Verklaringen kroongetuige Marengo aanleiding voor onderzoek naar pogingen moord

De verklaringen van kroongetuige Nabil B. hebben ook zicht gegeven op de voorbereidingen en pogingen tot twee liquidaties in Utrecht en Rotterdam. Dat kwam dinsdag naar voren op de zevende dag van het requisitoir van het OM in het Marengo-proces.

De verklaringen van B. sluiten volgens het OM aan bij de resultaten van het onderzoek dat in Utrecht is gedaan naar een schietpartij op 11 oktober 2016. In dat onderzoek 09Tennis zijn destijds geen verdachten in beeld gekomen.

Het slachtoffer Abdelkarim ‘Abs’ A. zag bij het inparkeren van zijn auto een volledig in het zwart geklede man met bivakmuts zijn richting op komen lopen. De man hield een groot automatisch vuurwapen in de hand. Het beoogde slachtoffer reed op hoge snelheid op de man af, die wist weg te springen voor de auto. Een andere, grijze auto die dwars op de weg stond en de doorgang belette werd door hem aan de achterzijde aangereden.

Na de melding van de schietpartij kwam nog een melding binnen bij de politie over een autobrand. Dat was een grijze Seat Leon, die volledig was uitgebrand. De auto was ingedeukt aan  de achterkant en het kenteken op de bumper aan de voorkant kwam overeen met een kentekenplaat die op de plek van de aanslag was gevonden. Het kenteken bleek vals. De auto was een paar maanden eerder gestolen.

Schuld

Kroongetuige B. heeft verklaard dat Abs een bedrag van 130.000 euro moest terugbetalen aan  Riduouan T., vanwege  een gestolen partij hasj.  Het motief voor de moord zou zijn gelegen in het feit dat de man zijn schuld niet terugbetaalde. Volgens de officieren van justitie wist het slachtoffer, dat geen aangifte wilde doen, precies uit welke hoek het geweld kwam. “Dat gedrag past bij iemand die ‘ het niet moeilijker’ wil maken. Het past bij de geheel begrijpelijke situatie van iemand die bijna het leven heeft gelaten en geen olie op het vuur wil gooien”, zo legden de officieren aan de rechtbank uit.

Volgens B. heeft hij wekenlang bijna dagelijks in de auto gezeten om Abs te ‘spotten’ (observeren). Hij hield hem intensief in de gaten. Hij maakte ook foto’s van hem en gaf het sein dat de schutters konden komen. De officieren van justitie benadrukte dat B. met T., Said R. en de schutters een goed op elkaar ingespeeld team waren. “Elk van hen was onmisbaar voor het doen slagen van de moord.”

Rotterdam

De verklaringen van B. zijn ook aanleiding geweest voor hernieuwd onderzoek naar een poging tot moord op 5 december 2016 in Rotterdam. Het gaat om het zaaksdossier Plato. Het doelwit was Khalid B., die even na middernacht door de politie bebloed werd aangetroffen in een woning. Hij was dwars door de glazen schuifpui gesprongen op de vlucht voor zijn moordenaars. Hij zei tegen de politie dat hij op straat bij zijn woning was beschoten met een Kalasjnikov.

Zijn broer zou op een dodenlijst staan, vanwege iets wat speelde in de Amsterdamse onderwereld. Hij zag die avond voor zijn huis een zwarte BMW 335 met een dubbele uitlaat staan en dacht meteen dat het foute boel was. Toen hij zag dat twee mannen met bivakmutsen uitstapten was hij gaan rennen. Tijdens het vluchten hoorde hij pistoolschoten en ging hij zigzaggend door de straat. Bij een rijtje huizen had hij de poort van een schutting opengeduwd en in de achtertuin met een tuinstoel de schuifpui kapot geslagen. In de woning was hij naar boven gevlucht.

Tien minuten na de schietpartij was de BMW brandend aangetroffen. De auto was voorzien van valse kentekens en bleek afkomstig uit een loods in Landsmeer, waar later acht gestolen voertuigen met valse kentekens werden aangetroffen. Khalid B. deed aangifte van een poging tot moord.

Verschillende PGP-berichten ondersteunen de verklaringen van de Marengo-kroongetuige. De aanleiding voor de moordaanslag zou een vergeldingsactie zijn van T. Uit anonieme meldingen en PGP-berichten blijkt volgens het OM dat T. meende dat het Khalid B. en diens tweelingbroer loopjongens waren voor een tegenstander van hem. Uit de berichten die T. stuurde bleek dat iedereen rond deze persoon – de neef van een ander liquidatieslachtoffer van T. - moest worden vermoord. T. was niet zelf op de plaats van de moord aanwezig, “maar hij heeft op afstand de regie daarover gevoerd”, aldus het OM.