18 jaar cel geëist tegen huurder wegens doodslag huisbaas in Leeuwarden

De officier van justitie heeft vandaag bij de rechtbank Leeuwarden 18 jaar gevangenisstraf  geëist tegen een 26-jarige man uit Leeuwarden op verdenking van gekwalificeerde doodslag op zijn 73-jarige huisbaas en de diefstal van ruim vijfduizend euro van het slachtoffer.

Het slachtoffer werd 16 juli 2019 aangetroffen onder een stapel kleding in een afgesloten slaapkamer van zijn woning aan de Prof. Gerbrandyweg. Bij sectie bleek dat het slachtoffer door fors geweld was omgebracht. Hij had onder meer talrijke schedelbreuken.

Stapel kleding

Van de verdachte is DNA-materiaal gevonden op een T-shirt van het slachtoffer, op een jas die deel uit maakte van de stapel kleding waaronder het slachtoffer lag en op een gordijn dat naast het lichaam lag van het slachtoffer.

Uit sporenonderzoek kan worden afgeleid dat het slachtoffer in de woonkamer van het leven is beroofd en daarna naar de slaapkamer is verplaatst en vervolgens onder een stapel kleding is weggestopt.

Schermutseling

Volgens het rechercheonderzoek  is het slachtoffer overleden op 2 juli. Op dat tijdstip verbleven ook twee huurders op dat adres, onder wie de verdachte. In de ochtend van 2 juli tussen 07:00 en 09:00 uur – het mogelijke  tijdstip van de moord – is een heftige ruzie gehoord en geluid van een schermutseling.

In tegenstelling tot de verdachte heeft de medehuurder  wel uitvoerig verklaard tegen de recherche. Die verklaring is belastend voor de verdachte. “Hij verklaart dat de huisbaas opeens was verdwenen: er was een slot op de deur naar de woonkamer en de router in de gang was weg. En verder verklaarde hij dat de verdachte alle sporen wilde wissen, dat hij schoonmaakmiddelen had gekocht en dat zij tegen de politie moesten verklaren dat zij elkaar niet kenden”, aldus de officier.

Huurachterstand

Na het overlijden van het slachtoffer beschikte de verdachte opeens over grote contante geldbedragen, terwijl hij daarvoor in geldnood verkeerde, aldus de officier ter zitting. “Hij had een huurachterstand van enkele maanden en uit een chatsessie met zijn moeder op 28 mei blijkt dat hij dringend geld nodig heeft. Dit is een emotioneel gesprek, waaruit kan worden afgeleid dat de nood echt heel hoog is. Op 2 juli stortte de verdachte opeens 2650 Euro op zijn bankrekening en op 4 juli nog eens 2500 Euro."

"Uit het financiële onderzoek blijkt dat de overledene nu juist deze bedragen zo ongeveer miste uit zijn kamer, waar hij zijn gespaarde contante geld bewaarde. Het kan niet anders dan dat de verdachte dit bedrag heeft gestolen van het slachtoffer, vlak voor of vlak na de doodslag.”

Uit financieel onderzoek blijkt dat verdachte voor en na de moord aankopen heeft gedaan die mogelijk verband houden met het schoonmaken van het plaats delict, de woonkamer. Op 1 juli, 2 juli, 3 juli en 5 juli kocht hij een grote hoeveelheid schoonmaakmiddelen, schoonmaakhandschoenen, tape, schoonmaakdoeken en vuilniszakken, waaronder 1 van 240 liter.

Schoonmaakmiddelen

De zaaksofficier: “Over het schoonmaken , de aanschaf van schoonmaakartikelen en het opruimen van spullen verklaart verdachte dat hij op 1 juli reeds had besloten om weg te gaan en om die reden diverse schoonmaakartikelen had  gekocht en daar vervolgens enkele dagen mee bezig is geweest. Dat is een ongeloofwaardige en onaannemelijke verklaring."

"De kamer van het slachtoffer is slechts enkele vierkante meters groot, daar ben je na een paar uren wel mee klaar. En daarvoor heb je hooguit 1 fles schoonmaakmiddel nodig en niet 9, die verdachte heeft gekocht in de periode van 1-5 juli. En verder blijkt uit verklaringen van eerdere huisbazen in Leeuwarden en Den Haag, dat hij zomaar verdween, zonder op te ruimen en schoon te maken.”

Contante stortingen

Over de contante stortingen van in totaal 5150 euro verklaart de verdachte dat het zijn eigen spaargeld was, verdiend met onder meer het werken in Chinese restaurants. Ook dit noemt de officier onwaarschijnlijk en niet aannemelijk: “De politie heeft de financiële situatie van de verdachte onderzocht en hieruit kan worden afgeleid dat de verdachte eigenlijk voortdurend geldtekorten heeft. Zeker medio 2019. Ook is gebleken dat hij meerdere maanden huurschuld heeft aan het slachtoffer. Waarom zou hij die niet hebben afgelost als hij de beschikking had over geld? Ook bij vorige verhuurders was sprake was van huurschulden.”

‘Sporen uitgewist’

De officier: “De verdachte had een motief en hij had gelegenheid en mogelijkheid om het slachtoffer van het  leven te beroven. Uit alle aanwijzingen voor zijn betrokkenheid, vastgelegd in wettige bewijsmiddelen, en het ontbreken van afdoende verklaringen van de verdachte voor al deze aanwijzingen, kan worden afgeleid dat het niet anders kan dat dat de verdachte het slachtoffer op 2 juli 2019 opzettelijk fors/ extreem geweld heeft uitgeoefend op de hoofd en het lichaam van het slachtoffer, die daardoor  is overleden. En dat hij zich derhalve schuldig heeft gemaakt aan doodslag. Maar ook dat de verdachte vervolgens het lichaam van het slachtoffer heeft weggewerkt en sporen gewist om zo aan de opsporing te ontkomen.”

‘Excessief geweld’

De verdachte kwam enkele jaren geleden naar Nederland om te studeren. Hij stond twee jaar ingeschreven bij een hogeschool, maar maakte geen studie af. De man verbleef illegaal in Nederland. De verdachte huurde een kamer bij het slachtoffer, die een vrouw en een volwassen dochter nalaat in China.

“De studies zijn mislukt en ook de arbeidswerkzaamheden waren geen succes, blijkt uit diverse getuigenverklaringen. Hij is nu illegaal in Nederland en zal, zo mogelijk, worden uitgezet na zijn detentie”, aldus de officier.

De officier: “Verdachte heeft zijn huisbaas op een gruwelijke wijze van het leven beroofd, waarbij sprake was van excessief geweld op het hoofd. Notabene in de eigen woonkamer van de overledene, de plek waar hij zich veilig zou moeten vinden.”

Luxe voorwerpen gekocht

“Wat de verdachte verder kan worden verweten is dat hij getracht heeft om, zij het op een – achteraf – wellicht onnozele wijze, het lichaam weg te werken, om zo aan opsporing te ontkomen. Hij heeft de familie en kennissen zo lange tijd in onzekerheid gelaten over de situatie m.b.t. het slachtoffer. Ook het feit dat verdachte na het feit zich allerlei luxe voorwerpen heeft aangeschaft, ruim een week in een hotel heeft verbleven, dus zich als een soort  “god in Frankrijk” heeft gedragen, terwijl hij de overledene had weggestopt in een afgesloten ruimte, deels verpakt in vuilniszakken en verstopt  onder een stapel kleding, valt hem ernstig te verwijten.”

“Alleen een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf doet recht aan de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan.”