienen als bedoeld in artikel 552a Sv. Het klaagschrift is niet gericht tegen het (voorgenomen) besluit tot herplaatsing of laten inslapen, maar richt zich tegen het (in beslag nemen en het voortduren van het) beslag waarbij een rechter toetst of het al dan niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer zal bevelen.

Het (voorgenomen) besluit tot herplaatsing of laten inslapen zal worden geëffectueerd met inachtneming van de termijn die in de aankondigingsbrief is genoemd, te verlengen met de termijn die nodig is waarin de rechter op het klaagschrift zal hebben beslist. Hierbij verdient opmerking dat in deze specifieke gevallen indien in de klaagschriftprocedure ex artikel 552a Sv cassatieberoep is ingesteld, de beslissing van de cassatierechter in beginsel niet wordt afgewacht. [5]

  1. BIJZONDERHEDEN

In een aantal gevallen heeft de (rekesten)rechter aan het OM in overweging gegeven (ten overvloede) om de bewaring van een hond voort te zetten, bijvoorbeeld in afwachting van een (onherroepelijke) beslissing in de strafzaak. Aangezien het bij een onttrekking aan het verkeer om een onomkeerbare beslissing gaat, is dit niet onbegrijpelijk. Desalniettemin is het in beginsel onwenselijk de bewaring te laten voortduren. Op het moment van de (raadkamer)zitting is vaak al sprake van langdurige opvang die de hond geen goed doet; verdere bewaring vergroot de nadelige effecten op het welzijn van de hond. Mede gelet daarop en eerder genoemde overwegingen gaat het OM hier in beginsel dan ook niet in mee. Dit geldt te meer wanneer het gaat om voortzetting van de opvang voor een onbepaalde, langere tijd (bijvoorbeeld: tot aan een nog onbekende zittingsdatum).

Soms wordt het verzoek gedaan om aanwezig te kunnen zijn bij het laten inslapen van de hond. Dit bevordert de verwerking van het verlies en geeft de gelegenheid om op persoonlijke wijze afscheid te nemen. Bij de beoordeling van dergelijke verzoeken weegt het OM in ieder geval ook de gevolgen voor de privacy en veiligheid van de opslaghouder mee; Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat de locaties waar de euthanasie wordt uitgevoerd speciale veiligheidsmaatregelen hebben en niet toegankelijk zijn voor buitenstaanders om de privacy en veiligheid van het personeel te waarborgen.

OVERGANGSRECHT

Deze instructie heeft gelding vanaf de datum van inwerkingtreding.

Bijlage 1 Kennisgeving afwikkeling inbeslaggenomen hond na bijtincident

Besluit tot vervreemden: herplaatsing

Geachte heer, mevrouw,

Op < > is uw hond door de politie in beslag genomen omdat < >.

Daarom heeft de officier van justitie een onderzoek laten uitvoeren naar wat er met < > moet gebeuren. Dit onderzoek bestaat uit een gedragstest die door een team bestaande uit gediplomeerd gedragsbiologen, hondengedragstherapeuten en -gedragsbeoordelaars en een dierenarts is uitgevoerd. De uitkomsten van dit onderzoek zijn inmiddels bekend. De uitkomst en het advies luidt < herplaatsing met of zonder maatregelen / herplaatsing als werkhond (waak/verdedigingstaken) of erfhond / .. >.

De officier van justitie is op grond van artikel 117 lid 1 Wetboek van Strafvordering en artikel 10 van het Besluit inbeslaggenomen voorwerpen bevoegd < > te vervreemden door deze definitief te herplaatsen bij een andere verzorger. De officier van justitie zal hiertoe besluiten, gelet op < de ernst van het bijtincidenten / de rapporten van de politie / uw onvermogen om < > onschadelijk te houden en dergelijke (bijt)incidenten te voorkomen / .. > en de uitkomsten van de gedragstest. U zult < > niet terug krijgen.

Hierbij wijs ik u op de mogelijkheid die artikel 552a Wetboek van Strafvordering biedt om een klaagschrift in te dienen over de inbeslagname en/of het uitblijven van de teruggave van het inbeslaggenomene. U kunt dat doen door een klaagschrift in te dienen bij de rechtbank < > onder vermelding van bovengenoemd proces-verbaalnummer of parketnummer.

De officier van justitie zal binnen een termijn van veertien dagen na dagtekening van deze brief de machtiging tot vervreemden afgeven, op grond waarvan < > definitief wordt herplaatst bij een andere verzorger, tenzij een beslissing op een eventueel ingediend klaagschrift wordt afgewacht..

De officier van justitie.

Besluit tot vernietigen: laten inslapen

Geachte heer, mevrouw,

Op < > is uw hond door de politie in beslag genomen omdat < >.

Daarom heeft de officier van justitie een onderzoek laten uitvoeren naar wat er met < > moet gebeuren. Dit onderzoek bestaat uit een gedragstest die door een team bestaande uit gediplomeerd gedragsbiologen, hondengedragstherapeuten en -gedragsbeoordelaars en een dierenarts is uitgevoerd. De uitkomsten van dit onderzoek zijn inmiddels bekend. De uitkomst en het advies luidt < laten inslapen op grond van bijtrisico en/of dierenwelzijnsaspecten en/of ernstige/pijnlijke/progressieve medische problemen / .. >.

De officier van justitie is op grond van artikel 117 lid 1 Wetboek van Strafvordering en artikel 10 van het Besluit inbeslaggenomen voorwerpen bevoegd < > te vernietigen door deze in te laten slapen. De officier van justitie zal hiertoe besluiten, gelet op < de ernst van het bijtincidenten / de rapporten van de politie / uw onvermogen om < > onschadelijk te houden en dergelijke (bijt)incidenten te voorkomen / .. > en de uitkomsten van de gedragstest. U zult < > niet terug krijgen.

Hierbij wijs ik u op de mogelijkheid die artikel 552a Wetboek van Strafvordering biedt om een klaagschrift in te dienen over de inbeslagname en/of het uitblijven van de teruggave van het inbeslaggenomene. U kunt dat doen door een klaagschrift in te dienen bij de rechtbank < > onder vermelding van bovengenoemd proces-verbaalnummer of parketnummer.

De officier van justitie zal binnen een termijn van veertien dagen na dagtekening van deze brief de machtiging tot vernietigen afgeven, op grond waarvan < > wordt ingeslapen, tenzij een beslissing op een eventueel ingediend klaagschrift wordt afgewacht.

De officier van justitie.

[1] Het advies kan bestaan uit (variaties op) de volgende beslissingen: - Retour eigenaar met of zonder maatregelen; - Herplaatsing met of zonder maatregelen; - Herplaatsing als werkhond (waak/verdedigingstaken) of erfhond; - Euthanasie op grond van bijtrisico en/of dierenwelzijnsaspecten en/of ernstige/pijnlijke/progressieve medische problemen.

[2] Garanties kunnen bestaan uit (variaties van) de volgende maatregelen: -              Aanlijn/muilkorfgebod indien de hond in de openbare ruimte komt; - Hond nimmer onbeheerd in de openbare ruimte achterlaten; - Niet (na)bij kinderen komen; - Niet (na)bij ander(e) dier(en)/hond(en); - Hond alleen uitlaten laten door kundige volwassen persoon, die de hond veilig over de straat kan begeleiden en die op de hoogte is van de strikt toe te passen voorwaarden; - Ontsnapping uit huis onmogelijk maken door het plaatsen van drangers op de deuren en door sluisconstructies te maken, waarbij nooit twee deuren tegelijk open mogen staan richting naar buiten; - Ontsnapping van erf/uit tuin onmogelijk maken door gesloten hekwerk rondom van minimaal 2-2,5 meter met klimbeveiliging en een poortdeur die op slot kan, indien er een poortdeur aanwezig is. Deze moet dan tevens zijn voorzien van een dranger of sluis; - Begeleiding door een gediplomeerd gedragstherapeut om de hond op veilige manier over straat te kunnen hanteren en kennis en kunde op te doen over hondengedrag, inclusief prooivanggedrag en het bijbehorend risico, plus de noodzakelijke risicomitigatie; - Castratie van de hond ter preventie van het doorgeven van mogelijk erfelijke eigenschappen betreffende het risico gevende gedrag van de hond; - Aanpak medische problemen.

[3] Deze bronnen zijn 1) Informatie over bijtincident(en) uit bijvoorbeeld het Proces-Verbaal en eerdere meldingen en bijvoorbeeld schaderapporten van (dieren)artsen, 2) Informatie over de situatie van de eigenaar van de hond, waaronder leef- en woonomstandigheden (inclusief huishouden) en relatie met de eigenaar uit bijvoorbeeld het PV, informatie wijkagent en bijvoorbeeld zorginstellingen, 3) Informatie over de gezondheidstoestand van de hond, waaronder eventueel bestaande pijn veroorzakende aandoeningen geconstateerd door een dierenarts, 4) Informatie van de vaste verzorger bij opslaghouder over het gedrag van de hond bij reguliere handelingen en verzorging van de hond; en 5) Informatie uit de gestandaardiseerde gedragstest.

[4] Ter illustratie zijn voorbeeldbrieven opgenomen in de bijlage.

[5] Hiermee wordt in deze specifieke gevallen dus afgeweken van het (beleids)uitgangspunt dat aan een ingesteld cassatieberoep in een artikel 552a Sv-procedure opschortende werking wordt toegekend, vanwege het eerder genoemde wettelijk kader bij levende dieren, het uitgangspunt dat het afwachten van een (veelal nog niet bekende) zittingsdatum zich niet verhoudt met dierenwelzijnsoverwegingen vanwege voortdurende opslag, schaarse capaciteit en (hoge) kosten.