Vraag en antwoord rellen Malieveld
Op zaterdag 20 september, de dag van de rellen, is de politie meteen een strafrechtelijk onderzoek gestart onder leiding van het Openbaar Ministerie. Het onderzoek richt zich primair op het in kaart brengen van het geweld dat is gepleegd en het identificeren van de geweldsplegers. De politie is belaagd, maar ook journalisten en later zijn er nog vernielingen gepleegd in de binnenstad aan onder meer het partijkantoor van D66 en bij het Binnenhof. In het onderzoek wordt ook aandacht besteed aan strafbare discriminatie, onder meer naar aanleiding van aangiften. Ook wordt bij de geïdentificeerde geweldsplegers gekeken of zij strafbare uitingen hebben gedaan. Daarnaast wordt gekeken of er personen zijn die het geweld mogelijk hebben georkestreerd.
Na de rellen heeft het Openbaar Ministerie 27 zaken beoordeeld van verdachten die op heterdaad waren aangehouden en nog in voorarrest zaten. Negentien van hen zijn voor de rechter gebracht, in acht zaken loopt nog onderzoek. Verder is het rechercheteam van de politie hard aan het werk om geweldplegers te identificeren - het Openbaar Ministerie verwacht daarna meer aanhoudingen te kunnen verrichten.
Het Openbaar Ministerie heeft in de weken na de rellen negentien verdachten voor de (super)snelrechter gebracht. Het ging om verdachten die op heterdaad waren aangehouden, die op dat moment nog in voorarrest zaten en tegen wie het onderzoek was afgerond, zodat hun zaak aan de rechter kon worden voorgelegd. Verdachten hebben hiermee ingestemd. Het Openbaar Ministerie vond het belangrijk dat een duidelijk signaal werd afgegeven dat het plegen van dergelijk geweld strafrechtelijke consequenties heeft. Waar mogelijk meteen bij de snelrechter. De rechter heeft dertien verdachten veroordeeld.
Dertien verdachten zijn door de rechter veroordeeld. Er werden (deels voorwaardelijke) gevangenisstraffen opgelegd en taakstraffen in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf. Als bijzondere voorwaarde moeten de verdachten een geldbedrag overmaken aan het Fonds Slachtoffers Geweldsmisdrijven, als compensatie voor de schade die tijdens de rellen is aangericht. In één zaak vroeg het Openbaar Ministerie om vrijspraak, in drie andere zaken sprak de rechter ook vrij. Het OM heeft tegen één vrijspraak hoger beroep aangetekend. Twee zaken werden aangehouden voor aanvullend onderzoek, in afwachting daarvan zijn de verdachten op vrije voeten gesteld.
Het Openbaar Ministerie verwacht op termijn meer aanhoudingen te kunnen verrichten. Het rechercheteam identificeert op basis van camerabeelden andere geweldplegers en mogelijke opruiers. Zodra dat lukt, worden verdachten aangehouden en voor de rechter gebracht.
Er is ruim duizend uur aan beeldmateriaal beschikbaar dat door het rechercheteam wordt uitgekeken. Op basis daarvan worden de grootste geweldplegers en mogelijke opruiers geïdentificeerd. Dat gebeurt altijd eerst binnen de eigen organisatie van de politie. Als dat geen resultaat oplevert, worden mogelijk ook beelden getoond in openbare opsporingsprogramma's. In het belang van een eerlijk strafproces zijn daaraan duidelijke regels verbonden. Zodra daaraan is voldaan, zal het Openbaar Ministerie met beelden naar buiten treden.
In de eerste strafzaken hebben we gezien dat verdachten van divers pluimage waren: ze kwamen uit het hele land en varieerden qua leeftijd van minderjarigen tot zestigers. Hun motivatie om naar het Malieveld te komen bleek heel divers.