Openbaar Ministerie eist 9 jaar gevangenisstraf tegen vrouw die man doodsloeg met hamer

Het Openbaar Ministerie Oost-Brabant eist 9 jaar gevangenisstraf tegen een 28-jarige vrouw die terecht staat voor doodslag op haar 28-jarige vriend.
De man werd in de nacht van 3 op 4 mei 2016 in Helmond door de verdachte met een steigerhamer twee keer hard op het hoofd geslagen en verschillende keren op het lijf, waarna het slachtoffer is overleden.

“Een zware verdenking, een van de zwaarste delicten uit het Wetboek van Strafrecht. Een ernstig feit met grote gevolgen voor velen. Het slachtoffers’ leven is veel te vroeg tot een einde gekomen. Hij zal nooit zijn jonge kinderen zien opgroeien en de kinderen zullen nooit hun vader leren kennen,“ opende de officier van justitie zijn requisitoir.

In de bewuste nacht belde de verdachte onder het bloed en in paniek aan bij de buren, eerst de buurvrouw daarna de andere buur. Deze buurman gaat kijken en vindt het slachtoffer op zijn rug, liggend, dood op bed. De verdachte zei vervolgens dat er vooraf ruzie is geweest, dat hij haar heeft geprobeerd te wurgen en dat ze daarop geslagen heeft met een hamer.

Geheugenverlies

Maar wat er precies gebeurd is, dat weet de verdachte niet. Wel weet zij precies wat er aan vooraf is gegaan. Zij moest voor hem wat drinken halen en een jointje voor hem draaien. Ze kregen ruzie en hij probeerde haar te wurgen. Maar wat er zich daarna heeft afgespeeld, weet zij zich nauwelijks te herinneren. Zij heeft daar alleen over verklaard dat het slachtoffer op enig moment met beide handen en later met één hand, haar hals had omvat en haar probeerde te wurgen, dat zij wit licht zag en opeens een hamer in haar handen had en hem blijkbaar daarmee heeft geslagen. “Nog los van het feit dat het op basis van gezond verstand onwaarschijnlijk is dat iemand zich uitsluitend het haar belastende deel van een gebeurtenis niet kan herinneren, zien ook de deskundigen aanwijzingen voor geveinsde of aangedikte geheugenproblemen,” aldus de officier van justitie.

Turbulente relatie

Het slachtoffer en de verdachte hadden een langdurige relatie en gezamenlijk 3 jonge kinderen. De relatie werd gekenmerkt door veelvuldig huiselijk geweld tegen de verdachte. Uit veel verklaringen van personen uit hun omgeving komt een beeld van het slachtoffer naar voren van een dominant en bazig type. Ook al blijkt dat de verdachte best weerwoord gaf aan haar partner, de relatie was ongelijk en zij legde het fysiek af tegen hem.

“Zij is meermalen bij hem weggeweest, maar kwam toch steeds terug”, betoogt de officier.” Nu was weggaan ook een reële optie, maar daar heeft ze niet voor gekozen.”

Geen sprake van noodweer of psychische overmacht

De verdachte zegt dat ze niet anders kon, dat er sprake was van noodweer. Maar dit komt niet overeen met de feiten uit het forensisch onderzoek. Daaruit blijkt dat de klappen op het hoofd de eerste verwondingen zijn die zijn toegebracht. De verdachte heeft verklaard dat ze geslagen moet hebben toen zij tegenover het slachtoffer stond en hij haar bij de keel vast had. Het toebrengen van de verwondingen vanuit deze positie is volgens het OM onmogelijk. De twee hoofdwonden, die precies de afdruk nalaten van de hamer, moeten van rechtsachter ten opzichte van het hoofd van het slachtoffer zijn toegebracht. Daarmee is het geschetste noodweerscenario onlogisch. Evenmin acht het OM een beroep op psychische overmacht haalbaar. Er waren voor haar alternatieven. Zij had nog andere mogelijkheden.

Het OM komt tot bewezenverklaring van doodslag, omdat er geen sprake is van voorbedachte raad en moord daarom niet bewezen kan worden verklaard. Wel rekent het OM de vrouw de doodslag zwaar aan. Zij heeft het leven van haar vriend, maar vooral het leven van de vader van haar kinderen ontnomen. Ook al was het slachtoffer voor haar niet goed, hiertoe had zij niet het recht. Uiteraard speelt de aanloop naar de doodslag wel een rol en werkt dit strafmatigend. Een gevangenisstraf van 9 jaar is gezien alle feiten en omstandigheden volgens de officier van justitie dan ook een gepaste straf.

De rechtbank doet 22 januari uitspraak.