Een bestuurder van een motorrijtuig moet in het bezit zijn van een geldig rijbewijs. Dit rijbewijs moet:
- afgegeven zijn aan de bestuurder;
- geldig zijn voor het voertuig dat wordt bestuurd;
- de datum van geldigheid mag niet zijn verstreken;
Het rijbewijs moet goed leesbaar zijn en u mag er niets aan wijzigen. U bent verplicht het rijbewijs te tonen aan de politie of de Koninklijke Marechaussee wanneer zij daarom vragen.
U mag niet rijden wanneer:
- het rijbewijs niet meer geldig is;
- de rijbevoegdheid is ontzegd;
- het rijbewijs door het CBR is geschorst of ongeldig is verklaard;
- uw rijbewijs op grond van de recidiveregeling ongeldig is geworden.
Als u toch gaat rijden, krijgt u een sanctie.
Aanhangwagens en rijbewijs B
Welke aanhangwagen u met het rijbewijs B mag trekken kunt u lezen op de website van de RDW
Vraag en antwoord
Rijdt u met een rijbewijs dat niet meer geldig is omdat het
- minder dan een jaar verlopen is? Dan krijgt u een zogenaamde ‘Mulderboete’ opgelegd.
- langer dan een jaar ongeldig is? Of bestuurt u een voertuig en heeft u voor die categorie geen rijbewijs? Dan zal de officier van justitie een strafbeschikking opleggen.
Wordt u binnen vier jaar nogmaals hiervoor betrapt? Dan volgt een dagvaarding. De officier van justitie zal dan een geldboete en een voorwaardelijke hechtenis eisen. Bij een derde overtreding binnen vier jaar wordt een onvoorwaardelijke hechtenis geëist.
De wettelijke bepalingen over rijden zonder rijbewijs staan in artikel 107 van de Wegenverkeerswet.
