Binnen het openbaar ministerie wordt regelmatig met een groep deskundigen gepraat over de beslissingen die in een strafzaak moeten worden genomen, of over wat kan worden geleerd van een strafzaak waarin de rechter een beslissing heeft genomen. Dit wordt wel een reflectiebijeenkomst genoemd.
In 2019 besloot de landelijke leiding van het Openbaar Ministerie – het College van procureurs-generaal – een speciale reflectiekamer op te richten. Deze kreeg eerst de naam ‘OM-Reflectiekamer Kwaliteitsontwikkeling’ en wordt sinds 2025 de OM-Reflectiekamer genoemd. De OM-Reflectiekamer heeft als taak om terug te kijken op (de gang van zaken in) een concrete zaak waarin een einduitspraak is gedaan, zodat hieruit lessen kunnen worden getrokken voor de toekomst. Het College besloot tot de oprichting van de reflectiekamer in 2019 omdat het wilde leren van door de rechter geconstateerde vormverzuimen. Eind 2024 is de opzet van deze reflectiekamer verbreed. Nu kan er worden gereflecteerd naar aanleiding van elke strafzaak waarin de rechter uitspraak heeft gedaan en waaruit lessen zijn te trekken. Als lerende organisatie is het Openbaar Ministerie gebaat bij een dergelijk onafhankelijk reflectie-instrument.
De reflectiekamer kiest zelf de onderwerpen waarop zij wil reflecteren, waarbij drie categorieën zaken worden onderscheiden:
- zaken waarin de hoogste Nederlandse rechter, de Hoge Raad, heeft besloten tot herziening van de strafzaak. De Hoge Raad geeft dan opdracht om een strafzaak die al definitief was afgesloten opnieuw te behandelen;
- zaken waarin de rechter heeft geconstateerd dat sprake was van een vormverzuim in een strafzaak (een vormverzuim is een situatie waarbij de politie of het Openbaar Ministerie bepaalde wettelijke regels niet goed hebben uitgevoerd);
- zaken waarin de rechter kritiek had op het optreden van het Openbaar Ministerie.
Daarnaast kan ook worden gereflecteerd op andere ontwikkelingen en gebeurtenissen rond een strafzaak die aanleiding kunnen geven om de werkwijze van het Openbaar Ministerie aan te passen. Zaken uit deze laatste categorie kunnen alleen worden behandeld in opdracht van het College van procureurs-generaal.
Samenstelling
De voorzitter van de OM-Reflectiekamer is een oud-rechter. Andere vaste leden van de OM-Reflectiekamer werken in de wetenschap, in de advocatuur, bij de politie en andere opsporingsinstanties of bij het Openbaar Ministerie. Er kunnen ook eenmalig deskundigen deelnemen aan een reflectiekamerbijeenkomst als hun specifieke expertise van belang is voor de reflectie op de zaak.
De vaste leden worden benoemd voor een periode van 3 jaar die met maximaal dezelfde termijn is te verlengen.
In het inrichtingsbesluit is de werkwijze van de OM-Reflectiekamer terug te vinden.
Procedure en bekendmaking van het verslag
De OM-Reflectiekamer komt ongeveer 4 tot 6 keer per jaar bijeen om te reflecteren naar aanleiding van een casus. Vervolgens wordt van deze reflectiebijeenkomst een verslag met aanbevelingen opgesteld. Dit verslag wordt aangeboden aan het College van procureurs-generaal. Het College kan naar aanleiding van dit verslag beslissingen nemen ter bevordering van de kwaliteit.
Het reflectieverslag is een intern document dat niet openbaar wordt gemaakt om te voorkomen dat de leden van de reflectiekamer in de toekomst terughoudend zijn om deel te nemen aan deze bijeenkomsten en hun standpunt te geven. Wel zal als de zaak zich daarvoor leent een samenvatting van het verslag voor het publiek beschikbaar worden gesteld op deze pagina.
Onafhankelijkheid en vergoeding
De OM-Reflectiekamer werkt onafhankelijk. Leden die uit hoofde van hun functie betrokken zijn geweest bij een concrete zaak (bijvoorbeeld als officier van justitie of als advocaat van de verdachte of het slachtoffer) kunnen niet deelnemen aan een reflectie over die zaak.
Externe leden (dit zijn de leden die niet bij het Openbaar Ministerie, de politie of een opsporingsinstantiewerken) ontvangen een standaard financiële vergoeding voor het voorbereiden van en aanwezigheid bij de reflectiebijeenkomst. Daarnaast kunnen zij ook eventueel gemaakte kosten vergoed krijgen, zoals reis- en parkeerkosten.
Persvragen naar aanleiding van het verslag kunnen worden gesteld aan de persvoorlichters van het parket-generaal.