Celstraf en taakstraf geëist tegen uitreizigster uit Apeldoorn

Een 30-jarige vrouw die zich in Syrië aansloot bij IS, krijgt als het aan het Openbaar Ministerie (OM) ligt een celstraf van bijna tweeëneenhalf jaar (860 dagen). Een deel daarvan is voorwaardelijk, met een proeftijd van vijf jaar en aftrek van voorarrest. Ook eist het OM een taakstraf. De verdachte is verminderd toerekeningsvatbaar, en zat al bijna twee jaar vast in Turkije en Nederland. De vrouw wordt ook verdacht van het oorlogsmisdrijf plundering en van het bedreigen van twee journalisten.

De rechtbank Den Haag behandelde vrijdag 1 maart de zaak van een vrouw uit Apeldoorn die in maart 2014 naar Syrië reisde. Vlak voor haar uitreis trouwde ze via Skype met een man die strijder was bij de terroristische organisaties Jabhat Al Nusra en Islamitische Staat (IS). Ook de verdachte zelf sloot zich aan bij IS. Nadat haar man eind 2016 omkwam bij een zelfmoordaanslag trouwde ze met een andere IS-strijder, met wie ze een jaar later naar Turkije ging, waar ze werd vastgezet.

Plundering

De vrouw wordt niet alleen verdacht van deelname aan IS en voorbereidingshandelingen van ernstige terroristische misdrijven, maar ook van het oorlogsmisdrijf plundering. De verdachte verklaart zelf dat ze in Syrië woonde in verschillende huizen die IS zich had toegeëigend. Er stonden soms nog spullen in van de oorspronkelijke bewoners, waarschijnlijk van Syrische burgers die gevlucht waren. De officier van justitie stond stil bij grote de impact plundering op het leven van mensen in oorlogsgebied.

Dit reikt verder dan het korte termijn effect van iets materieels verliezen. Een misdrijf als plundering raakt niet alleen individuele burgers in hun vermogen om hun leven weer op te pakken, maar heeft daarnaast ook een ernstig lange termijn effect: het plunderen van spullen, zeker van zoiets als een woonhuis dat in een basisbehoefte voorziet, staat in de weg aan herstel, wederopbouw en uiteindelijke verzoening na een conflict.

Bedreiging journalisten

Naar eigen zeggen hield de verdachte zich in Syrië alleen bezig met het huishouden, maar ze was volgens het OM ook zeer actief op sociale media. Zo verspreidde ze IS-propaganda en bedreigde ze twee Nederlandse journalisten met een terroristisch misdrijf. Aan één van hen schreef ze:

“Het is dat je niet om de hoek bent, anders kwam ik wel eventjes met mijn AK-47 op je af lopen. Ja, en dit is een dreigement lelijke nakomeling van de apen en zwijnen. Jouw kop zou ik ook maar al te graag willen laten rollen. Lelijk wijf bah.”

Het OM tilt er zwaar aan dat deze doodsbedreigingen zijn gedaan in de tijd waarin IS daadwerkelijk journalisten ombracht, zoals de onthoofding van persfotograaf James Foley in augustus 2014. Het was voor de slachtoffers realistisch om te vrezen dat hen een terroristisch misdrijf zou worden aangedaan. De twee journalisten maakten vrijdag gebruik van hun spreekrecht, waarin ze vertelden over de zware impact die de bedreigingen hebben gehad op hun persoonlijke leven.

Eis

Het OM eist een gevangenisstraf van 860 dagen, met aftrek van het voorarrest (140 dagen), waarvan 720 dagen voorwaardelijk. Er moet een proeftijd van vijf jaar gelden. Daarnaast wordt een werkstraf van 240 uur gevraagd. Ook wil het OM dat de verdachte een schadevergoeding aan de journalisten betaalt, en zijn er bijzondere voorwaarden, zoals een behandeling en een contactverbod. De officier van justitie nam de tijd om uit te leggen waarom hij toch een grotendeels voorwaardelijke celstraf eist tegen de verdachte. Bij deze ernstige feiten zou eigenlijk een veel hogere onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de hand liggen.

Motivering

Ten eerste heeft de verdachte al bijna twee jaar in Turkije en Nederland in de gevangenis gezeten. Ze heeft ook lang op haar proces moeten wachten. De verdachte heeft openheid van zaken gegeven over de plunderingen. Het Openbaar Ministerie concludeert daarnaast dat de vrouw verminderd toerekeningsvatbaar is. Ze wordt psychisch behandeld en die behandeling slaat aan, zo zeggen deskundigen van diverse instanties. Er is volgens hen een laag tot matig recidive risico. Volgens de deskundigen zou een (korte) terugplaatsing in penitentiaire inrichting juist risico-verhogend werken. Daarom adviseren de psycholoog, psychiater en reclassering een lang voorwaardelijk strafdeel met allerlei bijzondere voorwaarden waaraan de verdachte zich moet houden. Het Openbaar Ministerie ziet geen redenen daarvan af te wijken. De officier van justitie:

Daarbij speelt een grote rol dat het de taak is van het Openbaar Ministerie terrorisme op een zo doeltreffende manier te bestrijden. Die taak maakt ook dat het Openbaar Ministerie het onverantwoord vindt naar de maatschappij en de slachtoffers toe de verdachte weer terug naar de gevangenis te laten gaan. De deskundigen waarschuwen immers nadrukkelijk voor de grote kans op verhoging van het gevaarrisico als de verdachte terugkeert naar de cel. Omdat het OM een extra punitief element in de strafoplegging wel passend vindt, zal het OM naast een deels voorwaardelijke detentie een werkstraf eisen.

De rechtszaak wordt vrijdagmiddag afgerond met het pleidooi van de verdediging en het laatste woord van de verdachte.