Kinderporno

Seksueel misbruik van kinderen is buitengewoon ingrijpend voor slachtoffers, ouders, andere betrokkenen en de samenleving als geheel. Het is van groot belang dat zoveel mogelijk slachtoffers worden geïdentificeerd en dat het misbruik wordt gestopt. Bij het maken, verspreiden en downloaden van kinderporno wordt gebruik gemaakt van ICT-ondersteuning. Er is dan ook een directe relatie tussen de bestrijding van cybercrime en kinderporno.

Intensieve aanpak

De bestrijding van kinderporno en het tegengaan van het achterliggend seksueel misbruik is een landelijke prioriteit. De nadruk ligt niet alleen op het opsporen van de downloaders en de verspreiders, maar het OM richt zich ook op het slachtoffer. Het onderzoekt wie er op foto’s staan en hoe het misbruik kan worden gestopt. Slachtoffers haalt het OM uit hun isolement en kan het daardoor hulp en opvang aanbieden. In een aantal grote zaken waarbij veel slachtoffers waren betrokken, kon met de opsporing van de verdachte of het achterliggend netwerk direct een einde gemaakt worden aan het fysieke misbruik.

INDIGO-afdoening

Voor de downloaders van een beperkt aantal kinderpornografische plaatjes is de INDIGO-afdoening (Initiatief niets doen is geen optie) ontwikkeld. Een INDIGO-afdoening betreft een voorwaardelijk sepot met als de voorwaarde dat de dader zich onder behandeling stelt. Hiervan gaat een goede preventieve werking uit en het gedrag wordt gecorrigeerd.

INDIGO in de praktijk