Inleiding onderzoeksbronnen en forensisch onderzoek

Uitgesproken op de zitting van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Den Haag op 8 juni 2020.

Verschillende bronnen van onderzoek

Het JIT heeft onderzoek gedaan naar verschillende soorten bronnen:

  • forensische sporen;
  • telecommunicatie;
  • getuigen;
  • foto’s en video’s;
  • digitale bronnen;
  • radargegevens; en
  • satellietgegevens.

Het onderzoek naar deze bronnen is op verschillende plekken in het dossier beschreven. Wij zullen nu eerst toelichten hoe het onderzoek naar ieder type bron heeft plaatsgevonden.

Validatie

Voordat wij dat doen, willen wij in algemene zin stilstaan bij de wijze waarop wij de betrouwbaarheid van die bronnen hebben getoetst. We hebben daar op de zitting van 10 maart jl. al het nodige over gezegd, maar brengen dat graag nog kort in herinnering. Bij de bespreking van afzonderlijke bronnen zullen wij daar nader op ingaan.

Vanaf het begin van het onderzoek was duidelijk dat verschillende partijen naar elkaar wijzen over de schuld voor het neerschieten van MH17. Vanaf het begin van het onderzoek was ook duidelijk dat de resultaten van dit onderzoek niet door iedereen met een open blik zouden worden ontvangen. Daarom hebben wij extra stappen gezet om het bewijs te valideren.

Daarbij hebben wij drie lijnen gevolgd. In de eerste plaats hebben we steeds de authenticiteit en betrouwbaarheid van individuele bronnen onderzocht. In maart hebben we al kort benoemd hoe we dat met afzonderlijke telecomgegevens en foto- of videobeelden hebben gedaan. In de tweede plaats zijn die afzonderlijke resultaten weer in samenhang met andere bewijsbronnen beschreven in het procesdossier, zoals forensische bevindingen, getuigenverklaringen en satellietgegevens. Die samenhang van verschillende bewijsbronnen vindt u terug in het zaaksdossier en het dossier alternatieve scenario’s. Bredere achtergrondinformatie wordt gegeven in het dossier context. Op die manier kunnen de onderzoeksresultaten onderling worden vergeleken en in de juiste context worden beoordeeld. In de derde plaats hebben wij de betrouwbaarheid van de bewijsbronnen getoetst, door op zoek te gaan naar alternatief bewijs. Voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen of telecomgegevens over het afvuren van een Buk-raket vanuit DPR-gebied is immers ook relevant of er bewijs kan worden gevonden dat MH17 door een andere oorzaak is neergestort. Zo hebben wij onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van een explosie van binnenuit MH17 en een aanval door een gevechtsvliegtuig. Verder zijn de scenario’s onderzocht dat MH17 is neergeschoten met een andere grond-luchtraket dan een Buk of - uitgaand van het Buk-scenario – dat een Buk-raket is afgeschoten vanuit een andere locatie dan die bij Pervomaiskyi en door de andere partij in het gewapend conflict: de krijgsmacht van Oekraïne. 

Toelichting onderzoeksbronnen

Tot zover de validatie van het verkregen bewijs. Nu lichten wij toe hoe het onderzoek naar die verschillende bewijsbronnen is verlopen: de forensische sporen, telecomgegevens, getuigen, foto’s en video’s, digitale bronnen, radargegevens en satellietgegevens.

Alle verschillende bewijsbronnen komen later weer terug in onze toelichting op het onderzoek naar de verschillende scenario’s. Daarin zullen ook concrete voorbeelden worden benoemd om inzichtelijk te maken op welke wijze onderzoek is gedaan om verschillende bronnen te valideren.

Forensisch onderzoek

Wij beginnen met de bespreking van het verloop van het forensisch onderzoek. Dat zullen wij in drie stappen doen. Eerst zullen we nader uitleggen waarom er geen forensisch onderzoek kon worden gedaan in het rampgebied, het gebied waar MH17 is neergekomen. Daarna zullen wij schetsen welk forensisch onderzoek er wél is verricht en welke vragen daarbij zijn gesteld. Vervolgens zullen wij in grote lijnen bespreken welke bevindingen er in het forensisch onderzoek zijn gedaan en tot welk vervolgonderzoek dit heeft geleid. Op grond daarvan komen wij tot onze tussenconclusie over de volledigheid van het forensisch onderzoek.

Toegang tot het rampgebied

Vlucht MH17 is neergeschoten boven Oost-Oekraïne en neergekomen in oorlogsgebied. De inzittenden, hun bezittingen en de wrakstukken van het vliegtuig zijn neergekomen in een gebied van ongeveer 50 tot 60 vierkante kilometer rondom de plaatsen Hrabove, Petropavlivka en Roszypne. Het gebied werd gecontroleerd door de DPR, maar er werd nog steeds fel om gevochten. Daarom kon hier geen forensisch onderzoek plaatsvinden, zoals dat normaal gebeurt op de plaats van een misdrijf. 

Repatriëring en identificatie

De eerste prioriteit na de ramp was om de lichamen en persoonlijke bezittingen van de slachtoffers te bergen en te identificeren. Toegang tot het rampgebied kon alleen verkregen worden met instemming van DPR-strijders. Omdat de regeringen van de getroffen landen de DPR niet erkennen, werd dat contact gelegd via de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). De OVSE was daar al actief als neutrale observator en rapporteur van het conflict. Met hulp van de OVSE is er toegang gekregen tot het gebied.

In de eerste dagen na de ramp hadden lokale hulpdiensten en bewoners al veel slachtoffers en bezittingen geborgen. Deze zijn overgedragen aan een team van internationale specialisten en vervolgens via Kharkiv naar Nederland gevlogen. Tot in 2015 hebben Maleisië, Australië en Nederland nog verschillende repatriëringsmissies uitgevoerd met het doel om het gehele gebied te doorzoeken en alle slachtoffers te bergen. Steeds met hulp van de OVSE. Door de oorlogsomstandigheden kon dat niet in één keer gebeuren en waren er meerdere missies nodig.

De geborgen stoffelijke overschotten en bezittingen van de slachtoffers werden telkens naar Nederland gebracht voor identificatie. Aan Nederlandse zijde werd de identificatie verricht door het Landelijk Team Forensische Opsporing (LTFO). Vroeger heette dit het Rampen Identificatie Team. Het LTFO werkte in opdracht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Ondanks uitvoerig en grondig onderzoek konden er van twee slachtoffers geen resten worden geïdentificeerd. De identificatiewerkzaamheden vonden plaats in een kazerne in Hilversum. Op dezelfde locatie werden de stoffelijke overschotten van de slachtoffers ook forensisch onderzocht op mogelijke sporen van een misdrijf. We komen hier later nog op terug.

Internationaal luchtvaartonderzoek

De tweede prioriteit in het rampgebied was het internationale luchtvaartonderzoek. Dat was geen onderzoek naar wie er schuld had, maar naar de feitelijke oorzaak van het neerstorten van vlucht MH17, zodat daar veiligheidslessen uit konden worden getrokken voor de toekomst. Dat internationale luchtvaartonderzoek vond plaats onder leiding van de Nederlandse Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV). Aan dat onderzoek deden verschillende andere landen mee, waaronder Maleisië, Australië, Oekraïne en de Russische Federatie. Nadat de meeste slachtoffers waren geborgen, heeft de OVV contact gelegd met vertegenwoordigers van de DPR om toegang te krijgen tot de crashsite. Toen het die toegang eenmaal had gekregen, heeft de OVV tussen november 2014 en mei 2015 wrakstukken van MH17 geborgen en in vrachtwagens naar een kazerne in het Nederlandse Gilze-Rijen laten vervoeren. In Gilze-Rijen werden deze wrakstukken door zowel de OVV, als de forensische recherche in beslag genomen en naast elkaar onderzocht. Ook hier komen we later nog op terug.

Strafrechtelijk onderzoek

In deze eerste fase na de ramp kregen de repatriëring en identificatie van de slachtoffers en het luchtvaartonderzoek naar de oorzaak van de ramp dus voorrang. Strafrechtelijk forensisch onderzoek in DPR-gebied had die andere, belangrijke inspanningen kunnen doorkruisen. Daarom – en vanwege de eerder genoemde aanhoudende gevechten - is er in 2014 geen forensisch onderzoek gedaan in het gebied waar MH17 is neergekomen. Na mei 2015, toen de repatriëring van de slachtoffers en de berging van wrakstukken grotendeels was afgerond, kwam dit anders te liggen, maar toen was forensisch onderzoek ter plaatse nauwelijks meer zinvol. Dat vond inmiddels al in Nederland plaats, aan de teruggebrachte stoffelijke overschotten en bezittingen van de slachtoffers en de geborgen wrakdelen. In juni 2015 is er alleen nog forensisch onderzoek verricht naar mogelijke afvuurlocaties en telefoonzendmasten door een klein Nederlands forensisch politieteam. Vanwege de aanhoudende oorlog konden toen niet alle onderzoeksdoelen worden bereikt. Afgezien van die ene onderzoeksmissie in juni 2015 was onderzoek in door DPR gecontroleerd gebied onmogelijk, vanwege blijvende veiligheidsrisico’s voor getuigen en rechercheurs.

Verslag van deze omstandigheden in het rampgebied is in het dossier opgenomen in het algemeen relaas, het deeldossier LTFO en het proces-verbaal betreffende het rampgebied. In dat laatste proces-verbaal wordt ook verwezen naar open bronnen, zoals het eindrapport en de onderzoeksverantwoording van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, Kamerstukken en het Rapport Evaluatie Nationale Crisisbeheersingsorganisatie Vlucht MH17 van de Universiteit van Twente.

Verloop van het forensisch onderzoek

Ondanks de beperkte toegang tot het rampgebied, is er uitvoerig forensisch onderzoek verricht. We noemden al kort het onderzoek aan de stoffelijke overschotten en bezittingen van slachtoffers en aan de wrakstukken van MH17, nadat deze in Nederland waren aangekomen. Dat was slechts een deel van het volledige forensisch onderzoek van het JIT naar het neerhalen van vlucht MH17. We zullen daar nu een overzicht van geven. Het forensisch onderzoek wordt omschreven in het relaas van het dossier Forensische Opsporing en de afzonderlijke deeldossiers van de locaties waar het forensisch onderzoek is verricht: Hilversum, Wijk bij Duurstede, Gilze Rijen, Oekraïne (2014-2015 en arenatesten) en Finland. De onderliggende processen-verbaal en deskundigenrapporten van het forensisch onderzoek zijn opgenomen in een afzonderlijk bijlagendossier.

Onderzoeksvragen en werkwijze

Eerst het kader en de werkwijze van het forensisch onderzoek. Bij de start zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd:

  • Is er sprake geweest van een explosie?
  • Als er sprake was van een explosie, vond die dan binnen of buiten het vliegtuig plaats?
  • Kan op basis van forensische onderzoek worden vastgesteld welk type wapen is gebruikt?
  • Kan op basis van forensische onderzoek een afvuurlocatie worden vastgesteld?

Deze vragen zijn binnen het forensisch onderzoek alleen beantwoord op basis van de aangetroffen sporen en de deskundige analyse daarvan. Dus niet op basis van andere bronnen, zoals tapgesprekken, beeldmateriaal of getuigenverklaringen over een wapen of afvuurlocatie. Op die manier hebben de resultaten van het forensisch onderzoek zelfstandige bewijswaarde en kunnen ze gebruikt worden om ander bewijs over een wapen of afvuurlocatie te toetsen. 

Verder is het forensisch onderzoek in JIT-verband verricht. Dit betekent dat forensische rechercheurs en experts uit de JIT-landen met elkaar overleg hebben gehad over deze vragen en over welk onderzoek verricht zou moeten worden om die vragen te beantwoorden. Hier komen we later nog op terug.

Sporenonderzoek

Forensisch onderzoek is gericht op sporen. Dit betekent dat onderzocht wordt of bepaalde voorwerpen of stoffelijke overschotten fysieke sporen bevatten die iets kunnen zeggen over de toedracht van een gebeurtenis. Sporen kunnen aanwijzingen opleveren voor wat er is gebeurd of wie het gedaan heeft. Die sporen worden dan op een forensisch verantwoorde manier veiliggesteld, zodat ze nader onderzocht kunnen worden door deskundigen, bijvoorbeeld van het Nederlands Forensisch Instituut.

Sporenonderzoek aan stoffelijke overschotten is ingrijpend en heeft dus met de grootste zorgvuldigheid plaatsgevonden. Wij zullen hierna uitleg geven over hoe dit onderzoek is verricht. Dit kan zakelijk en afstandelijk klinken. Het Openbaar Ministerie begrijpt dat deze toelichting voor nabestaanden pijnlijk en confronterend kan zijn, maar om de volledigheid van het forensisch onderzoek te beoordelen, moet ook dit besproken worden.

Zoals we eerder uitlegden, was er geen mogelijkheid van forensisch onderzoek in het gebied waar MH17 is neergekomen. Wel zijn de meeste stoffelijke overschotten en bezittingen van de slachtoffers en de meeste wrakstukken van MH17 door andere partijen geborgen en naar Nederland gebracht. Tot in 2018 is er nog materiaal ingeleverd door lokale bewoners. Na aankomst van de stoffelijke overschotten en de wrakstukken in Nederland startte het forensisch onderzoek. Telkens werd daarbij de vraag gesteld: zien we iets anders dan je mag verwachten na een val van 10.000 meter hoogte? Als dat het geval was, werd het betreffende lichaam van een slachtoffer of het betreffende voorwerp nader onderzocht. Hier komen we later op terug.

Chronologie en locaties

Het forensisch onderzoek is verricht in verschillende landen en op verschillende locaties.

In Nederland vond onderzoek plaats in Hilversum (2014-2015), Wijk bij Duurstede (2014) en Gilze-Rijen (2014-2018). Daarnaast vond er nader deskundigenonderzoek plaats in Den Haag bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en in Amsterdam bij het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR). Verder vond forensisch JIT-onderzoek plaats op verschillende locaties in Oekraïne (2014-2016), werd er aanvullend Nederlands onderzoek verricht in Finland (2015) en deden Belgische, Australische en Maleisische deskundigen aanvullend onderzoek in eigen land.

Het omvangrijke forensisch onderzoek was een gezamenlijke inspanning, waarbij door specialisten met verschillende expertise onderzoek is verricht: elk voor zich, naast elkaar of in samenwerking.

We lopen de verschillende locaties na.

Nederland: Hilversum (2014-2015)

In Nederland is het forensisch onderzoek op 24 juli 2014 begonnen, na aankomst van de eerste lichamen van slachtoffers in Hilversum. Deze lichamen zijn tussen 17 en 21 juli 2014 door lokale hulpverleners geborgen in Oost-Oekraïne. Het onderzoek in Hilversum richtte zich op het detecteren van lichaamsvreemd materiaal in of aan de lichamen van de slachtoffers. Hiermee wordt bedoeld: alles wat niet in een menselijk lichaam thuis hoort.

Er zijn verschillende werkstations ingericht om specialistisch forensisch onderzoek te doen op de lichamen.

Werkstation 1: Uit veiligheidsoverwegingen werd eerst een meting gedaan op aanwezigheid van gevaarlijke stoffen.

Werkstation 2: Alle kisten met daarin de stoffelijke resten gingen vervolgens door een CT-scan. De scan maakte onderscheid tussen metalen materialen en niet-metalen materialen. Een radioloog beoordeelde de CT-scan.

Werkstation 3: Hier vond de triage plaats door een forensisch specialist, een explosievendeskundige en een patholoog. Triage is een term die in forensisch onderzoek gebruikt wordt voor het sorterings- en selectieproces. Eerst werd de kist geopend en daarna werden de menselijke resten visueel onderzocht. Op basis van die visuele bevindingen en het scan-verslag van de radioloog werd besloten of er aanvullend diepgravend forensisch onderzoek moest plaatsvinden. De centrale vraag was steeds of er sprake was van onverklaarbaar letsel of onverklaarbaar lichaamsvreemd materiaal. In het eerste geval werd er nader forensisch onderzoek verricht. In het tweede geval werd het stoffelijk overschot overgedragen aan het Landelijk Team Forensische Opsporing (LTFO) voor onderzoek naar de identiteit van het betreffende slachtoffer.

Als de triage reden gaf voor nader forensisch onderzoek, werd het lichaam eerst nader onderzocht met een ander röntgenscanapparaat. Hiermee kon nader onderscheid worden gemaakt tussen verschillende soorten metaal. Op basis van deze röntgenscan kon vervolgens gericht onderzoek worden gedaan aan of in het lichaam. In enkele gevallen werd besloten om een volledige sectie te laten doen door de forensisch patholoog. 

Tijdens dit proces in Hilversum is relevant materiaal aangetroffen. Zo heeft het JIT eerder, in september 2016 en mei 2018, bekend gemaakt dat er stalen deeltjes zijn aangetroffen in de lichamen van de bemanning van MH17. De deeltjes zijn veiliggesteld en uitgebreid onderzocht. Op de wijze waarop het onderzoek aan die deeltjes heeft plaatsgevonden komen we later in deze toelichting terug.

Na afronding van het forensisch onderzoek gingen de stoffelijke overschotten terug naar het werkstation van Landelijk Team Forensische Opsporing (LTFO). Daar kon het LTFO zijn onderzoek doen, op grond waarvan de identiteit van het betreffende slachtoffer kon worden vastgesteld.

Nederland: Wijk bij Duurstede (2014)

Op een andere locatie in Nederland, in Wijk bij Duurstede, werd forensisch onderzoek verricht aan de persoonlijke bezittingen die geborgen zijn in Oost-Oekraïne. Het doel was om materiaal op te sporen dat niet bij die bezittingen paste. Dit proces is in beeld gebracht (en kunnen we nu bekijken). Alle goederen gingen dus door een röntgenscanapparaat om metaaldelen te detecteren. Op basis van de resultaten van de scan werd vervolgens beslist of het voorwerp nader onderzocht moest worden of niet. Hier gold dezelfde werkwijze als bij het onderzoek aan de lichamen: vreemd materiaal werd uitgenomen en veilig gesteld, zodat daar nader forensisch onderzoek aan kon worden gedaan. Ook tijdens deze triage is relevant materiaal aangetroffen: tussen bezittingen van slachtoffers werd bijvoorbeeld een onderdeel van de linker bovenzijde van de romp van MH17 aangetroffen. Daarin zat een deeltje vastgeklemd dat niet bij het toestel hoorde. Ook dit deeltje is veilig gesteld en onderzocht.

Na deze inspectie werden de spullen die niet nader onderzocht hoefden te worden, teruggegeven aan de nabestaanden. Dit gebeurde via het bedrijf Blake Emergency Services (Blake). Blake maakte die bezittingen eerst schoon en droeg deze vervolgens over aan de nabestaanden. In één geval heeft Blake nog relevante deeltjes aangetroffen in een bundel documenten van de MH17-bemanning: de ‘aircraft copy’ van de ‘take off charts’. In het dossier ook wel de ‘groene map’ genoemd. Vervolgens is deze documentenbundel nader onderzocht door forensisch specialisten. Daarbij zijn metalen deeltjes aangetroffen die weer vergeleken konden worden met de deeltjes die in de lichamen van bemanningsleden zijn aangetroffen. Hoe dat vergelijkend onderzoek is verricht, bespreken wij later.

Nederland: Gilze-Rijen (2014-2018)

Dan komen wij bij de wrakdelen. Deze zijn door de Onderzoeksraad voor Veiligheid geborgen in het rampgebied in Oekraïne en vanuit Oekraïne naar Nederland vervoerd. Op een luchtmachtbasis in Gilze-Rijen werden de wrakdelen onderzocht. Het doel was om het schadebeeld te bepalen en sporen veilig te stellen. Bij sporen gaat het in dit geval om materialen die niet bij het vliegtuig hoorden en om explosieve stoffen. Materiaal dat niet bij het vliegtuig past noemen we verder vliegtuigvreemd materiaal.

De wrakdelen zijn in drie konvooien naar Nederland gebracht. Een eerste konvooi van zestien vrachtwagens met opleggers, een tweede met acht containers en een derde met twee kleinere containers. Elk wrakdeel is in Gilze-Rijen gefotografeerd en genummerd en daarna visueel geïnspecteerd aan de hand van een controlelijst. Tijdens deze inspectie werd beoordeeld of het wrakdeel afkomstig was van MH17 of niet en zo ja, om welk onderdeel van het toestel het ging. Bij deze beoordeling werd gebruik gemaakt van de expertise van de specialisten van de Dienst Luchtvaart van de Nationale Politie en informatie van vliegtuigfabrikant Boeing. Hier werkten de forensische experts en de luchtvaartrechercheurs naast de luchtvaartonderzoekers van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Elk vanuit hun eigen taak en verantwoordelijkheid. Verder werden er van de wrakdelen monsters - of ‘swabs’ - genomen voor explosievenonderzoek.

Voorwerpen waarvan niet kon worden vastgesteld of deze onderdeel waren van MH17, de zogenaamde vliegtuigvreemde materialen, werden apart genomen voor nader onderzoek. Dat konden losse voorwerpen zijn die zich tussen de wrakdelen bevonden of materialen die daarin zaten vastgeklemd. Bij vastgeklemde vliegtuigvreemde materialen werd het gehele wrakdeel apart genomen voor nader onderzoek. Ook wrakdelen met schade die niet paste bij een val, werden apart genomen. Dat was bijvoorbeeld het geval bij het aantreffen van perforaties. Ook die wrakdelen zijn apart onderzocht. Uiteindelijk zijn op deze manier een groot aantal wrakdelen en los aangetroffen voorwerpen geselecteerd voor nader onderzoek.

Maleisië (2015)

Zoals gezegd, hadden de forensische specialisten geen toegang tot het rampgebied in Oost-Oekraïne. Anders zouden zij het werk van de repatriëringsmissies en de Onderzoeksraad voor Veiligheid doorkruisen. Voor journalisten lag dat anders. Zij waren met velen in het rampgebied aanwezig en hebben het rampgebied ruim in beeld gebracht. Maleisische onderzoekers hebben die beelden vergeleken met de foto’s die tijdens het forensisch onderzoek van de wrakstukken zijn gemaakt en beoordeeld om welke vliegtuigonderdelen het ging. Op basis hiervan kon van een aanzienlijk deel van het forensisch bewijsmateriaal worden vastgesteld in welke staat het zich bevond kort na het neerstorten van MH17 in het rampgebied. De resultaten van dit Maleisische onderzoek zijn vastgelegd in een rapport met 1117 foto’s en dat rapport is onderdeel van het dossier.

Oekraïne (2014-2015)

Eerder noemden wij al dat er onderzoek is gedaan in Oekraïne naar mogelijke afvuurlocaties. Daarnaast hebben forensisch specialisten in 2014 en 2015 ook op andere locaties in Oekraïne onderzoek verricht. Dat onderzoek was erop gericht om referentiemateriaal en gegevens te verzamelen van het vermoedelijke wapen: de Buk-raket en het Buk-lanceervoertuig dat we de TELAR noemen. Dat referentiemateriaal was nodig voor vergelijking met het vliegtuigvreemde materiaal dat bij het forensisch onderzoek in Nederland werd aangetroffen. Forensische specialisten van de Australische Federale Politie (AFP) en uit Nederland hebben dat onderzoek vastgelegd. Wij zullen kort nalopen welk onderzoek waar heeft plaatsgevonden.

Begin oktober 2014 zijn in Malyn twee raketten uit de 9M38-serie ontmanteld: één van het type 9M38 en één van het nieuwere type 9M38M1. Deze raketten zijn uit elkaar gehaald en opgedeeld in vier losse onderdelen: de neussectie, de springkop (‘warhead’), de motorsectie en de staartsectie.

Vervolgens is er eind oktober 2014 in Shostka aan drie van de vier onderdelen nader onderzoek verricht. Het betrof de warhead, de motor en de staartsectie van beide raketten.

De warheads in beide raketten bleken van hetzelfde type te zijn: 9N314M. Dat is de nieuwere versie van de 9N314. Beide warheads zagen er hetzelfde uit: grijs van kleur, in de vorm van een ton, uiteinden van metaal en een buitenmantel van glasvezel. Na de visuele inspectie van de warheads zijn deze ontmanteld. Bij dit onderzoek zijn delen van de buitenmantel veiliggesteld, zodat deze later gebruikt kunnen worden voor vergelijkend onderzoek. In de warhead was de springstof omhuld door twee lagen met voorgevormde metalen fragmentatiedeeltjes. Deze fragmentatiedeeltjes zijn bedoeld om schade te veroorzaken aan het beoogde doel. Na de ontbranding van de explosieve lading worden zij door de daarbij vrijkomende kracht met hoge snelheid in alle richtingen uitgeworpen, waardoor ook het beoogde doel wordt getroffen. Uit de warhead is fragmentatiemateriaal veiliggesteld voor vergelijkend onderzoek. De voorgevormde fragmentatiedeeltjes bestonden uit drie verschillende soorten: een groter fragment in de vorm van een vlinder en twee kleinere fragmenten, waarvan één in de vorm van een vierkant of tegeltje en de ander in de vorm van een staafje.

De raketmotor is op de voormalige basis in Shostka onschadelijk gemaakt door de raketbrandstof te verbranden. Dit ging gepaard met een grote witte rookontwikkeling. De raketmotor en de raketbrandstof zijn bemonsterd. 

De staartsectie van de raketten is onschadelijk gemaakt door de aanwezige brandstof en het explosief materiaal door verbranding te vernietigen. Ook hiervan is referentiemateriaal afgenomen ten behoeve van later te verrichten vergelijkend onderzoek.

In de eerste helft van november 2014 zijn in Malyn de neussecties van beide raketten onderzocht. Deze neussectie bestaat uit twee delen, die met elkaar verbonden zijn door middel van een transitiering. Deze twee delen zijn van elkaar gescheiden, zodat de onderdelen die zich in de neussectie bevonden onderzocht konden worden. In de neussectie bevinden zich de automatische piloot en het systeem waarmee de raket naar het doel wordt geleid, met radar en antenne. Ook hiervan is referentiemateriaal veilig gesteld voor nader onderzoek. Na afloop van dit onderzoek zijn beide ontmantelde raketten naar Nederland gebracht. Daar zijn ze gebruikt voor vergelijkend onderzoek.

Eind november 2014 is in Danylivka de Buk TELAR, een lanceervoertuig, onderzocht. Ook zijn de overige voertuigen die deel uitmaken van het Buk-systeem visueel onderzocht.

En in 2015 zijn grondmonsters genomen op diverse locaties die in het onderzoek naar voren waren gekomen als mogelijke afvuurlocatie.

Finland (2015)

Ook in Finland is een Buk-raket ontmanteld en 3D gescand. Dit ging om een 9M38M1-raket met een 9N314M warhead en vond plaats in oktober 2015. Het hierbij gemaakte beeld- en scanmateriaal is in januari 2017 door de Finse autoriteiten beschikbaar gesteld voor het forensisch onderzoek.

Verder is in oktober 2015 in Finland nog een zogenaamde arenatest uitgevoerd.

In die arenatest werd het voorste gedeelte van een Buk-raket van het type 9M38M1, inclusief een 9N314M warhead, tot ontploffing (detonatie) gebracht. Op die manier konden onder meer de snelheid en de richting van de fragmentatiedelen van de warhead gemeten worden. Dat was van belang voor de berekening van het mogelijke afvuurgebied. In een cirkel er omheen werden platen gezet, van een zelfde soort aluminium als gebruikt wordt in vliegtuigen. Dit worden in het dossier ‘getuigenplaten’ genoemd. Bij detonatie werkten die getuigenplaten als een soort schild en toonden zij de schade van de fragmentatiedeeltjes. Verder gaf de arenatest inzicht in de toestand van fragmentatiedelen van de warhead en andere raketdelen na detonatie.

Na afloop van de arenatest in Finland zijn de getuigenplaten, fragmenten van de warhead en restanten van andere raketdelen veilig gesteld. In februari 2017 heeft Finland dit materiaal overgedragen aan Nederland voor nader onderzoek.

Om de spreiding en de snelheid van de fragmenten van de warhead te registeren, waren er hogesnelheidscamera’s geplaatst. Omdat zulke testen zelden worden uitgevoerd, moest de juiste instelling van de camera’s proefondervindelijk worden vastgesteld. Achteraf bleken de beelden van deze eerste arenatest niet bruikbaar voor nader onderzoek.

Daarop is door het JIT besloten om in Oekraïne twee nieuwe arenatesten te houden: één met alleen een 9N314M warhead en één met een complete raket van het type 9M38M1. Verder werd besloten om de stuwkracht van de raketmotor te meten. In het dossier wordt dit het ‘thrust profile’ genoemd. Ook die was van belang voor de berekening van het mogelijke afvuurgebied van de raket.

Oekraïne (juni-juli 2016)

Ter voorbereiding op de arenatesten en de meting van het thrust profile van de raketmotor zijn op 23 en 24 juni 2016 in Oekraïne door deskundigen uit Oekraïne, België en Nederland nog vier Buk-raketten van het type 9M38M1 ontmanteld. In deze raketten werden telkens 9N314M warheads aangetroffen. Deze raketten en warheads zijn vervolgens op 30 juni 2016 in Shostka klaargemaakt voor detonatie op afstand. Daarnaast is een 9M38M1 raket 3D gescand.

Vervolgens zijn de arenatesten uitgevoerd. Dit gebeurde tussen 2 en 15 juli 2016. Daarbij waren Nederlandse, Belgische, Australische en Oekraïense specialisten betrokken. De eerste test werd uitgevoerd met alleen een warhead; de tweede met een complete raket. Naast de aluminium getuigenplaten werden ook frames met samengeklonken platen opgesteld. Voorafgaand aan de test met de hele raket is de stuwkracht van de motor van die raket gemeten. Dit is gedaan door die raketmotor te ontsteken. Na afloop zijn monsters van het residu van de verbranding veilig gesteld voor nader onderzoek.

We laten eerst een opname zien van de meting van de stuwkracht van de raketmotor. Op het lichtgrijze blok ligt een geprepareerde raketmotor, die bestaat uit een brandstoftank, een straalpijp en een uitlaat (in het dossier ook wel ‘venturi’ genoemd). Aan de voorkant van de raketmotor is meetapparatuur bevestigd.

Hierna is de raketmotor op afstand geactiveerd. De film wordt vertraagd afgespeeld. Uit de venturi komt een vuurstraal. Er is een luid bulderend en sissend geluid te horen. De intensiteit van de vuurstraal houdt ongeveer 15 seconden aan en neemt daarna af. De vuurstraal produceert een grote hoeveelheid rook, eerst wit en later zwart. De meting van de stuwkracht levert belangrijke informatie op voor de berekening van het mogelijke afvuurgebied.

Meting stuwkracht raketmotor

Hier zien we de arenaopstelling van boven. We laten zo de beelden zien van de arenatest met de warhead. Het gaat twee keer om dezelfde test. Eerst in werkelijke snelheid. Daarna vertraagd. Het beeld is opgenomen vanaf de buitenkant van de arenaopstelling. De achterkant van de getuigenplaten is zichtbaar. Bij de detonatie is in eerste instantie een vuurbal te zien. Na detonatie worden de fragmentatiedeeltjes met hoge snelheid vanaf het detonatiepunt afgevuurd. Dat is te zien aan de oplichtende puntjes in de getuigenplaten en het opspringende stof. Door de drukgolf worden de getuigenplaten weggeblazen en wordt de arenaopstelling vernietigd. Duidelijk zichtbaar is dat de fragmentatie al voor de drukgolf het doel (in dit geval: de getuigenplaten) raakt.

Met de arenatest van de warhead was alleen de primaire schade op de getuigenplaten zichtbaar, dus alleen schade die veroorzaakt werd door de fragmentatiedeeltjes.

Bij de inzet van het wapen veroorzaken niet alleen de warhead, maar ook andere onderdelen van de raket schade aan het doel. Om die reden is een tweede arenatest gedaan, met een complete 9M38M1 raket. Daarvan zien we zo meteen de beelden. Met deze test werd een volledig schadebeeld verkregen: niet alleen de primaire schade van de fragmentatiedeeltjes van de warhead, maar ook de secundaire schade van andere, verbrijzelde onderdelen van de raket. Ook daar werden de getuigenplaten door getroffen.

De opname start met een bovenaanzicht van de arenaopstelling en beeld van de positie van de raket in de arena. Daarna is een zijaanzicht te zien door de opening in de arena. Om de restanten van de raket na de test makkelijker te kunnen identificeren, waren de verschillende secties van de raket in verschillende kleuren geverfd. Deze test wordt eenmaal vertoond, in een vertraagde weergave.

Bij de test met de complete raket is een vergelijkbare reactie te zien als bij de test met de warhead: een vuurbal, gevolgd door fragmenten met hoge snelheid en daarna de drukgolf. De raket breekt op in grotere en kleinere delen. In de weergave zijn twee onderdelen rood omcirkeld: de venturi en de motormantel. Met deze arenatest van de complete raket is zowel de primaire schade (door detonatie van de warhead) als de secundaire schade (door detonatie van de complete raket) op de getuigenplaten zichtbaar.

Beide arenatesten werden vastgelegd met hogesnelheidscamera’s . Deze keer werd het beeld wel goed geregistreerd. Daarop is nauwkeurig te volgen wat er na de detonaties gebeurde met de raket, de warhead en de aluminium getuigenplaten.

Arenatest met raket

Nederland (2016-2018)

Na afloop van de arenatesten in Finland en Oekraïne zijn de verzamelde restanten van de warhead, andere onderdelen van de raket en de getuigenplaten veilig gesteld en naar Nederland overgebracht voor nader forensisch onderzoek. Datzelfde gebeurde met de monsters van de residuen van de verbranding van de raketmotor. Het onderzoek dat vervolgens heeft plaatsgevonden was een samenwerking tussen verschillende experts uit meerdere JIT landen.

In Nederland werden de arena-opstellingen weer opgebouwd. Vervolgens werd het doordringend vermogen en het verspreidingspatroon van de fragmentatiedelen onderzocht. Daarna werd onderzoek gedaan naar de vervorming en het massaverlies van de fragmentatiedelen na detonatie. Dit onderzoek vond plaats in België en Nederland.

De veilig gestelde raketmaterialen uit Finland en Oekraïne zijn gebruikt voor vergelijkend onderzoek. In dat onderzoek werden deze raketmaterialen vergeleken met de vliegtuigvreemde materialen die waren aangetroffen in de lichamen en bezittingen van slachtoffers en wrakstukken van MH17. Die vergelijking werd verricht door het Nederlands Forensisch Instituut op basis van de elementsamenstelling van de materialen.

Naast dit onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut, hebben specialisten van de Australische Federale Politie een visuele vergelijking gemaakt tussen enerzijds de aangetroffen vliegtuigvreemde delen en anderzijds de onderdelen van de twee Buk-raketten van de typen 9M38 en 9M38M1 die in Oekraïne waren ontmanteld. Daarbij hebben zij gekeken naar kenmerken zoals gietvorm, werktuigsporen (zoals frezen) en magnetische eigenschappen.

Na afloop van de arenatesten heeft de Nederlandse politie nog een visuele vergelijking gemaakt tussen de aangetroffen vliegtuigvreemde delen en de restanten van de bij de arenatest gebruikte raket anderzijds.

Naast de vergelijking van vliegtuigvreemde materialen met raketdelen heeft het Nederlands Forensisch Instituut die vliegtuigvreemde materialen ook onderling vergeleken. Ook dat gebeurde weer op basis van verschillende kenmerken. Op die manier werd onderzocht of verschillende aangetroffen, vliegtuigvreemde materialen afkomstig waren van dezelfde bron en daarmee mogelijk van hetzelfde wapen.

Voor het vergelijkend onderzoek door het NFI is in september 2016 in Oekraïne nog een ongeschonden warhead van het type 9N314M ontmanteld, waarbij 80 fragmentatiedelen zijn uitgenomen. Bij elkaar werd tussen 2014 en 2016 dus het volgende vergelijkings- of referentiemateriaal verzameld:

  • fragmentatiedeeltjes (en andere onderdelen) van een ongeschonden, ontmantelde 9N314M warhead uit Oekraïne en fragmentatiedeeltjes (en andere onderdelen) van 9N314M warheads die waren gedetoneerd bij arenatesten in Oekraïne en Finland;
  • andere onderdelen van ongeschonden 9M38M1 en 9M38 raketten uit Oekraïne en van gedetoneerde 9M38M1 raketten uit Oekraïne en Finland.

Tot slot zijn data die tijdens de arenatesten zijn verzameld, zoals het stuwkrachtprofiel van de raketmotor en het verspreidingspatroon van de fragmentatiedeeltjes, door experts van het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) en de Belgische Koninklijke Militaire School (RMA) gebruikt om een afvuurgebied te berekenen.

Hiermee hebben we de belangrijkste stappen in het forensisch onderzoek op een rij gezet. Er is meer gebeurd, maar dat heeft geen relevante resultaten opgeleverd. Zo noemden wij eerder al dat er in Oost-Oekraïne grondmonsters zijn genomen op verschillende plekken die in het onderzoek naar voren waren gekomen als mogelijke afvuurlocatie. Dit was pas mogelijk in de loop van juni 2015, bijna een jaar na het neerschieten van MH17. In verschillende gevallen ging het om een ruimer gebied, waarin op vrij willekeurige plaatsen monsters moesten worden genomen.

In juli 2015 zijn er vergelijkingsmonsters genomen op een militair terrein in Kramatorsk. Op deze locatie waren met zekerheid Buk-raketten afgevuurd, specifiek op 9 december 2014 en 10 en 11 februari 2015. In deze relatief recente en gericht genomen monsters is vervolgens geen residu van verbranding teruggevonden. Omdat er geen relevante sporen werden aangetroffen in een vergelijkingsmonster uit een gebied waarvan met zekerheid kon worden vastgesteld dat er minder dan een half jaar eerder een Buk-raket was afgevuurd, verwachtten de deskundigen ook geen relevante sporen te vinden in de grondmonsters van gebieden waarin meer dan een jaar eerder een lancering zou kunnen hebben plaatsgevonden. Ook uit ander onderzoek bleek dat het residu van raketbrandstof vluchtig is. Volgens de beoordeling van het Nederlands Forensisch Instituut zou vervolgonderzoek niet kansrijk én niet veelzeggend zijn. Daarom is er van afgezien om de in juni 2015 genomen grondmonsters uit Oost Oekraïne nog verder te onderzoeken.

De andere onderzoekshandelingen die wij zojuist hebben genoemd, hebben wel relevante bevindingen opgeleverd.

Reconstructie MH17 (3D-scan)

Algemene bevindingen

Op basis van die bevindingen moesten de forensische onderzoeksvragen worden beantwoord. Wij brengen die vragen in herinnering:

  • Is sprake geweest van een explosie?
  • Zo ja, vond die explosie binnen of buiten het vliegtuig plaats?
  • Kan op basis van forensisch onderzoek worden vastgesteld welk type wapen is gebruikt?
  • Kan op basis van forensisch onderzoek een afvuurlocatie worden vastgesteld?

Het onderzoek kon pas worden afgerond, als deze vragen waren beantwoord. Deze antwoorden, op basis van de bevindingen van het forensisch onderzoek, waren weer van belang voor andere deelonderzoeken die wij hierna nog zullen bespreken, zoals het onderzoek naar alternatieve scenario’s en het hoofdscenario.

Daarom zullen wij bij de bespreking van de tussenconclusies van het forensisch onderzoek ook bevindingen benoemen die van invloed waren op het wel of niet plaatsvinden van nader onderzoek. Daarbij beperken wij ons in deze toelichting tot een algemene beschrijving van:

  • het schadebeeld op basis van de wrakstukken;
  • het vliegtuigvreemde materiaal dat is aangetroffen in de wrakdelen;
  • het vliegtuigvreemde materiaal dat is aangetroffen in de lichamen van slachtoffers;
  • los aangetroffen vliegtuigvreemde materialen;
  • en de berekening van het afvuurgebied.

Daarnaast zullen wij een beschrijving geven van het nader onderzoek dat wij hebben verricht naar aanleiding van bepaalde bevindingen, zoals het zogenaamde ‘petalling’-effect, het aantal aangetroffen fragmenten en de herkomst van vliegtuigvreemde materialen. Dit is niet het moment voor een volledige en gedetailleerde bespreking van de resultaten van het forensische onderzoek. Dat zal tijdens de inhoudelijke behandeling gebeuren.

Schadebeeld op basis van de wrakstukken

In Gilze-Rijen is van de veiliggestelde wrakdelen een reconstructie gemaakt van de MH17. Hiervan is een 3D-scan gemaakt. Deze is al eerder getoond tijdens de JIT-presentatie van 28 september 2016.

Schade aan linker voorzijde

Uit de visuele inspectie van de reconstructie bleek dat de schade aan het vliegtuig zich vooral bevond aan de linker voorzijde van de cockpit. De schade bestond uit honderden kleine en grotere gaten aan de linker voorzijde van de cockpit en de linkervleugel. Verder is aan de buitenzijde van diverse wrakdelen ook niet-doorborende schade aangetroffen, zoals kraters en schampschade. De rechterzijde van het toestel vertoonde dit schadebeeld niet. Richting de linker achterzijde nam de concentratie van de schade af.

Explosievensporen

Op de buitenzijde van delen van de cockpit is beroeting aangetroffen. Beroeting ontstaat als residuen van een explosief materiaal neerslaan op oppervlakken in de nabijheid van de explosie. De wrakdelen uit Gilze-Rijen zijn bemonsterd op sporen van explosieven en deze zijn ook aangetroffen. Deze explosievensporen bevinden zich voornamelijk aan de voorzijde van het vliegtuig.

Inslagschade en metaalresten

Tijdens de visuele inspectie van de wrakdelen werden perforaties, kraters en schampschade waargenomen. Deze duiden op inslagen door onbekende objecten van buiten naar binnen. Het plaatmateriaal was veelal naar binnen gebogen.

Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft deze kraters en perforaties onderzocht om vast te stellen welke materialen de inslagen hebben veroorzaakt. In die kraters werden onbekende deeltjes aangetroffen. Op basis van onderzoek naar de elementsamenstelling van die deeltjes kwam het NFI tot de conclusie dat de meeste kraters en perforaties zijn veroorzaakt door inslagen met staal.

Vervolgens is nader onderzoek gedaan naar de samenstelling van de staalresten, die in de kraters en perforaties zijn aangetroffen. Eerder bespraken we dat er fragmentatiedeeltjes uit 9N314M warheads van Oekraïense Buk-raketten zijn veilig gesteld en aan het NFI verstrekt als referentiemateriaal. Het NFI heeft de elementsamenstelling van deze staalfragmentatiedelen uit de warhead van een Buk-raket vergeleken met de samenstelling van het staal dat is aangetroffen in de kraters en perforaties.

Na de arenatest met een complete Buk-raket zijn soortgelijke kraters en perforaties aangetroffen op de getuigenplaten en samengestelde frames. Het schadebeeld zoals waargenomen op de wrakdelen kon in het onderzoek dus vergeleken worden met het schadebeeld zoals waargenomen na de detonatie van een Buk-raket in een arenatest.

Petalling

Naast kraters en perforaties die van buiten naar binnen waren gebogen, zijn er ook uitstulpingen van binnen naar buiten waargenomen. Die uitstulpingen leken op het eerste gezicht aanwijzing voor een doorslag van binnen naar buiten, in plaats van een doorslag van buiten naar binnen. Dat leek onverenigbaar met andere aanwijzingen voor een explosie buiten het vliegtuig. Bij de arenatesten is onderzoek gedaan naar het ontstaan van deze uitstulpingen, dat ook wel ‘petalling’ wordt genoemd. Na afloop van de arenatesten is op samengestelde frames dezelfde petalling waargenomen, met name op plekken waar plaatmateriaal was vastgeklonken aan stijve staaldelen. Mede daarom hebben deskundigen van de Belgische Koninklijke Militaire School geconcludeerd dat de uitstulpingen op de wrakdelen geen contra-indicatie waren voor een inslag van buiten naar binnen.

Samenvatting

We vatten de algemene bevindingen in het onderzoek naar het schadebeeld van MH17 samen:

De beroeting op de buitenzijde van de romp van het toestel en de perforaties, kraters en schampschade in en op de romp aan de linker voorzijde van het toestel én de staalresten in die kraters en perforaties wijzen op een explosie van buiten het toestel. Specifiek aan de linker voorzijde van het vliegtuig.

De samenstelling van de aangetroffen staalresten kon worden vergeleken met de samenstelling van staalfragmentatiedelen van de warhead van een Buk-raket.

Bij arenatesten met een Buk-raket en Buk-warhead zijn naar buiten gerichte uitstulpingen (petalling) vastgesteld. Daarom is de aanwezigheid van zulke uitstulpingen in wrakstukken van MH17 geen contra-indicatie voor een explosie van buitenaf.

Vliegtuigvreemd materiaal in wrakstukken

Naast onderzoek aan de buitenzijde van de wrakdelen, is er ook onderzoek gedaan ín de wrakstukken. Van de resultaten van dat onderzoek zullen wij er een beperkt aantal bespreken, omdat deze aanleiding gaven voor nader onderzoek of redengevend waren voor tussenconclusies die wij in het onderzoek hebben getrokken. Verschillende daarvan zijn eerder door de Onderzoeksraad voor Veiligheid benoemd en in september 2016 en mei 2018 door het JIT gepresenteerd.

Fragmenten

In diverse wrakdelen (en in enkele bundels met vluchtdocumenten van de bemanning) zijn in totaal 341 stalen fragmenten aangetroffen. Een aantal van deze fragmenten is gevonden in de neus van het toestel, namelijk het voorste drukschot van de cockpit. Van de fragmenten uit dit cockpitdeel heeft er één een herkenbare vlindervorm en een ander de vorm van een staafje. In een ander wrakstuk met een deel van het cockpitraam, dat zich boven het drukschot bevindt, is een fragment aangetroffen in de herkenbare vorm van een tegel. De vorm van deze drie fragmenten kon vervolgens vergeleken worden met die van de drie fragmentatiedeeltjes in een 9N314M warhead van een Buk-raket.

Naar aanleiding van deze bevinding is nader onderzoek verricht naar het onderscheidende karakter van vlindervormige fragmentatiedelen. Volgens Russische bronnen en het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum komt het vlindervormige fragmentatiedeel alleen voor in de 9N314M warhead van een Buk-raket. In de oudere versie van deze warhead, de 9N314, zitten geen drie, maar twee soorten fragmentatiedeeltjes. Die hebben elk een vierkante vorm. Volgens Russische bronnen komt een 9N314M warhead alleen voor in een 9M38M1 raket. Tijdens het forensisch onderzoek in Oekraïne is gebleken dat deze nieuwere warhead ook in de oudere 9M38 raket kan worden gemonteerd, de voorloper van de 9M38M1.

Het Nederlands Forensisch Instituut heeft onderzoek gedaan naar verschillende kenmerken van een ruime selectie van deze fragmenten. Daarbij zijn onderlinge overeenkomsten gevonden in de elementsamenstelling en fabricagekenmerken van deze fragmenten. De kenmerken van deze fragmenten uit de wrakdelen konden vervolgens vergeleken worden met die van de fragmentatiedelen uit het referentiemateriaal: de ontmantelde 9N314M warheads en fragmenten die zijn veilig gesteld na de arenatesten met een 9N314M warhead in Finland en Oekraïne.

Overige delen

In verschillende wrakdelen zijn nog andere delen aangetroffen die duidelijk niet in een vliegtuig thuishoorden. Eén van deze delen is eerder tijdens de JIT-presentatie van september 2016 besproken. Dat is een groene metalen prop ter grootte van een golfbal die vastgeklemd zat in de sponning van het linker cockpitraam. De visuele kenmerken - zoals vorm, dimensies en freessporen - van deze prop zijn vergeleken met onderdelen van de twee ontmantelde Buk-raketten. In die vergelijking kwam één onderdeel naar voren: de grondplaat van een schuifsysteem op de twee Buk-raketten. Met die schuif wordt het aansluitpunt afgedekt, waarmee de Buk-raket wordt verbonden met het lanceervoertuig. Vervolgens heeft het Nederlands Forensisch Instituut de elementsamenstelling van de aangetroffen prop vergeleken met die van de grondplaten van de ontmantelde referentieraketten.

Naast dit onderdeel zijn er nog meer vliegtuigvreemde materialen aangetroffen in de wrakdelen. Deze bevonden zich in andere delen van de cockpit, in de linkervleugel en de in de binnenzijde van de rechtervrachtdeur. Ook hiervan is de elementsamenstelling vergeleken met die van verschillende onderdelen van de referentieraketten. Voor zover deze delen groot genoeg waren, zijn ook de visuele kenmerken ervan vergeleken met die van referentieraketten. Verder heeft het NFI de verf die op verschillende van deze vliegtuigvreemde materialen werd aangetroffen, vergeleken met verf afkomstig van de referentieraketten.

Samenvatting

We zetten de algemene bevindingen van het onderzoek naar de wrakstukken op een rij. In diverse wrakdelen en een bundel vluchtdocumenten zijn 341 stalen fragmenten aangetroffen waarvan de elementsamenstelling en fabricagekenmerken op twee manieren zijn vergeleken: onderling en met de fragmentatiedelen van een 9N314M warhead. Deze fragmenten zijn onder meer aangetroffen in het isolatiemateriaal van de cockpit. Enkele van deze deeltjes hebben nog een herkenbare vorm. Ook die vorm kon vergeleken worden met die van fragmentatiedelen in een 9N314M warhead.

In de wrakdelen zijn verschillende andere vliegtuigvreemde delen aangetroffen, waarvan de uiterlijke kenmerken en elementsamenstelling zijn vergeleken met die van verschillende onderdelen van Buk-raketten van de 9M38 serie. Veel van deze delen bevinden zich in de linker voorzijde van het vliegtuig.

Vliegtuigvreemd materiaal in lichamen van slachtoffers

Dan komen wij nu bij het vliegtuigvreemd materiaal dat in de lichamen van slachtoffers is aangetroffen. Hiervoor kwam al ter sprake dat er stalen fragmenten zijn gevonden in lichamen van bemanningsleden van MH17. Ook dit is eerder bekend gemaakt door het JIT.

Fragmenten

In die lichamen van bemanningsleden zijn 29 stalen fragmenten aangetroffen. Eén daarvan was nog herkenbaar als een vlindervormig fragment. De forensisch patholoog heeft dit fragment aangetroffen in het lichaam van de captain van bemanningsteam A. Dit fragment bevond zich onderhuids in het linkerdeel van het onderlichaam met een perforatiekanaal vanuit de buik. Op basis van de opname van de Cockpit Voice Recorder kon worden vastgesteld welke bemanningsleden zich in de cockpit bevonden kort voor de explosie.

Ook van deze fragmenten in de lichamen van de bemanningsleden heeft het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) de verschillende kenmerken weer onderzocht en vergeleken met die van de fragmentatiedelen uit de Oekraïense ontmantelde warhead en fragmenten uit de warheads die zijn veiliggesteld na de arenatesten in Finland en Oekraïne. Daarnaast heeft het NFI onderzocht of de fragmenten kenmerken vertoonden die specifiek zijn voor een explosie. Tijdens het onderzoek naar de fragmenten uit de lichamen van de bemanningsleden heeft het NFI daarop opgesmolten glas aangetroffen, onder andere op het vlindervormige fragment uit het lichaam van de captain van team A. Dat opgesmolten glas heeft het NFI vervolgens weer vergeleken met cockpitglas van een Boeing.

Ander deeltje

Naast deze fragmenten is er in het lichaam van een ander bemanningslid nog een deeltje aangetroffen met een andere samenstelling dan de fragmenten. De kenmerken van dit roestvrijstalen deeltje zijn vergeleken met de schuifplaat van een Buk raket. In de ontmantelde Buk-raketten glijdt deze schuifplaat over de onderplaat, die we eerder benoemden.

Samenvatting

Samengevat zijn bij het onderzoek naar de lichamen van de bemanningsleden in de cockpit van MH17 de volgende onderzoekhandelingen verricht:

  • In de lichamen van deze slachtoffers zijn 29 fragmenten aangetroffen, waarvan de kenmerken (waaronder elementsamenstelling en fabricagekenmerken) zijn vergeleken met die van fragmentatiedelen die zijn veilig gesteld na de arenatesten met een 9N314 warhead in Oekraïne en Finland. In het lichaam van de captain is een vlindervormig fragment gevonden.
  • Verschillende fragmenten, waaronder het vlindervormige fragment, dragen sporen van opgesmolten glas. De samenstelling van die sporen is vergeleken met cockpitglas van een Boeing.
  • In één van de bemanningsleden is een afwijkend deeltje aangetroffen dat vergeleken is met een de schuifplaat van een Buk-raket van de 9M38 serie.

Aantal aangetroffen fragmenten

In totaal zijn in wrakdelen en lichamen van slachtoffers dus 370 fragmenten aangetroffen. Daarvan zijn er twee nog visueel herkenbaar als vlindervormig: één in het voorste drukschot van de cockpit en een ander in het lichaam van de captain van MH17. Daarnaast zijn er nog enkele fragmenten die herkend kunnen worden als tegel of staafje. Fragmentatiedelen met dezelfde vormen komen terug in een 9N314M warhead.

Wij hebben onszelf in het onderzoek de vraag gesteld of we na detonatie van een Buk-raket in de buurt van het vliegtuig niet meer fragmenten - en specifiek ook meer vlindervormige fragmenten - hadden moeten aantreffen. Een 9N314M warhead bevat immers een kleine 8000 fragmentatiedeeltjes, waarvan ongeveer 1870 vlindervormig.

We hebben hier op diverse manieren onderzoek naar gedaan. Daarbij is gekeken naar het verspreidingspatroon van de fragmentatiedelen na detonatie, het gewichtsverlies na detonatie en de omstandigheden van de berging van de wrakdelen. Dat heeft de volgende resultaten opgeleverd.

Aantal fragmenten

Ten eerste is gebleken dat de fragmentatiedelen zich in alle richtingen rondom de raket verspreiden. Het gevolg is dat de meeste delen het doelwit niet zullen raken. Ten tweede zijn niet alle fragmentatiedelen die MH17 hebben geraakt, in de stoffelijke overschotten van bemanningsleden of wrakdelen terecht gekomen. Dat volgt uit de honderden aangetroffen kraters en schampsporen waarin geen ingeslagen delen zijn aangetroffen. Ten derde kunnen ingeslagen deeltjes die niet klemvast zaten in de wrakstukken, verloren zijn gegaan tijdens de berging en het transport. De wrakdelen werden immers in het rampgebied opgetakeld en in vrachtwagens geladen, vervolgens overgeladen in treincontainers en daarna weer overgeladen in vrachtwagencontainers. Tot slot zijn niet alle wrakdelen geborgen.

Naast het aantal aangetroffen fragmenten, is ook gekeken naar het aantal aangetroffen perforaties en schampsporen. Die zeggen immers evengoed iets over het aantal fragmenten dat MH17 moet hebben doorboord. Na onderzoek heeft de Belgische Koninklijke Militaire School geconcludeerd dat het aantal waargenomen perforaties in de wrakdelen van MH17 past bij het aantal perforaties dat je zou verwachten bij een detonatie van een 9N314M warhead.

Op deze wijze is naar het oordeel van het Openbaar Ministerie voldoende onderzoek verricht naar de vraag waarom er van een kleine 8000 fragmenten maar 370 zijn teruggevonden.

Aantal vlindervormige fragmenten

Aanvullende vraag was of we tussen de 370 fragmenten niet meer dan twee vlindervormige fragmenten hadden moeten aantreffen. Ook dit is onderzocht. Door de detonatie en de inslag verliezen fragmentatiedeeltjes hun oorspronkelijke, herkenbare vorm. Uit de arenatesten is gebleken dat de deeltjes ook gewicht verliezen. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft onderzoek gedaan naar het gewicht van de 370 fragmenten. Vlinderfragmenten zijn groter en zwaarder dan de tegel- en staaffragmenten. Naast gewichtsverlies heeft het NFI ook rekening gehouden met de mogelijkheid dat het gewicht van aangetroffen deeltjes is toegenomen, doordat er bij de inslag ander materiaal wordt opgenomen (zoals cockpitglas) of doordat zich er na de inslag en vóór de berging roest op heeft gevormd. Op basis daarvan is het Nederlands Forensisch Instituut tot de conclusie gekomen dat teruggevonden staaf- en tegelfragmenten niet meer dan 2,5 gram gewogen kunnen hebben. Alle fragmenten die meer dan 2,5 gram wogen, moeten volgens het NFI dus vlinderfragmenten geweest zijn. Daarvan heeft het NFI er onder de 370 fragmenten nog eens 16 gevonden. Deze 16 fragmenten zien er dus niet meer uit als vlinderfragmenten, maar moeten dat volgens het NFI wel zijn, op basis van hun gewicht. In werkelijkheid kunnen er nog meer vlinderfragmenten zijn gevonden dan de 2 herkenbare en 16 onherkenbare fragmenten. Volgens het NFI kunnen fragmenten die na detonatie minder dan 2,1 gram wegen vóór detonatie alle vormen gehad hebben en fragmenten die tussen de 2,1 en 2,5 gram wegen zowel een tegelvorm als een vlindervorm. Ook onherkenbare fragmenten die minder dan 2,5 gram wegen kunnen dus oorspronkelijk vlindervormig zijn geweest. Volgens deze beoordeling van het Nederlands Forensisch Instituut zijn er van de 370 aangetroffen fragmenten tenminste 18 vlindervormige en mogelijk veel meer.

Samenvatting

We vatten het onderzoek naar het aantal aangetroffen fragmenten samen. Daarin zijn verschillende verklaringen gevonden voor de omstandigheid dat er van een kleine 8000 fragmentatiedelen maar 370 zijn teruggevonden:

  • na detonatie verspreidden de fragmentatiedelen zich in alle richtingen, zodat slechts een deel daarvan MH17 kan hebben getroffen;
  • van de fragmentatiedelen die MH17 hebben getroffen, is slechts een deel ook in de stoffelijke overschotten van de bemanningsleden en de wrakdelen terecht gekomen;
  • van de fragmentatiedelen die in de wrakstukken terecht zijn gekomen kan er tijdens de berging een deel zijn uitgevallen;
  • en tot slot zijn niet alle getroffen wrakdelen geborgen.

Daarnaast is uit het onderzoek naar het gewicht van de afzonderlijke fragmentatiedelen van een 9N314M warhead gebleken dat er tenminste 18 oorspronkelijk vlindervormige fragmenten zijn veilig gesteld en mogelijk meer.

Losse vliegtuigvreemde materialen

Naast de verschillende vliegtuigvreemde materialen die zich in de wrakdelen en lichamen van slachtoffers bevonden, zijn er tussen de wrakstukken in Gilze-Rijen ook nog zeven losse, vliegtuigvreemde voorwerpen aangetroffen.

Drie van deze zeven voorwerpen zijn eerder besproken in de JIT-presentatie van september 2016. Dit zijn een groene mantel van een raketmotor, een uitlaat of venturi, en een groenkleurige stabilisatievleugel. Deze zeven vliegtuigvreemde voorwerpen kwamen visueel overeen met onderdelen van Buk-raketten. Zoals eerder gezegd, vond hierbij een dubbele vergelijking plaats: enerzijds met onderdelen van ontmantelde Buk-raketten van typen 9M38 en 9M38M1 en anderzijds met onderdelen van 9M38M1 raketten die tijdens de arenatest tot ontploffing waren gebracht.

Bij deze laatste vergelijking bleek de aangetroffen motormantel andere schade te vertonen dan de motormantel die na de arenatest is veilig gesteld. Dit hebben Belgische specialisten van de Koninklijke Militaire School nader onderzocht. Volgens hen kan dit verschil in schade onder meer verklaard worden door het verschil in aerodynamische omstandigheden tussen een detonatie in vlucht op tien kilometer hoogte en statische detonatie op de grond tijdens een arenatest.

Van verschillende van deze zeven voorwerpen zijn de elementsamenstelling en de aangetroffen verf weer vergeleken met die van onderdelen van de referentieraketten.

Omdat op basis van het forensisch onderzoek niet kon worden uitgesloten dat deze losse voorwerpen al vóór of na het neerstorten van MH17 in het rampgebied terecht zijn gekomen, zijn kenmerken van die losse voorwerpen ook nog onderling vergeleken én met andere vliegtuigvreemde delen die in de wrakstukken zijn aangetroffen. Van delen die vastzaten in de wrakstukken is de relatie met MH17 immers gegeven.

Type raket

Er zijn dus verschillende vliegtuigvreemde materialen aangetroffen: in de wrakstukken, in de lichamen en bezittingen van slachtoffers en los in het rampgebied. De kenmerken van die vliegtuigvreemde materialen konden vergeleken worden met onderdelen van Buk-raketten van de typen 9M38 en 9M38M1. In het onderzoek naar de relatie van deze voorwerpen met het neerstorten van MH17 zijn de kenmerken van vliegtuigvreemde materialen ook weer onderling vergeleken. Op basis van dit vergelijkend onderzoek kon de vraag worden beantwoord of deze vliegtuigvreemde materialen afkomstig waren van een Buk-raket van de 9M38 serie.

Hoewel de tenlastelegging hier niet om vraagt, hebben wij ook nog onderzocht van welk type raket van die 9M38 serie deze vliegtuigvreemde materialen afkomstig waren: van de 9M38 of van zijn opvolger, de 9M38M1.

Visuele vergelijking

Bij de visuele vergelijking van drie los aangetroffen voorwerpen, bleken deze meer overeenkomsten te vertonen met de referentieraket van het type 9M38M1 dan met de 9M38. Zo sloten de gietvormen van een los aangetroffen metalen scherf van een antennedeel en een metalen aansluitingspunt (of ‘connector’) precies aan bij de gietvorm van dezelfde onderdelen in de 9M38M1 raket, maar weken die iets af van diezelfde onderdelen in de 9M38. Hetzelfde geldt voor een aangetroffen elektrische geleider (of ‘electronic transit main’). Hoewel de geleider visueel overeenkomt met die van een 9M38M1 en 9M38 raket, vertoont deze ook een verschil: onderdelen van de aangetroffen geleider - rechthoekige plaatjes - zijn magnetisch. Dezelfde plaatjes van geleiders in de 9M38M1 referentieraket waren ook magnetisch, maar die in de 9M38 niet.

Verder zijn er, zoals gezegd, twee vlindervormige fragmenten gevonden die overeenkomen met de fragmentatiedeeltjes van een warhead van het type 9N314M. Volgens Russische bronnen komt deze warhead alleen voor in een 9M38M1-raket. Ook in de technische handleiding van de 9M38M1 raket wordt alleen de 9N314M warhead genoemd. Tegelijk is tijdens ontmanteling van de referentieraketten in Oekraïne gebleken dat een 9N314M warhead ook in een 9M38 raket kan worden gemonteerd.

Tot slot zijn er verschillende vliegtuigvreemde materialen gevonden met een groene kleur, zoals de vastgeklemde metalen prop in de sponning van het cockpitraam en de los aangetroffen motormantel en stabilisatievleugel. In het forensisch onderzoek waren de referentieraketten van het type 9M38M1 telkens groen en die van het type 9M38 wit. Volgens Oekraïense bronnen wordt de 9M38M1 door de fabrikant standaard groen geschilderd, met een witte neus, en de 9M38 wit.In Russische wapenbrochures en open bronnen zijn afbeeldingen gevonden van de 9M38M1 in groen (met witte neus) en wit (met rode neus), maar geen 9M38 raketten in een groene kleur.

Samenvatting

In het vergelijkend onderzoek naar vliegtuigvreemde materialen zijn dus meer overeenkomsten gevonden met een Buk-raket van het type 9M38M1 dan met een 9M38. De gietvormen van een aansluitingspunt en een antennedeel, de magnetische plaatjes van een geleider, de vlindervormige fragmenten en de groene verf passen beter bij een 9M38M1 dan bij een 9M38.

Herkomst vliegtuigvreemde materialen

Het onderzoek dat wij tot nu toe hebben besproken, was gericht op de vliegtuigvreemde materialen die tijdens het forensisch onderzoek in Nederland zijn veilig gesteld. Ook naar de herkomst van die materialen in Oekraïne is onderzoek gedaan. Zoals gezegd, hadden de forensische specialisten geen toegang tot het rampgebied in Oost-Oekraïne. Anders zouden zij het werk van de repatriëringsmissies en de Onderzoeksraad voor Veiligheid doorkruisen. Daarom is de herkomst van vliegtuigvreemde materialen achteraf en op afstand worden onderzocht. Voor vliegtuigvreemde materialen die in de stoffelijke overschotten van slachtoffers of de wrakdelen zijn aangetroffen was dit niet noodzakelijk, omdat de relatie van die materialen met vlucht MH17 voor de hand lag. Toch is hier breed onderzoek naar gedaan.

Wrakdelen

Van de vliegtuigvreemde materialen die in de wrakdelen zijn aangetroffen, is onderzocht waar en in welke toestand die wrakdelen zich in het rampgebied bevonden. Hiervoor hebben Maleisische onderzoekers foto’s van wrakstukken in het rampgebied vergeleken met de foto’s die tijdens het forensisch onderzoek van de wrakstukken zijn gemaakt. Op basis hiervan kan van een aanzienlijk deel van het forensisch bewijsmateriaal worden vastgesteld in welke staat het zich bevond kort na het neerstorten van MH17 in het rampgebied. De resultaten van dit Maleisische onderzoek zijn neergelegd in een rapport met 1117 foto’s, en dat rapport is – zoals eerder al aangegeven - onderdeel van het dossier.

Losse vliegtuigvreemde materialen

Van vier van de zeven losse onderdelen, waaronder de motormantel, kon worden nagegaan op welke locaties deze in april 2015 in het rampgebied zijn aangetroffen. Informatie over die locaties is ter beschikking gesteld aan de rechter-commissaris. Die heeft beoordeeld welke informatie aan het dossier kon worden toegevoegd zonder de veiligheid van personen in gevaar te brengen. Van de andere drie losse onderdelen kon alleen worden vastgesteld dat deze in ergens in het (ruimere) rampgebied zijn geborgen. Zoals gezegd, is de relatie van deze losse voorwerpen met MH17 nader onderzocht door de kenmerken ervan te vergelijken met andere losse vliegtuigvreemde voorwerpen én met vliegtuigvreemde materialen die in wrakstukken van MH17 zijn aangetroffen.

Overige vliegtuigvreemde materialen

In de eindfase van het forensisch onderzoek is nog gericht onderzoek verricht naar de herkomst van specifieke vliegtuigvreemde delen die in wrakdelen en lichamen van slachtoffers zijn aangetroffen. Door na te gaan langs welke weg deze delen in het forensisch onderzoek terecht zijn gekomen, kon in verschillende gevallende de vroegste vindplaats worden teruggevonden. Als voorbeeld noemen wij de linkervleugel. Zoals gezegd zijn daarin verschillende vliegtuigvreemde delen aangetroffen. Op foto’s van verschillende getuigen en uit open bronnen wordt deze linkervleugel vanaf 18 juli 2014 met dezelfde schade in beeld gebracht op dezelfde locatie bij een kippenboerderij, ten zuidwesten van Hrabove. Op diezelfde locatie heeft de Onderzoeksraad voor Veiligheid dit wrakdeel geborgen.

Uit het onderzoek naar de herkomst van vermoedelijke raketdelen is gebleken dat verschillende vliegtuigvreemde delen via uiteenlopende wegen in het forensisch onderzoek terecht zijn gekomen. Deze delen zijn teruggevonden in de lichamen van slachtoffers, ingeklemd in wrakdelen en documenten van de bemanning of los in het rampgebied. Die lichamen, wrakdelen, documenten en losse vliegtuigvreemde delen zijn elk weer op verschillende locaties in het rampgebied aangetroffen, op verschillende manieren en momenten naar Nederland gekomen en zijn in Nederland weer op verschillende momenten en verschillende locaties veilig gesteld door forensisch specialisten.

Samenvatting

Er is breed onderzoek gedaan naar de herkomst van aangetroffen vliegtuigvreemde materialen. Van de materialen waarvan de herkomst kon worden gereconstrueerd, is gebleken dat deze telkens verschillende routes hebben afgelegd. Bij de materialen die in de stoffelijke overschotten van slachtoffers zijn aangetroffen of klemvast zaten in wrakdelen, ligt de relatie van die delen met vlucht MH17 voor de hand.

Afvuurgebied

Daarmee komen we bij de laatste vraag die is onderzocht in het forensisch onderzoek: de vaststelling van het afvuurgebied. Eerder bespraken wij al dat het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) en de Belgische Koninklijke Militaire School (RMA) hier onafhankelijk van elkaar onderzoek naar hebben gedaan. Wij zullen dat onderzoek nu verder bespreken.

Naast deze twee instituten, die deelnamen aan het forensisch onderzoek van het JIT, heeft ook de Russische Buk-fabrikant Almaz Antey een lanceergebied berekend. Omdat de uitkomst van deze berekening betrokken is in het onderzoek naar verschillende lanceerlocaties, zullen wij dat laatste onderzoek hier ook benoemen.

Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum

Het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum heeft eerder, op basis van beperktere gegevens, onderzoek gedaan naar het mogelijk lanceergebied in het kader van het onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Toen kwam het instituut op een gebied van 320 vierkante kilometer ten zuiden van Snizhne. In het strafrechtelijk onderzoek heeft het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum nader onderzoek verricht op basis van aanvullende data. Daarbij is gebruik gemaakt van de volgende gegevens:

  • de impactschade aan het wrak (inslagen, kraters en schampschade) op basis van de wrakdelen;
  • de schade op de getuigenplaten na de arenatesten;
  • de bij de arenatesten vastgestelde snelheid van fragmentatiedelen en de hoeken waaronder die fragmentatie wordt uitgeworpen;
  • het thrust profile van de raketmotor, gemeten voorafgaand aan de arenatest;
  • specificaties van de 9M38 en 9M38M1 raketten op basis van technische handboeken;
  • atmosferische condities;
  • een 3D scan van een Boeing 777-200.

Op basis hiervan heeft het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum simulatiemodellen gemaakt van de vlucht van de Buk-raket en van het uitwerpen van de fragmentatie. Vervolgens werden Buk-lanceringen vanuit verschillende locaties en lanceerhoeken in een ruim gebied rondom de locatie waar MH17 werd getroffen, gesimuleerd. Bij elke lancering vanuit een bepaalde locatie werd de verwachte schade (op basis van de simulatiemodellen) vergeleken met de feitelijke schade aan MH17. Als die schade overeenkwam, viel deze locatie binnen het mogelijke lanceergebied. Op die manier is het NLR uitgekomen op een gebied van 75 vierkante kilometer ten zuidoosten van de positie waarop MH17 het laatste signaal heeft afgegeven. Alleen Buk-raketten die vanuit dat gebied zijn afgeschoten, kunnen volgens het NLR de schade aan MH17 hebben veroorzaakt. Het landbouwveld bij Pervomaiskyi valt daarbinnen. Die locatie zal later besproken worden als het onderzoek naar het hoofdscenario aan de orde komt.

Almaz Antey

Eerder had de Russische Buk-fabrikant Almaz Antey een ander lanceergebied aangewezen. Dat heeft de fabrikant benoemd in persconferenties van 2 juni 2015 en 13 oktober 2015. Deze persconferenties vielen samen met het moment waarop de Onderzoeksraad voor Veiligheid inzage gaf in zijn concept-rapport (2 juni 2015) en zijn eindrapport uitbracht (13 oktober 2015). In dat onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid had Almaz Antey zelf kennis genomen van de bevindingen van het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum. Volgens Almaz Antey kon de schade aan MH17 niet veroorzaakt zijn bij een lancering uit de richting van Snizhne, een plaats in de buurt van Pervomaiskyi. Volgens de berekening van de fabrikant moet een Buk-raket gelanceerd zijn vanuit een gebied van enkele vierkante kilometers ten zuiden van Zaroshchenske. Dit gebied ligt buiten het lanceergebied dat het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum heeft berekend.

Koninklijke Militaire School

Later heeft de Belgische Koninklijke Militaire School nog een lanceergebied berekend. Dit instituut was eerder betrokken bij de uitvoering van de arenatesten van het JIT. Bij de bepaling van het model van de vlucht van de Buk-raket heeft het ook de gegevens van Almaz Antey betrokken. De Koninklijke Militaire School komt tot een lanceergebied dat gedeeltelijk overlapt met dat van het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum.

Tussenconclusie

Wij komen tot onze tussenconclusie ten aanzien van het forensisch onderzoek.

In dat onderzoek zijn vier vragen leidend geweest:

  • Is sprake geweest van een explosie?
  • Zo ja, vond die explosie binnen of buiten het vliegtuig plaats?
  • Kan op basis van forensisch onderzoek worden vastgesteld welk type wapen is gebruikt?
  • Kan op basis van forensisch onderzoek een afvuurlocatie worden vastgesteld?

Om deze vragen te kunnen beantwoorden, is uitgebreid onderzoek verricht aan:

  • het schadebeeld van MH17;
  • de vliegtuigvreemde materialen die zijn aangetroffen in de wrakdelen van MH17;
  • de vliegtuigvreemde materialen die zijn aangetroffen in de lichamen van slachtoffers;
  • en de los in Oekraïne aangetroffen vliegtuigvreemde materialen.

Ten behoeve van dit onderzoek is een grote verzameling referentiemateriaal aangelegd, die onder andere bestond uit meerdere Buk-raketten en warheads, die speciaal voor dit onderzoek zijn ontmanteld en tot ontploffing gebracht.

De belangrijkste onderdelen van het onderzoek aan het schadebeeld waren de volgende:

  • onderzoek naar beroeting die is aangetroffen op de buitenzijde van de romp;
  • onderzoek of deze beroeting sporen van explosieven bevat;
  • onderzoek naar perforaties, kraters en schampschade in en op de romp, met name aan de linker voorzijde;
  • onderzoek naar staalresten die in die kraters en perforaties zijn aangetroffen;
  • vergelijking van de kenmerken (waaronder elementsamenstelling) van deze staalresten met die van fragmentatiedelen van een 9N314M warhead van een Buk-raket;
  • vergelijking van het op de wrakdelen waargenomen petalling-effect met de schade na de arenatesten met een Buk-raket en warhead.

De belangrijkste onderdelen van het onderzoek aan de wrakstukken waren de volgende:

  • onderzoek naar 341 stalen fragmenten die zijn aangetroffen in meerdere wrakdelen;
  • onderlinge vergelijking van de kenmerken (waaronder elementsamenstelling) van die stalen fragmenten;
  • vergelijking van de kenmerken (waaronder elementsamenstelling, vorm en fabricagesporen) van die stalen fragmenten met die van de drie verschillende soorten fragmentatiedelen van een 9N314M warhead;
  • vergelijking van de kenmerken (waaronder elementsamenstelling, vorm, fabricagesporen en verf) van andere, vliegtuigvreemde delen met die van verschillende onderdelen van Buk-raketten van typen 9M38 en 9M38M1.

De belangrijkste onderdelen van het onderzoek aan de lichamen van slachtoffers, in bijzonder van de bemanningsleden in de cockpit van MH17, zijn de volgende:

  • onderzoek naar 29 stalen fragmenten die zijn aangetroffen in de lichamen van deze slachtoffers;
  • onderlinge vergelijking van de kenmerken (waaronder elementsamenstelling) van die stalen fragmenten;
  • vergelijking van de kenmerken (waaronder elementsamenstelling, vorm en fabricagesporen) van die stalen fragmenten met die van fragmentatiedelen van een 9N314M warhead;
  • vergelijking van de elementsamenstelling van opgesmolten glassporen die zijn aangetroffen op stalen fragmenten in de lichamen van bemanningsleden met de elementsamenstelling van cockpitglas;
  • vergelijking van de kenmerken (waaronder elementsamenstelling) van een deeltje dat is aangetroffen in het lichaam van één van de bemanningsleden met de kenmerken van een onderdeel van Buk-raketten van typen 9M38 en 9M38M1.

Verder zijn er zeven verschillende vliegtuigvreemde materialen los in het rampgebied aangetroffen. Kenmerken (waaronder elementsamenstelling, vorm en verf) van deze voorwerpen zijn onderling vergeleken en daarnaast vergeleken met de kenmerken van Buk-raketten van typen 9M38 en 9M38M1.

In het onderzoek zijn drie arenatesten verricht. Deze testen leverden data op die van belang waren voor vervolgonderzoek, zoals de snelheid van fragmentatiedelen na detonatie en de hoeken waaronder die fragmentatiedelen worden uitgeworpen. Eén van die vervolgonderzoeken zag op de berekening van het lanceergebied. Dit onderzoek is verricht door deskundigen van het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) en de Belgische Koninklijke Militaire School (RMA). Beide onderzoeksinstituten hebben een berekening gemaakt van het gebied waarbinnen een Buk-raket van de 9M38-serie moet zijn afgevuurd om de schade te hebben kunnen veroorzaken, zoals die is waargenomen op de wrakdelen van MH17.

Het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum is uitgekomen op een gebied van 75 vierkante kilometer ten zuidoosten van de positie waarop MH17 het laatste signaal heeft afgegeven. Alleen Buk-raketten die vanuit dit gebied zijn afgeschoten, kunnen volgens het NLR de schade aan MH17 hebben veroorzaakt. De uitkomst van de berekening van de Belgische Koninklijke Militaire School overlapt gedeeltelijk met dit gebied.

Het Openbaar Ministerie is van mening dat het forensisch onderzoek volledig is geweest en dat op basis van de hiervoor samengevatte resultaten alle onderzoeksvragen kunnen worden beantwoord.