Het Openbaar Ministerie doet zijn uiterste best, zoals in elke strafzaak, om slachtoffers zo goed mogelijk te begeleiden. Deze zaak is uitzonderlijk, omdat er in één strafzaak zo veel slachtoffers zijn. Allemaal met een eigen verhaal. Het gaat onder meer om getroffen bewoners, nabestaanden, omwonenden en rechtspersonen. Het Openbaar Ministerie heeft slachtoffercoördinatoren die slachtoffers individueel begeleiden bij strafzaken en vanuit de politie zijn familierechercheurs ingezet.
Een officier van justitie is aangewezen om zich speciaal op deze begeleiding van slachtoffers te richten, naast twee officieren van justitie die het strafrechtelijk onderzoek leiden. Daarnaast adviseren we de slachtoffers om zich in het strafproces te laten bijstaan door een slachtofferadvocaat of Slachtofferhulp Nederland. Voor de eerste pro-formazitting in maart 2025 en voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling in november 2026 werden slachtofferbijeenkomsten georganiseerd om slachtoffers te informeren over het verloop van het strafproces en over de rechten van de slachtoffers in het strafproces. In het najaar van 2025 voerde het Openbaar Ministerie individuele gesprekken met nabestaanden en slachtoffers die daaraan behoefte hadden.
Naast het strafproces krijgen slachtoffers te maken met veel praktische problemen. De gemeente Den Haag helpt ze hierbij en zet sociaal casemanagers in om ze op individueel niveau te ondersteunen in het vinden van de juiste hulp.Slachtoffers en nabestaanden kunnen naast het recht op het indienen van een vordering tot schadevergoeding gebruik maken van hun spreekrecht op zitting. Dat kan in persoon of door de advocaat in de zittingszaal of via een vooraf opgenomen audiobericht of videobericht. Meer dan dertig slachtoffers hebben aangegeven van hun spreekrecht gebruik te willen maken, de rechtbank heeft hiervoor twee zittingsdagen gereserveerd op 10 en 11 november 2026.
Ja, slachtoffers die rechtstreeks schade hebben geleden ten gevolge van de explosie kunnen zich voegen in het strafproces als benadeelde partij en een vordering tot schadevergoeding indienen. Het Openbaar Ministerie heeft slachtoffers geadviseerd daarvoor een advocaat of Slachtofferhulp Nederlandin de arm te nemen, omdat goede begeleiding belangrijk is bij zulke complexe materie. Er zijn 68 vorderingen ingediend. Deze zullen grotendeels al schriftelijk worden besproken, voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van de zaak. Het Openbaar Ministerie, de verdediging en de benadeelden krijgen van de rechtbank gelegenheid hun standpunten schriftelijk uit te wisselen en toe te lichten, zodat dit tijdens de behandeling van de strafzaak op zitting efficiënt behandeld kan worden.
Wanneer de rechtbank bij toewijzing van de vordering ook de schadevergoedingsmaatregel oplegt, keert de Staat de schadevergoeding bij wijze van voorschot uit aan de slachtoffers. De Staat verhaalt vervolgens de schade op de veroordeelden. Slachtoffers hoeven zich daar dan niet zelf om te bekommeren.Er is een grote hoeveelheid brandstof gebruikt om uit te gieten over bruidsjurken en in het pand van de bruidsmodezaak. Het lijkt waarschijnlijk dat de benzinedampen na het aansteken hebben geleid tot de explosie. Voor de inhoudelijke zitting is een forensisch rapport opgeleverd. Verder is een visualisatie gemaakt op basis van de technische rapporten. Die zal inzichtelijk maken hoe de explosie is ontstaan en hoe dat heeft geleid tot de instorting van het pand.
De inhoudelijke behandeling van de zaak start op 4 november 2026. Het onderzoek zal worden behandeld op negen zittingsdagen, verspreid over de maanden november en december. De rechtbank heeft laten weten dat op 4 en 5 november het dossier inhoudelijk zal worden besproken. Op 10 en 11 november zullen nabestaanden en slachtoffers in de gelegenheid worden gesteld om uitvoering te geven aan het spreekrecht en worden de vorderingen benadeelde partij besproken. Het Openbaar Ministerie houdt op 24 november haar requisitoir en zal dan de strafeisen tegen de verdachten bekendmaken.Pleidooien van de advocaten van de verdachten staan gepland op 26 november en 1 december. Op 3 en 10 december is tijd ingeruimd voor het Openbaar Ministerie en de verdediging om op elkaar te reageren.
In december 2024 werden een destijds 33-jarige man uit Rotterdam, een 29-jarige man en een 23-jarige man uit Roosendaal en een 33-jarige man uit Oosterhout opgepakt. Het initiatief lijkt te zijn uitgegaan van de 33-jarige verdachte uit Rotterdam. Hij is de ex-vriend van de eigenaresse van de bruidsmodezaak waartegen de aanslag was gericht. De andere verdachten zouden door hem zijn benaderd om te helpen bij de voorbereiding en uitvoering van de brandstichting en het daarmee veroorzaken van de explosie.
Drie van de vier verdachten waren volgens het Openbaar Ministerie betrokken bij de explosie op 7 december 2024. Zij worden verdacht van moord dan wel doodslag op zes personen, de poging daartoe op de andere in het huizenblok aanwezige personen, brandstichting de dood ten gevolge hebbend, brandstichting in een auto en het op 1 december voorbereiden van brandstichting. Voor de vierde verdachte zien wij op dit moment geen betrokkenheid bij de daadwerkelijke aanslag op 7 december, we zien hem wel als betrokkene bij de voorbereidingen van 1 december.
De brandstichting was gericht tegen de ex-vriendin van de 33-jarige verdachte uit Rotterdam. Haar bruidsmodezaak en auto werden in brand gestoken. De 33-jarige verdachte heeft verklaard dat hij uit jaloezie haar pijn wilde doen door haar levenswerk – de bruidsmodezaak – te vernielen. Het dossier bevat ook verklaringen van de medeverdachten, technisch onderzoek en andere onderzoeksbevindingen. Daarnaast doet de politie onderzoek naar een aangifte van de ex-vriendin van onder meer belaging, mishandeling en bedreiging door de 33-jarige verdachte uit Rotterdam. Dat zal bij een inhoudelijke behandeling van de strafzaak allemaal door de rechtbank met de verdachten worden besproken. Pas dan kan de rechtbank een volledig oordeel vormen over een mogelijk motief.
Het Openbaar Ministerie heeft kennis genomen van berichten in de media, waarin verklaringen van verdachten worden aangehaald. Voor het Openbaar Ministerie past het niet daar nu op te reageren. Daarbij houden wij rekening met nabestaanden en slachtoffers, die door berichten in de media steeds onaangenaam werden verrast. Informatie die door het Openbaar Ministerie via persberichten is verstrekt, is steeds op voorhand met hen gedeeld. Tijdens de inhoudelijke zitting in november en december 2026 zal de rechtbank de verdachten op zitting bevragen op hun verklaringen.
Twee van de verdachten (de mannen uit Roosendaal) zijn op zondag 1 december rond 2.15 uur aangehouden in Oosterhout. Zij werden door de politie gecontroleerd omdat ze zich opvallend ophielden in een busje op een parkeerterrein. In de laadbak van het busje trof de politie onder meer zwaar vuurwerk en jerrycans benzine aan. De spullen zijn in beslag genomen, net als het busje en de aangetroffen telefoons. Op dat moment is geoordeeld dat er onvoldoende concrete aanwijzingen waren wat ze van plan waren. Na verhoor zijn de verdachten, in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek aan de telefoons, heengezonden. De in beslag genomen spullen zijn niet teruggegeven. Inmiddels is uit onderzoek gebleken dat zij die avond al brand hadden willen stichten in de bruidsmodezaak aan de Tarwekamp en dat ze dit plan een week later, met nieuwe middelen, alsnog hebben uitgevoerd.
Op de pro-formazitting van 26 mei 2025 hebben de officieren van justitie aangegeven dat een dergelijk onderzoek lastig is. Een journalist kan zich immers beroepen op bronbescherming. Daarnaast is een grote groep mensen ambtshalve in het bezit van het dossier – bij de politie, het Openbaar Ministerie, de rechtbank en de verdediging. De kring van personen die toegang hebben tot (delen van) het dossier is dusdanig groot dat een onderzoek naar het lekken van stukken, zonder gerichte aanwijzingen, niet haalbaar is.