Repliek 16 mei

Uitgesproken op de zitting van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Den Haag.

1. Inleiding

Zeven jaar, negen maanden en negenentwintig dagen geleden stortte vlucht MH17 neer in Oost-Oekraïne. De komende dagen spreken wij voor de laatste keer voordat uw rechtbank vonnis wijst. Dit proces nadert zijn besluit. Terwijl de wereld door de oorlog in Oekraïne verandert, gaan wij terug naar 17 juli 2014, naar déze zaak. Die draait om het vaststellen van de schuld of onschuld van vier verdachten aan het neerhalen van vlucht MH17 op die dag.

Op 22 december vorig jaar hebben wij onze conclusies gepresenteerd. Kort gezegd: het Openbaar Ministerie oordeelt dat er wettig en overtuigend bewijs is dat Girkin, Dubinskiy, Pulatov en Kharchenko zich als functioneel medeplegers hebben schuldig gemaakt aan het doen verongelukken van vlucht MH17 door het afvuren van een Buk-raket met een Buk-TELAR nabij Pervomaiskyi, met de dood van alle 298 inzittenden tot gevolg, en de moord op diezelfde inzittenden. Hiervoor heeft het Openbaar Ministerie in de zaken van alle vier verdachten een levenslange gevangenisstraf geëist.

In maart van dit jaar heeft Pulatov hiertegen elf dagen lang verweer gevoerd. Zijn verdediging betoogde dat het Openbaar Ministerie zijn vervolgingsrecht heeft verspeeld, omdat Pulatov geen eerlijk proces heeft gekregen. Dat er onvoldoende bewijs bestaat dat MH17 is neergeschoten met een Buk-raket. Dat áls MH17 al door een Buk-raket zou zijn getroffen – die raket niet kan zijn afgevuurd vanaf een landbouwveld bij Pervomaiskyi. En dat – voor zover dat al zou zijn gebeurd – Pulatov hier geen schuld aan draagt. In onze repliek reageren wij op deze verweren. Ook gaan we in op zijn verzoeken om bepaalde stukken in het dossier te voegen.

Eerst wat algemene opmerkingen. In het pleidooi betwisten de advocaten van Pulatov vrijwel elk aspect van het onderzoek. Een recht dat hen toekomt, zoals dat hoort in een rechtsstaat. We verwelkomen de kritische blik en we zijn het soms met elkaar eens. Ook begrijpen we de waarschuwing voor tunnelvisie. Daar moet je voor waken in een onderzoek, zoals je ook moet waken voor een gebrek aan focus. In deze slotfase ontbreekt die focus bij de verdediging. We hebben veel vragen gehoord, maar vooral over bijzaken of die los staan van de realiteit. Veel beweringen, maar weinig feitelijke onderbouwing. Met kritiek en wantrouwen is op zich niets mis, maar zonder open blik voor wat er in het dossier zit en een luisterend oor voor gemotiveerde beslissingen van uw rechtbank en de argumenten van het Openbaar Ministerie graaft zulk wantrouwen zijn eigen tunnel.

Kritiek en wantrouwen zijn onlosmakelijk verbonden met dit onderzoek. Vanaf dag één. Graag nemen wij u mee naar de periode na het neerhalen van MH17. Journalistiek onderzoek wees uit dat er in die eerste drie dagen vanuit nepaccounts maar liefst 111.000 tweets over MH17 werden verstuurd. [1] Desinformatie, bedoeld om verwarring te zaaien bij het publiek en het vertrouwen in een eerlijk onderzoek te ondermijnen. Al direct begon er een beïnvloedingscampagne die nooit is gestopt. [2]

De voortdurende, wereldwijde aandacht voor dit onderzoek en de vele pogingen om het te laten stranden, hebben het uiteindelijk sterker gemaakt. Er was altijd de noodzaak om harde feiten te presenteren. Want, om met de Sovjet-schrijver Vasily Grossman te spreken, er is maar één waarheid. Een halve waarheid bestaat niet. [3] Alleen onweerlegbare bewijzen doorstaan de mediastorm en blijven in de rechtszaal overeind. En dat soort bewijzen zijn er genoeg in deze zaak. Foto’s, video’s, satellietbeelden en getapte gesprekken die in deze zittingzaal zijn gepresenteerd en die door het publiek bekeken kunnen worden. Er is sterk forensisch bewijs, zoals een vlinderdeeltje van een Buk-raket dat diep is binnengedrongen in het lichaam van een bemanningslid. We hebben laten zien hoe ver het Joint Investigation Team is gegaan om de bewijzen in deze zaak te verifiëren. Door het onderzoeken van allerlei alternatieve theorieën, ook al lagen ze niet voor de hand. Door het controleren op álle vlakken of het inderdaad een Buk-raket was, afgevuurd van dat landbouwveld in Pervomaiskyi en of het écht niet anders kon zijn gegaan.

Na de brede onderzoeksfase en de ruime discussie op zitting in de eerste twee jaar van dit proces is het nu tijd om het debat te versmallen. Deze tweede ronde, de repliek van het Openbaar Ministerie en de dupliek van de verdediging, is bedoeld om de discussie terug te brengen tot de kernpunten. Maar als wij na het pleidooi het net ophalen, krijgen we een diffuus beeld.

We moeten het vaak doen met open vragen of suggesties. Zo kan de verdediging “de gedachte niet onderdrukken dat er meer relevante feiten, omstandigheden en/of gebeurtenissen zijn (…) waar wij geen weet van hebben”. [4] Op zulke onbekende abstracties kunnen wij moeilijk reageren. In andere gevallen verwijst de verdediging naar bronnen waarin zij andere dingen ziet dan de deskundigen en wij. Zo stelt de verdediging dat er op een foto van een vlindervormig fragment van een Buk-raket geen opstaande randjes te zien zijn, [5] terwijl die randjes op diezelfde foto met het blote oog te zien zijn, met gele pijlen op de foto worden aangewezen en in het bijschrift worden benoemd. Ook beroept de verdediging zich op een rapport van een Nederlandse rechtspsycholoog waarin de processen-verbaal van de verhoren van getuige M58 verschillende keren onjuist worden weergegeven. Verder is er in het pleidooi veel informatie gedeeld van het Russische staatsbedrijf Almaz-Antey, die weinig inzichtelijk blijkt. Zo blijft onduidelijk welke data en methoden dit bedrijf heeft gebruikt. In weer andere gevallen presenteert de verdediging conclusies uit eigen rapporten die gebaseerd zijn op onvolledige bronnen. Zo concludeert een Amerikaans bureau dat het forensisch onderzoek onvolledig zou zijn, terwijl uit de bronnenlijst van dat adviesbureau blijkt dat het niet beschikt over de overzichten en belangrijkste bevindingen van dat forensisch onderzoek. We gaan hier later dieper op in.

Naast de verwarring over sommige standpunten heeft het pleidooi op andere punten wel degelijk verheldering gebracht. Tot april dit jaar wisten wij niet welke standpunten Pulatov nu precies innam. Wij wisten dat hij elke betrokkenheid ontkende en hebben gehoord wat hij op video heeft verteld over wat hij wel en niet deed in juli 2014, [6] maar op belangrijke vragen in deze zaak had Pulatov nog geen antwoord gegeven. Dat had de verdediging bewaard voor het pleidooi. Inmiddels zijn er twee nieuwe videoverklaringen van Pulatov bijgekomen die niet getoond zijn, maar wel opgenomen in het dossier. Nu kunnen wij de balans opmaken.

Daarbij stellen wij vast dat we het over verschillende zaken eens zijn. Bijvoorbeeld over de volgende omstandigheden:

  • Pulatov was op 17 juli 2014 geen combattant en komt dus geen beroep toe op combattanten immuniteit;
  • er is geen reden om te twijfelen aan de authenticiteit van de tapgesprekken in het dossier;
  • het onderzoek van het JIT in oorlogsgebied bracht de nodige beperkingen mee;
  • zendmastgegevens geven op zichzelf geen sluitend bewijs van de specifieke locatie van een aangestraalde telefoon en moeten dus in samenhang met ander bewijs worden beoordeeld; [7]
  • raketdelen die pas later na de crash van MH17 los zijn aangetroffen in het rampgebied hebben minder bewijskracht dan raketdelen die klemvast zijn aangetroffen in wrakdelen van MH17 en de lichamen van slachtoffers.

Wij komen hier later nog op terug.

Verder stellen wij vast dat Pulatov zich niet beroept op eerder door de verdediging gesuggereerde scenario’s dat MH17 is neergeschoten door een Oekraïens gevechtsvliegtuig [8] of dat een Oekraïens gevechtsvliegtuig MH17 als menselijk schild heeft gebruikt. [9] De enige alternatieven waar Pulatov nog op wijst zijn de opties dat MH17 is neergeschoten met een andere grond-luchtraket dan een Buk en dat MH17 is neergeschoten met een Oekraïense Buk vanaf een andere locatie. Kortom: het staat buiten discussie dat MH17 is neergeschoten met een grond-lucht raket, maar de verdediging meent dat er onvoldoende bewijs is dat dit een Buk was en voor zover het toch een Buk was, dat die is afgevuurd uit het door de DPR gecontroleerde landbouwveld bij Pervomaiskyi. Bij requisitoir hebben wij al toegelicht welk ruim en overtuigend bewijs hiervoor bestaat. Vandaag zullen wij bespreken waarom de verdediging hier niets aan heeft kunnen afdoen.

De kern van het debat tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging ziet op de uitleg van de tapgesprekken. Bij pleidooi is Pulatov niet meer teruggekomen op zijn eigen verklaring dat hij in juli 2014 gebruik maakte van het telefoonnummer dat eindigt op -511 (voluit 380631212511) en hierop altijd bereikbaar was. Evenmin is hij teruggekomen op zijn eerdere, uitdrukkelijke erkenning dat hij verschillende gesprekken via die lijn heeft gevoerd. Bij pleidooi is een nieuwe videoverklaring van Pulatov overgelegd, waarin hij nog eens uitleg geeft van twee andere tapgesprekken die in het requisitoir zijn genoemd. [10] Evenmin betwist Pulatov de overige argumenten die wij bij requisitoir hebben opgevoerd voor onze conclusie dat de aan hem toegeschreven gesprekken ook daadwerkelijk door hem zijn gevoerd: het gebruik van zijn eigen naam (Oleg) en bijnaam (Giurza of Gurza) in de gesprekken die met zijn telefoon werden gevoerd, de inhoudelijke samenhang tussen de gesprekken waarvan Pulatov zelf heeft erkend dat hij ze gevoerd heeft en andere gesprekken met dezelfde telefoon, de omstandigheid dat zijn telefoons zendmasten aanstraalden op dezelfde locaties als waar Pulatov zelf zegt dat hij toen was en tot slot de resultaten van het spraakvergelijkend onderzoek van het NFI. [11] Het enige wat Pulatov in de video-interviews met zijn advocaten doet, is een andere uitleg geven aan de gesprekken. Die alternatieve uitleg van de tapgesprekken is de kern en ruggengraat van het pleidooi.

Volgens de verdediging werd in deze gesprekken niet over een echte of een functionerende Buk-TELAR gesproken, maar waren die gesprekken onderdeel van een desinformatiecampagne en bedoeld om de Oekraïense strijdkrachten in de waan te brengen dat de DPR over een Buk-systeem beschikte. [12] Voor zover wij nieuwe argumenten hebben gehoord, geven die geen reden om terug te komen op ons eerdere standpunt dat er geen sprake was van desinformatie en dat de opgenomen telefoongesprekken live verslagen zijn van het werkelijke gebruik van een Buk-systeem. Ook op dit punt zullen wij vandaag nader ingaan.

Op enkele andere punten moeten wij de verdediging gelijk geven. Zij heeft ons er terecht op gewezen dat de exacte breedte van de rupsbanden van een Buk-TELAR duidelijker had kunnen worden vermeld in het procesdossier. [13] Volgens verschillende Russische bronnen en eigen metingen bedraagt die breedte van de rupsbanden 3 meter en 25 centimeter en beslaat de ruimere, totale breedte van het onderstel van de TELAR ongeveer 3 meter en 40 centimeter. [14] Verder hebben wij inderdaad een tikfout gemaakt in een voetnoot van het requisitoir: [15] in een voetnoot staat S38, waar dat S39 moest zijn.

Pulatov is de enige verdachte die in dit proces verweer heeft gevoerd. Girkin en Dubinskiy hebben zich kort na het requisitoir in de media uitgelaten over de bewijsconclusie en strafeis van het Openbaar Ministerie, maar blijven bij hun keuze om niet aan dit proces deel te nemen. Ook Kharchenko is met zijn strafzaak en dit proces bekend, maar houdt zich stil. Ook in hun zaken zullen wij het een en ander naar voren brengen. We zullen antwoord geven op nadere vragen van uw rechtbank over de tenlastelegging in de zaken van de vier verdachten en over de juridische kwalificatie van hun feitelijke gedragingen. Ook zullen wij ingaan op nieuwe stukken die zijn ingebracht door enkele benadeelde partijen. Verder zullen wij, naar aanleiding van een vraag van uw rechtbank, een nader standpunt innemen over onze vordering ten aanzien van het beslag in de zaak van Girkin. Wij gaan er vanuit dat uw rechtbank, net zoals u dat eerder heeft gedaan, alles wat wij in deze reactie naar voren brengen, opneemt in de processen-verbaal van de zitting in de zaken van alle vier verdachten.

Na onze repliek zal de verdediging nog in de gelegenheid worden gesteld om op het Openbaar Ministerie te reageren en krijgt Pulatov in dit proces als laatste het woord. Ook daar zullen wij weer met aandacht kennis van nemen, in het vertrouwen dat uw rechtbank zijn zaak, en die van de drie andere verdachten, zorgvuldig zal wegen en tot een helder oordeel zal komen over hun schuld of onschuld.

[1] Groene.nl/artikel/het-mh17-complot.

[2] Zie onder meer Primo-13821 (algemeen bijlagendossier) en euvsdisinfo.eu/uploads/2021/07/MH17_timeline.png.

[3] Vasily Grossman, Life and Fate (2011), p. 645:There is only one truth. There cannot be two truths. It’s hard to live with no truth, with scraps of truth, with a half-truth. A partial truth is no truth at all.” En Stalingrad (2019), p. 88: “I can tell you as a surgeon that there is one truth, not two. When I cut someone’s leg off, I don’t know two truths. If we start pretending there are two truths, we’re in trouble. And in war too—above all, when things are as bad as they are today—there is only one truth. It’s a bitter truth but it’s a truth that can save us. If the Germans enter Stalingrad, you’ll learn that if you chase two truths, you won’t catch either. It’ll be the end of you.”

[4] Pleitaantekeningen, deel 1, randnummer 5: “Telkens weer als wij het aangedragen bewijs evalueren, kunnen wij de gedachte niet onderdrukken dat er nog meer relevante feiten en omstandigheden en/of gebeurtenissen zijn rondom deze ramp waar wij geen weet van hebben.” In de aangekondigde nadere toelichting wordt niet concreet gemaakt op welke ‘evaluaties’ van welk concreet ‘bewijs’ deze ‘onderdrukte gedachten’ zijn gestoeld en welke categorie ‘relevante feiten en omstandigheden en/of gebeurtenissen’ in het dossier zouden ontbreken.

[5] Pleitaantekeningen III.II, randnummers 138.

[6] Proces-verbaal vertaling van de in het dossier gevoegde video’s van Pulatov en Dubinskiy.

[7] Zie ook Toelichting OM 8-10 juni 2020, Onderzoek telecommunicatie, paragraaf 4.1.

[8] Pleitaantekeningen 22 en 23 juni 2020, deel 1 van 9, randnummers 109-120 en delen 2, 3 en 4b.

[9] Pleitaantekeningen 22 en 23 juni 2020, deel 1 van 9, randnummers 132-133 en deel 6 van 9, randnummer 7.

[10] Pleitaantekeningen, Deel VI.I, randnummer 48, video ‘voorverkenning’. Dit betreft kennelijk de tapgesprekken van 6 juli 2014 om 17:13:00u en 7 juli 2014 om 13:31:28u. Hier wordt in requisitoir naar verwezen in 3.3.3.3.1, p. 54.

[11] Requisitoir, 3.2.2.1.

[12] Pleitaantekeningen deel IV.I, 18 maart 2022, paragraaf 1.4.

[13] Pleitaantekeningen, deel IV.I, randnummer 390.

[14] Zie Primo-04355 (algemeen bijlagendossier), bijlage 1, p. 3404-3408 (‘width’ van 9A310M1 is ‘3.25m’), bijlage 5, p. 3428 (‘width’ van 9A310M1 is ‘3250’), bijlage 7, p. 3452-3453 (‘width’ van 9A310M1 is ‘3250’) en bijlage 9, p. (‘width’ van 9A310M1 is ‘3.25’); Primo-07419 (algemeen bijlagendossier), p. 3440 (opgave van breedte van 3.25 meter voor Buk-voertuig op basis van een andere Russische open bron armsdata.net/russia/0274.htmal, te raadplegen via wayback.archive.org: daarin wordt ‘width’ vermeld van ‘3250’). In Primo-07384 (forensisch bijlagendossier), bijlage 1, p. 1905, wordt verslag gedaan van een handmatige meting van een Oekraïense Buk-TELAR 9A310 en uitgegaan van een breedte van de rupsbanden van in totaal circa 330 cm). In Primo-05907 (algemeen bijlagendossier), p. 6600 wordt uitgegaan van een breedte van het volledige voertuig van een Buk-TELAR van ‘approximately 3.4m’. Uit de data van de laserscan door ETVR van een Finse 9A310M1 (zie Primo-12131, algemeen bijlagendossier) volgt dat het onderstel zelf een breedte heeft van 3.4073m en de totale breedte van de rupsbanden 3.2536m bedraagt. Een print van dit scanbeeld is gevoegd bij deze repliek.

[15] Pleitaantekeningen, deel IV.I, randnummer 278. Zie requisitoir, 3.5.2.2, p. 85, in voetnoot 496 staat een typefout. In plaats van ‘Primo-14583 (S38)’ moet er staan ‘Primo-14583 (S39)’.

2. Reactie op voegingsverzoek verdediging

Voordat wij ingaan op de inhoudelijke verweren, staan wij kort stil bij de verzoeken van de verdediging om stukken te voegen die zij bij pleidooi heeft overgelegd.

Van verschillende van die stukken, zoals de drie Amerikaanse rapporten, zullen wij hierna nog toelichten waarom deze niet kunnen bijdragen aan de waarheidsvinding en enkel mist opwerpen. Van een anonieme internetpost over een Strela-10 hebben wij al eerder toegelicht, waarom die niet relevant is. [1] Toch verzetten wij ons om procedurele redenen niet tegen de voeging van deze en andere stukken waarvan voeging is verzocht. [2] Uiteraard zijn het stukken van een andere aard en een ander gewicht dan deskundigenrapportages die tot stand komen en aan het dossier worden toegevoegd volgens de zorgvuldige procedure die de wetgever daarvoor in het leven heeft geroepen. Dat zal voor iedereen duidelijk zijn en ook daar komen wij later in deze repliek nog op terug. Maar wij verzetten ons niet tegen de verzochte voeging van stukken. [3]

3. Ontvankelijkheid Openbaar Ministerie

3.1 Inleiding

Dan komen wij nu tot onze reactie op de verweren van de verdediging. Eerst gaan wij in op de grondslag om Pulatov te vervolgen. Volgens de verdediging heeft het Openbaar Ministerie door een opeenstapeling van beperkingen, inbreuken en schendingen van verdedigingsrechten (deel II, randnummer 325) het vervolgingsrecht verspeeld en moet het daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vervolging van Pulatov (deel II, randnummer 323 en 329). Wij zullen hier zometeen op reageren. Voordat wij dat doen willen wij nog kort stilstaan bij een andere ontvankelijkheidsvraag: de kwestie van combattanten immuniteit.

3.2 Geen beroep op combattanten immuniteit

Pulatov heeft geen beroep gedaan op combattanten immuniteit. Daar heeft hij uitdrukkelijk en ondubbelzinnig vanaf gezien. [4] Hij blijft bij zijn verklaring dat hij niet namens de Russische Federatie deelnam aan de gewapende strijd in Oost-Oekraïne en zichzelf vrijwillig heeft aangesloten bij de ‘volksweer van de Donbass’. [5] Eerder hebben wij al uitgebreid toegelicht waarom Pulatov überhaupt niet in aanmerking komt voor combattanten immuniteit, ook als hij daar wél een beroep op zou doen. [6] Daarom kan en moet Pulatov als elke andere burger worden vervolgd voor de ten laste gelegde geweldsmisdrijven.

Mocht uw rechtbank met de verdediging en het Openbaar Ministerie van oordeel zijn dat Pulatov geen immuniteit geniet, dan hoeft u daar in het vonnis niet meer op in te gaan. [7] Indien uw rechtbank tijdens het onderzoek ter zitting of daarna, tijdens uw beraadslagingen in raadkamer, op nieuwe vragen zou stuiten over dit onderwerp of tot een andere denkrichting zou komen dan het Openbaar Ministerie, doen wij hierbij het voorwaardelijk verzoek om ons in de gelegenheid te stellen om daarop te reageren. [ 8]

3.3 Ontvankelijkheid Openbaar Ministerie

3.3.1 Inleiding

Daarmee komen wij aan toe aan het ontvankelijkheidsverweer dat Pulatov wél heeft gevoerd. Volgens Pulatov heeft het Openbaar Ministerie zijn vervolgingsrecht verspeeld, omdat het zodanig inbreuk zou hebben gemaakt op zijn verdedigingsrechten dat er geen sprake meer kan zijn van een eerlijk proces (deel II, randnummer 329).

Niet-ontvankelijkheidverklaring van het OM op deze grond komt alleen in uitzonderlijke gevallen in aanmerking. Het moet dan gaan om een onherstelbare inbreuk op het recht op een eerlijk proces die niet (op een aan de eisen van een behoorlijke en effectieve verdediging beantwoordende wijze) is of kan worden gecompenseerd. Daarbij moet die inbreuk het verstrekkende oordeel kunnen dragen dat “the proceedings as a whole were not fair”. [9]

In een eerlijk proces speelt de verdediging een belangrijke rol. Kort gezegd heeft zij twee taken. Ten eerste ziet de verdediging, naast het Openbaar Ministerie en de rechtbank, toe op een eerlijk verloop van de procedure. Ten tweede kan zij belastend bewijs ter discussie stellen en ontlastend bewijs aandragen. In dit proces heeft de verdediging die taken actief vervuld.

Zo heeft zij in het kader van haar toezicht op het eerlijk verloop van de procedure onder meer het volgende gedaan:

  • zij heeft om de Russische vertaling verzocht van vrijwel het volledige procesdossier van tienduizenden pagina’s en de vertaling van de belangrijke stukken daaruit gekregen; [10]
  • zij heeft ruime voorbereidingstijd gevraagd en gekregen; [11]
  • zij heeft beroep ingesteld tegen beslissingen van de rechter-commissaris om vijftien getuigen de status van bedreigde getuige te verlenen en daarbij in één geval (getuige V11) gelijk gekregen; [12]
  • zij heeft gevraagd om de herbeoordeling van de beslissing van het Openbaar Ministerie om bepaalde bronnen af te schermen op basis van artikel 149b Sv; [13]
  • zij heeft bijstand gevraagd en aangeboden gekregen van het Openbaar Ministerie om tapgesprekken in beeld te brengen ten behoeve van haar pleidooi; [14]
  • zij heeft gelegenheid gevraagd en gekregen om haar pleidooi elf dagen lang te voeren.

In het kader van haar taak om belastend bewijs te toetsen en ontlastend bewijs aan te dragen heeft de verdediging verder het volgende gedaan:

  • zij heeft buiten het procesdossier om nog inzage gevraagd en verkregen in grote hoeveelheden onderzoeksmateriaal, waaronder:
    • de metadata van alle tapgesprekken in het procesdossier;
    • aanvullende zendmastgegevens en historische telefooncontacten;
    • een overzicht van getuigenverhoren;
    • rapporten over veldtesten van Almaz-Antey en over de berekeningen van het afvuurgebied van Oekraïense en Australische onderzoeksinstellingen;
    • processen-verbaal over de berging van lichamen van slachtoffers van MH17;
    • foto’s van de sectie van de captain van MH17, waarbij een vlindervormig raketdeel is aangetroffen;
    • het laatste half uur van de opname cockpit voice recorder van MH17;
    • duizenden foto’s van wrakstukken;
    • en tienduizenden audio-opnamen van tapgesprekken;
  • verschillende van deze stukken heeft de verdediging vervolgens laten voegen in het procesdossier;
  • zij heeft veiliggestelde raketdelen bezichtigd in Gilze-Rijen en bij het Nederlands Forensisch Instituut;
  • zij heeft de reconstructie bezichtigd in Gilze-Rijen en de gelegenheid gekregen om deze ook met een door de verdediging zelf aangemerkte deskundige te bezichtigen;
  • zij heeft de verhoren gevraagd en verricht van verschillende getuigen en deskundigen, die mede op haar verzoek in verschillende gevallen meerdere dagen duurden;
  • zij heeft zelfstandig tegenonderzoek laten verrichten, buiten de regie van uw rechtbank, naar de identificatie van het wapen, de berekening van het afvuurgebied en de betrouwbaarheid van getuige M58 en de resultaten daarvan in het procesdossier laten voegen;
  • zij heeft video’s met verklaringen van Pulatov overgelegd en in het procesdossier laten voegen.

Kortom: als wij kijken naar de taken van de verdediging – haar toezicht op het eerlijk verloop van de procedure, de toetsing van belastend bewijs en het aandragen van nieuwe informatie – dan moeten wij vaststellen dat zij zich daarvan met verve heeft gekweten. Pulatov heeft effectief gebruik gemaakt van de verdedigingsrechten die hem toekomen en uw rechtbank heeft daarvoor alle ruimte geboden. Als wij dan vervolgens van Pulatov moeten vernemen dat hij juist beknot zou zijn in zijn verdedigingsrechten, en wel zodanig dat er geen sprake meer kan zijn van een eerlijk proces, dan kunnen wij ons daar alleen maar over verbazen. Daarmee doet de verdediging niet alleen dit proces en uw rechtbank tekort, maar ook zichzelf.

Volgens de verdediging is er sprake van een “opeenstapeling van onherstelbare (geschreven en ongeschreven, ernstige) vormverzuimen, die maken dat er ernstig inbreuk is gemaakt op wezenlijke beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van [hun] cliënt aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekort gedaan” (deel II, randnummer 329). Wij zullen deze door de verdediging gestelde vormverzuimen en schendingen van procesbeginselen nalopen.

3.3.2 Onschuldpresumptie

Ten eerste stelt de verdediging dat het Openbaar Ministerie gehandeld heeft in strijd met de onschuldpresumptie, de regel dat elke verdachte voor onschuldig wordt gehouden totdat het tegendeel bewezen is. Ter onderbouwing daarvan wijst de verdediging op uitlatingen van het JIT, het Openbaar Ministerie en politici (deel II, randnummers 35-52) en op het tonen door het JIT van een foto en de identiteitsgegevens van Pulatov op televisie en internet (deel II, randnummers 53-72).

3.3.2.1 Uitlatingen over toedracht van de crash

Daarmee geeft de verdediging een verkeerde invulling aan de onschuldpresumptie. Dat beginsel waarborgt dat een persoon voor onschuldig moet worden gehouden tot het tegendeel is bewezen. De onschuldpresumptie staat niet in de weg aan de presentatie van onderzoeksbevindingen over de toedracht van een bepaalde gebeurtenis. Anders gezegd: Als de politie en het Openbaar Ministerie in een televisie-uitzending van Opsporing Verzocht bekend maken dat iemand op straat is doodgeschoten, is daarmee de onschuldpresumptie van een latere verdachte niet in het geding, ook niet als die verdachte later stelt dat het slachtoffer niet is doodgeschoten, maar doodgestoken.

Als wij vervolgens kijken naar de punten (deel II, randnummer 37 en volgende) die door de verdediging zijn aangedragen, dan blijken die vooral te gaan over de vraag welk wapen is gebruikt en waarvandaan dat wapen zou zijn afgevuurd. Tijdens de persconferenties van het JIT van 2016 en 2018 is uitsluitend gesproken over de oorzaak van het neerstorten van MH17 en de herkomst van de Buk-TELAR. Er is toen niet gesproken over personen die daar mogelijk verantwoordelijk voor waren. Pulatov is toen niet genoemd. Dat leden van de Nederlandse regering en het Nederlandse parlement zich na de persconferentie van het JIT in 2016 over de onderzoeksbevindingen hebben uitgelaten, doet evenmin af aan de veronderstelde onschuld van Pulatov. Ook deze politici hebben zijn naam niet genoemd of op enige wijze gesuggereerd dat hij als schuldige moet worden gezien. Pulatov is ook geen onderwerp van de staatsaansprakelijkheidsprocedure die de Nederlandse regering op eigen titel is gestart tegen de Russische Federatie. Daarin komt de vraag naar zijn schuld of onschuld niet aan bod.

3.3.3.2 Openbaarmaking van identiteit en foto

Pulatov is voor het eerst als verdachte genoemd tijdens een persconferentie op 19 juni 2019. Toen maakte het Openbaar Ministerie bekend dat hij en drie andere verdachten zouden worden vervolgd, dat dit proces op 9 maart 2020 zou beginnen en dat er internationale arrestatiebevelen tegen hen waren uitgevaardigd. Daarbij is ook een foto van hem getoond. Volgens de verdediging hadden de naam en foto van Pulatov hierbij niet openbaar gemaakt mogen worden.

Tijdens de persconferentie van 19 juni 2019 en in het begeleidend persbericht heeft het Openbaar Ministerie benadrukt dat het slechts ging om een verdenking en vervolgingsbeslissing van het Openbaar Ministerie en dat Pulatov, en de andere drie verdachten, onschuldig waren totdat het bewijs voor het tegendeel door een rechter zou zijn vastgesteld en dat dit zo hoort in een rechtsstaat. [15] Met andere woorden: voor de ogen van de wereld heeft het Openbaar Ministerie er zelf op gewezen dat Pulatov onschuldig is tot het tegendeel is bewezen en het belang van die rechtsregel onderstreept. Dat heeft het Openbaar Ministerie opnieuw gedaan bij de start van dit proces en bij requisitoir. [16] Van een schending van die regel kan dus geen sprake zijn. [17]

Voor zover Pulatov enig nadeel zou hebben ondervonden van de media-aandacht, kan dit worden meegewogen bij de beoordeling van een mogelijk op te leggen straf. Wij zullen hier later nog op terugkomen bij de bespreking van de strafeis.

3.3.2.3 Interview na requisitoir

Tot slot heeft de verdediging nog gewezen op een interview van de officier van justitie dat eind december 2021 is afgenomen. Daarin wordt weinig anders gezegd dan het Openbaar Ministerie zelf al op zitting naar voren had gebracht. Bij requisitoir had het Openbaar Ministerie, zoals de wet dat vraagt, zijn eigen bewijsconclusie gepresenteerd. Op die conclusie werd in het interview teruggekeken. Niets anders. De verdediging heeft bij herhaling uit dit interview geciteerd. Hiermee werd een beeld opgeroepen dat geen recht doet aan de kern van het interview. Daarin heeft de officier van justitie namelijk ook gezegd:

“Het klinkt misschien gewichtig, maar je vóelde daar het belang van de rechtsstaat. Het feit dat zo’n proces gevoerd kan worden, en dat er zorgvuldig met ieders rechten wordt omgegaan. Ik dacht: dit doet er toe. Los van de uitkomst.”

Zo is het: niet de uitkomst, maar de zorgvuldigheid van dit proces staat centraal. Zo heeft het Openbaar Ministerie deze zaak steeds benaderd. Zoals wij in ons requisitoir al zeiden: niemand in dit proces heeft iets aan een veroordeling van een onschuldige of een vonnis dat de tand des tijds niet kan doorstaan. [18]

Kortom: er is geen sprake van schending van het beginsel van de onschuldpresumptie.

3.3.3 Rauwelijkse dagvaarding

Dan komen we nu bij een tweede handeling van het Openbaar Ministerie, die volgens de verdediging in strijd zou zijn met beginselen van goede procesorde: de timing van de beslissing om Pulatov te dagvaarden. Volgens de verdediging had het Openbaar Ministerie (i) Pulatov vóór de dagvaarding om een verklaring moeten vragen (deel II, randnummer 81), (ii) hem vooraf in de gelegenheid moeten stellen om deel te nemen aan het voorbereidend onderzoek (deel II, randnummers 87 en 91) en (iii) hem de kennisneming van de processtukken niet mogen onthouden (deel II, randnummer 88).

Daarmee creëert de verdediging een onjuist beeld. Want wat is er nu feitelijk gebeurd? Net als in elke andere zaak is Pulatov op enig moment als verdachte in beeld gekomen. Vervolgens is deze verdenking nader onderzocht, zonder dat Pulatov met dat onderzoek bekend was. Dat is een gebruikelijke gang van zaken, zeker in onderzoeken naar ernstige geweldsmisdrijven. Het is immers meestal juist in het belang van het onderzoek om een verdachte daar niet gelijk over te informeren. Dat was in dit geval niet anders. Als verder in een regulier moordonderzoek alle beschikbare belastende en ontlastende informatie is verzameld en er sterke aanwijzingen overblijven voor schuld, beveelt de officier van justitie de aanhouding van een verdachte. Indien daar gronden voor zijn, wordt ook zijn voorlopige hechtenis gevorderd bij de rechter. Wanneer de rechter die voorlopige hechtenis gelast, moet de strafzaak volgens de wet binnen ruim drie maanden op zitting worden aangebracht. In ernstige gewelds- of moordzaken wordt een verdachte dus juist in de regel onverwacht - of zoals de verdediging dat noemt: ‘rauwelijks’ – geconfronteerd met de verdenking die er tegen hem bestaat en kort daarna gedagvaard. Ook in zulke zaken blijft sprake van een eerlijk proces. Dat is in dit geval niet anders. Toen het Openbaar Ministerie zelf tot de conclusie was gekomen dat het onderzoek wettig en overtuigend bewijs had opgeleverd voor de schuld van Pulatov aan het neerschieten van MH17, is besloten dat hij moest worden aangehouden. Omdat hij in de Russische Federatie verbleef en dat land geen eigen burgers uitlevert, kon die aanhouding niet eenvoudig plaatsvinden. Wel heeft het Openbaar Ministerie op 19 juni 2019 bekend gemaakt dat het een internationaal arrestatiebevel tegen Pulatov zou uitvaardigen, voor het geval hij Rusland zou verlaten.

Hoewel ongebruikelijk en niet voorgeschreven, heeft het Openbaar Ministerie zich nog afgevraagd of er aanleiding was om de vier verdachten, waaronder Pulatov, nog vóór de uitvaardiging van de arrestatiebevelen te horen. Dat was niet het geval. De Russische autoriteiten hadden ons in 2018 immers al laten weten dat zij bewijs hadden geleverd dat “de Russische zijde” niet betrokken was geweest bij de ramp met MH17 en om die reden geen gegevens of verhoren van Russische burgers zouden worden verstrekt. [19] Verschillende rechtshulpverzoeken aan de Russische Federatie bleven onuitgevoerd en aanmaningen, ook op hoog diplomatiek niveau, konden daarin geen verandering brengen. In januari 2019 heeft de plaatsvervangend procureur-generaal van de Russische Federatie nog verklaard dat er geen gronden waren om Russische staatsburgers te ondervragen, omdat er geen bewijs zou zijn van enige betrokkenheid van een Russisch staatsburger bij de MH17-ramp. [20] De kans op een tijdige Russische uitvoering van een verhoorverzoek was dus op voorhand al bijzonder klein. Tegelijk had de Russische Federatie eerder op verschillende momenten zelf persconferenties belegd, waarin de resultaten van rechtshulpverzoeken die wél waren uitgevoerd openbaar werden gemaakt, nog vóórdat deze aan het Nederlandse Openbaar Ministerie werden verstrekt. [21] Daarmee bestond er een reëel risico dat de Russische Federatie de verdenkingen tegen de vier verdachten, onder wie Pulatov, zelf openbaar zou maken, nadat het Openbaar Ministerie hun om een reactie zou hebben gevraagd. Dat was onaanvaardbaar. Het bericht dat er in het onderzoek vier verdachten waren aangemerkt, moesten de nabestaanden en het bredere publiek van het Openbaar Ministerie zelf horen - en niet van de Russische autoriteiten. Daarom heeft het Openbaar Ministerie de verdachten niet vooraf geïnformeerd.

Hierdoor werden de vier verdachten, onder wie Pulatov, ook niet benadeeld. Feitelijk was hun positie niet anders dan die van verdachten in andere moordzaken, die pas na het uitbrengen van arrestatiebevelen met de verdenking worden geconfronteerd. Op 19 juni 2019 is Pulatov over de verdenking en zijn voorgenomen vervolging geïnformeerd. Vanaf dat moment kon Pulatov een advocaat in de arm nemen of was hij zelf in de gelegenheid om afschrift te vragen van het procesdossier (ex artikel 30 Sv) en het Openbaar Ministerie of de rechter-commissaris te vragen om eigen onderzoek (ex artikel 182 Sv). Van die rechten heeft hij geen gebruik gemaakt.

In plaats daarvan heeft hij op 19 juni 2019 aan het onderzoeksteam laten weten dat het “voor [hem] persoonlijk geen zin [had]” om met het onderzoeksteam “te communiceren” en heeft hij zijn “verachting” voor het JIT uitgesproken. Vervolgens heeft de leider van het onderzoeksteam gereageerd met de boodschap dat hij Pulatovs reactie zeer serieus nam en graag zijn kant van het verhaal wilde horen. Hierop antwoordde Pulatov: “lees nog een keer de eerste regel van mijn eerste antwoord aan u en besef de boodschap van de laatste zin van mijn eerste antwoord aan u. (…) De verachte personen worden genegeerd”. Hij vroeg het onderzoeksteam om geen contact meer met hem op te nemen en publiceerde een screenshot van het gesprek op een internetforum. Toen iemand op dat forum zich afvroeg of het JIT-account wel echt was, reageerde Pulatov: “Maakt dat echt uit (…)? (…) Ik heb mijn gegronde verachting geuit en gepubliceerd. Het belangrijkste is dat mijn persoonlijke houding en mijn standpunt over deze gebeurtenis kenbaar gemaakt zijn”. [22] Pulatov had dus al gezegd wat hij wilde zeggen. Hij heeft geen gebruik gemaakt van de wederhoor die hem werd geboden; hij heeft geen verzoek gedaan om nader onderzoek.

Meer dan drie maanden later heeft Pulatov zich alsnog gemeld. Bij brief van 16 oktober 2019 heeft hij via zijn Russische advocaat laten weten dat hij de beschuldiging betwistte [23] en dat hij deel wilde nemen aan de strafprocedure. [24] Daarbij vroeg Pulatov om twee maanden voor het zoeken van een Nederlandse advocaat, zodat hij volledig kon deelnemen aan het strafproces. [25] Daarop heeft de officier van justitie contact opgenomen met zijn Russische advocaat en hulp geboden in de zoektocht naar Nederlandse rechtsbijstand. Verder heeft de officier van justitie op 19 december 2019 de dagvaarding, met daarop ook een toelichting op de procedure, in Russische vertaling aan zijn Russische advocaat gestuurd. Op 16 januari 2020 hebben zijn Nederlandse raadslieden zich voor Pulatov gesteld. [26] Kort daarna is de officier van justitie tweemaal bij hen op kantoor langs gegaan om de zaak met hen te bespreken. Daarbij heeft hij verschillende stukken aan de verdediging verstrekt, waaronder de dagvaarding en de eerdere correspondentie tussen het Openbaar Ministerie en de rechtbank, en heeft hij de raadslieden zelf gewezen op de beroepsmogelijkheid van Pulatov tegen de beslissingen van de rechter-commissaris om verschillende getuigen als bedreigde getuigen aan te merken. [27] Al die tijd hebben Pulatov, zijn Russische advocaat en zijn Nederlandse raadslieden niet om nader onderzoek of een verhoor van Pulatov gevraagd.

Evenmin heeft de verdediging bezwaar gemaakt tegen de voorgenomen planning van de zitting of het Openbaar Ministerie om intrekking van de dagvaarding verzocht. Wel heeft de verdediging beroep ingesteld tegen de statusbeschikkingen van de rechter-commissaris, nota bene nadat het Openbaar Ministerie de betekening daarvan had uitgesteld om de beroepstermijn ten gunste van de verdediging te verlengen. [28] Zoals gezegd, heeft de officier van justitie op 19 december 2019 en 22 januari 2020 de dagvaarding aan (respectievelijk) de Russische en Nederlandse advocaten verstrekt. Op 23 januari 2020 is deze ook door de Russische autoriteiten aan Pulatov uitgereikt. [29] Tot acht dagen daarna had Pulatov bezwaar kunnen maken tegen zijn dagvaarding en hetzelfde buitenspelverweer kunnen voeren als hij nu bij pleidooi heeft gedaan. Op die bezwaarmogelijkheid heeft de officier van justitie de raadslieden op 22 januari 2020 gewezen. Bij succes had de raadkamer van uw rechtbank het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk kunnen verklaren. Dan zou het proces zijn uitgesteld en had de verdediging alsnog nader onderzoek kunnen laten verrichten, in de beslotenheid van het kabinet van de rechter-commissaris. Dat bezwaar heeft de verdediging niet gemaakt. Zij heeft welbewust ingestemd met de start van dit proces op 9 maart 2020 en een onderzoek onder de regie van uw rechtbank op een openbare zitting.

Dat had ook de voorkeur van het Openbaar Ministerie: onderzoek naar de vier verdachten op een openbare zitting binnen afzienbare tijd, onder regie van de rechtbank. Daarom heeft het Openbaar Ministerie ook al vóór de persconferentie van 19 juni 2019 op basis van de wet (artikel 258 lid 2 Sv) aan uw rechtbank gevraagd om een eerste zittingsdag te bepalen. Op die manier konden de verdachten en nabestaanden tegelijk worden geïnformeerd over de verdenking, de vervolgingsbeslissing en de planning van de zitting. Op die manier wisten procesdeelnemers al ruim van tevoren waar zij aan toe waren. Aldus richtte het Openbaar Ministerie zich op een eerlijk proces binnen redelijke termijn.

Kortom: de dagvaardingsbeslissing van het Openbaar Ministerie was in overeenstemming met beginselen van goede procesorde.

Ook als uw rechtbank zou menen dat dit anders ligt, heeft de verdediging hiervan geen nadeel ondervonden. Inmiddels heeft zij immers kennis genomen van de processtukken en nader onderzoek kunnen laten verrichten. Voor zover de verdediging meent dat dit nader onderzoek buiten de openbaarheid van de zitting had moeten plaatsvinden, had zij dit zelf teweeg kunnen brengen. Bijvoorbeeld door ditzelfde buitenspelverweer preliminair te voeren, nog vóór de start van het onderzoek van uw rechtbank, of door een verzoek te doen tot behandeling achter gesloten deuren in belang van de goede rechtspleging (artikel 269 lid 1 Sv). Dat heeft de verdediging niet gedaan. Nu pas, meer dan twee jaar en drie maanden na dagvaarding, maakt zij hier concreet bezwaar tegen. Jarenlang op de eigen handen zitten en bewust afzien van het gebruik van wettelijke verdedigingsrechten kan niet beloond worden met een niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie en een herstart van dit proces.

3.3.4. Voorbereidend onderzoek en procesdossier

Verder zijn er nog een aantal verschillende, beweerdelijke vormverzuimen van het Openbaar Ministerie die in de kern op hetzelfde neerkomen: volgens de verdediging is het voorbereidend onderzoek ondeugdelijk, het daaruit volgende procesdossier onvolledig en een proces op basis van dat onderzoek en dat dossier op voorhand oneerlijk.

Ter onderbouwing stelt de verdediging dat:

  • het onderzoek vooringenomen zou zijn (deel II, randnummers 111-134);
  • ten onrechte gebruik zou zijn gemaakt van informatie die verkregen is in het kader van onderzoek door de Onderzoeksraad voor Veiligheid, de SBU en burgeronderzoekers en journalisten (deel II, randnummers 135-155 en 302-313);
  • bewijsmateriaal uit het conflictgebied te laat en zonder deugdelijke chain of custody zou zijn verkregen, waardoor het onbetrouwbaar is en er geen tegenonderzoek meer mogelijk is (deel II, randnummers 156-171);
  • er in twee gevallen geen proces-verbaal is opgemaakt, waar dat volgens de verdediging wel had gemoeten (deel II, randnummers 172-191);
  • het Openbaar Ministerie niet alle relevante stukken in het procesdossier zou hebben gevoegd, waardoor de mogelijkheid zou bestaan dat er bewust ontlastende informatie wordt achtergehouden (deel II, randnummers 192-283).

Wij stellen voorop dat dit verzamelverweer vooral leest als een bewijsverweer: het verweer dat het onderzoek geen evenwichtig bewijs heeft opgeleverd en dat bepaald bewijs, afkomstig uit wrakstukken, open bronnen of de mond van getuigen, op voorhand onbetrouwbaar zou zijn vanwege de beperkingen waaronder ze verkregen zijn. Zulke verweren kunnen niet leiden tot de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, alleen al omdat de verdediging alle gelegenheid heeft gehad om evenwicht te herstellen door belastend bewijs te toetsen en ontlastend bewijs aan te dragen. Voor zover er in dit opzicht al sprake zou zijn van vormverzuimen in het kader van het voorbereidend onderzoek en bij de samenstelling van het procesdossier, had de verdediging tijdens dit strafproces kunnen vragen om die tekortkomingen te herstellen en de waarheidsvinding weer in balans te brengen. Begrijpen wij de verdediging goed, dan wijst zij er in verschillende gevallen ook op dat zij dit gedaan heeft. In die zin heeft de verdediging dus, overeenkomstig haar taak, bijgedragen aan de eerlijkheid van dit strafproces en is er dus geen reden om Pulatov buiten vervolging te stellen.

Toch zullen wij een aantal van deze punten nog eens nalopen.

3.3.4.1 Beperkingen onderzoek

Eerst de door de verdediging genoemde beperkingen van het onderzoek in Oost-Oekraïne (deel II, randnummer 157). Dat er geen tijdig en volledig strafrechtelijk onderzoek kon plaatsvinden in het gebied waarin MH17 is neergestort, is een feit. Een feit dat het Openbaar Ministerie zelf bij herhaling heeft benoemd, in het procesdossier [30] en op zitting. [31] Datzelfde geldt voor de beperkingen die dit heeft meegebracht voor het bewijs: de beperkte kennis van de herkomst van bepaalde stukken, bijvoorbeeld, hebben wij op zitting besproken. Bij de toelichting op het onderzoek hebben wij benoemd dat vliegtuigvreemde materialen – of vermoedelijke raketdelen – die klemvast zaten in wrakstukken of lichamen van bemanningsleden van MH17 sterker bewijs opleveren voor de oorzaak van de crash dan raketdelen die pas later los in het rampgebied zijn aangetroffen. [32] De verdediging kan hier telkens weer op terugkomen en het als eigen vondst presenteren, maar dat feit staat in deze zaak buiten discussie. Datzelfde geldt voor de verklaringen van getuigen waarin een groot deel is gezwart omwille van hun veiligheid. Ook daarvoor geldt: als er onvoldoende informatie overblijft om de betrouwbaarheid van die verklaring te toetsen, dan levert die verklaring geen bewijs op. Ook dat staat niet ter discussie. En laat duidelijk zijn: als een getuige een ontlastende verklaring heeft afgelegd, dan kan die ontlastende verklaring niet zomaar gezwart worden. In de eerste plaats niet, omdat een getuige in Oost-Oekraïne of Rusland niet of nauwelijks gevaar loopt als hij een verklaring aflegt die aansluit bij de lezing van Pulatov. Om die reden zijn bijvoorbeeld verschillende verklaringen van getuigen die een gevechtsvliegtuig hebben gezien, gewoon op naam in het procesdossier gevoegd. [33] In de tweede plaats omdat de rechter-commissaris (in het kader van zijn beoordeling ex artikel 149b of 226f Sv) steeds het veiligheidsbelang van de getuige moet afwegen tegen het belang van de verdachte. Een ontlastende verklaring kan dus niet zomaar gezwart worden. De rechter-commissaris of het Openbaar Ministerie zullen, binnen de beperkingen die voor de veiligheid van de getuige nodig zijn, het ontlastende karakter van de verklaring maximaal in het procesdossier moeten laten zien. De beperkingen van het onderzoek, als gevolg van de oorlogs- en veiligheidssituatie in Oost-Oekraïne, leveren dus vooral beperkingen op voor het Openbaar Ministerie, en niet voor Pulatov. Het Openbaar Ministerie draagt in deze zaak immers de bewijslast. Dat wij inmiddels, na jaren onderzoek, tot de conclusie zijn gekomen dat er wettig en overtuigend bewijs is voor de schuld van Pulatov aan het neerschieten van MH17 is dus niet dankzij, maar ondanks de door de verdediging genoemde beperkingen.

3.3.4.2 Rol OVV

Ten tweede de rol van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV). Die ziet de verdediging verkeerd (deel II, randnummers 136-150). Anders dan zij stelt, was de OVV niet betrokken in het strafrechtelijk (of voorbereidend) onderzoek. De enige rol die de OVV heeft gespeeld, is dat het de wrakstukken en de recorders van MH17 heeft geborgen en bepaalde objectieve data, zoals radargegevens, aan het Openbaar Ministerie heeft verstrekt. De wrakstukken en recorders zijn pas onderdeel geworden van het strafrechtelijk onderzoek op het moment dat deze in Nederland in beslag zijn genomen. Op zijn beurt heeft het Openbaar Ministerie weer enkele resultaten uit het strafrechtelijk (forensisch) onderzoek aan de wrakstukken met de OVV gedeeld. Dit was telkens in overeenstemming met de Rijkswet OVV. [34] Dat geldt ook voor de voeging van het OVV-rapport en de bijlagen daarbij in het procesdossier. Die stukken mogen niet als belastend bewijs gebruikt worden, maar waren wel relevant voor dit proces. [35] Bijvoorbeeld voor de beoordeling van uw rechtbank en de verdediging van de volledigheid van het strafrechtelijk onderzoek. Zo heeft de verdediging verzoeken gedaan op basis van het OVV-rapport om nader onderzoek te doen naar de wrakdelen en heeft uw rechtbank dit rapport gebruikt voor de beoordeling of het nog zinvol was om een nader verzoek te doen aan de NAVO naar radargegevens van AWACS.

3.3.4.3 Rol SBU

Ten derde de rol van de SBU. Volgens de verdediging zou deze Oekraïense opsporingsautoriteit mogelijk getuigen hebben gemarteld en bewijs gemanipuleerd (deel II, randnummers 302-322). Ter onderbouwing wijst de verdediging op rapporten van internationale organisaties over het bredere optreden van de SBU.

Vanaf de start van dit proces was het voor het Openbaar Ministerie duidelijk dat de rol van Oekraïne in dit onderzoek ter discussie zou worden gesteld. Ook was het Openbaar Ministerie vanaf de start van dit onderzoek bekend met de rapporten die er bestonden over de SBU en is nauwgezet gevolgd welke rapporten er nadien nog zijn uitgebracht. Tijdens dit proces hebben wij daar al eerder op gewezen. Ook hebben wij benadrukt dat bewijs afkomstig uit Oekraïne en van de SBU met grote behoedzaamheid moet worden beoordeeld. [36] Dat heeft het Openbaar Ministerie ook steeds gedaan. Tijdens de eerste contacten met het Oekraïense Openbaar Ministerie en de SBU - nog vóór de oprichting van het JIT - hebben wij, samen met onze Australische collega’s, één ding heel duidelijk gemaakt: in de ogen van de wereld was bewijs uit Oekraïne niets waard, als het niet volledig kon worden gevalideerd door Nederland, Australië en mogelijke andere landen die aan het onderzoek zouden deelnemen. Het Oekraïense OM en de SBU konden zich dus geen enkele misstap veroorloven. Dat werd aan Oekraïense zijde maar al te goed begrepen. Juist daarom hebben zij de deur naar het Oekraïense bewijs volledig open gezet.

Daarbij was - en is - het Nederlandse Openbaar Ministerie gebonden aan het Folteringsverdrag van de Verenigde Naties. [37] Volgens artikel 15 van dat verdrag mag een getuigenverklaring die is afgelegd onder invloed van enige handeling waardoor doelgericht lichamelijk of geestelijk leed is toegebracht niet voor het bewijs worden gebruikt. Deze verdragsverplichting heeft het Openbaar Ministerie vanaf het begin van het onderzoek onderkend en daarnaar heeft het ook gehandeld. De betrokken Nederlandse officieren van justitie hebben erop toegezien dat er met gedetineerde getuigen vooraf werd gesproken, buiten aanwezigheid van Oekraïense functionarissen, over hun vrijheid van verklaren, de omstandigheden waarin zij verkeerden en de wijze waarop zij door de Oekraïense autoriteiten waren en werden behandeld. Uit de omstandigheid dat de verslagen van deze voorgesprekken niet in het procesdossier zijn opgenomen en de verslagen van de daaropvolgende verhoren wel, volgt dat er geen enkele omstandigheid is gebleken waaruit ook maar enige aanwijzing voor foltering van een gedetineerde getuige kon worden afgeleid. Desgewenst is aan de getuigen toegezegd dat het voorgesprek vertrouwelijk was en niet gedeeld zou worden met de Oekraïense autoriteiten. Anders zouden deze getuigen zich mogelijk niet vrij voelen om in het voorgesprek hun verhaal te doen. Omdat de verslagen van de voorgesprekken niets inhoudelijks toevoegden aan de verslagen van de daaropvolgende JIT-verhoren, waarin opnieuw werd gevraagd of zij hun verklaring uit eigen vrije wil hadden afgelegd, zijn de verslagen van de voorgesprekken niet in het procesdossier opgenomen. Indien ook maar één van deze voorgesprekken ook maar enige aanwijzing van foltering zou hebben opgeleverd, dan had het Openbaar Ministerie dit aan de kaak gesteld bij de Oekraïense autoriteiten en hiervan melding gemaakt in het procesdossier. Maar wat er niet is gezegd of waargenomen, hoeft niet in het procesdossier vermeld te worden. En wat relevant is, namelijk het antwoord op de vraag of uit vrije wil is verklaard, zit in het dossier.

Voor de algemene suggestie dat er bij de getuigen in dit onderzoek wél iets zou zijn gebeurd, onbreekt dus elke grond. De beschuldiging van de verdediging dat het Openbaar Ministerie zou hebben toegelaten dat getuigen in deze zaak onder dwang een verklaring hebben afgelegd (deel II, randnummers 306 en 318-322) [38] is fors en vraagt, ook in het licht van de eerdere toelichting van het Openbaar Ministerie op deze zitting, om een concrete en op de getuigen in dit onderzoek toegesneden onderbouwing. Die ontbreekt. Dat de verdediging stelt dat zulke verklaringen - die in haar ogen de waarschijnlijke “producten” zijn van foltering – niet van het bewijs hoeven te worden uitgesloten en dus gewoon in dit proces gebruikt kunnen worden (deel II, randnummers 307 en 314), maakt haar beschuldiging nog onbegrijpelijker. In elk geval past dat niet bij de strafvorderlijke kernwaarden van waarheidsvinding en een eerlijk proces, waar de verdediging zichzelf op beroept.

3.3.4.4 Verbaliseringsplicht

Ten vierde stelt de verdediging dat sprake is van schendingen van de verbaliseringsplicht. Daarvan heeft de verdediging - naast de hiervoor genoemde voorgesprekken - nog twee andere gevallen genoemd. Zo stelt de verdediging dat er in april 2015 een buurtonderzoek zou hebben plaatsgevonden in Petropavlivka, waarvan ten onrechte geen proces-verbaal is opgemaakt (deel II, randnummer 184-185). Dat is onjuist. Er heeft geen strafrechtelijk onderzoek plaatsgevonden in Petropavlivka en daar gold dus ook geen verbaliseringsplicht. In april 2015 waren leden van de repatriërings- en bergingsmissies op zoek naar stoffelijke overschoten en persoonlijke bezittingen van slachtoffers en wrakdelen van MH17. Zij waren geen lid van het strafrechtelijk onderzoeksteam, maar werkten onder gezag van de Nederlandse ministeries van Buitenlandse Zaken en de OVV. [39] Strafrechtelijk buurtonderzoek - het zoeken en bevragen van getuigen in het rampgebied - zou de repatriërings- en bergingsmissies doorkruisen en de betreffende getuigen in gevaar brengen. [40] Er kon dus geen strafrechtelijk buurtonderzoek worden gedaan en dat gebeurde ook niet. De leden van de repatriërings- en bergingsmissies waren werkzaam bij Defensie. De meeste van hen waren geen opsporingsambtenaar. Enkele van hen waren werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee en in die functie formeel ook opsporingsambtenaar, maar op dat moment hielden zij zich niet bezig met opsporing. Om die reden zijn deze missieleden, nadat zij op raketdelen waren gestuit en deze hadden veilig gesteld, in Nederland door het onderzoeksteam, waar zij zelf geen deel van uitmaakten, als getuigen gehoord. Het was nu eenmaal een complexe situatie in het rampgebied. Over de achtergronden en details daarvan is uitgebreid proces-verbaal opgemaakt. [41] Voor deze getuigen gold dus geen verbaliseringsplicht.
 

Overigens heeft Pulatov deze getuigen gewoon kunnen ondervragen over het verloop van hun activiteiten tijdens de repatriëringsmissie in Oost-Oekraïne. [42]

Daarnaast stelt de verdediging dat de omstandigheden waaronder de wrakstukken van MH17 in Oost-Oekraïne zijn gevonden, veilig gesteld en overgedragen onvoldoende zijn vastgelegd (deel II, randnummer 188). Hiervoor geldt hetzelfde als bij de missieleden die langs de deuren zijn gegaan. Ook deze handelingen vonden niet plaats in het kader van het opsporingsonderzoek van het Openbaar Ministerie, maar in het veiligheidsonderzoek van de onafhankelijke OVV. Daarbij waren geen leden van het strafrechtelijk onderzoeksteam betrokken. Wij verwijzen opnieuw naar het proces-verbaal dat hierover is opgemaakt.

Laat duidelijk zijn: net als de verdediging hadden wij graag kort na de ramp een volledig strafrechtelijk onderzoek verricht in Oost-Oekraïne. Zoals gezegd, was dat vanwege de oorlogs- en veiligheidssituatie niet mogelijk. Voor zover er al enig onderzoek kon plaatsvinden, kregen de repatriëring van de slachtoffers en de berging van de wrakstukken voorrang. Ook noemden wij al dat dit vooral beperkingen oplevert voor het Openbaar Ministerie, dat immers de bewijslast draagt, en niet voor Pulatov, die onschuldig blijft tot het tegendeel bewezen is.

Verder stelt de verdediging in algemene zin dat “vele processen-verbaal van getuigenverhoren” onvolledig zouden zijn, omdat deze – zo begrijpen wij – niet letterlijk zijn uitgewerkt. Om welke getuigen het dan gaat en waarom Pulatov hierdoor in zijn verdediging wordt benadeeld, wordt niet benoemd. Dit is niet meer dan een kale stelling, een loze kreet, zonder enige onderbouwing.

Ook dit onderdeel van het ontvankelijkheidsverweer, dat erop neerkomt dat in de hiervoor genoemde gevallen de verbaliseringsplicht zou zijn geschonden, komt dus niet uit de verf. Laat staan dat dit kan leiden tot de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

3.3.4.5 Voeging stukken

Tot slot de kwestie van de voeging van stukken in het procesdossier. De verdediging trekt hier opnieuw een forse conclusie: dat het Openbaar Ministerie bewust ontlastende informatie heeft achtergehouden en wellicht nog steeds achterhoudt (deel II, randnummer 281). Het enige voorbeeld dat de verdediging hiervoor aanvoert, is de verklaring van getuige S45. Alleen van dat stuk stelt de verdediging zelf dat het ontlastend is en dat het Openbaar Ministerie dit buiten het dossier heeft willen houden (randnummer 219). Eerder hebben wij al benoemd dat S45 met de beste wil van de wereld niet als de “cruciale, ontlastende getuige” [43] kan worden aangemerkt waar de verdediging hem voor houdt. Getuige S45 was lid van de Russische 53e Anti-Aircraft Missile Brigade en heeft zich tegenstrijdig uitgelaten over de aanwezigheid van die brigade in Oost-Oekraïne: de ene keer zegt hij dat ze daar wel waren en de andere keer zegt hij dat ze er niet waren. Verder heeft S45 geen kennis uit eigen wetenschap van de mogelijke betrokkenheid van de 53e Brigade bij het neerschieten van MH17 en zegt hij niets over Pulatov. Uw rechtbank heeft eerder al geoordeeld dat er onvoldoende verdedigingsbelang bestond om deze getuige te horen. Hij is dus bepaald niet cruciaal of ontlastend.

Er is ook ruimte voor discussie over de vraag of zijn verklaring überhaupt relevant is in de zaak van Pulatov. Het Openbaar Ministerie meent van niet. Wij zagen niet in hoe deze verklaring van S45 van belang kon zijn voor enige door uw rechtbank te nemen beslissing, ook tegen de achtergrond van het procesdossier, waarin al verschillende bronnen zijn opgenomen die spreken over zowel de aan- als de afwezigheid van de 53e Brigade in Oost-Oekraïne. Vanaf de start van dit proces hebben wij vaker benoemd dat de samenstelling van een procesdossier in een onderzoek van deze omvang geen exacte wetenschap is en dat het dossier in de loop van het proces mogelijk nog zou moeten worden aangevuld. Die mogelijke latere aanvulling was afhankelijk van de ontwikkelingen in het lopend onderzoek naar de bemanning en de Russische bevelslijn en nader in te nemen, concrete standpunten van Pulatov. [44] Van zulke concrete standpunten van Pulatov is tot aan het pleidooi niet gebleken. De verdediging heeft ook geen concrete inzageverzoeken gedaan die gericht waren op bepaalde onderwerpen, zoals de rol van de 53e Brigade. In plaats daarvan heeft zij zich beperkt tot het herhaalde verzoek om inzage te krijgen in het volledige onderzoekdossier, dat wil zeggen: alle aantekeningen van alle handelingen die sinds 17 juli 2014 in het onderzoek zijn verricht, ongeacht het resultaat. Dus ook aantekeningen die gemaakt zijn in het digitale politiesysteem van interne overleggen, geraadpleegde websites en werkafspraken met andere JIT-landen. Dat levert aanzienlijk meer papier op dan de tienduizenden pagina’s die er in het procesdossier zitten. Dit herhaalde, onbeperkte verzoek deed de verdediging in de wetenschap dat dit nooit kon worden toegewezen, omdat de wet geen ruimte biedt voor fishing expeditions. De verdediging heeft dus nooit een concreet informatieverzoek gedaan, wat aanleiding bood om inzage te geven in de verklaring van S45. Toen uw rechtbank vervolgens wel concreet navraag deed bij het Openbaar Ministerie naar resultaten van het onderzoek naar de bemanning van de Buk-TELAR en de Russische bevelslijn, hebben wij de verklaring van S45, samen met andere stukken, zelf ter inzage aan de verdediging en de rechtbank verstrekt.

Kortom: de verklaring van S45 is niet ontlastend, er viel zelfs te twisten over de relevantie ervan en het Openbaar Ministerie heeft dit stuk zelf, naar aanleiding van een ruimere vraag van de rechtbank, onderkend en verstrekt. Van bewust achterhouden van ontlastende informatie was dus geen sprake.

Buiten de verklaring van S45 verwijst de verdediging nog in een voetnoot naar “talloze” andere stukken waarvan het Openbaar Ministerie het relevantiecriterium verkeerd zou hebben uitgelegd en toegepast (deel II, randnummer 217, voetnoten 196 en 197, en randnummer 221, voetnoot 200). [45] Van deze stukken wordt in dit verweer niet eens gesteld dat ze ontlastend zouden zijn. Voor deze stukken geldt verder dat het Openbaar Ministerie ze steeds aan de verdediging heeft verstrekt, ook wanneer de verdediging daar zelf niet om had gevraagd. Zo heeft het Openbaar Ministerie bijvoorbeeld uit eigen beweging stukken verstrekt over foto’s en video’s van een journalist die als getuige is gehoord. [46] Van achterhouden was dus bepaald geen sprake. Van verschillende stukken, die volgens de verdediging ten onrechte buiten het dossier zouden zijn gehouden, moeten wij verder vaststellen dat de verdediging die wel van het Openbaar Ministerie heeft ontvangen, maar zelf geen reden zag om die aan het dossier te laten toevoegen. Zo heeft de verdediging nooit om de voeging gevraagd van de foto’s en video’s van de journalist, [47] de ruwe ETVR lasercandata [48], foto’s van wrakstukken [49] en audio-opnamen van tapgesprekken. [50] Als de verdediging deze stukken zelf niet gevoegd wilde hebben, hoe kan zij het Openbaar Ministerie dan verwijten dat deze buiten het dossier zijn gehouden? Andere stukken bevatten slechts beperkt nieuwe of onbelangrijke informatie, zoals de verklaring van de Duitse gepensioneerde ex-piloot Haisenko [51] of rapporten van Almaz-Antey over detonatietesten die ook op andere plekken in het dossier worden besproken en waarin geen berekening is terug te vinden van een afvuurgebied. [52]

Kort gezegd is dit verweer een herhaling van zetten. De verdediging heeft al vaker in dit proces een punt gemaakt over voeging en inzage van stukken, het Openbaar Ministerie heeft daar bij herhaling op gereageerd en uw rechtbank heeft daar telkens over beslist. Er was toen al geen sprake van het achterhouden van ontlastend bewijs en daar is nu, op basis van dezelfde feiten, nog steeds geen sprake van. De enige nieuwe omstandigheid die zich sinds de laatste beslissing van uw rechtbank op dit punt heeft voorgedaan, is dat het Openbaar Ministerie - naar aanleiding van overwegingen van uw rechtbank - zelf een brede controleslag heeft gemaakt en enkele procedurele stukken (zogenaamde BOB-stukken) alsnog als relevant heeft aangemerkt. Verschillende van die stukken zagen op internetonderzoek naar andere personen dan Pulatov en zijn aan uw rechtbank en de verdediging verstrekt. Andere stukken zagen op opsporingsactiviteiten die jegens S45 waren verricht, maar omwille van de veiligheid van S45 en anderen met instemming van de rechter-commissaris buiten het procesdossier moesten blijven. Ook deze procedurele stukken zijn evident niet ontlastend. Ook deze stukken zijn niet doelbewust buiten het dossier gehouden.

De verdediging maakt dus een ernstige beschuldiging aan het adres van het Openbaar Ministerie, maar geeft daarvoor geen feitelijk onderbouwing. Volgens de verdediging zou het Openbaar Ministerie bewust ontlastende informatie hebben achtergehouden en mogelijk nog steeds achterhouden. Van die beweerdelijk achtergehouden, ontlastende informatie wordt één voorbeeld genoemd en zijn andere voorbeelden weggestopt in een voetnoot. Als wij die voorbeelden van achtergehouden, ontlastende stukken nalopen, dan blijken ze niet nieuw of ontlastend te zijn, dan zijn ze niet doelbewust achtergehouden en zag de verdediging in verschillende gevallen zelf ook geen reden om ze in het dossier te voegen. Ook hier houden de grote woorden van de verdediging dus geen gelijke tred met de feiten.

3.3.5 Ondervragingsrecht

Tot slot beroept de verdediging zich op een beweerdelijke schending van haar ondervragingsrecht (deel II, randnummers 286-322). Als gevolg van veiligheidsmaatregelen en andere beperkingen zou de verdediging niet hebben kunnen vaststellen of de gehoorde getuigen wel een betrouwbare verklaring hebben afgelegd (randnummer 314) en zou op basis hiervan geen eerlijk proces kunnen worden gevoerd (randnummer 322).

Het Openbaar Ministerie stelt voorop dat er naast het ondervragingsrecht van de verdachte nog andere belangen spelen in een strafproces, zoals van slachtoffers die recht hebben op informatie en van getuigen die recht hebben op veiligheid en eerbiediging van het privéleven. In een strafproces dient rekening te worden gehouden met ál deze gerechtvaardigde belangen en telkens zal daartussen een balans moeten worden gevonden. [53] Indien een verdachte een getuige niet kan ondervragen, bijvoorbeeld omdat die ernstig ziek is, betekent dat nog niet dat een verdachte geen eerlijk proces meer krijgt. Voor de beoordeling van de vraag of er sprake is van een eerlijk proces moet immers worden gekeken naar de eerlijkheid van het proces als geheel. [54]

Het ondervragingsrecht van een verdachte is dus geen onbegrensd of absoluut recht, [55] maar houdt in dat een verdachte een behoorlijke en effectieve mogelijkheid moet zijn geboden om getuigen die de verdachte belasten in enig stadium van het strafproces vragen te stellen. [56] Van een behoorlijke en effectieve ondervragingsmogelijkheid is eigenlijk alleen geen sprake als de verdediging niet daadwerkelijk de gelegenheid heeft gekregen om eigen vragen te stellen, [57] bijvoorbeeld omdat de getuige weigert vragen te beantwoorden. [58] Het is dan ook niet zo dat de verdediging aan een getuige élke vraag moet kunnen (doen) stellen die zij wil, [59] of dat álle door de verdediging gestelde vragen door de getuige moeten worden beantwoord. [60] Ook is het geen hard vereiste dat de verdediging haar vragen direct aan de getuige kan stellen. [61] Een verhoor via een kwalitatief goede videoverbinding [62] of via schriftelijke vragen [63] kan ook adequaat en deugdelijk zijn. In zo’n geval is er weliswaar sprake van een beperking van het ondervragingsrecht, maar dat wil nog niet zeggen dat deze beperking onverenigbaar is met het ondervragingsrecht. Er kunnen immers goede redenen zijn voor die beperking. Zoals gezegd dient in een strafproces rekening te worden gehouden met de gerechtvaardigde belangen van álle betrokkenen en zo kunnen bijvoorbeeld veiligheidsredenen in de weg staan aan een rechtstreeks verhoor van de getuige. Het komt er in zo’n geval op aan hoe ingrijpend die beperking is geweest, in het licht van de in het geding zijnde belangen. [64]

In deze zaak komt de afweging van belangen duidelijk naar voren bij de bedreigde getuigen. Van hen wordt de identiteit verborgen gehouden omwille van hun veiligheid. Doordat Pulatov hun identiteit niet kent, wordt hij in zekere mate in zijn ondervragingsrecht beperkt. Om de beperking in het ondervragingsrecht te compenseren kent de regeling voor de bedreigde getuige in het Nederlandse strafproces verschillende procedurele waarborgen. Al deze procedurele waarborgen, die in de zaak van Pulatov onverkort van toepassing zijn, bieden compensatie voor bepaalde beperkingen van het ondervragingsrecht en garanderen het recht van de verdachte op een eerlijk proces. [65]

De verdediging heeft enkele door uw rechtbank toegewezen getuigen niet kunnen ondervragen. Daar was echter telkens een goede reden voor. Zo was getuige G9081 te ziek om te worden gehoord en is hij in juli 2021 overleden. Voor de getuigen Kharchenko, Dudnichenko en Radchenko geldt dat zij onvindbaar waren en om die reden niet konden worden gehoord. De eigenaar van het landbouwveld waarvan de Buk-raket zou zijn afgevuurd is niet gehoord, omdat het onmogelijk is om hem te benaderen. De getuigen Dubinskiy, Girkin en Muchkaev konden niet worden gehoord omdat de Russische Federatie hun verhoor geweigerd heeft. De getuigen X48 en V22 ten slotte, zijn bedreigde getuigen. Er is uitgebreid onderzocht of er een wijze was waarop zij veilig gehoord konden worden, maar de rechter-commissaris is tot de conclusie gekomen dat het niet mogelijk was om hen te horen op een wijze waarop de veiligheid van deze getuigen gewaarborgd kon worden.

Ten aanzien van de overige getuigen heeft de verdediging wel haar ondervragingsrecht kunnen uitoefenen. Zij doet het voorkomen alsof zij nauwelijks gelegenheid heeft gehad om de getuigen te horen, maar de werkelijkheid is anders. Zo is de getuige M58 vier dagen lang gehoord en heeft de verdediging aan het einde van het verhoor te kennen gegeven dat zij alle vragen heeft kunnen stellen die zij wenste te stellen. [66] Voor de getuigen S20, S21, S40 en V07 heeft de verdediging telkens een vragenlijst ingediend, met daarop de vragen die de verdediging aan de getuige gesteld wilde hebben. Dit betrof telkens lijsten van honderden vragen. [67] De vragen zijn door de rechter-commissaris aan de getuige gesteld, waarbij de rechter-commissaris waar nodig heeft doorgevraagd om de door de verdediging gewenste informatie boven tafel te krijgen. De rechter-commissaris heeft verder voor al deze getuigen een zeer uitgebreide en grondige betrouwbaarheidsanalyse gemaakt. Dit is een voorbeeld van één van de compenserende maatregelen die zijn getroffen voor het feit dat de verdediging de getuige niet heeft kunnen waarnemen tijdens het beantwoorden van de vragen. Het doel van het ondervragingsrecht is immers het onderzoeken van de betrouwbaarheid van de getuigenverklaring en wanneer de betrouwbaarheid voldoende kan worden onderzocht op andere manieren dan door een (rechtstreekse) ondervraging van de getuige, is de nadelige positie van de verdachte daarmee voldoende gecompenseerd.

Voor zover het feitelijk mogelijk was om getuigen te horen, is de verdediging dus in de gelegenheid gesteld om ruim vragen te stellen. Alleen al hierom is geen sprake van een schending van het recht op een eerlijk proces.

Overigens kan een inbreuk van het ondervragingsrecht ook niet leiden tot de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Als uw rechtbank zou menen dat daarvan sprake is, heeft dat hoogstens consequenties voor het gebruik van een verklaring voor het bewijs. [68]

3.3.6 Conclusie ontvankelijkheid Openbaar Ministerie

Wij komen tot een afronding van onze reactie op het ontvankelijkheidsverweer van de verdediging. Kort gezegd heeft de verdediging veel woorden gebruikt, maar weinig concreet gemaakt. Er is geen sprake van een vormverzuim waardoor Pulatov geen eerlijk proces krijgt. Het Openbaar Ministerie is ontvankelijk in zijn vervolging.

[1] Brief OM aan verdediging en rechtbank d.d. 27 november 2021, p. 2-3.

[2] Proces-verbaal zitting 30 maart 2022, p. 26: “Dat betreft het USA Peer Review report dat in drie delen is overgelegd, het ABAL-1 report, een persbericht over de locatie van een Strela-10 op 16 juli 2014, het deskundigenonderzoek naar de betrouwbaarheid van (de verklaring van) getuige M58 en een tapgesprek van 15 juli 2014 om 10.52 uur tussen Pulatov en Kharchenko.”

[3] Alle stukken zoals genoemd in proces-verbaal van de zitting van 30 maart 2022, p. 26: “Dat betreft het USA Peer Review report dat in drie delen is overgelegd, het ABAL-1 report, een persbericht over de locatie van een Strela-10 op 16 juli 2014, het deskundigenonderzoek naar de betrouwbaarheid van (de verklaring van) getuige M58 en een tapgesprek van 15 juli 2014 om 10.52 uur tussen Pulatov en Kharchenko.”

[4] Pleitaantekeningen, 28 maart 2022, deel VII, randnummer 8: “Pulatov kiest ervoor om niet actief aanspraak te maken op combatant imunity (…) Hij wil en zal zich niet verschuilen achter de immuniteit van de Russische Federatie, omdat hij daar niet achter zou staan; hij heeft al eerder aangegeven waarom hij in Oost-Oekraïne was, en dat is noch namens noch in opdracht van de Russische Federatie.” Zie ook statement van de verdediging van 7 maart 2022, proces-verbaal van de zitting, p. 7: “Hij heeft ook eerder toegelicht dat hij 7,5 jaar geleden in Oekraïne was namens niemand anders dan zichzelf. Het zou kansrijke juridische verweren hebben kunnen opleveren als wij het standpunt zouden (gaan) innemen dat hij in 2014 wel namens Rusland in Oekraïne vocht (combattantenimmuniteit). Maar hij was daar niet om die reden. Dat is waarom cliënt er ook bewust en stellig voor heeft gekozen om dat soort verweren niet te voeren.” Al op 8 en 22 juni 2020 heeft de verdediging stilgestaan bij dit verweer en er toen voor gekozen om dit niet preliminair te voeren (pleitaantekeningen 8 juni 2020, randnummer 65 en pleitaantekeningen 22 juni 2020, randnummer 63).

[5] In zijn verklaring van 16 februari 2020 (p. 9) zegt Pulatov: ‘ik heb me vrijwillig aangesloten bij volksweer van de Donbass op 2 mei [2014]’. In zijn verklaring van 22 oktober 2020 (p. 75) zegt Pulatov dat hij in 2008 de Russische strijdkrachten verliet. In diezelfde verklaring (p. 96) zegt Pulatov op de vraag of zijn eenheid in juli 2014 deel uitmaakte van de strijdkrachten van de Russische Federatie: ‘Nee. Het waren eenheden van de volksweer van de Volksrepubliek Donetsk en deze bestonden uiteraard uit vrijwilligers, zowel vanuit de plaatselijke bevolking (burgers die de wapenen hadden opgenomen) als vrijwilligers uit andere landen’.

[6] Zie: Toelichting OM 8-10 juni 2020, Onderzoek naar de verdachten, hoofdstuk 2; Requisitoir, paragraaf 2.3.5.

[7] Volgens HR 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2022 r.o. 3.1 hoeft uit het vonnis slechts dan te blijken dat de rechter het onderzoek naar de ontvankelijkheid ex artikel 348 Sv heeft verricht, indien (a) de niet-ontvankelijkheid wordt uitgesproken, (b) beslist wordt in strijd met een uitdrukkelijk voorgedragen ontvankelijkheidsverweer van de verdediging, (c) beslist wordt in afwijking van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van het OM of (d) het procesdossier een ernstig en rechtstreeks vermoeden oplevert voor niet-ontvankelijkheid.

[8] Door middel van nadere vragen, zoals de rechtbank die eerder heeft gesteld gedurende het onderzoek ter zitting en ook na sluiting van het onderzoek nog kan stellen ex artikel 346 Sv.

[9] HR 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889, r.o. 2.5.2.

[12] Rb Den Haag 23 april 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:3699 en Rb Den Haag 20 september 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:10229

[13] Pleitaantekeningen d.d. 31 augustus 2020, randnummers 6-34.

[14] Toelichting OM, 24 juni 2021, Reactie onderzoekswensen, hoofdstuk 4.

[15] Requisitoir OM, p. 20 en 21.

[16] Requisitoir OM, p. 21.

[17] Zie ook EHRM 10 februari 1995, ECLI:NL:XX:1995:AD4436, par. 35-36 (Allenet de Ribemont vs Frankrijk). EHRM 27 mei 2007, nr. 65559/01, par. 88. (Nešták vs Slovakije).

[18] Requisitoir OM, p. 9.

[19] Primo-10546 (rechtshulpdossier), 11850 (rechtshulpdossier) en 11851 (algemeen bijlagendossier).

[20] Primo-13821 (algemeen bijlagendossier), p. 15366.

[21] Primo-13821 (algemeen bijlagendossier), p. 15353-15354 (persconferenties van 26 en 28 september 2016 over verzochte radarbeelden) en p. 15362-15363 (persconferentie van 17 september 2018 over raketadministratie en beeldmateriaal Buk-TELAR).

[22] Primo-13296 (algemeen bijlagendossier), bijlage 1, p. 13585-13587.

[23] Brief van Elena Kutina aan rechter-commissaris d.d. 16 oktober 2019: “he is completely not involved in any plane crush [sic]”.

[24] Brief van Elena Kutina aan rechter-commissaris d.d. 16 oktober 2019:“He intends to take part in legal proceedings”.

[25] Brief van Elena Kutina aan rechter-commissaris d.d. 16 oktober 2019: “to participate in the case comprehensively”.

[26] Proces-verbaal van betekening dagvaarding en oproeping Pulatov (Primo-13938), met bijlagen (kast 1).

[27] Zie brieven OM aan verdediging en rechtbank d.d. 24 januari 2020 (‘overleg, afschrift en vertaling’ en ‘beschikkingen ex artikel 226a Sv’).

[28] Dit rechtshulpverzoek is opgemaakt op 14 januari 2020 en was vanaf 17 januari 2020 in handen van de politie-liaison in Moskou. Nadat de raadslieden zich op 16 januari 2020 voor Pulatov hadden gesteld en in gesprek met de officier van justitie hadden laten weten dat zij beroep wenste in te stellen tegen de statusbeschikkingen, heeft de officier van justitie de uitreiking van dit rechtshulpverzoek aan het Russische ministerie van Justitie uitgesteld tot 27 januari 2020. Over deze geplande uitreiking zijn de raadslieden bij e-mail van 23 januari 2020 geïnformeerd.

[29] Proces-verbaal van betekening dagvaarding en oproeping Pulatov (Primo-13938).

[30] Primo-00003 (algemeen relaas), p. 14, 66 en 67 en Primo-12184.

[31] Toelichting OM juni 2020, Inleiding en context van het onderzoek, p. 8 en Toelichting OM juni 2020, Inleiding onderzoeksbronnen en forensisch onderzoek, p. 6 en 9.

[32] Toelichting OM juni 2020, Inleiding onderzoeksbronnen en forensisch onderzoek, p. 6 en 27.

[33] Zie Primo-04536 en -04537 (getuigendossier/.), Primo-045456 (getuigendossier /, Primo-04308 (getuigendossier / .).

[34] Artikel 69 van de Rijkswet Onderzoeksraad voor Veiligheid (ROVV) sluit bepaalde informatiebronnen uit van het gebruik als strafvorderlijk bewijs. Andere OVV-informatie, die niet is opgenomen in artikel 69 ROVV, mag wel gebruikt worden voor het bewijs. Ook het openbaarmakingsverbod van artikel 59 lid 5 ROVV staat daar niet aan in de weg. Ruimere lezing van deze bepaling zou immers in strijd zijn met artikel 69 ROVV waarin strafvorderlijk bewijsgebruik in bepaalde gevallen (leden 1 onder a en 3) uitdrukkelijk wordt toegelaten. Wrakstukken en radargegevens vallen buiten het bereik van artikel 69 ROVV en kunnen dus voor het bewijs gebruikt worden. De recorders van MH17 vallen wel binnen het bereik van artikel 69 ROVV, maar mogen op grond van de uitzonderingsbepaling van lid 3 van die bepaling wel in deze strafzaak (waarin moord ten laste is gelegd) gebruikt worden.

[35] Artikel 69 ROVV staat alleen in de weg aan bewijsgebruik van daarin genoemde informatiebronnen in belastende zin. Er is geen beletsel voor het gebruik van het OVV-rapport voor de rechterlijke beoordeling van de volledigheid van het onderzoek (zie onder meer: ECLI:NL:PHR:2010:BO2966, ECLI:NL:RBROT:2017:7538 en ECLI:NL:RBAMS:2017:8896).

[36] Requisitoir, 2.2.4, p. 12.

[37] Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing (New York, 10 december 1984).

[38] Zie randnummer 305 (“Het beeld dat uit die rapporten naar voren komt, is op zijn zachtst gezegd schokkend en laat weinig aan de verbeelding over.”), randnummer 306 (“Of dergelijke praktijken zich hebben voorgedaan bij getuigen in deze zaak? Ongetwijfeld.”), randnummer 313 (“Gelet op al het voorgaande is er een aanzienlijke, reële kans dat getuigen in Oekraïne door de SBU zijn blootgesteld aan een vorm van ontoelaatbare druk (…).”), randnummer 315 (“Er is een overweldigende hoeveelheid informatie dat de SBU zich van afschuwelijke praktijken bediende om informatie los te krijgen en er bovendien niet voor schuwde om mensen te dwingen valse verklaringen af te leggen in de richting die de SBU vereiste.”), randnummer 320 (“Willen wij dan nu, omdat de verhoren eerst of uitsluitend plaatsvonden in een ander land, wel het risico nemen dat het onderzoek in een Nederlandse strafzaak mede steunt op de producten waarvan het niet onwaarschijnlijk is dat ze het resultaat zijn van de beschreven verhooromstandigheden?”) en randnummer 322 (“Het staat vast dat er een niet-denkbeeldige kans is dat getuigen in onderhavige zaak niet in vrijheid een verklaring konden afleggen.”).

[39] Leden van repatriëringsmissie (medewerkers van LTFO, Koninklijke Marechaussee en landmacht) werkten in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken; leden van de bergingsmissie werkten in opdracht van de OVV. Zie ook Primo-12184 (algemeen bijlagendossier), p. 12164-12166.

[40] Primo-12184 (algemeen bijlagendossier), p. 12162-12163.

[41] Primo-12184 (algemeen bijlagendossier).

[42] Daarbij heeft de rechter-commissaris ook vragen toegelaten die zagen op verklaringen van lokale bewoners over gevechtsvliegtuigen. Wat ons betreft viel die vraag buiten de verwijzingsopdracht van uw rechtbank en had de verdediging hierbij ook geen belang, omdat het procesdossier al verschillende van zulke verklaringen bevat. Al in de eerste gesprekken met de verdediging heeft het Openbaar Ministerie erop gewezen dat er nog meer van zulke verklaringen beschikbaar waren en aan de verdediging ter inzage konden worden gegeven. Het bestaan van extra verklaringen blijkt ook uit het procesdossier (Primo-07670, alternatieve scenario’s, p. 5: “Het gaat onder meer [onderstreping OM] om de volgende getuigen: (…)”). Toch heeft de verdediging nooit om inzage in die verklaringen gevraagd. Kortom: de verdediging had geen belang bij deze aanvullende informatie, maar heeft niettemin gelegenheid gehad om de getuigen hierop te bevragen.

[43] Pleitaantekeningen d.d. 8 december 2021, p. 7.

[44] Zie onder meer: standpunt OM voortgang proces d.d. 10 maart 2021, 2.3, p. 16-18, brief OM d.d. 18 juni 2021 (reactie op verzoeken van de verdediging), p. 13-20 en reactie OM d.d. 24 juni 2021, p. 7-8.

[45] Voetnoot 196: “Waaronder: talloze transcripten en de audio van telefoongesprekken, het proces-verbaal van verhoor van Haisenko, de rapporten met berekeningen en de onderbouwing daarvan van Almaz Antey, foto’s van scherven en andere mogelijke onderdelen van een raket, alsmede talloze foto’s van wrakstukken, de ETVR laserscandata, vele RMA-rapporten, foto’s van journalist Oliphant, alle stukken m.b.t. S42, S43 en S45. Zie voor een nadere toelichting op de gang van zaken de pleitaantekeningen van 21 mei 2021, 24 juni 2021 en 8 december 2021.” Dezelfde tekst is opgenomen in in voetnoot 197. Voetnoot 200: “Dat geldt niet alleen voor de S45 stukken; ook vele andere stukken die uiteindelijk in opdracht van uw rechtbank zijn gevoegd, vond het Openbaar Ministerie nog steeds niet relevant, zoals de ETVR laserscandata, de RMA-rapporten, etc. Zie o.a. ‘Reactie verzoeken verdediging’ van het Openbaar Ministerie d.d. 18 juni 2021, gedeeltelijk uitgesproken ter zitting van 24 juni 2021.”

[46] Primo-16755 (algemeen bijlagendossier), p. 18332. Zie ook brief van OM aan verdediging en rechtbank d.d. 12 mei 2021.

[47] Primo-16755 (algemeen bijlagendossier), p. 18332. Zie ook brief van OM aan verdediging en rechtbank d.d. 12 mei 2021. Niet om inzage of voeging van deze video’s verzocht. Zie o.a. pleitaantekeningen, 21 mei 2021, deel 2, randnummer 32.

[48] Primo-16755 (algemeen bijlagendossier), p. 18332. Verstrekt op 14 juli 2021. Wel om inzage maar niet om voeging van deze laserscandata verzocht. Zie pleitaantekeningen, 24 juni 2021, randnummer 97.

[49] Primo-16755 (algemeen bijlagendossier), p. 18327-18328 en 18331-18332. Verstrekt op 28 juli 2020 en 4 maart 2021. Wel om inzage, maar niet om voeging van deze foto’s verzocht.

[50] Primo-16755 (algemeen bijlagendossier), p. 1833. Verstrekt op 11 september 2020 en 17 mei 2021. Wel om inzage, maar niet om voeging van deze tapgesprekken verzocht. Zie o.a. pleitaantekeningen, 15 april 2021, deel II, randnummer 21. Zie ook pleitaantekeningen, 18 maart 2022, deel IV.I, randnummer 49 en voetnoot 18. De in deze voetnoot vermelde gesprekken van 2 en 13 juli 2014 zijn op 17 mei 2021 ter inzage aan de verdediging verstrekt, maar ook hiervan is geen voeging gevraagd.

[51] Primo-02849 (getuigendossier/.). Zie ook reactie OM op onderzoekswensen verdediging, 23 juni 2020, deel 1, p. 26.

[52] Primo-15934 (algemeen bijlagendossier). Zie ook toelichting in de brief van OM aan rechtbank en verdediging van 3 maart 2021, p. 3-9.

[53] EHRM (GC) 15 december 2011, 26766/05 & 22228/06 (Al-Khawaja & Tahery/ Verenigd Koninkrijk), paras. 118 en 146

[54] HR 29 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:123, r.o. 3.6.3.

[55] S. Trechsel (2006), Human Rights in criminal proceedings, Oxford University press p. 294: “It is quite obvious that the right to examine witnesses is a relative guarantee”.

[56] EHRM 20 november 1989, 11454 (Kostovski/Nederland), par. 41 (“an adequate and proper opportunity to challenge and question a witness against him”). HR 25 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AM2772, r.o. 3.3, HR 29 januari 2013, NJ 2013, 145, r.o. 3.3.1. Zie ook B. de Wilde, Stille getuigen. Het recht belastende getuigen in strafzaken te ondervragen (artikel 6 lid 3 sub d EVRM), Deventer: Wolters Kluwer 2015, hoofdstuk 4.

[57] EHRM 12 juli 2007, 503/05 (Kovac/Kroatië).

[58] HR 6 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1017

[59] EHRM 8 februari 2011, 35863/10 (Judge/VK), par 27 (“An accused does not have an unlimited right to put whatever questions he wishes to a witness; it is entirely legitimate for domestic courts to exercise some control of the questions that may be put in cross examination to a witness and an issue would only arise under article 6 par 3(d) if the restrictions place on the right to examine witnesses were so restrictive as to render that right nugatory”)

[60] HR 29 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX5539, r.o. 3.3.3; HR 19 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:679; HR 6 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1017. Zie ook De Wilde, ‘Het recht op antwoord’, NTM-NJCM bulletin, 2013/5.

[61] ECRM 13 juli 1987, 11853/85 (P.V./Duitsland): “article 6 par 3(d) does not require that the defence must always have the opportunity of directly examining a witness.” Zie ook Hof Arnhem-Leeuwarden 3 maart 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:1530.

[62] EHRM 13 november 2014, 43952/09 (Bosti/Italië), para 43. Volgens De Wilde, Stille getuigen (2015), par. 5.2.7.2, kan uit de jurisprudentie van het EHRM niet worden afgeleid dat er een goede reden moet bestaan om een getuige op deze wijze te mogen ondervragen.

[63] ECRM 7 oktober 1991, 17168/90 (Nemet/Zweden), volgens o.a. EHRM 27 april 2010, 43643/04 (Bielaj/Polen), par. 59 en EHRM 2 juli 2002, 34209/96, par. 50.

[64] Volgens o.a. EHRM 27 april 2010, 43643/04 (Bielaj/Polen), par. 59 en EHRM 2 juli 2002, 34209/96 (S.N./Zweden), par. 50. Zie ook De Wilde, Stille getuigen (2015) par. 4.2.1 en 5.2.7.

[65] Kamerstukken II 1991/92, 22483, nr 3, p.10.

[66] Proces-verbaal van RC-verhoor M58, p.43

[67] Telkens ongeveer 40 hoofdvragen, allemaal bestaand uit meerdere -soms wel meer dan 30 - deelvragen.

[68] HR 29 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX5539; HR 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1015, HR 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:576 en HR 12 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1418; EHRM 15 december 2011, 26766/05 en 22228/06 (Al-Khawaja en Tahery tegen het Verenigd Koninkrijk) en EHRM 15 december 2015, 9154/10 (Schatschaschwili tegen Duitsland), par. 125-131.

4. Bewijs

4.1 Inleiding

Dan gaan wij nu verder met de bespreking van de verweren die de verdediging heeft gevoerd over het bewijs dat er tegen Pulatov ligt.

Wij beginnen met enkele algemene opmerkingen. In strafzaken draagt het Openbaar Ministerie de bewijslast. Wij moeten het wettig en overtuigend bewijs aandragen dat Pulatov de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd; dat hij medeverantwoordelijk is voor het neerschieten van MH17.

De taak van de verdediging is anders. Zij hoeft zijn onschuld niet te bewijzen. Die onschuld is gegeven, totdat de rechter heeft vastgesteld dat er wettig en overtuigend bewijs voor het tegendeel bestaat. De verdediging hoeft het belastend bewijs slechts te ontkrachten. Daarvoor kan zij de betrouwbaarheid van dat belastend bewijs, onderbouwd met argumenten, in twijfel trekken en zelf ontlastend bewijs aandragen.

Het aandragen van ontlastend bewijs gebeurt in de vorm van het aanvoeren en onderbouwen van een alternatief scenario: een alternatieve lezing van de gebeurtenissen, die niet strookt met de ten laste gelegde feiten. Bijvoorbeeld door bewijs te leveren voor een alibi. Een dergelijke alternatieve lezing moet ten minste aannemelijk en geloofwaardig zijn. [1] Verder moet een verdachte ook concreet stellen dat er sprake is van een aannemelijk en geloofwaardig alternatief scenario. De enkele suggestie daarvan is onvoldoende. Als er geen duidelijk en ondubbelzinnig standpunt wordt ingenomen, hoeft uw rechtbank daar ook niet op te reageren. [2] Tijdens de laatste elf zittingsdagen hebben wij geen concreet, ondubbelzinnig en geloofwaardig alternatief scenario van de verdediging mogen vernemen.

Evenmin heeft de verdediging redelijke twijfel kunnen zaaien over het belastend bewijs dat er tegen Pulatov ligt. Bij requisitoir heeft het Openbaar Ministerie gewezen op de vele en uiteenlopende bewijsbronnen dat MH17 is neerschoten met een Buk-raket (vraag 1), dat dit is gebeurd vanaf een landbouwveld bij Pervomaiskyi (vraag 2) en dat Pulatov hiervoor medeverantwoordelijk is (vraag 3). Kort gezegd komt het hierop neer dat er in deze zaak een mozaïek kan worden gelegd van talloze, verschillende bewijsbronnen: tapgesprekken, historische telefoongegevens, video’s, foto’s, forensische sporen en getuigenverklaringen. Al die bewijsbronnen leveren kleine steentjes op, die – als ze naast elkaar worden gelegd – een duidelijk en eenduidig beeld opleveren van wat er feitelijk is gebeurd. De meeste van die steentjes zijn ook zelf weer onderzocht en gevalideerd. Als er naar het gehele mozaïek wordt gekeken, is het beeld haarscherp: Girkin, Dubinskiy, Pulatov en Kharchenko zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het doen verongelukken van vlucht MH17, met de dood van alle 298 inzitten tot gevolg, en de moord op die inzittenden. De verdediging kan er losse steentjes uithalen, omdat ze die onbetrouwbaar vindt, maar dat maakt het beeld niet anders. Er liggen nu eenmaal teveel steentjes. Zo kan de verdediging forensische sporen van een Buk-raket in twijfel trekken, maar dat doet niets af aan de foto’s en video’s van de Buk-TELAR en de tapgesprekken en getuigenverklaringen over de inzet van die Buk-TELAR. De verdediging kan stellen dat een tapgesprek over een Buk niet over een Buk gaat of dat er wel een Buk was maar dat die is ingezet in een ander gebied, maar dat gaat voorbij aan al die andere bewijsbronnen voor de inzet door verdachten van een Buk vanaf een landbouwveld bij Pervomaiskyi. Om tot een ander beeld te komen zal de verdediging van elk mozaïeksteentje moeten uitleggen waarom het niet past op die plek. Wij zullen hierna bespreken waarom die uitleg telkens tekort schiet. En dan nog: zelfs als er een steentje zou worden weggehaald, omdat het volgens de verdediging onbetrouwbaar zou zijn, dan verandert het volledige beeld nog niet. Er is nu eenmaal zoveel bewijs uit uiteenlopende bronnen, dat er geen ruimte meer is voor twijfel.

Wij zullen de verweren van de verdediging nu afzonderlijk, per bewijsvraag, nalopen.

4.2  Bewijsvraag 1: neerschieten met een Buk-raket

4.2.1 Inleiding

We beginnen met de eerste bewijsvraag: of MH17 is neergeschoten met een Buk-raket. De verdediging betoogt dat Pulatov moet worden vrijgesproken, omdat hiervoor onvoldoende bewijs zou bestaan. [3] Ter onderbouwing van dit verweer gaat de verdediging enkel in op het forensisch onderzoek en benoemt zij een rapport van Amerikaanse consultants. [4]

4.2.2 Bewijs voor neerschieten met een Buk-raket

Voordat wij inhoudelijk op dit verweer ingaan, merken wij op dat het een misvatting is dat de vraag of MH17 is neergehaald met een Buk-raket uitsluitend moet worden beantwoord aan de hand van het beschikbare forensische bewijs. Zelfs als we het forensisch bewijs buiten beschouwing zouden laten, resteert voldoende bewijs voor het verwijt dat verdachten op 17 juli 2014 met een Buk-TELAR een Buk-raket hebben afgevuurd vanaf een landbouwveld nabij Pervomaiskyi. [5] Omdat de verdediging bij pleidooi een groot deel van deze bewijsmiddelen onbesproken heeft gelaten, hebben wij deze voor vandaag nog even op een rij gezet. Het is geen volledig overzicht van al het bewijs, maar een selectie daarvan. Voordat we naar deze selectie gaan kijken en luisteren, herinneren we u aan de hevige gevechten die in het gebied plaatsvonden. Op 16 juli 2014 leidt de DPR zware verliezen. In een afgeluisterd gesprek op de avond vóór het neerhalen van MH17 zegt Dubinskiy dat ‘de Buk hun enige hoop is’. [6] Hij vertelt Pulatov dat als de Buk de volgende ochtend komt deze meteen naar Pulatov wordt gestuurd. [7] Hier pakken we de draad weer op. Het is 17 juli 2014, 8 minuten over 9 in de ochtend, als Dubinskiy wordt gebeld door DPR-strijder Chernykh. We luisteren nu naar een deel van dit gesprek.

Chernykh is dus met de Buk met bemanning aangekomen in Donetsk. De Buk staat op een trailer. Uit zendmastgegevens blijkt dat de telefoon van Chernykh tijdens dit gesprek inderdaad een zendmast aanstraalt aan de Illicha Avenue in Donetsk. De Buk-TELAR die hij bij zich heeft wordt ook in diezelfde straat gefotografeerd. Een half uur later verschijnt een bericht op het social media platform VK, waarin ‘slecht nieuws’ wordt gemeld: rond 9 uur ’s ochtends is een truck met oplegger met daarop een BUK M1 of M2 uit de richting van Makeevka in Donetsk aangekomen. Het konvooi staat stil en houdt de twee meest linkerbanen bezet. Het lijkt alsof de strijders op instructies wachten, zo lezen we in het bericht. Even later wordt het konvooi met de Buk-TELAR ook gefilmd. Dat zien we hier. Het konvooi staat stil in de buurt van de Motel rotonde.

Rond half 10 belt Dubinskiy naar Pulatov, om te zeggen dat Krot – oftewel Kharchenko – nu een Buk-M naar hem toebrengt. Die Buk-M moet in de buurt van Pervomaiskyi worden opgesteld. Wij laten nu een deel van dit gesprek horen. Iets later informeert Dubinskiy Kharchenko waar hij de Buk kan aantreffen: achter de Motel rotonde. Kharchenko moet naar Pervomaiskyi gaan en dat dingetje bewaken dat hij nu gaat begeleiden. Giurza – oftewel Pulatov – komt ook daar naartoe. Ook dit gesprek spelen we af. Direct na dit gesprek belt Dubinskiy weer naar Pulatov en zegt dat hij op Kharchenko moet wachten. Kharchenko is nu de Buk aan het begeleiden en samen moeten ze naar Pervomaika, bij Pervomaiskoye. Hun taak is de bewaking van de Buk en Pulatov moet dit alles organiseren. En ook nu laten we een deel van dit gesprek horen.

Dat de Buk-TELAR inderdaad richting Pervomaiskyi wordt vervoerd, volgt uit een groot aantal bewijsmiddelen: getuigen hebben de Buk-TELAR op die route gezien, er zijn foto’s en video’s van gemaakt en er zijn verschillende berichten op sociale media gepost. We zoomen even in op Snizhhe, de plaats waar Kharchenko en Pulatov elkaar rond 10 voor 1 ’s middags bij de Furshet supermarkt ontmoeten. Dat horen we nu. Vlakbij de Furshet rijdt de TELAR van de lowboy af. Dit wordt gezien door getuige V22. Vervolgens ziet deze getuige dat de Buk-TELAR zelfstandig verder rijdt en hierbij begeleid wordt door een donkere jeep. Beide voertuigen stoppen enkele minuten bij café Ugolek. [1] Ook een andere getuige, V7, ziet in de vroege middag een zelfstandig rijdende Buk bij hetzelfde café Ugolek (‘Uholok’) in Snizhne. Getuige V7 verklaart dat deze Buk wordt begeleid door een SUV en dat zij samen stoppen. Na de stop gaan de Buk en de SUV bij het café linksaf en rijden verder naar het oosten. [2] Vlakbij deze locatie is een foto gemaakt van de zelfstandig rijdende Buk-TELAR. Deze foto is diezelfde middag nog op Twitter geplaatst. [3]


Even verderop wordt de Buk-TELAR gezien door getuige V51. Om 13:10 of 13:15 uur ziet hij materieel voorbij rijden dat hij nog niet eerder heeft gezien. Dit materieel rijdt zelfstandig, is bedekt met een net en produceert een luid gebrul dat lijkt op dat van een tank. Hij ziet het materieel op de Gagarinstraat rijden in de richting van Saur-Mogila. [4] Op diezelfde weg wordt de Buk-TELAR ook weer op beeld vastgelegd. Die beelden zien we nu.

Rijden in een TELAR is oncomfortabel, vergt veel van de rupsbanden en verbruikt veel diesel. Om deze redenen vindt niet-tactisch transport van Buk-voertuigen plaats middels vrachtwagens met opleggers. Alleen het laatste deel van de reis - naar de eindbestemming – rijdt een TELAR met behulp van zijn eigen krachtbron. [5] Uit het feit dat de Buk-TELAR zich vanaf Snizhne zelfstandig voortbeweegt, kan dus worden afgeleid dat zijn bestemming niet ver weg is. Maar er is meer dat hierop wijst. Wij brengen in herinnering dat zowel Pulatov als Kharchenko van Dubinskiy de opdracht heeft gekregen om met de Buk naar Pervomaiskyi te gaan. Het landbouwveld nabij Pervomaiskyi ligt langs de weg waarop de Buk-TELAR zelfstandig rijdend is gefilmd. Iets na tweeën belt Kharchenko naar het nummer van Sharpov - een van zijn ondergeschikten - en geeft de opdracht om het voertuig te bewaken dat iets verderop in het veld is gestopt. Nadat zijn ondergeschikte beaamt dit te doen, meldt Kharchenko dat hij Ryazan gaat halen en dan terugkomt. Met Ryazan bedoelt Kharchenko DPR-strijder Gilazov. Wij luisteren nu naar dit gesprek. De telefoon van de ondergeschikte - Sharpov, die zicht heeft op het voertuig dat in het veld is gestopt -

straalt ten tijde van dit gesprek een zendmast aan in Pervomaiske, die van Kharchenko een zendmast in Snizhne. [6] Beide masten hebben bereik op de afvuurlocatie. [7]

Na dit gesprek wordt niet meer gesproken over het vervoer, de begeleiding of de verdere bewaking van de Buk. Er is ook geen beeldmateriaal meer aangetroffen waarop de Buk-TELAR van verdachten die dag nog is te zien. De Buk-TELAR heeft zijn bestemming dus bereikt.

Ruim twee uur later, om 16:19:31 uur, vliegt MH17 op 10 kilometer hoogte en zo’n 34 kilometer ten noordwesten van het landbouwveld nabij Pervomaiskyi. [8] Het is het enige vliegtuig dat binnen de zgn. killzone van de Buk-TELAR vliegt. De toestellen van Singapore Airlines en Air India vliegen buiten dat bereik. [9] De rode zone geeft het maximale bereik van de raket weer. Om 16:20:03 uur verliest de luchtverkeersleiding het contact met MH17. Twee minuten later is de Oekraïense verkeersleiding nog steeds op zoek naar MH17 en legt zij contact met haar Russische collega’s. Zij zien MH17 ook niet meer, ook niet op de primaire radar.

Enkele minuten later wordt vanuit Torez deze foto gemaakt. De maker verklaart dat hij om 16:20 uur met een korte tussenpoos twee zware explosies hoort. De tweede explosie is zo luid, dat de ramen er van trillen. Hij pakt zijn camera, loopt naar het balkon, ziet dit witte spoor en maakt twee foto’s. [10] De locatie waar vandaan de foto is gemaakt, is geverifieerd. Ook is de zichtlijn van de fotograaf vastgesteld. [11] Dat zien we hier. De foto is dus genomen terwijl de fotograaf in de richting van Pervomaiskyi keek.

Dat verdachten vanuit die omgeving een vliegtuig hebben neergehaald, volgt uit een gesprek van Dubinskiy en Kharchenko van 16:48 uur. De telefoon van Kharchenko straalt tijdens dit gesprek masten aan in Snizhne met bereik op de afvuurlocatie. [12]

Als op enig moment verwarring ontstaat omdat een burgervliegtuig is neergehaald, wil Dubinskiy zeker weten of hun Buk gevuurd heeft. Hij belt naar Pulatov, die hem verzekert dat de Buk de Sushka heeft neergehaald, terwijl die Sushka even daarvoor de Boeing had neergehaald. Pulatov zegt dat hij op de plek is waar het vliegtuig is neergestort, maar nu teruggaat om Ryazan op te halen. We laten een deel van dit gesprek horen.

De Buk heeft dus de Sushka neergehaald, die even daarvoor de Boeing had neergehaald. Oftewel: De Buk-TELAR van verdachten heeft een raket afgevuurd op het moment dat MH17 werd neergehaald. Dat MH17 op het moment van neerhalen als enige vliegtuig binnen het dodelijke bereik van deze Buk-TELAR vloog [13] en het enige vliegtuig is dat die dag in die omgeving is neergehaald, [14] zou al voldoende moeten zijn om te concluderen dat MH17 het vliegtuig is dat met de Buk-TELAR van verdachten is neergehaald. Ryazan, die zoals we zojuist hoorden na het neerhalen door Pulatov is opgehaald en die - zoals we in december hebben laten horen - enkele uren na het afvuren naar Kharchenko belt om te zeggen dat een van de ‘fighters’ van de Buk de rest van de bemanning kwijt is [15], schrijft dit ook op een internetforum: “de Boeing is neergeschoten door de onze, per ongeluk. Ik was daar.” [16]


Dat verdachten met hun Buk een vliegtuig hebben neergehaald wordt op 17 juli 2014 door alle verdachten besproken over de telefoon. Dat dit vliegtuig MH17 was, volgt uit het feit dat MH17 op die dag het enige neergehaalde vliegtuig is én wordt door een ondergeschikte van Kharchenko gezegd in een VK-chat.“Ik was daar”, schrijft Ryazan, oftewel Gilazov. Mastgegevens bevestigen dat zijn telefoon vlak voor en vlak na het neerhalen van MH17 een zendmast in Pervomaiskyi aanstraalde.

De forensische onderzoeksresultaten bevestigen dit. En dat is precies zoals die onderzoeksresultaten moeten worden bezien: in combinatie met al dat andere bewijs.

4.2.3 Forensisch bewijs

Het verweer van de verdediging komt er op neer dat niet kan worden bewezen dat MH17 is neergehaald met een Buk-raket, omdat dit niet eenduidig uit het forensisch onderzoek zou kunnen worden afgeleid. De verdediging meent dat:

  1. in het onderzoek onvoldoende aandacht zou zijn geweest voor andere wapens dan het Buk-systeem; [17]
  2. er sprake zou zijn van een eenzijdige focus op de Buk-raket; [18]
  3. de wrakdelen van het bewijs zouden moeten worden uitgesloten; [19]
  4. voor zover de los aangetroffen raketdelen in causaal verband zouden staan met de explosie nabij MH17 leveren zij volgens de verdediging bewijs op voor twee raketten; [20]
  5. en tot slot meent de verdediging dat het onderzoek naar het schadebeeld van de wrakdelen gebrekkig en onvolledig zijn geweest. [21]

4.2.3.1 Onderzoek naar andere wapens

De eerste stelling is dat er te weinig aandacht zou zijn geschonken aan andere wapens dan de Buk. Daarmee miskent de verdediging dat uitgebreid onderzoek is verricht naar de alternatieve scenario’s dat MH17 is neergehaald door een air-to-air raket [22] of door een andere surface to air raket dan de Buk-raket. [23] In juni 2020 hebben wij een toelichting gegeven op het onderzoek naar deze alternatieve scenario’s en naar de resultaten daarvan. Wij verwijzen kortheidshalve naar hetgeen wij toen hebben gezegd.

De verdediging suggereert dat deze andere wapensystemen voornamelijk zijn uitgesloten op basis van de bevindingen van RC06, een explosievendeskundige van het NFI. [24] Dit is niet het geval. RC06 heeft enkel bekeken of hij op basis van zijn kennis van explosieve stoffen én op basis van zijn kennis van het aangetroffen schadebeeld en aangetroffen sporenmateriaal iets zou kunnen zeggen over de vraag of andere wapens voor dit schadebeeld verantwoordelijk zouden kunnen zijn. Anders dan de verdediging stelt is daarvoor irrelevant of hij ervaring heeft met Buk-raketten; relevant is of hij kennis heeft over - en ervaring met – de uitwerking van explosieve stoffen en die heeft hij in zeer ruime mate. De verdediging wijdt maar liefst 36 pagina’s aan de waarde die (niet) zou moeten worden gehecht aan dit ene rapport van RC06, maar laat een wezenlijk onderdeel van het onderzoek naar alternatieve wapens onvermeld: de Russische en Oekraïense radardata. Terwijl het onderzoek van deze data uitwijst dat daarop geen gevechtsvliegtuig te zien is en het air-to-air scenario daarmee definitief naar het rijk der fabelen kan worden verwezen. Anders dan de verdediging stelt is het dus niet nodig om ‘volledig onderzoek’ naar dit soort air-to-air wapens te doen.

Met de verdediging zijn wij het eens dat RC06 op basis van zijn onderzoek niet alle alternatieve surface-to-air wapens heeft kunnen uitsluiten. Dat maakt die niet door RC06 uitgesloten wapensystemen echter nog geen aannemelijke alternatieven. Zoals hiervoor al benoemd is het onderzoek van RC06 niet het enige onderzoek dat is verricht naar alternatieve surface-to-air wapens. En, zoals wij ook al in juni 2020 opmerkten, moet bij de vraag of sprake is van een aannemelijk alternatief óók het belastende bewijs voor het hoofdscenario worden betrokken. [25] Net als in juni 2020 negeert Pulatov ook nu al het belastende bewijs in het dossier dat wijst in de richting van een Buk-raket. Uit het onderzoek als geheel volgt geen begin van aannemelijkheid voor een ander wapen dan een Buk-raket. De verdediging schetst ook geen concreet alternatief scenario. Zij suggereert wel dat een ander wapen, namelijk de SA-5, verantwoordelijk zou kunnen zijn voor het neerhalen van MH17. Reden: in het vliegtuig zijn enkele ‘kogetjes’ aangetroffen en die zouden wel eens van een ander wapen zoals de SA-5 kunnen zijn. [26]

De enkele suggestie dat de SA-5 in aanmerking zou kunnen komen als gebruikt wapen, is onvoldoende om van een alternatief scenario te spreken. Dat die suggestie bovendien iedere


Kort en goed: alternatieve scenario’s zijn onderzocht en niet aannemelijk gebleken. Sterker nog: er is geen begin van aannemelijkheid voor het gebruik van welk alternatief wapensysteem ook en dit wordt ook niet door de verdediging betoogd. Zonder begin van aannemelijkheid voor het gebruik van een alternatief wapen, is aanvullend onderzoek naar dat alternatieve wapen niet noodzakelijk en kan het uitblijven daarvan niet gekwalificeerd worden als onvolledigheid van het wél verrichte onderzoek.grondslag mist, ziet u nu. Het zijn geen warheadfragmenten, maar hele kleine kogeltjes uit een kogellager: 27 stuks om precies te zijn, waarvan eentje een doorsnede heeft van 7 mm en bijna alle anderen een doorsnede van 2 mm. Veel kleiner dus dan de bolvormige fragmenten van de warhead van een SA-5 waar de verdediging bij pleidooi op hintte. [27]  Volgens de verdediging had het aantreffen van deze bolletjes tot nader onderzoek naar de SA-5 moeten leiden. Omdat foto’s - ondanks de daarop zichtbare liniaal - een vertekend beeld kunnen geven van de grootte, hebben we deze bolletjes ook meegenomen naar zitting. We zetten ze hier, op onze tafel, zodat de verdediging ze straks – in de pauze – zelf kan bekijken. Deze bolletjes zijn bovendien duidelijk niet aan een explosie blootgesteld. Daarmee is evident dat het niet om fragmentatie van een ontplofte warhead gaat. Kogellagers komen in het dagelijks verkeer - en in vliegtuigen - in allerlei onderdelen voor, zoals scharnieren en wielen, bijv. van maaltijdtrolleys. Het aantreffen van deze kleine kogeltjes uit kogellagers had dus - in tegenstelling tot hetgeen de verdediging stelt [28] - niet tot nader onderzoek naar de SA-5 moeten leiden.

Dat andere wapens niet zó diepgaand zijn onderzocht als de Buk-raket heeft dus alles te maken met het ontbreken van een begin van aannemelijkheid van het gebruik van die andere wapens, terwijl de aanwijzingen voor het gebruik van een Buk-raket naarmate het onderzoek vorderde enkel toenamen. Als geen sprake is van een begin van aannemelijkheid dat een ander wapen is gebruikt, is een dergelijk diepgaand onderzoek ook niet nodig. Ter vergelijking: als het er alle schijn van heeft dat iemand met een pistool is neergeschoten en je geen enkele aanwijzing hebt dat een ander wapen is gebruikt, ga je ook geen onderzoek doen naar messen, jachtgeweren of kalasjnikovs.

Het verweer dat onvoldoende onderzoek is verricht naar aan andere wapens mist dus feitelijke grondslag.

4.2.3.2 Focus tijdens forensisch onderzoek

Ten tweede stelt de verdediging dat tijdens het forensisch onderzoek sprake zou zijn geweest van een eenzijdige focus op de Buk-raket. [29] Een voorbeeld hiervan zou zijn dat al in oktober 2014 twee Buk-raketten zijn ontmanteld, terwijl de wrakdelen toen nog niet eens waren geborgen. [30]

De verdediging lijkt hiermee te suggereren dat het forensisch onderzoek pas zou hebben kunnen aanvangen na aankomst van de wrakdelen in Nederland. Terwijl dat onderzoek feitelijk is begonnen op 25 juli 2014, na aankomst van de eerste lichamen in Nederland. [31] En tijdens deze forensische onderzoeken zijn de eerste relevante bevindingen gedaan, die mede richting hebben gegeven aan het verdere onderzoek.

Zo is op de lichamen van de cockpitbemanning sectie verricht. In de lichamen van de captain, de co-piloot en de purser zijn metalen fragmenten aangetroffen, waarvan enkelen nog herkenbaar zijn als vlinder en tegel. [32] Die visuele gelijkenissen zijn al eind juli en begin augustus 2014 vastgesteld. [33]

De verdediging lijkt te betwisten dat sprake zou zijn van een vlindervormig fragment. Zij stelt dat onvoldoende onderzoek zou zijn gedaan naar de oorspronkelijke vorm. [34] De verdediging verwijst hierbij naar een afbeelding in een NFI-rapport waarop de in het lichaam van de captain aangetroffen vlinder (AAHZ9117NL) is te zien. Wij laten die afbeelding nu zien. Voor de duidelijkheid: het gaat om de afbeelding links boven. De verdediging beweert dat op deze afbeelding geen opstaande randjes te zien zijn. [35] Deze bewering getuigt van een gebrekkige lezing van het NFI rapport. Onder de afbeelding staat dat de gele pijlen wijzen op de randjes die in paragraaf 5.5 van het rapport worden besproken. Oftewel: naar de opstaande randjes die volgens de verdediging zouden ontbreken. Zoals door de verdediging gezegd: diezelfde randjes zijn ook aangetroffen op de fragmenten van de referentie warhead. [36] Ergo: het NFI heeft wel degelijk onderzoek gedaan naar de oorspronkelijke vorm van het vlindervormige fragment.

Voor het Openbaar Ministerie spreekt deze afbeelding boekdelen. En deze afbeelding ook. Wij zien duidelijk een vlindervormig fragment.

De verdediging plaatst ook kanttekeningen bij het metallurgisch onderzoek aan de vlindervormige en andere uit slachtoffers en wrakdelen veiliggestelde fragmenten. [37] Eén van de rapporten van het NFI (Primo-9427) zou onvolledig [38] en onbegrijpelijk zijn. [39] Als voorbeeld wijst de verdediging erop dat de twee nog herkenbare vlindervormige fragmenten uit een slachtoffer en wrakdeel (met SIN AAHZ9117NL en AAHZ4490NL #1) niet in een bepaalde tabel in bijlage 9 bij dit rapport zijn opgenomen. [40] In het rapport zelf staat echter al beschreven dat deze en andere tabellen in bijlage 9 niet volledig zijn weergegeven en dus niet alle fragmenten bevatten. Verder wordt verwezen naar een andere tabel waarin de twee vlindervormige fragmenten (met SIN AAHZ9117NL en AAHZ4490NL #1) wel terugkomen. [41] Uit deze tabel blijkt dat beide fragmenten met heel veel andere fragmenten de maximale overlap vertonen. Oók met vlindervormige fragmenten uit een van de referentiewarheads. [42]

De ‘kritiek’ betreft bovendien slechts een gedeelte van het in dit rapport beschreven onderzoek en raakt niet aan de veel bredere conclusie van het NFI op basis van het gehele onderzoek. Die luidt: “De fragmenten die afkomstig zijn uit de slachtoffers en het wrak komen op alle onderzochte kenmerken overeen met de fragmenten die zijn veiliggesteld bij de arena-testen in Oekraïne en Finland.” [43] Over deze specifieke conclusie heeft de verdediging een aantal vragen gesteld aan de deskundige van het NFI, waaronder de vraag wat precies wordt bedoeld met ‘komen op alle onderzochte kenmerken overeen'. [44] Het antwoord van het NFI luidt: “Dat de fragmenten op basis van de onderzochte kenmerken niet onderscheiden kunnen worden.” [45]

Dat vlindervormige fragmenten zijn aangetroffen die qua vorm, type staal en microstructuur [46] overeenkomen met vlindervormige fragmenten uit een 9N314M warhead, is voor het Openbaar Ministerie een gegeven. Vlindervormige fragmenten zijn volgens Almaz-Antey, de opvolger van de fabrikant, uniek voor een 9N314M warhead. [47]

Deze vroege forensische bevindingen wijzen in de richting van maar één warhead, namelijk één van het type 9N314M. Een warhead die volgens alle betrokken deskundigen past in (maar) twee typen Buk-raketten: de 9M38 en de 9M38M1. [48] Dat de focus van het forensisch onderzoek op de 9M38 en 9M38M1 Buk-raket is komen te liggen, is een logisch gevolg van deze eerste forensische bevindingen. Deze forensische bevindingen passen bovendien bij een heleboel andere vroege bevindingen, zoals foto’s en video’s van een Buk-TELAR geladen met meerdere Buk-raketten die al vóór het neerhalen van MH17 op internet zijn verschenen. Buk-raketten die visueel te herkennen zijn als 9M38 of 9M38M1 raketten. En de forensische bevindingen passen ook bij tapgesprekken van 17 juli 2014 waarin wordt gesproken over het vervoer van een ‘Buk’ of ‘Buk-M’ [49] en over het daadwerkelijk neerhalen van een vliegtuig met die Buk. [50]

En dus getuigt het niet van een ‘eenzijdige benadering’ om metalen fragmenten die eind juli en begin augustus 2014 in lichamen zijn aangetroffen en die bij een eerste visuele vergelijking overeenkomsten vertonen met vlinder- en tegelvormige fragmenten, te vergelijken met referentiemateriaal van Buk-raketten. Zoals het ook niet van een eenzijdige benadering getuigt dat het JIT, nog voordat de eerste wrakdelen in Nederland arriveren, in oktober 2014 twee Buk-raketten ontmantelt. De keuzes die in het forensisch onderzoek zijn gemaakt zijn een logisch vervolg op de eerste forensische en tactische bevindingen en maken deel uit van de voorbereidingen op het toekomstige onderzoek aan de wrakdelen. Bekendheid met de verschillende onderdelen van Buk-raketten maakt het mogelijk om vliegtuigvreemd materiaal als zodanig te herkennen, maar óók om in voorkomend geval bij het aantreffen van vliegtuigvreemd materiaal te constateren dat dit niet van deze raketten afkomstig is of zou kunnen zijn. Dergelijk materiaal, dat een Buk-raket zou kunnen uitsluiten, is tijdens het onderzoek niet aangetroffen.

De focus is tijdens het onderzoek niet eenzijdig geweest; de resultaten wel. Die wijzen telkens in de richting van één wapen: een Buk-raket.

4.2.3.3.Bewijsgebruik van wrakdelen

De derde pijler van het verweer is de stelling dat alle wrakdelen van het bewijs zouden moeten worden uitgesloten, omdat ze maandenlang onbeheerd in oorlogsgebied hebben gelegen en de zgn. chain of evidence dus is verbroken. [51] Het is een feit dat de wrakdelen enkele maanden onbeheerd op de crashsite hebben gelegen. Zij kunnen in die tijd zijn verplaatst en in verschillende gevallen is dat ook gebeurd. [52] Hierover zijn de verdediging en het Openbaar Ministerie het eens. Maar dit enkele feit maakt de wrakdelen nog niet onbruikbaar als onderzoeksmateriaal. En dit volgt ook niet uit de jurisprudentie waarnaar de verdediging bij pleidooi verwijst. [53] Het standpunt van de verdediging zou ertoe leiden dat een moordwapen dat pas weken of maanden later wordt aangetroffen, nooit meer forensisch onderzocht zou kunnen worden. En datzelfde zou gelden voor het lichaam van een slachtoffer, dat pas na enige tijd wordt gevonden of dat wordt gevonden op een andere locatie dan de plaats delict. Je hoeft geen jurist te zijn om te begrijpen dat het zo niet werkt in het strafrecht.

Voor ‘kale uitsluiting’ van het bewijs van de wrakdelen, enkel en alleen omdat die wrakdelen niet meteen in beslag konden worden genomen, bestaan geen gronden: geen juridische en geen feitelijke. Waar het om gaat, is dat je je bewust bent van de potentiële gevolgen van deze omstandigheid. De verdediging geeft niet aan wat de gevolgen van de verlate inbeslagneming zouden zijn en benoemt evenmin op welke wijze het onderzoek hierdoor in negatieve zin zou zijn beïnvloed. Alleen al daarom kan dit verweer niet slagen.

Natuurlijk leidt een langdurig verblijf op een onbeheerde crashsite tot beperkingen. Daarover is het Openbaar Ministerie altijd helder geweest. De waarde van forensisch onderzoek staat of valt met bewustzijn van de beperkingen die aan het onderzoeksmateriaal kleven. En dat bewustzijn hebben de forensisch onderzoekers, de deskundigen en het Openbaar Ministerie vanaf het eerste moment gehad en daar hebben zij naar gehandeld.

4.2.3.3.1 Mogelijke contaminatie

Zo is een ieder zich altijd bewust geweest van de mogelijkheid van contaminatie van bepaalde sporen. Als het sporenbeeld op de wrakdelen kan zijn aangetast of vermengd, bijvoorbeeld door het vervoer of door het langdurige verblijf in oorlogsgebied, dan is behoedzaamheid geboden. Vandaar dat terughoudend moet worden omgegaan met de bevindingen van het explosievenonderzoek. Dat geldt te meer als de tijdens dat onderzoek aangetroffen afbraaksporen restanten betreffen van explosieven die een brede civiele en militaire toepassing kennen, zoals RDX, TNT en PETN. Niet voor niets merkt de deskundige van het NFI op dat op basis van het explosievenonderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken over het soort wapen. [54] Dat doet het Openbaar Ministerie dus ook niet. [55]

En dat zou de verdediging ook niet moeten doen. Toch benoemt de verdediging het aantreffen van PETN als contra-indicatie voor het gebruik van een Buk-raket. [56] Terwijl uit de door de verdediging genoemde NFI-rapporten blijkt dat in slechts 3 van de 175 bemonsteringen afbraaksporen van PETN zijn aangetroffen. [57] En die drie bemonsteringen zijn ook nog eens afkomstig van één en hetzelfde wrakdeel, te weten de gondel van de linker motorring. [58] Alle deskundigen zijn het erover eens dat de explosie van de warhead in de buurt van de cockpit moet hebben plaatsgevonden en niet in de buurt van de linker motor. Afbraaksporen van PETN zijn dus aangetroffen op een wrakdeel dat niet in de buurt van het centrum van de explosie is geweest. Zoals ook op enkele andere wrakdelen die zich niet in de buurt van het centrum van de explosie hebben bevonden, afbraaksporen van explosieven zijn aangetroffen. [59] De relatie met die explosie is geen gegeven en dus komen andere bronnen voor die explosieve afbraaksporen in beeld. De deskundige van het NFI merkt hier over op:

Gezien het feit dat er een gewapend conflict plaatsvond/heeft gevonden in het gebied waar de MH17 is neergestort, de relatief lange periode van circa vijf maanden tussen het neerstorten van de MH17 en het vervoer naar Nederland en de complexiteit van dit vervoer, zie ik de twee belangrijkste mogelijk andere bronnen van de aangetoonde sporen als:

1. Overdracht van sporen van explosieven op de locatie van neerstorten (door bijvoorbeeld explosies van militair materiaal op de grond, vóór of na het neerstorten).

2. Overdracht van sporen van explosieven tijdens vervoer/opslag tussen de locatie van neerstorten en de locatie in Nederland waar de bemonsteringen zijn genomen (Gilze-Rijen). Dit betreft zowel overdracht van eventueel in de transportmiddelen aanwezige sporen en de eventuele overdracht van sporen tussen de wrakstukken onderling.” [60]

Ook schrijft de deskundige:

Het aantonen van sporen van explosieven op wrakstukken waar verder geen fysieke aanwijzingen zijn dat ze in de buurt van een explosie zijn geweest en zich in het vliegtuig relatief ver van het explosiecentrum lijken te hebben bevonden, is niet onverwacht gezien de manier van vervoer en opslag van de wrakstukken van het vliegtuig.” [61]

De motorring heeft enkele maanden op de crashsite gelegen, terwijl de gevechten in dat gebied gewoon doorgingen. PETN is een springstof met een heel brede toepassing, zowel civiel als militair [62] en komt onder andere voor in granaten en landmijnen. [63] Daarom kan het aantreffen van PETN op één enkel wrakdeel - anders dan de verdediging beweert - niet als contra-indicatie voor het gebruik van een Buk-raket worden gezien. Het is eerder een indicatie dat sprake is of zou kunnen zijn van contaminatie van het sporenbeeld en dus is behoedzaamheid geboden.

4.2.3.3.2 Los aangetroffen raketdelen

Ook moet behoedzaam worden omgegaan met los op de crashsite aangetroffen raketdelen, die onmiskenbaar kunnen worden aangemerkt als onderdelen van een Buk-raket uit de 9M38 serie, zoals bijvoorbeeld de casing. Zij kunnen daar immers al vóór 17 juli 2014 hebben gelegen, of daar na 17 juli 2014 zijn neergelegd. Dit hebben wij al eerder op zitting benoemd. [64]

Met de verdediging zijn wij het eens dat enkel op basis van elementsamenstelling geen absolute zekerheid kan worden verkregen over een directe relatie met de raket die verantwoordelijk is voor het neerhalen van MH17. [65] Om die reden hebben wij de casing, venturi en andere los aangetroffen raketdelen ook niet benoemd bij requisitoir. Zoals eerder aangegeven: in ons requisitoir hebben wij ons beperkt tot de sterkste bewijsmiddelen. De casing, venturi en andere los aangetroffen raketdelen zijn dat niet.

4.2.3.3.3 Raketdelen in wrakdelen: de prop in het spant en de prop in de sponning

Anders is dat met raketdelen die klemvast en verwrongen zijn aangetroffen in wrakdelen van MH17 en die niet geplant kunnen zijn, zoals de metalen proppen die zijn aangetroffen in de sponning van het cockpitraam en in het spant. [66] Dit zijn zeer sterke bewijsmiddelen. Redenen om deze delen van het bewijs uit te sluiten - enkel en alleen omdat ze in wrakdelen zaten die onbeheerd op de crashsite hebben gelegen - zijn er niet en deze zijn wat ons betreft ook niet door de verdediging naar voren gebracht.

Ten onrechte stelt de verdediging dat niet vast te stellen is wat de ‘precieze oorspronkelijke locatie’ is geweest van de prop in het cockpitframe en dat het maandenlange verblijf in oorlogsgebied ‘daar helaas aan bij zou hebben gedragen’. [67] De exacte locatie van deze prop volgt uit het proces-verbaal dat is opgemaakt over het veiligstellen van dit deel. In dit verband wijzen wij specifiek op de vele afbeeldingen van dit wrakdeel in het media dossier. [68] Op die afbeeldingen zit de prop nog klemvast in het cockpitframe. Er is dus geen onduidelijkheid over de ‘precieze oorspronkelijke locatie’ van de prop. Het maandenlange verblijf in oorlogsgebied heeft niet tot enige onduidelijkheid geleid. En dus is er geen reden om het wrakdeel waarin deze prop is aangetroffen van het bewijs uit te sluiten.

Op basis van de in het dossier opgenomen afbeeldingen kan uw rechtbank zelf constateren dat beide proppen klemvast in de wrakdelen zaten. [69] Niet voor niets moest er een zaag aan te pas komen om deze te verwijderen. [70] Deze proppen hebben onmiskenbaar een relatie met het neerhalen. [71] Dit wordt door geen van de deskundigen betwist. En ook de verdediging heeft dit niet betwist. Wel betwist de verdediging - ongemotiveerd en daarbij niet gesteund door enige deskundige - dat sprake is van onderdelen van een Buk-raket. [72]

4.2.3.3.4. Zijn de proppen onderdeel van een Buk-raket?

Voor beide proppen geldt dat zij door de AFP zijn herkend als delen van een schuif- respectievelijk grondplaat en de metallurgische bevindingen van het NFI passen bij deze herkenning. [73]

In relatie tot de prop in het spant merkt de verdediging slechts op dat uit de bevindingen van het NFI geen eenduidige conclusie kan worden getrokken of de prop onderdeel is van een 9M38 raket, een 9M38M1 raket of een heel andere raket. De verdediging betwist dus niet dát de bevindingen van het NFI passen bij zowel een 9M38 en een 9M38M1-raket. [74] Evenmin betwist de verdediging de herkenning door de AFP, die wordt slechts benoemd. [75]

In relatie tot de groene prop in de sponning staat de verdediging uitgebreider stil bij de visuele vergelijking door de AFP. Die zou ten onrechte uitwijzen dat de prop een grondplaat van zowel de 9M38 als de 9M38M1-raket zou kunnen zijn, nu de bewerkingssporen beter zouden passen bij de referentiegrondplaat van de 9M38-raket. [76] De verdediging heeft hierbij afbeeldingen laten zien waarbij de bewerkingssporen van beide referentiegrondplaten over de volledige breedte van die platen zijn te zien, terwijl de groene prop is herkend als een deel van de grondplaat. Dat zien we hier, in het blauwe kader. Wij merken hierbij op dat de referentie grondplaat die we nu zien van een 9M38M1-raket is. Als we nu focussen op het deel van de grondplaat dat de prop zou zijn, dan zien wij duidelijk drie stroken met bewerkingssporen. Wij hebben die met rood gemarkeerd. Op de prop zien wij ook drie stroken met bewerkingssporen. Wat het Openbaar Ministerie betreft is die gelijkenis treffend en is er geen enkele grond voor de stelling van de verdediging dat de sporen op de vervormde prop beter zouden passen bij de grondplaat van de 9M38 raket. [77]

Over het NFI onderzoek merkt de verdediging slechts op dat op basis van elementsamenstelling geen sluitende conclusie kan worden getrokken over het type raket. [78] Dat klopt: de microstructuur en elementsamenstelling van de groene prop past qua microstructuur en elementsamenstelling bij de grondplaat van de 9M38 raket én bij de grondplaat van de 9M38M1 raket die bij de arenatesten is gebruikt. [79] Dat geen sluitende conclusie kan worden getrokken over het type raket doet niets af aan de bevindingen dat de elementsamenstelling en microstructuur van deze prop passen bij die van de grondplaten van een Buk-raket van het type 9M38 en 9M38M1. Die bevindingen staan als een huis en worden niet betwist.

Beide proppen zijn dus herkend als delen van een grond- en schuifplaat van een Buk-raket en de metallurgische bevindingen passen bij deze herkenning. Volgens de deskundige van de RMA zijn een grond- en schuifplaat identificerend voor een Buk-raket. [80] Daartoe (herhaaldelijk) uitgenodigd door de rechter-commissaris, heeft de deskundige van Almaz-Antey deze stelling niet betwist. [81] In antwoord op een vraag van de verdediging heeft de deskundige van RMA bovendien bevestigd dat hij óók heeft onderzocht of deze onderdelen van een ander raketsysteem afkomstig zouden kunnen zijn. Volgens de RMA is dit niet het geval. [82] Toch stelt de verdediging in haar slotwoord zonder nadere onderbouwing of specificatie dat deze platen ook in andere raketten zouden zitten. [83] De verdediging staat in dit proces helemaal alleen in dit standpunt. Elk bewijs voor deze bewering ontbreekt.

De deskundige van de RMA stelt dus dat schuif- en grondplaten uniek zijn voor een Buk-raket. De vertegenwoordiger van de Russische producent van Buk-raketten betwist de herkenning van deze raketdelen niet en betwist evenmin dat deze delen uniek zijn voor een Buk-raket; hij stelt enkel dat hij zelf geen onderzoek naar deze proppen heeft verricht. [84] Terwijl van de fabrikant toch wel verwacht mag worden dat hij weet hoe de grond- en schuifplaten er uit zien die het in zijn Buk-raketten monteert. Daarvoor hoeft het alleen maar naar de gedetailleerde foto’s van de proppen te kijken en is geen nader onderzoek nodig. De identificerende waarde van deze delen als onderdeel van een Buk-raket is voor het OM dan ook een gegeven. Zij passen bovendien bij eerdere forensische bevindingen, zoals de veiliggestelde fragmenten uit de lichamen van de cockpitbemanning.

De tenlastelegging vraagt bewijs voor de inzet van een Buk-raket en dat bewijs ís er.

Bewijs voor de inzet van twee raketten is er niet, al meent de verdediging van wel. [85] Om dit verweer te kunnen volgen, moeten we weer terugkeren naar de los op de crashsite aangetroffen raketdelen.

4.2.3.4 Aanwijzingen voor type Buk-raket

Hoewel de verdediging stelt dat niet met zekerheid kan worden geconcludeerd dat sprake is van een relatie tussen de los aangetroffen raketdelen en het neerhalen van MH17, stelt zij wel op basis van diezelfde losse raketdelen dat sprake zou zijn van tegenstrijdig bewijs of bewijs voor twee raketten: een 9M38 en een 9M38M1 raket. [86] Het Openbaar Ministerie volgt dit niet.

De AFP, die alle onderdelen minutieus heeft onderzocht, concludeert dat alle losse onderdelen passen bij zowel een 9M38M1 raket als een 9M38 raket. Voor zes van de zeven losse onderdelen geldt dat ze ‘most consistent’ zijn met een 9M38M1 raket, maar daarmee wordt - zo volgt duidelijk uit het rapport - niet bedoeld dat ze niet ‘consistent’ zijn met een 9M38 raket. Voor het zevende losse onderdeel geldt dat het ‘consistent’ is met beide raketten. [87]

Eén van de items die volgens de AFP ‘most consistent’ is met de 9M38M1 referentieraket betreft de venturi. De verdediging stelt dat uit de administratie van het Russische Ministerie van Defensie volgt dat dit een venturi van een 9M38-raket betreft. [88] Wij hebben eerder op zitting al benoemd welke beperkingen aan deze administratie kleven, [89] terwijl uw rechtbank al heeft geoordeeld dat deze administratie niets zegt over de situatie in 2014. [90] Deze administratie kan volgens ons dus ook geen bewijs opleveren voor de stelling dat de losse onderdelen zouden toebehoren aan verschillende raketten.

De enige juiste conclusie is dat de losse onderdelen weliswaar overeenkomsten vertonen met beide typen referentieraketten, maar méér overeenkomsten hebben met het type 9M38M1 en dat deze losse onderdelen wel degelijk van één en dezelfde raket kunnen zijn. Van tegenstrijdig bewijs of bewijs voor twee raketten is geen sprake.

4.2.3.5 Onderzoek naar schadebeeld

Een vijfde punt van kritiek betreft het schadebeeld; dit zou onvoldoende onderzocht zijn. Voor de duidelijkheid merken wij hierbij op dat het dus gaat om het schadebeeld aan de wrakdelen, niet om de raketdelen in die wrakdelen. De verdediging stelt dat het onderzoek aan het schadebeeld niet voltooid zou zijn omdat uit die beoordeling geen raket is geïdentificeerd. Verder stelt de verdediging dat de focus van het onderzoek aan het schadebeeld vooral gericht zou zijn geweest op het vaststellen van de detonatielocatie van de Buk. [91] Ook stelt de verdediging dat het schadebeeld onvoldoende zou zijn omschreven. [92]

Om met dit laatste punt te beginnen: in het dossier bevinden zich niet alleen de door de verdediging genoemde processen-verbaal waarin de aangetroffen schade wordt beschreven en getoond middels afbeeldingen, [93] maar ook processen-verbaal van veiligstellen van wrakdelen waarop die schade zichtbaar is, die eveneens zijn voorzien van afbeeldingen (veelal inclusief meetlat). [94] Daarnaast is een 3D-scan van de reconstructie in het dossier gevoegd, die kan bewegen en waarmee kan worden in- en uitgezoomd op de schade. En last but not least zijn op aanwijzen van het NLR alle perforaties die door een primair fragment veroorzaakt zouden kunnen zijn [95] en alle ricochets driedimensionaal ingescand. Waarom deze processen-verbaal en deze 3D-scan van de reconstructie onbetrouwbaar en onbruikbaar zouden zijn, [96] ontgaat het Openbaar Ministerie. Wat hier verder ook van zij: uw rechtbank heeft zelf kennis kunnen nemen van de schade tijdens de schouw en kan die eigen waarnemingen in uw beoordeling van dat schadebeeld betrekken.

Dan de stelling dat het onderzoek naar het schadebeeld niet voltooid zou zijn omdat hieruit geen raket is geïdentificeerd. De verdediging vindt kennelijk dat onderzoek aan het schadebeeld pas voltooid is als dit resulteert in een conclusie van een verbalisant of deskundige die zegt: het was deze of deze raket. De verdediging miskent hiermee wederom dat het antwoord op vraag 1 niet hoeft te worden gegeven enkel en alleen op basis van het forensisch onderzoek en al helemaal niet enkel en alleen op basis van het schadebeeld. De verdediging miskent óók dat een dergelijke conclusie niet altijd kan worden getrokken op basis van het schadebeeld. Dit volgt al uit het feit dat één type warhead soms in twee typen raketten past, zoals de 9N314M warhead die én in de 9M38 én in de 9M38M1 raket past. Wat wél kan, is onderzoeken of het schadebeeld zoals aangetroffen op de wrakdelen overeenkomt met het schadebeeld dat je ziet na detonatie van een Buk-raket. En anders dan de verdediging stelt, is hier uitgebreid onderzoek naar verricht door middel van de arenatesten. [97]

Met die arenatesten is onder meer het schadebeeld in kaart gebracht van een 9N314M warhead die detoneert en een 9M38M1-raket die detoneert. Deze testen maken duidelijk dat de secundaire fragmentatie - dus de ontplofte raketdelen - een hele grote stempel drukt op het schadebeeld. [98] Een deel van de perforaties dat veroorzaakt zou kunnen zijn door fragmenten uit de warhead, zal in werkelijkheid zijn veroorzaakt door secundaire raketfragmenten van ongeveer dezelfde grootte als de fragmenten uit de warhead. Dit betekent dat ook het schadebeeld op MH17 met die blik moet worden bezien. Oftewel: het heeft alleen maar zin om de schade aan MH17 te vergelijken met de resultaten van de arenatest met de complete raket. En dat is precies wat in het forensisch onderzoek is gebeurd. De schade zoals te zien op de getuigenplaten na de arenatest met de complete raket inclusief 9N314M warhead is vergeleken met het schadebeeld dat is waar te nemen op MH17. De conclusie van dat onderzoek is dat het schadebeeld op de getuigenplaten matcht met het schadebeeld dat we zien op de wrakdelen van MH17. De deskundige van het NLR heeft het over een ‘volledige match’, [99] terwijl de deskundige van RMA het heeft over ‘een heel goede match’. [100]

Bij deze bevindingen van de arenatesten concludeert het Openbaar Ministerie dat het schadebeeld op MH17 past bij het schadebeeld van een Buk-raket. Het verweer van de verdediging dat het onderzoek naar het schadebeeld niet voltooid zou zijn, mist feitelijke grondslag en kan dus niet slagen.

4.2.4. Bevindingen Amerikaanse consultants

In haar kritiek op het forensisch onderzoek weet de verdediging zich gesteund door Amerikaanse consultants die door de verdediging zijn geraadpleegd, [101] maar deze beschouwen het onderzoek met dezelfde beperkte blik. Uit bijlage 2 bij hun rapport blijkt dat zij slechts kennis hebben genomen van een fractie van het relevante bewijs. Het is de verdediging die deze beperkte selectie van processtukken aan hen heeft verstrekt. [102] In een voetnoot treft u de processen-verbaal van forensisch onderzoek aan die het Openbaar Ministerie wél relevant acht in relatie tot vraag 1, maar die niet door de Amerikaanse consultants in hun ‘peer review’ zijn betrokken omdat de verdediging deze niet aan de consultants heeft verstrekt. [103] Het gaat om 17 processen-verbaal en rapporten in relatie tot het forensisch onderzoek waarnaar wij bij requisitoir hebben verwezen, waaronder het algemeen relaas van het forensisch onderzoek dat inzicht biedt in al het onderzoek dat is verricht. En dan hebben we het dus nog niet over al het tactisch bewijs waar wij in ons requisitoir óók naar hebben verwezen.

De verdediging heeft de Amerikaanse consultants dus maar een zeer beperkt kijkje in de keuken van het forensisch onderzoek gegund. Dat kunnen we de consultants niet kwalijk nemen. Maar de consultants schrijven in hun rapport ook dat zij goed hebben gekeken naar het requisitoir. [104] Als dit klopt, hadden zij dus kunnen weten dat zij niet over alle in verband met vraag 1 relevante processtukken beschikten. Dat deze consultants zich baseren op een beoordeling van een fractie van het beschikbare bewijs en desondanks conclusies trekken over de (on)mogelijkheid om het gebruikte wapen te identificeren, zegt ons inziens alles over de bruikbaarheid van hun rapport: het Openbaar Ministerie kan er niets mee.

Inhoudelijk valt bovendien op dat de Amerikaanse consultants de juistheid van de bevindingen van NLR en RMA vaak in twijfel trekken of ronduit betwisten, omdat zij strijdig zijn met bevindingen en stellingen van Almaz-Antey. [105] Dat de Amerikanen veelal ten onrechte uitgaan van de juistheid van stellingen van Almaz-Antey, zal blijken als we de berekening van het afvuurgebied door Almaz-Antey tegen het licht houden. Kort samengevat is onze conclusie dat het Amerikaanse rapport op geen enkele wijze afbreuk doet aan het bewijs in het dossier.

4.2.5 Conclusie bewijsvraag 1

Wij komen tot een afronding. Zoals eerder aangegeven en uitgebreid onderbouwd bij requisitoir, is de conclusie van het Openbaar Ministerie dat MH17 is neergehaald door een Buk-raket gebaseerd op veel méér bewijsmiddelen dan enkel het forensisch bewijs. De verdediging laat in relatie tot vraag 1 al het tactisch bewijs onbenoemd en concludeert daarnaast op onjuiste gronden dat het forensisch bewijs onvoldoende zou zijn om tot de identificatie van het wapen te komen waarmee MH17 is neergehaald.

Het verweer van de verdediging dat niet kan worden bewezen dat MH17 is neergehaald met een Buk-raket is onvoldoende onderbouwd en ontbeert iedere feitelijke grondslag. Het dossier bevat meer dan voldoende forensisch én tactisch bewijs voor de inzet van een Buk-raket, zodat het verweer moet worden verworpen.

[1] Primo-12952 (getuigendossier/V22); proces-verbaal van verhoor V22 door rechter-commissaris, kast 02.

[2] Primo-09196 (getuigendossier / V7); Proces-verbaal verhoor van getuige V7, tussen 1 februari 2019 en 1 mei 2019.

[3] Primo-10646 (bijlagendossier), p. 11328.

[4] Primo-11070 (getuigendossier), p. 475-476.

[5] Primo-06762, p. 19 (proces-verbaal Wapen).

[6] Primo-02378 (zaakdossier aanvoer), p. 131.

[7] Primo-02378 (zaakdossier aanvoer), p. 131, Primo-14912, bijlage 17 (bijlagendossier), p. 17140 icm Primo-05654 (bijlagendossier), p. 13 t/m 17.

[8] Primo-08030 (deeldossier Luchtvaart), p. 12 en 14 en Primo-09814 (bijlagendossier), p. 5 en 18, afb. 15.

[9] De getoonde afbeelding is gebaseerd op de afstanden zoals genoemd in Primo-09814, die hun oorspring vinden in primo-04355, waarbij wordt uitgegaan van een zgn. killzone van maximaal 36 kilometer. Ook als we uitgaan van de door RC02 genoemde maximale afstand van 45 kilometer vliegen Singapore Airlines en Air India buiten dat bereik.

[10] Mediadossier dig 00729 XX2356 afb. 4 en Primo-02356 (zaakdossier afvuurlocatie), p. 15, afb. 8.

[11] Primo-02775 (bijlagendossier).

[12] Primo-02378 (zaakdossier aanvoer), p. 138 en Primo-14912, bijlage 17 (bijlagendossier), p. 17140 i.c.m. Primo-05654 (bijlagendossier), p. 16-17.

[13] Requisitoir Openbaar Ministerie, p. 85.

[14] Requisitoir Openbaar Ministerie, p. 101.

[15] Requisitoir Openbaar Ministerie, p. 103.

[16] Primo-12335 (bijlagendossier), p. 15091.

[17] Pleitaantekeningen Deel III.I, randnummer 116.

[18] Pleitaantekeningen Deel III.I, randnummers 119 t/m 196.

[19] Pleitaantekeningen Deel II, randnummer 160.

[20] Pleitaantekeningen Deel III.II, randnummer 78.

[21] Pleitaantekeningen Deel III.I, 11 maart 2022, randnummer 251.

[22] Primo-07670 (Alternatieve scenario’s - Air-to-Air).

[23] Primo-07264 (Alternatieve scenario’s - Surface-to-air).

[24] Pleitaantekeningen Deel III.I, 11 maart 2022, randnummers 12 t/m 108.

[25] Toelichting OM, 26 juni 2020, p. 30.

[26] Pleitaantekeningen Deel III.I, 11 maart 2022, randnummers 182 t/m 190.

[27] Primo-09330 (algemeen bijlagendossier), p. 7.

[28] Pleitaantekeningen Deel III.I, 11 maart 2022, randnummers 182 t/m 190.

[29] Pleitaantekeningen Deel III.I, 11 maart 2022, randnummers 119 t/m 196.

[30] Pleitaantekeningen Deel I, 7 maart 2022, randnummer 67.

[31] Primo-6416, Deeldossier FO Hilversum, p. 6.

[32] Primo-6416 (deeldossier FO Hilversum), p. 14 t/m 17 en Primo-3350 (FO bijlagendossier).

[33] Primo-3350 (FO bijlagendossier), Primo-3354 (FO-bijlagendossier) en Primo-3355 (FO-bijlagendossier).

[34] Pleitaantekeningen III.I, 11 maart 2022, randnummer 216 icm Pleitaantekeningen III.II, randnummer 138 en 150.

[35] Pleitaantekeningen III.II, randnummers 138.

[36] Pleitaantekeningen III.II, randnummer 138.

[37] Pleitaantekeningen III.II, randnummers 140 t/m 149.

[38] Pleitaantekeningen III.II, randnummer 141.

[39] Pleitaantekeningen III.II, randnummer 145 en 148.

[40] Pleitaantekeningen III.II, randnummer 143 t/m 147.

[41] Primo-9427 (FO bijlagendossier), p. 31: “De overlaptabellen zijn te groot om in dit rapport te kunnen worden opgenomen. In het onderstaande en in de bijlage 9 zijn daarom delen van de overlaptabel opgenomen.” Met ‘het onderstaande’ doelt de deskundige op tabel 18, die op pagina 32 van het rapport staat afgebeeld.

[42] Primo-9427 (FO-bijlagendossier), p. 36, 38 en 39.

[43] Primo-9427 (FO-bijlagendossier), p. 39.

[44] Schriftelijke beantwoording vragen verdediging door RC07 d.d. 1 april 2021, vragen 157a, b en c.

[45] Schriftelijke beantwoording vragen verdediging door RC07 d.d. 1 april 2001, antwoord 157c.

[46] Dit zijn de door het NFI onderzochte kenmerken, zie Primo-9427 (FO-bijlagendossier), p. 39.

[47] Requisitoir Openbaar Ministerie, 3.5.3.2.2., p. 92.

[48] Requisitoir Openbaar Ministerie, 3.5.3.2.2., p. 91.

[49] O.a. tapgesprekken 17-07-2014, 09:08:26 uur, 09:31:30 uur en 09:51:39 uur (bijlagendossier tapgesprekken).

[50] O.a. tapgesprekken 17-07-2014, 17:42:43 uur, 17-07-2014, 19:52:23 uur en 17-07-2014, 19:54:17 uur (bijlagendossier tapgesprekken).

[51] Pleitaantekeningen Deel II, 9 maart 2022, randnummer 160.

[52] Primo-12148 (bijlagendossier).

[53] Pleitaantekeningen Deel II, randnummer 159.

[54] Primo-9856 (FO bijlagendossier), p. 12.

[55] Toelichting Openbaar Ministerie, juni 2020, inleiding onderzoeksbronnen en forensisch onderzoek, par. 2.3.1.5., p. 20.

[56] Pleitaantekeningen III.I, 16 maart 2022, randnummer 187.

[57] Primo-8139 (FO bijlagendossier), p. 6 en 7 en Primo-8688, p. 7 en 8, t.w. swabs met SIN AAHZ4293NL, AAHZ4296NL en AAHZ4297NL.

[58] Primo-8688, bijlage 4 (oftewel p. 2226 FO bijlagendossier), p. 4 van 6. Dat het de linker motorring betreft, volgt uit het feit dat de rechter motorring niet is geborgen.

[59] Primo-8688 (FO bijlagendossier), p. 11: “Hierbij valt op dat de onderdelen waarvan de bemonsteringen sporen van explosieven bevatten, zich voornamelijk aan de voorzijde van het vliegtuig bevinden. Van minimaal vijf onderdelen (waarvan twee van de linkervleugel) waar positieve resultaten van zijn verkregen neem ik, op basis van de omschrijving, aan dat deze zich aan de achterzijde van het vliegtuig bevonden.”

[60] Primo-8688 (FO bijlagendossier), p. 10.

[61] Primo-8688 (FO bijlagendossier), p. 12 en 13.

[62] Primo-9856 (FO bijlagendossier), p. 12.

[63] Zie Wikipedia: “PETN wordt gebruikt als explosief en het is minder schok- en wrijvingsbestendig dan TNT en tetryl. Het wordt nooit apart gebruikt. Het wordt hoofdzakelijk gebruikt als een versterkerlading en voor het ontsteken van klein kaliber ammunitie, in detonators bij sommige landmijnen, in granaten en als explosieve kern in slagsnoer.”

[64] Onder andere Toelichting Openbaar Ministerie, juni 2020, inleiding onderzoeksbronnen en forensisch onderzoek, p. 27.

[65] Pleitaantekeningen III.II, 16 maart 2022, randnummer 77.

[66] Requisitoir Openbaar Ministerie, 3.5.3.3., p. 92 t/m 95.

[67] Pleitaantekeningen III.I, 11 maart, randnummer 242.

[68] Primo-6937 (forensisch bijlagendossier), map AAHZ3163NL (mediadossier) en map AAHZ3650NL (mediadossier).

[69] Zie voetnoot 81. Voor de prop in het spant verwijzen wij naar Primo-6418 (forensisch bijlagendossier).

[70] Requisitoir Openbaar Ministerie, 3.5.3.3., p. 92.

[71] In dit verband wordt er ook nog op gewezen dat de prop in het spant qua elementsamenstelling en microstructuur overeenkomt met het stuk roestvaststaal (SIN AAHI2284NL) dat is aangetroffen in een van de cockpit bemanningsleden (HR038). Zie Primo-9126 (forensisch bijlagendossier), p. 14 t/m 16.

[72] Pleidooi III.II, 16 maart 2022, randnummer 55 en 64.

[73] Requisitoir Openbaar Ministerie, 3.5.3.3.2., p. 94 en 95.

[74] Pleidooi III.II, 16 maart 2022, randnummer 52 t/m 55.

[75] Pleidooi III.II, 16 maart 2022, randnummer 51.

[76] Pleidooi, III.II, 16 maart, randnummers 56 t/m 60.

[77] Pleidooi III.II, 16 maart 2022, randnummer 60.

[78] Pleidooi III.II, 16 maart 2022, randnummer 64 en randnummer 206.

[79] Primo-9126 (forensisch bijlagendossier).

[80] Proces-verbaal van verhoor van deskundige door de rechter-commissaris, p. 52.

[81] Proces-verbaal gezamenlijk verhoor van deskundigen, p. 9.

[82] Proces-verbaal gezamenlijk verhoor van deskundigen p. 10.

[83] Pleitaantekeningen Deel VIII, Ten slotte, 30 maart 2022, randnummer 65.

[84] Proces-verbaal gezamenlijk verhoor van deskundigen, p. 9.

[85] Pleitaantekeningen III.II, 16 maart 2022, randnummer 78 en 126.

[86] Pleitaantekeningen III.II, 16 maart 2022, randnummer 78 en 126.

[87] Primo-7626 (FO bijlagendossier), p. 1999. Ditzelfde geldt overigens voor de twee ‘proppen’ in het frame en het spant: die passen zowel bij de 9M38 als de 9M39M1 raket.

[88] Pleitaantekeningen III.II, randnummers 76 en 77.

[89] Toelichting onderzoek Openbaar Ministerie d.d. 9 juni 2020, p. 38 t/m 41.

[90] Tussenuitspraak rechtbank Den Haag d.d. 3 juli 2020, p. 16.

[91] Pleitaantekeningen Deel III.I, 11 maart,, randnummer 198.

[92] Pleidooi Deel III.1 Bewijsdeelvraag 1 onderdeel II, randnummer 200.

[93] Pleidooi Deel III.1 Bewijsdeelvraag 1 onderdeel II, randnummers 201 t/m 209.

[94] Digi-linken naar deze processen-verbaal: Primo-7887 (Deeldossier FO Gilze-Rijen), par. 4.3 en 4.4, p. 10 t/m 12.

[95] Met uitzondering van de perforaties in een cockpitraam, zie proces-verbaal van gezamenlijk verhoor van deskundigen, p. 23.

[96] Pleitaantekeningen Deel III.1 Bewijsdeelvraag 1 onderdeel II, randnummer 209.

[97] Primo-8648 (Deeldossier FO Oekraïne 2016), p. 5.

[98] Proces-verbaal gezamenlijk verhoor deskundigen, p. 23.

[99] Proces-verbaal van gezamenlijk verhoor deskundigen, p. 17.

[100] Proces-verbaal van gezamenlijk verhoor deskundigen, p. 15.

[101] Pleitaantekeningen III.II, randnummer 250.

[102] Peer Review Observations, Question # 1 Missile Identification, p. 3.

[103] Primo-8233 (Algemeen Relaas Forensisch Onderzoek), Primo-9431 (FO bijlagendossier), Primo-4162 (FO bijlagendossier), Primo-06049 (FO-bijlagendossier), Primo-05907 (FO-bijlagendossier), Primo-3350 (FO-bijlagendossier), Primo-2938 (FO-bijlagendossier), Primo-6416 (deeldossier FO Hilversum), Primo-3354 (FO bijlagendossier), Primo-2410 (FO bijlagendossier), Primo-06762 (PV Wapen), Primo-8192 (deeldossier FO Oekraïne 2014-2015), primo-12501 (FO bijlagendossier), Primo-7374 (deeldossier FO Wijk bij Duurstede), Primo-6418 (FO-bijlagendossier), Primo-7222 (FO-bijlagendossier), Primo-1254 (FO-bijlagendossier) en video van de schouw.

[104] Peer Review Observations, Question # 1 Missile Identification, p. 3.

[105] Pleidooi III.II, 16 maart 2022, bijlage 4, o.a p. 4, 10, 14 en 15.

[1] Onder meer: HR 16 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK3359, r.o. 2.5.

[2] Onder meer: HR 11 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9130, r.o. 3.7.1 (“Op grond van de door de wetgever gebezigde woorden ‘uitdrukkelijk onderbouwde standpunten’ moet evenwel worden aangenomen dat niet ieder ter terechtzitting ingenomen standpunt bij niet-aanvaarding noopt tot een nadere motivering. Tevens moet op grond van die bewoordingen worden aangenomen dat de verdachte of zijn raadsman dan wel het openbaar ministerie, wil het ingenomen standpunt de - uiteindelijk in cassatie te toetsen - verplichting tot beantwoording scheppen, zijn standpunt duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van de feitenrechter naar voren dient te brengen.”)

[3] Pleitaantekeningen Deel III.II, 16 maart 2022, randnummer 250.

[4] Peer Review Observations regarding question # 1 missile identification, bijlage 4 bij de pleitaantekeningen van 16 maart 2022.

[5] Requisitoir Openbaar Ministerie, zie onder andere 3.4.7., p. 82 i.c.m 3.5.4., p 95 en 96.

[6] Z-tap 16-07-2014, 20:11:57 uur (bijlagendossier tapgesprekken).

[7] Z-tap 16-07-2014, 20:11:57 uur (bijlagendossier tapgesprekken).