Openingswoord officier van justitie (9-3-2020)

Uitgesproken door een van de officieren van justitie op de zitting van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Den Haag.

Edelachtbaar College, geachte toehoorders,

Meer dan vijf jaar geleden, op 17 juli 2014, werd vlucht MH17 van Malaysia Airlines neergeschoten. Alle 298 inzittenden - mannen, vrouwen, jongeren en kinderen - kwamen daarbij om het leven. Het oudste slachtoffer, Gerda Leliana Lahenda, kwam uit Indonesië en was 82 jaar oud toen zij om het leven kwam. Het jongste slachtoffer, Benjamin Lee Jian Han, kwam uit Maleisië en is niet ouder geworden dan één jaar. Op 17 juli 2014 zijn niet alleen 298 levens beëindigd. Veel meer levens zijn na die dag nooit meer hetzelfde geweest. Het verlies van hun geliefden heeft diepe sporen achter gelaten in de levens van nabestaanden. Bovenop dat verlies volgde het uitgestelde afscheid. De onzekerheid of het lichaam van een geliefde kon worden thuisgebracht. De schok als dat gebeurde, soms op achtereenvolgende momenten. Het verdriet als dat niet gebeurde.

Een echtpaar dat zijn enige kind verloor verwoordde het verdriet als volgt: “De dood is anders geworden. Nu is de dood om niet meer bang van te zijn. Je dient je dagen uit. Na de dood ben je misschien weer bij haar.”

Een andere nabestaande vertelde uitgebreid hoe iedereen binnen de familie anders reageert en hoe moeilijk dat is. Zij beschrijft haar verdriet zo: “Ik vind alles zinloos en heb geen energie meer. Ik ben volledig het contact kwijt met de goedheid van het leven.”

Wij zijn ons er zeer van bewust dat dit strafproces voor sommige nabestaanden een opluchting is, maar voor anderen een zware belasting. Iedere keer dat het MH17 onderzoek in het nieuws komt, geeft dat de ene nabestaande hoop, maar rijt dat voor andere nabestaanden wonden open die toch al niet snel helen. Die beleving verschilt sterk per persoon. Al die emoties, hoe verschillend ook, zijn goed voorstelbaar.

De slachtoffers en de nabestaanden in deze zaak woonden en wonen in vele landen over de hele wereld. Het Nederlands Openbaar Ministerie probeert zo goed mogelijk recht te doen aan hen allen. We zorgen er samen met de partners van het Joint Investigation Team (JIT) voor dat alle nabestaanden zo goed mogelijk geïnformeerd worden over het proces en waar mogelijk het onderzoek. Daarbij werken we intensief samen met overheidsvertegenwoordigers van alle landen die slachtoffers te betreuren hebben, de zogenoemde Grieving Nations. Natuurlijk helpt het daarbij zeer dat uw rechtbank besloten heeft dat dit strafproces voor iedereen, waar ook ter wereld, te volgen is via een livestream, met Engelse vertaling. Voor de zorgvuldigheid van het strafproces spreken wij hier in onze moedertaal: het Nederlands. Maar wij staan hier om recht te doen voor alle slachtoffers en nabestaanden, waar ze ook vandaan komen, waar ze ook wonen en ongeacht welke taal ze spreken.

Niet alleen voor de nabestaanden maar ook voor de bewoners van het rampgebied in Oekraïne is 17 juli 2014 een dag die zij nooit zullen vergeten. Velen van hen werden geconfronteerd met de verschrikkelijke gevolgen van het neerschieten van vlucht MH17. Brokstukken en lichamen vielen uit de lucht, soms recht door het dak van hun huis. Veel inwoners van Oost-Oekraïne en hulpverleners daar hebben zich onder moeilijke oorlogsomstandigheden ingezet om de slachtoffers te bergen en later te herdenken. Hun inzet verdient grote waardering.

Grote waardering verdienen ook de vele rechercheurs, deskundigen, en alle andere betrokkenen over de hele wereld die de afgelopen jaren geduldig en hard hebben gewerkt aan het onderzoek in deze zaak. Het is een onderzoek van een uitzonderlijke complexiteit. Met name door de oorlogssituatie ter plaatse, de actieve tegenwerking van de Russische Federatie en de gevaarzetting voor lokale getuigen, die wonen in een wetteloos gebied waar alleen het recht van de sterkste nog geldt. Dat het JIT ondanks die moeilijkheden in verregaande mate heeft kunnen vaststellen wat er is gebeurd op 17 juli 2014 verdient grote lof voor alle betrokkenen uit vele verschillende landen. Dat zijn niet alleen de vijf landen van het JIT - Australië, België, Maleisië, Nederland en Oekraïne - maar ook de vele andere landen die op andere manieren een bijdrage hebben geleverd aan het onderzoek, bijvoorbeeld door het verlenen van rechtshulp.

Het JIT had nooit zo ver kunnen komen in het onderzoek zonder de moed en betrokkenheid van tal van journalisten en gewone burgers. Burgers die er voor gekozen hebben te getuigen over wat zij zagen, ondanks het risico dat dit voor hen meebrengt. Journalisten en burgers die met vasthoudendheid eigen onderzoek deden en daarover berichtten. Het JIT heeft (ook) van hun werk dankbaar gebruik gemaakt om steeds verder te komen in het onderzoek. Altijd na eigen analyse en verificatie van het werk van anderen. Maar de bijdragen in vele vormen van gewone burgers aan dit onderzoek zijn zo wezenlijk dat ook zij grote waardering verdienen.

De mate waarin betrokken burgers een bijdrage hebben kunnen leveren aan het vaststellen van de waarheid in deze zaak geeft hoop. We mogen dan in een tijd leven waarin vaak en gemakkelijk gelogen lijkt te worden, maar de mogelijkheden en vastberadenheid van gewone burgers om die leugens aan de kaak te stellen, blijken met tal van digitale onderzoeksmogelijkheden groter dan voorheen. Dit onderzoek bevestigt dat de waarheid zich niet laat toedekken.

Al deze gezamenlijke, internationale inspanningen hebben het dossier opgeleverd dat nu aan uw rechtbank wordt voorgelegd. In dat dossier komt het onderzoek naar alle mogelijke oorzaken voor het neerstorten van MH17 aan bod. Het JIT heeft eerder, na langdurig en zorgvuldig onderzoek, bevindingen bekend gemaakt over het hoofdscenario dat MH17 is neergeschoten door een Buk-TELAR afkomstig uit de Russische Federatie. Het JIT heeft ook onderzoek gedaan naar de scenario’s dat vlucht MH17 is neergestort na een explosie van binnenuit, is neergeschoten door een gevechtsvliegtuig, of is neergeschoten door de Oekraïense strijdkrachten. Al die scenario’s komen aan bod in het dossier, en alle relevante bewijsmiddelen worden in het dossier inzichtelijk gemaakt. Hiertoe behoren vele stukken die zijn verstrekt door de Russische Federatie. Alle informatie die de Russische Federatie aan het JIT heeft verstrekt of op persconferenties bekend heeft gemaakt is in het onderzoek meegewogen en geanalyseerd. Wij zien er naar uit om het verloop en de bevindingen van het onderzoek hier ter zitting toe te lichten. Na weging van al het bewijs zal uw rechtbank een oordeel moeten vellen over de schuld of onschuld van de verdachten: Igor Girkin, Sergey Dubinskiy, Oleg Pulatov en Leonid Kharchenko.

Verdachten

Parketnummer

09/748004-19

Naam

Igor Vsevolodovich GIRKIN

Geboren op

17 december 1970 te Moskou (Russische Federatie)

Wonende te

zonder woon- of verblijfplaats in Nederland

Parketnummer

09/748005-19

Naam

Sergey Nikolayevich DUBINSKIY

Geboren op

9 augustus 1962 te Donetsk (Oekraïne)

Wonende te

zonder woon- of verblijfplaats in Nederland

Parketnummer

09/748006-19

Naam

Oleg Yuldashevich PULATOV

Geboren op

24 juli 1966 (geboorteplaats onbekend)

Wonende te

zonder woon- of verblijfplaats in Nederland

Parketnummer

09/748007-19

Naam

Leonid Volodymyrovych KHARCHENKO

Geboren op

10 januari 1972 te Kostyantynivka (Oekraïne)

Wonende te

zonder woon- of verblijfplaats in Nederland

De context van dit strafproces

Er zijn in de wereld vaker burgervliegtuigen neergeschoten. Er zijn ook vaker grote aantallen burgerdoden gevallen tijdens gewapende conflicten. Dat heeft zelden geleid tot strafzaken tegen betrokkenen. Dit kan de vraag oproepen waarom er nu wél een strafzaak aan de orde is. Hierbij moet bedacht worden dat het neerschieten van vlucht MH17 in twee opzichten anders was dan andere tragedies waarbij vliegtuigen zijn neergeschoten, ook al lijken die op het eerste gezicht misschien vergelijkbaar.

In de eerste plaats wijst het onderzoek uit dat vlucht MH17 niet werd neergeschoten tijdens een militaire oefening of door strijdkrachten die dachten hun eigen land te verdedigen tegen een aanval van buiten. De Buk-TELAR die vlucht MH17 neerschoot had nooit in Oekraïne mogen zijn en had daar nooit een raket mogen afvuren. Op geen enkel vliegtuig, burger of militair. Dat maakt de beoordeling van deze zaak wezenlijk anders dan gevallen waarbij inschattingsfouten tijdens een rechtmatige militaire actie leiden tot burgerdoden.

In de tweede plaats is er door de verantwoordelijken voor het neerschieten van vlucht MH17 geen enkele verantwoording afgelegd. In andere op het oog soortgelijke gevallen is vroeger of later tenminste in enige mate verantwoordelijkheid aanvaard. Dat is van groot belang. Het is belangrijk om te kunnen vaststellen wat er feitelijk is gebeurd. Het is belangrijk voor nabestaanden dat er duidelijkheid wordt verschaft en verantwoordelijkheid wordt genomen. Het is ook belangrijk om soortgelijke tragedies in de toekomst zoveel mogelijk te voorkomen. Effectief onderzoek, openheid over hetgeen er in dat onderzoek wordt vastgesteld en waar mogelijk bestraffing van de daders is niet alleen een morele plicht tegenover de nabestaanden, maar ook een rechtsplicht op grond van internationale mensenrechtenverdragen. [1]

Zowel het algeheel illegale karakter van het afschieten van de raket als het gebrek aan verantwoording achteraf door de verantwoordelijken maken het neerschieten van MH17 anders dan op het oog vergelijkbare tragedies. Beide aspecten maken deze strafzaak noodzakelijk. Om vast te stellen wat hier nu eigenlijk is gebeurd. En om grootschalig, dodelijk geweld te bestraffen dat op 17 juli 2014 op die plek tegen geen enkel doel georganiseerd en uitgevoerd had mogen worden.

Dit strafproces is niet de enige juridische procedure met betrekking tot het neerschieten van vlucht MH17. Er worden ook interstatelijke procedures gevoerd. Oekraïne heeft de Russische Federatie gedaagd voor het Internationaal Gerechtshof, onder meer met betrekking tot vlucht MH17. Nederland en Australië hebben de Russische Federatie aansprakelijk gesteld voor het neerschieten van vlucht MH17. Er lopen verschillende procedures tegen de Russische Federatie en Oekraïne bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. De Nederlandse regering heeft een feitenonderzoek aangekondigd naar de vraag of het luchtruim boven en rondom het oosten van Oekraïne gesloten had moeten worden.

Daarnaast gaat het strafrechtelijk onderzoek van het JIT verder. Het JIT heeft aangekondigd nog verder onderzoek te doen naar andere betrokkenen bij het neerschieten van vlucht MH17. Het JIT richt zich daarbij in het bijzonder op de bemanningsleden van de gebruikte Buk-TELAR en op verantwoordelijken in de bevelslijn in de Russische Federatie.

Dit alles vraagt om zorgvuldigheid bij het bewaken van de grenzen van de verschillende procedures en de informatie-uitwisseling daartussen. Tegelijkertijd hoeft het niet af te leiden van de vragen waar we in dit strafproces voor staan. Dit strafproces gaat over de schuld of onschuld van vier verdachten aan de feiten waarvoor zij zijn gedagvaard. Niets meer en niets minder. Dat er tegelijkertijd ook andere juridische procedures over dezelfde feiten plaatsvinden, is niet ongewoon. Dat er nog verder onderzoek plaatsvindt naar mogelijke andere betrokkenen is ook een gebruikelijke gang van zaken. In drugszaken en andere moordonderzoeken worden bijvoorbeeld ook met regelmaat verdachten gedagvaard terwijl het onderzoek naar andere betrokkenen nog doorgaat. Noodzakelijk is dat de rol van de te vervolgen verdachten zelf voldoende kan worden vastgesteld, niet dat dit meteen en tegelijkertijd voor iedere betrokkene kan gebeuren. Een strafproces is niet een allesomvattende poging tot geschiedschrijving, maar een onderzoek naar de beschuldigingen tegen de verdachten die terecht staan. Dat geldt ook hier.

Het komt ook vaker voor dat er naast een strafproces nog vragen bestaan over het optreden van betrokken autoriteiten; of die niet meer hadden kunnen doen om het misdrijf te voorkomen. Die vragen worden altijd onderzocht buiten het strafproces. Want wat het antwoord ook is op de vraag of autoriteiten beter hun best hadden kunnen doen om een moord te voorkomen: het pleit de moordenaar nooit vrij. Een strafproces gaat over de schuld of onschuld van de verdachte. De vraag of Oekraïne het luchtruim wel of niet had moeten sluiten, is in dit strafproces dus geen voorwerp van onderzoek. Zoals er vele vragen zijn die gesteld mogen worden en nuttige antwoorden kunnen opleveren, maar niet hier in dit proces. In deze rechtszaal onderzoeken wij wat Igor Girkin, Sergey Dubinskiy, Oleg Pulatov en Leonid Kharchenko hebben gedaan op en rond 17 juli 2014.

Ook de aansprakelijkstelling van de Russische Federatie door andere landen, ten slotte, doet niets af aan de beschuldigingen tegen de vier verdachten in deze rechtszaal. Aansprakelijkheid van de staat bestaat naast de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van betrokken personen. Misdrijven worden gepleegd door personen, en personen moeten verantwoordelijk worden gehouden voor hun misdrijven. Ook als zij in groter verband optreden en staten daarom eveneens schuldplichtig kunnen worden.

Een proces in absentia

Zoals u ziet heeft geen van de vier verdachten gevolg gegeven aan de oproep van het Openbaar Ministerie om vandaag ter zitting te verschijnen. De verwachting is dat dit op andere zittingsdagen niet anders zal zijn. Een vraag die mogelijk bij veel mensen leeft is waarom het Openbaar Ministerie een proces begint waarbij bij voorbaat al viel te verwachten dat de verdachten niet zouden komen opdagen en waarbij het ook zeer de vraag is of de verdachten - als zij worden veroordeeld - ooit daadwerkelijk een straf zullen ondergaan. Wij hebben ons deze vragen uiteraard ook gesteld, maar hebben geen moment getwijfeld aan de noodzaak van deze strafzaak.

Een strafzaak draait namelijk ook om het vaststellen van wat er precies is gebeurd, de waarheidsvinding. Een verdachte kan daarbij een belangrijke rol spelen door een verklaring af te leggen over wat er in zijn ogen is voorgevallen, maar zijn inbreng is niet noodzakelijk voor een legitieme uitkomst. Het komt in strafzaken geregeld voor dat een verdachte niet op de zitting verschijnt, of daar wel komt maar weigert een verklaring af te leggen. Ook in die zaken zal de rechter op basis van het aanwezige onderzoeksmateriaal een oordeel moeten vellen over de vraag wat er is gebeurd en wat de strafrechtelijk relevante rol van de verdachte daarbij is geweest. Dat is in deze zaak niet anders. Wij menen dat het onderzoek van de afgelopen vijf en een half jaar zoveel materiaal heeft opgeleverd dat uw rechtbank voldoende in staat zal zijn om een gefundeerd oordeel te vellen over wat er is gebeurd, ook zonder de inbreng van de verdachte. Daarbij doet het OM er alles aan wat redelijkerwijs mogelijk is om de verdachten de kans te geven hun kant van het verhaal te vertellen. Wij zullen daar zo dieper op ingaan.

De mogelijkheid dat de verdachten in deze zaak ook na een veroordeling geen straf zullen ondergaan zien wij niet als reden om af te zien van dit proces. Strafoplegging is vaak een belangrijk onderdeel van een strafproces, maar niet steeds belangrijker dan waarheidsvinding. Bovendien is het geen uitgemaakte zaak dat de verdachten aan een eventuele opgelegde straf zullen weten te ontkomen. Wetten en verdragen bieden de mogelijkheid dat de verdachten een Nederlandse straf in het buitenland ondergaan. Daarbij: wie vandaag nog ongrijpbaar lijkt, kan morgen alsnog zijn rechtbank in de ogen kijken. Als het in deze zaken tot een strafoplegging komt, dan zullen wij er alles aan doen om daaraan uitvoering te geven. In Nederland of daarbuiten.

Kortom, wij menen dat dit strafproces ook zonder aanwezige verdachten noodzakelijk is. Uitgangspunt daarbij moet volgens ons zijn dat de zaken tegen deze vier verdachten zo veel als mogelijk gelijktijdig en naast elkaar worden behandeld. Om die reden zijn ze ook allemaal op dezelfde zitting bij uw rechtbank aangebracht. Omdat het hier in meerderheid gaat om berechtingen bij verstek, bestaat de mogelijkheid dat een verdachte of zijn advocaat zich later alsnog meldt. Volgens de wet moet zijn zaak dan opnieuw worden behandeld, zodat de verdachte alsnog zijn verdediging kan voeren. In zulke gevallen moet wél worden afgezien van gelijktijdige behandeling. Anders lijden alle zaken dezelfde vertraging. Dit is niet verenigbaar met het recht van de nabestaanden op een voortvarend strafproces en het belang van een efficiënte rechtspleging. Wij menen dus dat het uitgangspunt moet zijn: samen waar het kan, maar gescheiden als het moet. Het is daarbij overigens denkbaar dat de zaken tegen deze vier verdachten een verschillend verloop krijgen, maar uw rechtbank uiteindelijk wel in alle zaken tegelijkertijd uitspraak doet.

Eerste deel van het openingswoord

Openingswoord officier van justitie MH17-proces (deel 1)

Keuzes in de vervolging: verdachten

Inleiding

Hoe zijn wij gekomen tot het besluit om juist deze vier verdachten te vervolgen? Dat leggen wij graag uit. Het JIT heeft met open blik een uitgebreid en zeer grondig onderzoek verricht naar het neerstorten van vlucht MH17. In dat onderzoek heeft het JIT verschillende scenario’s diepgaand onderzocht: niet alleen het scenario dat MH17 is neergeschoten met een Buk -raket, maar ook de scenario’s dat MH17 is neergestort door een explosie van binnenuit, is neergeschoten door een gevechtsvliegtuig of is neergeschoten door een ander raketsysteem dan de Buk.

Pas na uitgebreid onderzoek heeft het JIT geconcludeerd dat vlucht MH17 is neergeschoten met een Buk-raket vanaf een landbouwveld bij de plaats Pervomaiskyi, ten zuiden van de plaats Snizhne. Dat daarbij gebruik gemaakt is van een Buk-TELAR van de 53e brigade van het Russische leger. Dat deze Buk-TELAR in de nacht van 16 op 17 juli 2014 is aangevoerd vanuit de Russische Federatie en kort na het neerschieten van vlucht MH17 weer terug is gebracht naar de Russische Federatie.

Bij deze gang van zaken komen veel personen in beeld. Aan de kant van de gewapende groep van de verdachten, de Donetsk Volksrepubliek (of DPR), gaat het om tientallen personen die een rol hebben gespeeld bij het vervoeren en bewaken van de Buk-TELAR. Meerdere van hen konden in het onderzoek niet geïdentificeerd worden of zijn inmiddels overleden. De vraag wie van de geïdentificeerde verdachten er in een Nederlandse strafproces vervolgd moet worden en wie niet, begint natuurlijk altijd bij de vraag of er voldoende bewijs is voor een strafvervolging met een goede kans op een veroordeling. Op grond daarvan vallen verschillende personen af die in de media de afgelopen jaren in verband zijn gebracht met het neerschieten van vlucht MH17. De open blik waarmee het onderzoek is verricht en de vervolgingsbeslissingen zijn genomen, blijkt goed als we kijken wie hier vandaag niet terecht staan.

Tsemakh

In de eerste plaats de Oekraïner Vladimir Tsemakh. Hij was in juli 2014 werkzaam in Snizhne in de afdeling luchtverdediging in de gewapende groep van de verdachten. Hij is wel als verdachte aangemerkt en zijn uitlevering is gevraagd aan de Russische Federatie. Het Openbaar Ministerie heeft echter nog geen besluit genomen over een eventuele strafvervolging van Tsemakh. Het onderzoek naar zijn rol is daarvoor nog niet ver genoeg gevorderd. De bewijspositie tegen hem is niet vergelijkbaar met die tegen de vier verdachten die in dit proces zijn gedagvaard.

Bezler

Ten tweede noemen we Igor Bezler. Hij is een collega-strijder van de vier verdachten in deze zaak. In de media is veel gepubliceerd over een afgeluisterd telefoongesprek dat hij voerde op de middag van 17 juli 2014. In dat gesprek kondigde zijn gesprekspartner aan dat een ‘vogel’ zijn kant op kwam. Dat was heel kort voor het neerschieten van vlucht MH17. Er is uitvoerig onderzoek gedaan naar dit telefoongesprek en naar de persoon van Bezler. In dat onderzoek kon niet worden vastgesteld dat dit gesprek daadwerkelijk heeft bijgedragen aan het neerschieten van vlucht MH17. Het onderzoek wees bovendien uit dat de tijd tussen dit gesprek en het afvuren van de raket zo kort was dat het maar de vraag is of dit gesprek heeft kunnen bijdragen aan het neerschieten. Wij zullen dat graag nader toelichten op een door uw rechtbank te bepalen moment. Tegen Bezler zagen en zien wij dus bij de huidige stand van het onderzoek geen bewijsbare strafzaak in relatie tot MH17.

Orion en Delfin

In september 2016 heeft het JIT een getuigenoproep gedaan waarbij gevraagd werd naar de identiteit van twee personen die in juli 2014 gebruik maakten van de call signs Orion en Delfin. Vermoedelijk gaat het hierbij om twee hogere Russische officieren die een rol speelden in de gewapende strijd in Oost-Oekraïne. Het JIT had ten tijde van die getuigenoproep in 2016 het vermoeden dat deze mannen ook een rol hadden gespeeld bij het neerschieten van vlucht MH17. Zo voerde ‘Orion’ op 14 juli 2014 een afgeluisterd gesprek waarin hij zegt dat ‘ze’ nu een Buk hebben en vliegtuigen zullen gaan neerschieten. Het nader onderzoek dat is verricht na september 2016 heeft echter uitgewezen dat in de dagen voor 17 juli 2014 verschillende personen en groepen die streden tegen de Oekraïense krijgsmacht bezig waren met pogingen een Buk-systeem te verkrijgen. De meeste van die pogingen lijken niet succesvol te zijn geweest. Het gesprek van Orion op 14 juli gaat vermoedelijk over een Buk-TELAR die wel vanuit de Russische Federatie over de grens is gebracht maar vervolgens in brand is gevlogen en onklaar is geraakt voor het kon worden ingezet. In andere telefoongesprekken is gesproken over Buk-systemen die wel verwacht maar uiteindelijk niet geleverd werden. Het onderzoek van het JIT heeft uiteindelijk concrete informatie opgeleverd over slechts één Buk- systeem dat zich op 17 juli 2014 in het betreffende gebied bevond en daadwerkelijk ingezet kon worden: dat is de Buk-TELAR die naar het landbouwveld bij Pervomaiskyi is gebracht.

Van het gesprek van Orion, dat in september 2016 nog zo relevant leek, concluderen wij dus op grond van de laatste stand van zaken in het onderzoek dat het geen verband houdt met vlucht MH17 maar gaat over een andere Buk-TELAR die in brand is gevlogen voor deze kon worden gebruikt.

Delfin lijkt in ieder geval betrokken te zijn geweest bij de afvoer van de Buk-TELAR die MH17 neerschoot, maar er is bij de huidige stand van zaken geen bewijs dat zijn rol vergelijkbaar is met die van de vier verdachten in dit proces. Daarbij moet bedacht worden dat een rol van een verdachte na afloop van een misdrijf wel relevant kan zijn voor de beoordeling van zijn gehele aandeel, maar dat voor een strafvervolging vooral bewijs nodig is dat een verdachte voor en tijdens het misdrijf een relevante rol heeft gespeeld. [2] Voor Orion en Delfin is dat bewijs er tot op heden niet. Daarom worden zij in dit proces niet vervolgd. Dat illustreert nog eens dat wij in deze zaak steeds opnieuw het bewijs wegen met open blik en de conclusies trekken die daarbij horen, óók als wij daarvoor onze standpunten moeten bijstellen. Wij gaan waar het bewijs ons leidt, en alleen daar.

Bewijs en individuele rol

Binnen de groep verdachten tegen wie het onderzoek voldoende bewijs heeft opgeleverd, hebben wij vervolgens gekeken naar de rol van de verschillende verdachten. Voor een strafvervolging in Nederland komen alleen de hoofdrolspelers in aanmerking. Betrokkenen met een kleinere rol mogen natuurlijk niet vrijuit gaan, maar kunnen strafrechtelijk worden vervolgd in Oekraïne. Veel betrokken strijders van de DPR hebben een kleine rol gespeeld en geen eigen initiatief getoond. Dit geldt bijvoorbeeld voor personen die betrokken waren bij het transport van de Buk-TELAR of het bewaken daarvan voor en na het neerschieten. Hun zaken kunnen beter worden afgedaan in Oekraïne. Bij meerdere van hen is dat ook al gebeurd. Zij zijn in Oekraïne strafrechtelijk vervolgd, niet specifiek voor hun ondersteunende rol bij het neerschieten van vlucht MH17 maar meer algemeen voor hun deelname aan de DPR als terroristische organisatie.

Van de strijders van de DPR zien wij Girkin, Dubinsky, Pulatov en Kharchenko als hoofdrolspelers bij het neerschieten van vlucht MH17. Girkin en Dubinsky stonden aan de militaire top van de DPR. Pulatov en Kharchenko waren Dubinsky’s directe ondergeschikten. Gevieren hebben zij de Buk-TELAR overgenomen uit de Russische Federatie en ingezet in het kader van hun eigen militaire operatie. Met het doel om een vliegtuig neer te schieten. De bemanning van de Buk-TELAR drukte op de knop, maar volgens de tenlastelegging hebben Girkin, Dubinsky, Pulatov en Kharchenko daarop aangestuurd om hun eigen belangen te dienen. Zij bespreken in afgeluisterde gesprekken hoe hard zij een Buk nodig hebben voor hun strijd, zij sturen anderen aan bij de aanvoer, zij dirigeren de Buk-TELAR naar de afvuurlocatie, zij voeren na de crash gesprekken over de vraag of ‘hun’ Buk zijn werk heeft gedaan, zij bespreken opgetogen dat er een vliegtuig is neergeschoten en zij organiseren ook weer de afvoer van de Buk-TELAR naar de Russische Federatie. Als het om bewijs en verantwoordelijkheid gaat, zijn er in het onderzoek tot heden geen andere verdachten in een zelfde positie als Girkin, Dubinsky, Pulatov en Kharchenko.

Als gezegd gaat het onderzoek van het JIT dóór. In complexe onderzoeken naar misdrijven met veel betrokkenen moet het Openbaar Ministerie vaak rekening houden met verschillende factoren en belangen bij het nemen van vervolgingsbeslissingen. Het belang om grondig en ongestoord onderzoek te kunnen uitvoeren naar alle betrokkenen, maar ook het belang van nabestaanden om zo snel mogelijk duidelijkheid te krijgen over hetgeen er is gebeurd. Die belangenafweging heeft vorig jaar geleid tot de beslissing om deze vier verdachten te dagvaarden.

Het vervolgonderzoek is in het bijzonder gericht op de bemanningsleden van de gebruikte Buk-TELAR en op verantwoordelijken in de bevelslijn, ook in de Russische Federatie. Of dit gedeelte van het onderzoek nog leidt tot een strafzaak tegen andere betrokkenen zal in de toekomst moeten blijken. Het Openbaar Ministerie verwacht niet dat op korte termijn nog meer vervolgingsbeslissingen genomen kunnen worden. Dit gedeelte van het onderzoek is zo mogelijk nog complexer dan de eerste fase. Wat de uitkomst van het verdere onderzoek ook zal zijn: het kan niets afdoen aan de noodzaak om deze verdachten nu verantwoordelijk te houden voor hun rol bij het neerschieten van vlucht MH17.

Keuzes in de vervolging: tenlastelegging

Wij hebben de vier verdachten gedagvaard voor het opzettelijk doen verongelukken van een vliegtuig, waardoor 298 inzittenden zijn overleden en voor de moord op die 298 slachtoffers. Deze verwijten brengen naar ons oordeel helder tot uiting wat er feitelijk is gebeurd. Wij denken niet dat deze verdachten op de knop hebben gedrukt waardoor de Buk-raket is afgeschoten. Wij denken wél dat zij bij de aanvoer van de Buk-TELAR, het plaatsen daarvan en het terugbrengen naar Rusland een belangrijke coördinerende rol hebben gespeeld, waardoor zij zo nauw betrokken zijn geweest dat zij strafrechtelijk verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor het neerschieten van MH17.

Het is goed denkbaar dat het eigenlijk de bedoeling was van deze vier verdachten om een vliegtuig van de Oekraïense strijdkrachten uit de lucht te laten schieten. Er zijn meerdere bewijsmiddelen die daar op wijzen, waaronder tapgesprekken die de verdachten hebben gevoerd na het neerschieten. Het is uiteraard aan uw rechtbank, na een voldragen behandeling van het dossier in deze zittingszaal, om over dit bewijs een oordeel te vellen. Bij het opstellen van de tenlastelegging hebben we nadrukkelijk rekening gehouden met dit ‘vergissingsscenario’. De tenlastegelegde misdrijven verbieden het neerhalen van enig luchtvaartuig en het doden van een ander ongeacht de aard van dat vliegtuig en ongeacht de militaire of civiele status van die ander. Wie in Nederland een gevechtsvliegtuig van de Koninklijke Luchtmacht neerhaalt, kan ook vervolgd worden voor artikel 168 Sr en de moord op de piloot. De misdrijven op de tenlastelegging zijn evenzeer van toepassing op het neerhalen van een militair vliegtuig als op het neerschieten van een burgervliegtuig. Een vergissing in doel maakt in beginsel geen verschil voor het bewijs dat zulke misdrijven zijn gepleegd. Daarom worden in Nederland en in vele andere landen mensen voor moord veroordeeld als zij een toevallige voorbijganger doodschieten, in plaats van hun beoogde slachtoffer. [3]

Ook het feit dat er in juli 2014 sprake was van een gewapend conflict in Oekraïne hebben wij meegewogen bij het opstellen van de tenlastelegging. Zoals u weet werd er in juli 2014 in het oosten van Oekraïne zwaar gevochten tussen de strijdkrachten van Oekraïne en verschillende gewapende groepen. In een oorlog kunnen andere regels gelden dan in vredestijd; dit is het leerstuk van de combattantenimmuniteit. Dat houdt in dat militairen oorlogshandelingen mogen uitvoeren binnen de grenzen van het internationaal recht. Die andere regels gelden echter alleen voor reguliere militairen, die optreden onder de verantwoordelijkheid van een staat in een groepering die het internationale oorlogsrecht respecteert. Voor andere personen die geweld plegen in een gewapend conflict gelden de gewone strafrechtelijke regels.

Oorlog is geen vrijbrief voor geweld van iedereen tegen iedereen. Dat is niet zo in Nederland, maar ook niet in Australië, België, Maleisië, Oekraïne of de Russische Federatie. Alle staten ter wereld hebben in de afgelopen eeuwen regels voor oorlogsvoering ontwikkeld die bedoeld zijn om de gevolgen van oorlogsgeweld zoveel mogelijk te beperken. Uitgangspunt is daarbij dat oorlogen worden gevoerd tussen militairen onderling en dat burgers daar niet bij betrokken raken. Als burgers in Oekraïne geweld gebruiken tegen Nederlandse, Maleisische, Australische en Belgische staatsburgers, valt dat daarom onder de gewone strafwetten van die landen. Dan plegen die burgers gewone misdrijven, zoals moord en het neerhalen van een vliegtuig met de dood tot gevolg. Ongeacht of zij schieten met een geweer of met een geavanceerd raketsysteem, en ongeacht of de beoogde slachtoffers nu burgers of militairen waren. Hetzelfde geldt voor gewapende strijders in Oekraïne die zeggen dat zij gewone burgers zijn; ook zij vallen onder de gewone strafwet.

Een vrijbrief - of immuniteit - voor dodelijk oorlogsgeweld wordt alleen bij uitzondering verleend. Dat gebeurt niet in situaties van chaos en wetteloosheid, maar uitsluitend bij gecontroleerd en afgewogen geweld. Gecontroleerd wil zeggen: door reguliere militairen die als militair herkenbaar zijn, vechten onder de verantwoordelijkheid van een staat en in een organisatievorm die het oorlogsrecht respecteert. Dus geen groepen die vechten onder eigen vlag en die geen boodschap hebben aan het oorlogsrecht. Net als elke andere burger mogen leden van zulke gewapende groepen geen geweld plegen. Net als elk ander vallen zij onder het gewone strafrecht. Hetzelfde geldt voor militairen die doen alsof zij gewone burgers zijn: ook dat mag niet, omdat dit tegengeweld tegen echte burgers uitlokt. Ook militairen die hun ware identiteit verhullen mogen daarom gewoon bestraft worden voor hun geweld.

Tot op heden hebben de verdachten in deze zaak nergens gesteld dat zij in juli 2014 reguliere militairen waren die in het conflict in Oekraïne optraden voor een staat. Ons onderzoek naar hun organisatievorm wijst bovendien uit dat de gewapende groep van de verdachten in de zomer van 2014 niet voldeed aan de eisen van het internationaal oorlogsrecht. Dit gedeelte van het onderzoek heeft bijvoorbeeld veel informatie opgeleverd over systematische en grootschalige schendingen van het oorlogsrecht door de DPR in 2014 en ook daarna. Het gaat daarbij om duizenden gevallen van plundering, vrijheidsberoving van burgers, martelingen, onmenselijke behandeling en executies van burgers en krijgsgevangenen, het leggen van (verboden) landmijnen, en vele andere misdrijven in strijd met het internationaal oorlogsrecht. [4]

Onze voorlopige conclusie is daarom dat de verdachten in juli 2014 geen aanspraak konden maken op combattantenimmuniteit en dat zij dus geen recht of excuus hadden om geweld te plegen in Oost-Oekraïne. Wie het oorlogsrecht systematisch met voeten treedt, kan aan dat recht geen voordeel ontlenen in een strafzaak. De verdachten kunnen daarom terecht staan voor commune misdrijven als moord en het opzettelijk laten neerstorten van een vliegtuig.

De positie van het Openbaar Ministerie

In het Nederlandse strafproces staat de waarheidsvinding centraal. De officier van justitie heeft - net als de rechter - tot taak zo goed mogelijk vast te stellen wat er is gebeurd, tot welke conclusies die zoektocht ook leidt. Daarbij heeft het Openbaar Ministerie - net als de rechter - te waken over de gerechtvaardigde belangen van alle betrokkenen: nabestaanden, verdachten en getuigen.

Ten opzichte van de nabestaanden

Aan het begin van dit openingswoord zei ik al dat wij in deze zittingszaal zoveel mogelijk recht willen doen voor alle slachtoffers en alle nabestaanden, uit welk deel van de wereld ook. Om die reden heeft Oekraïne op Nederlands verzoek de strafvervolging tegen de vier verdachten overgedragen. Noodzakelijk voor het plaatsvinden van dit strafproces was dat niet. Nederland heeft immers rechtsmacht over het neerschieten van vlucht MH17 op basis van de Nederlandse nationaliteit van een groot aantal slachtoffers. Die rechtsmacht strekt zich uit over het gehele misdrijf, te weten het opzettelijk neerhalen van een vliegtuig waardoor iedereen die aan boord was van dat vliegtuig werd gedood en daarmee de gelijktijdige moord op alle inzittenden. Om iedere twijfel voor te zijn over de positie van de niet-Nederlandse slachtoffers is toch verzocht aan Oekraïne over te gaan tot overdracht van rechtsmacht. Dat onderstreept nog eens dat in dit strafproces alle slachtoffers en al hun nabestaanden een gelijke plek hebben.

In aanloop naar dit proces hebben vele officieren van justitie samen met slachtoffercoördinatoren gesprekken gevoerd met vele nabestaanden die dat wilden. Die gesprekken waren vaak intens verdrietig. Nabestaanden hebben ons uitgebreid verteld over hun overleden geliefden, over het gemis, over de vérstrekkende gevolgen van het plotseling wegvallen van familieleden, over het verdriet dat niet meer weggaat. Wij hebben ook kunnen luisteren naar verhalen van nabestaanden die in staat zijn gebleken om verder te gaan met leven en tegelijkertijd hun overleden geliefden dichtbij en in gedachten te houden. We hebben van nabestaanden gehoord dat dit strafproces hoop kan geven, maar dat deze periode ook opnieuw een emotioneel zware periode is, waarin het verdriet, de pijn en het gemis alom aanwezig zullen zijn.

Wij weten dat er nabestaanden zijn die ieder woord op deze zitting willen horen om niets te missen. Maar we weten ook dat er nabestaanden zijn die bewust in deze periode het nieuws vermijden om niet iedere dag wéér geconfronteerd te worden met berichten over MH17 en de emoties die daardoor worden opgeroepen.

Het strafproces zal naar verwachting lang duren, omdat een procedure waarin de belangen van alle betrokkenen op rechtvaardige, zorgvuldige en gelijkwaardige wijze worden gewogen nu eenmaal veel tijd kost. Het is belangrijk dat de verdediging tijd en gelegenheid krijgt om het dossier te bestuderen en aan te vullen met datgene wat de verdachten naar voren willen brengen. Als aanvullend deskundigenonderzoek nodig is, moet dat ook zorgvuldig worden verricht. Dat kost tijd.

Nabestaanden kunnen wel van het Openbaar Ministerie verwachten dat wij ons uiterste best zullen doen om het strafproces niet onnodig lang te laten duren en dat wij hen zo goed mogelijk zullen blijven informeren over het verloop van het proces.

Daarnaast vinden wij het belangrijk voor nabestaanden dat goed inzichtelijk is hoe het strafproces wordt ingericht. Dat kan bijvoorbeeld door zo ruim mogelijk van tevoren bekend te maken wat er op procesdagen zal gebeuren, door alleen van die planning af te wijken als dat strikt noodzakelijk is en door onverwacht opkomende procedurele kwesties te bespreken op daarvoor geplande dagdelen tussendoor. Alleen dan kunnen nabestaanden (en andere belangstellenden) op een goede manier beslissen hoe zij dit strafproces willen volgen, of juist ontlopen. Hoe dan ook zal dit strafproces lang duren. Maar net als in het onderzoek van de afgelopen jaren moet zorgvuldigheid voorop staan, en dat kost nu eenmaal tijd.

Ten opzichte van de verdachten

Zoals gezegd hoort het Openbaar Ministerie in het Nederlandse strafproces ook te waken over de wettelijke belangen van de verdachten. Dat doen wij ook in deze zaak. Daartoe hebben we in de eerste plaats alle mogelijke inspanningen geleverd om de verdachten op de hoogte te stellen van deze strafzaak, zodat zij zich kunnen verweren als zij dat willen. Onafhankelijk van hun eventuele reactie in deze rechtszaal hebben wij ons best gedaan om alle relevante uitlatingen van verdachten over de beschuldigingen tegen hen, bijvoorbeeld in interviews, in het dossier op te nemen. Op die manier krijgt uw rechtbank een zo goed mogelijk beeld van de standpunten van verdachten; óók als zij er voor kiezen hier zelf geen verweer te voeren. We hebben ook een uitgebreid onderzoek verricht naar de vraag of de verdachten wellicht aanspraak kunnen maken op combattantenimmuniteit, ondanks het feit dat tot op heden geen van de verdachten heeft aangegeven zich als combattant te beschouwen. Een nadere toelichting op dat onderzoek kunnen wij desgewenst geven op een door uw rechtbank te bepalen moment.

Tot de rechtsbeschermende taak van het Openbaar Ministerie ten opzichte van de verdachte behoort ook een kritische beschouwing van al het bewijs. In het onderzoek van de afgelopen jaren is zeer uitvoerig onderzoek verricht naar de echtheid en betrouwbaarheid van bewijsmiddelen die in het onderzoek naar voren kwamen. Dat wordt wel validatie-onderzoek genoemd. Daarbij zijn niet alleen uitvoerige analyses gemaakt van de onderlinge samenhang van bewijsmiddelen, maar zijn ook vele experts ingeschakeld. Dat heeft geleid tot validatie-onderzoek op vele manieren zoals bijvoorbeeld deskundig forensisch onderzoek, meteorologisch onderzoek, empirisch-vergelijkend onderzoek en onderzoek door deskundigen op het gebied van rakettechnologie. Beschuldigingen van manipulatie van tapgesprekken en beeldmateriaal in open bronnen hebben wij serieus genomen en voorgelegd aan onafhankelijke deskundigen. Een kritische toetsing van het aanwezige bewijs is dus niet alleen van de verdachte of de verdediging afhankelijk. Ook de wijze waarop dit belangrijke validatie-onderzoek is verricht willen wij graag uitgebreid inhoudelijk toelichten hier ter zitting, zodra uw rechtbank meent dat dat past in uw inrichting van dit proces.

Dat alles laat natuurlijk onverlet dat de verdachten zelf het beste in staat zijn hun standpunten naar voren te brengen. Het Openbaar Ministerie heeft daarom al het mogelijke gedaan om de verdachten die kans te geven. Zij hebben daartoe ook alle mogelijkheden. Zij kunnen hier zelf verschijnen, zij kunnen een advocaat sturen om hun kant van het verhaal toe te lichten, zij kunnen een verklaring afleggen tegenover de Russische autoriteiten, ze kunnen reageren via de website van het JIT of via sociale media, ze kunnen een videoboodschap sturen of schriftelijke vragen beantwoorden: de mogelijkheden voor de verdachten in deze zaak om hun standpunten over te brengen zijn legio. Dat afstand of landsgrenzen geen obstakel hoeven te vormen blijkt wel uit het feit dat inmiddels meerdere ex-separatisten, waaronder ook iemand als Igor Bezler, verklaringen hebben afgelegd tegenover het JIT. Wie dat niet doet, kiest er zelf voor te zwijgen.

Ten opzichte van de getuigen

Vele tientallen getuigen hebben willen vertellen wat zij hebben meegemaakt op 17 juli 2014, en in de periode daaromheen. Hoe zij de Buk-TELAR hebben zien rijden, wat zij gezien hebben op de afvuurlocatie van de raket, wat zij weten over de organisatie van de verdachten. Dit alles is voor het onderzoek heel belangrijke informatie. Het zijn puzzelstukjes die samen met het forensisch bewijs, de foto’s en video’s, de tapgesprekken, de deskundigenrapporten en alle andere bewijsmiddelen een solide dossier vormen. Getuigen in door de DPR gecontroleerd gebied in Oost-Oekraïne en ook getuigen uit de Russische Federatie lopen groot risico als zij verklaringen afleggen die door de autoriteiten daar worden beschouwd als ‘verraad’. Daarom is door de onderzoeksrechter besloten dat de identiteit van tientallen getuigen in dit dossier geheim moet blijven. Dit is helaas een noodzakelijke voorwaarde om die getuigen op een veilige manier hun verhaal te laten vertellen. Een nadere uitleg van de noodzaak voor strikte veiligheidswaarborgen voor getuigen in dit strafproces zullen wij geven bij onze toelichting op de stand van zaken in het onderzoek.

Ten slotte

Sinds 17 juli 2014 is het onderzoek naar de toedracht van het neerschieten van MH17 bemoeilijkt door vele pogingen om de aandacht af te leiden van de werkelijke gang van zaken. Niet alleen door doelbewust verspreide leugens en desinformatie. Soms ook door personen die in deze tragedie een kans zagen om geld te verdienen of aandacht voor zichzelf te vragen. Het onderzoeksteam heeft de afgelopen jaren zijn best gedaan om zijn tijd en energie zo veel mogelijk te richten op dat wat bij kon dragen aan de waarheidsvinding. En zich zo min mogelijk laten afleiden door de vele pogingen tot afleiding, misleiding en doelbewuste tegenwerking die we in deze zaak tot de dag van vandaag zien. Dat zal ook tijdens dit strafproces één van de grootste opgaven zijn. Ook de komende tijd moeten we verwachten dat er aanzienlijke moeite gedaan zal worden om de aandacht af te leiden van de feiten en om de waarheidsvinding in deze zaak tegen te werken. Het is dus van belang goed onderscheid te maken tussen de rookgordijnen die zeker nog zullen worden opgeworpen en de werkelijke vragen waar dit strafproces over gaat.

Na meer dan vijf jaar vooronderzoek is het nu aan uw rechtbank om het onderzoek op deze terechtzitting te leiden en een oordeel te vellen over de beschuldigingen op de dagvaarding. Dat is om meerdere redenen een grote verantwoordelijkheid.

Voor vele nabestaanden is duidelijkheid over de toedracht belangrijk bij hun rouwverwerking. Het belang van een waardig en efficiënt strafproces voor het rouwproces van nabestaanden wordt breed onderkend in wetenschappelijk onderzoek en internationale jurisprudentie. [4]

Er is ook een breder belang. De Russische schrijver Alexander Solzhenitsyn zei al dat geweld alleen in stand kan worden gehouden door een leugen, en de leugen alleen kan worden gehandhaafd door geweld. [5] Een wereld die geen moeite doet om de werkelijke gang van zaken vast te stellen en de schuldigen te straffen als honderden onschuldige burgers worden vermoord, verklaart zijn burgers vogelvrij. Het vaststellen van de waarheid in deze zaak kan bijdragen aan het voorkomen van nieuw geweld in de toekomst. Ook daarom is het van groot gewicht dat waarheid en leugen hier worden onderscheiden, en daders worden gestraft. Dat is de taak waar wij in deze rechtszaal voor staan.

Tweede (en laatste deel) van het openingswoord

Openingswoord officier van justitie MH17-proces (deel 2)

Voetnoten

[1] Zie o.a. EHRM (grand chamber), Güzelyurtlu and Others tegen Cyprus and Turkije (Nr. 36925/07), 29 januari 2019, r.o. 219 en F. Vellinga-Schootstra en W.H. Vellinga, ‘Positive obligations' en het Nederlandse straf(proces)recht (oratie) 2008.

[2] Zie bijvoorbeeld: HR 10 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1159.

[3] Zie o.a. HR 8 april 1997, NJ 1997,443 en HR 12 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:895.

[4] Zie o.a. EHRM, Paul and Audrey Edwards tegen Verenigd Koninkrijk, no. 46477/99, r.o. 86, 2002; Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 juli 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:6512; J. Parson en T. Bergin, The impact of criminal justice involvement on victims' mental health, 23 Journal of Thematic Stress 2010, p.182-188.

[5] Toespraak ter gelegenheid van de aanvaarding van de Nobelprijs voor de Literatuur 1970, beschikbaar op https://www.nobelprize.org/prizes/literature/1970/solzhenitsyn/lecture/.